Lezingen van de dag – maandag 15 januari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Arnold Jansen († 1909)

Arnold Janssen, Steyl, Limburg, Nederland; stichter

Arnold Janssen werd op 5 november 1837 geboren te Goch aan de Rijn als zoon van een gewone transportondernemer. Hij werd piester in het bisdom Münster. Hij was gegrepen door het ideaal van de missie. In deze lijkt hij op zijn Franse tijdgenote Theresia van Lisieux: hoewel zij hun eigen land nooit verlaten hebben, leefde hun hart in verre landen overzee. Daar lag dan ook precies de roeping van Pater Arnold Janssen. In 1875 richtte hij in het Limburgse plaatsje Steyl een missiehuis op dat ten doel had religieuzen te vormen voor de missie: de Sociëteit van het Goddelijk Woord (afgekort: SVD), meestal eenvoudig aangeduid met Missionarissen van Steyl. Vier jaar later vertrokken de eerste twee missionarissen naar China.
Naast deze mannencongregatie richtte hij ook twee vrouwencongregaties op: in 1889, met de hulp van Josepha Stenmanns († 1903; feest 20 mei), de Dienaressen van de Heilige Geest voor actief missiewerk en in 1896, geholpen door Maria Stollenwerk († 1900; feest 3 februari) een gelijknamige congregatie van eeuwigdurende aanbidding ter ondersteuning van het missiewerk. In de loop van die jaren gingen er mannen en vrouwen naar Argentinië, Togo, Brazilië, Nieuw-Guinea, Chili en Noord-Amerika. Hoewel hij zelf nooit één van die landen met eigen ogen heeft gezien, probeerde hij er door studie zo’n goed mogelijk beeld van te krijgen; met des te meer energie kon hij zo zijn studenten voor hun toekomstige werk toerusten en enthousiast maken zonder de realiteit uit het oog te verliezen.

Bij zijn dood waren er ruim 5000 Missionarissen van Steyl over de wereld verspreid aan het werk. Zij hebben daar mede het geloof uitgezaaid, dat nu is opgebloeid in talloze plaatselijke kerken.
Op wereldmissiedag 1975, honderd jaar na de opening van het eerste missiehuis in Steyl, werd Pater Janssen door Paus Paulus VI († 1978) officieel zalig verklaard.

maandag in week 2 door het jaar


Uit het eerste boek Samuël 15, 16-23

Reