Lezingen van de dag – maandag 13 juni 2016


Heilige (of feest) van de dag

Antonius van Padua († 1231)s_antonio_padova

Antonius van Padua (oorspronkelijk Fernando van Coïmbra) ofm, Italië; kerkleraar

Antonius heette aanvankelijk Fernando. Hij was afkomstig uit de Portugese hoofdstad Lissabon en schijnt nog af te stammen van Godfried van Bouillon. Op 15-jarige leeftijd trad hij toe tot de kanunniken met de regel van Sint-Augustinus. Twee jaar later verhuisde hij naar de Augustijner vestiging in Coïmbra. Toen acht jaar later een aantal enthousiaste monniken uit de nieuwe orde van Franciscus langstrokken om in Marokko door middel van prediking en naastenliefde de Moren te gaan bekeren, sloot hij zich bij hen aan. Om zijn nieuwe leven te markeren, noemde hij zich naar de vader van de woestijnmonniken: Antonius.

In Noord-Afrika werd hij ernstig ziek. Onverrichter zake toog hij naar Noord-Italië. Juist op het moment dat Franciscus daar al zijn medebroeders aan het verzamelen was. Hoewel Antonius in Portugal een begaafd predikant was geweest, hield hij zich nu zo bescheiden op de achtergrond dat hij in een kloostertje de meest eenvoudige karweitjes kreeg op te knappen. Zijn huisgenoten meenden zelfs dat hij niet helemaal bij zijn verstand was.

Zijn gaven kwamen aan het licht, toen bij een grote kerkelijke plechtigheid de feestpredikant plotseling verstek liet gaan. In verlegenheid, omdat niemand op zo’n hoge feestdag met veel bezoekers, waaronder vele hooggeplaatste, onvoorbereid het woord wilde nemen, wees iemand gekscherend op Antonius: “We kunnen altijd nog Antonius er op af sturen…” In zijn nederigheid nam Antonius deze opmerking aan als een bevel. Hoe zenuwachtig de anderen ook probeerden uit te leggen dat het maar een grapje was geweest, hij was er niet meer van af te brengen, en hield zo’n gloedvolle predikatie dat hij onmiddellijk door Franciscus uit preken werd gestuurd tot in de wijde omtrek, zelfs tot in Zuid-Frankrijk en Noord-Spanje aan toe.

Naar het schijnt was hij eens bijzonder teleurgesteld over de lauwe houding van de gelovigen te Rimini. Om hen beschaamd te doen staan, trok hij naar het strand om dan in godsnaam maar voor de vissen te preken: die zouden tenminste wel luisteren. En zo was het. Zodra hij het woord richtte tot de golven van de zee, kwamen van alle kanten vissen aanzwemmen en stelden zich in rijen voor hem op, de kleintjes helemaal vooraan in het ondiepe water, de grotere op de achterste rijen. Door met hun staart bewegingen in het water te maken, gaven ze hun instemming met Antonius’ woorden te kennen.

In dezelfde geest is de legende van de ezel.

Legende met de ezel
Antonius leefde in de tijd dat de ketterij der Albigenzen zich wijd had verspreid. De Albigenzen loochenden de godheid van Christus, en geloofden ook niet in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie. Antonius trad in zijn preken herhaaldelijk tegen hen op: “Op het altaar gebeurt de wezensverandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus. Het lichaam dat door de maagd ter wereld werd gebracht, dat aan het kruis hing, dat in het graf lag, dat op de derde dag verrees, dat naar de rechterhand van de Vader opsteeg: dat lichaam wordt dagelijks door de priester geconsacreerd en aan de gelovigen uitgereikt.” Een leider der Albigenzen bleef echter ontkennen. Daarop koos Antonius een wel heel opmerkelijke manier om de man te overtuigen. Hij wilde wedden, dat de ezel van de Albigens wel eerbied aan de hostie zou betuigen waar zijn meester dat niet deed! Om te beginnen kreeg het dier drie dagen geen eten meer. Daarop werd de voerbak tot de rand gevuld. Nu hield Antonius het dier de heilige hostie voor. Het liet zijn voerbak voor wat die was en ging onmiddellijk door de knieën om zijn eerbied te betuigen. Waarop de ketter zich inderdaad bekeerde.

Antonius is patroon van Padua, Lissabon, Paderborn en Hildesheim. Daarnaast van de verloren voorwerpen; van de franciscanen; van verliefden, echtelieden en huwelijkspartners; van vrouwen en kinderen; van de armen; van de reizigers; van bakkers (Antoniusbrood), en van bergbewoners. Zijn voorspraak wordt ingeroepen voor een voorspoedige bevalling, tegen onvruchtbaarheid, koorts, en veeziekten; tegen schipbreuk, oorlogsellende en tegen de pest. Daarnaast  geldt hij als patroon voor helpers in de nood en van de huisdieren paard en ezel (de laatste vanwege het hostiewonder). In vroeger tijden was de dinsdag bijzonder aan hem toegewijd.

Antonius van Padua als patroon van verloren zaken
Antonius van Padua is bij uitstek de patroon van de verloren voorwerpen. Een bekend rijmpje zingt: “Heilige Antonius, beste vrind; maak dat ik mijn [hier verloren voorwerp invoegen] vind.” Overigens tekent Erasmus in diens Enchiridion (66) aan, dat deze functie vroeger door de H. Jeroen van Noordwijk werd vervuld, omdat hij er ooit voor had gezorgd, dat een inwoner van Noordwijk zijn gestolen paarden op wonderbare wijze had teruggekregen. Erasmus merkt overigens nog op dat in zijn dagen diezelfde rol bij de Fransen door de apostel Paulus werd vervuld.

Is er nog een omstandigheid in het leven van Antonius aan te wijzen waarop zijn patronaat van verloren voorwerpen wordt teruggevoerd? Het schijnt dat hij eens een bijzonder kostbaar boek kwijt was: een door hem zelf afgeschreven psalmenboek voorzien van aantekeningen die hij had gemaakt met het oog op de lessen welke hij aan zijn medebroeders in opleiding gaf. In die tijd zijn alle boeken vrucht van – letterlijk – monnikenarbeid: met de hand afgeschreven, vaak met versierde letters, soms met verluchtingen; zoiets vormde een kapitaal, nog afgezien van de emotionele waarde, daar het immers hier Antonius’ werkexemplaar was, waaruit hij bad, mediteerde en studeerde. Antonius was door dit verlies zo in verlegenheid gebracht dat hij vurig bad om het verloren voorwerp weer terug te krijgen. Niet lang daarna werd het keurig bij hem terug bezorgd: een novice die een paar dagen tevoren was uitgetreden, had het meegenomen, maar was zo door spijt achtervolgd, dat hij het eigener beweging weer terug kwam brengen.

Overigens bestaat er nog een ander verklaring voor Antonius’ patronaat. In een middeleeuwse tekst zou hij geprezen zijn om zijn krachtdadige predikaties. Daaraan werd de conclusie verbonden, dat hij onder de mensen de verloren zeden weer terugbracht; in het Latijn: ‘mores perditos’. Bij het overschrijven van die tekst zou een monnik zich hebben verschreven en in plaats van ‘mores’ ‘res perditos’ hebben genoteerd: ‘verloren zaken’.

Antonius wordt afgebeeld in bruine franciscaner pij; met lelie (maagdelijkheid) en een boek waarop het Christuskind zit. Het verhaal zegt namelijk dat hij, toen hij al ernstig verzwakt was, zich had laten overhalen om zich op het landgoed van een bevriende graaf, Tiso, te laten verzorgen. Op een avond zag Tiso door de kieren van Antonius’ kamertje een zeer fel licht schijnen. Vrezend dat er brand was, gooide hij de deur open. Daar zag hij tot zijn verbijstering Antonius staan met een stralend kind op zijn arm. Van dat kind kwam het felle licht af. Toen even later alles weer gewoon was, vroeg Antonius aan zijn vriend hier nooit met iemand over te praten. Dat beloofde Tiso, maar achtte zich van die belofte ontslagen na Antonius’ dood.

Bron: Heiligen.net

maandag in week 11 door het jaarbijbel


Uit het eerste boek Koningen 21, 1-16

Al is ze zeer oud, het is een zeer actuele geschiedenis die van koning Achab en de kleine man Nabot. Wanneer deze kleine man de grote koning net terwille is, laat hij hem uit de weg ruimen om zijn eigen voordeel te doen. De geschiedenis herhaalt zich dagelijks, wellicht ook in ons eigen leven.

De Jizreëliet Nabot had een wijngaard die grensde aan het paleis dat koning Achab van Samaria in Jizreël bezat.
‘Sta mij uw wijngaard af’, zei Achab tegen Nabot. ‘Hij ligt naast mijn paleis; ik kan hem goed gebruiken om er groente te verbouwen. Ik zal u er een betere wijngaard voor teruggeven, of ik zal u, als u dat liever hebt, de prijs ervan in zilver uitbetalen.’
Maar Nabot zei tegen Achab: ‘De Heer verhoede dat ik de grond die ik van mijn voorouders heb geërfd aan u zou afstaan.’
Achab ging terug naar zijn paleis, woedend en terneergeslagen omdat Nabot tegen hem had gezegd dat hij hem de grond die hij van zijn voorouders had geërfd niet zou afstaan. Hij ging op zijn rustbed liggen, met zijn gezicht naar de muur, en weigerde te eten.
Toen kwam zijn vrouw Izebel naar hem toe en vroeg: ‘Wat is er gebeurd, dat je zo mismoedig bent en niet eten wilt?’
‘Ik heb met de Jizreëliet Nabot gesproken’, antwoordde hij. ‘Ik heb hem gevraagd mij zijn wijngaard te verkopen. Of, als hij dat liever had, kon hij er een andere wijngaard voor terugkrijgen. Maar hij weigerde zijn wijngaard aan mij af te staan.’
Daarop zei Izebel: ‘Wat? Jij bent toch de koning van Israël? Sta op en eet wat, dat zal je goeddoen. Ik zal ervoor zorgen dat jij de wijngaard van Nabot krijgt.’
Uit naam van Achab schreef Izebel brieven, verzegelde die met het koninklijke zegel en stuurde ze naar de oudsten en aanzienlijksten in de stad waar Nabot woonde.
In die brieven stond het volgende: ‘Kondig een vastendag af en zet Nabot vooraan wanneer het volk samenkomt. Laat dan twee mannen die nergens voor terugdeinzen tegenover hem plaatsnemen en hem beschuldigen van godslastering en majesteitsschennis. Daarop moet u hem buiten de stad brengen en stenigen.’
Nabots stadsgenoten, de oudsten en aanzienlijksten van zijn woonplaats, deden wat Izebel hun had opgedragen in de brieven die ze had gestuurd.
Ze kondigden een vastendag af en lieten Nabot vooraan zitten toen het volk samenkwam.
Twee mannen namen tegenover hem plaats en beschuldigden hem ten overstaan van het volk van godslastering en majesteitsschennis. Daarop werd hij buiten de stad gebracht en gestenigd.
Ze stuurden Izebel bericht dat Nabot door steniging ter dood was gebracht.
Toen Izebel hoorde dat Nabot dood was, zei ze tegen Achab: ‘Je kunt de wijngaard die de Jizreëliet Nabot je weigerde te verkopen in bezit nemen, want Nabot leeft niet meer, hij is dood.’
Toen Achab hoorde dat Nabot dood was, ging hij naar Jizreël om de wijngaard van Nabot in bezit te nemen.


Psalm 5, 2 + 3 + 5 + 6 + 7

Refr.: Luister, Heer, naar mijn hulpgeroep.

Hoor mijn woorden, Heer,
sla acht op mijn klagen.

Luister naar mijn hulpgeroep, Drieeenheid_2
mijn koning en mijn God,
tot U richt ik mijn bede.

U bent een God die zich niet verheugt in het kwaad,
bij U is de misdaad niet welkom.

Gewetenlozen houden geen stand
onder de blik van uw ogen.
U haat allen die onrecht doen.

Leugenaars richt U te gronde.
U verafschuwt, Heer,
wie bedriegt en bloed vergiet.


Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 38-42

Wij kennen allen de kernachtige uitdrukking van dit evangelie: als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe. Gewoonlijk doen wij dat niet, maar slaan terug, met alle gevolgen van dien.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.”
En Ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.
Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af.
En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op.
Geef aan wie iets van je vraagt, en keer je niet af van wie geld van je wil lenen.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.’

Voor alle duidelijkheid: dit is geen oproep om ongerechtigheid te laten passeren.

Het is een appèl om kwaad met goed, haat met liefde, te vergelden en zo menselijke verhoudingen te veranderen.
Liefde, hoe kwetsbaar ook, is de enige kracht waarmee kwaad kan overwonnen worden.

Jezus is deze weg gegaan, en wil deze weg opnieuw met ons gaan, dag na dag, Hij in ons, wij groeiend in Hem.

Laten we ons schenken aan Hem die het allerbeste met ons en al zijn kinderen voorheeft.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,14138829
geef dat wij het kwade altijd mogen overwinnen door het goede. Leer ons, in U, te leven naar de liefde van het kruis.
Amen.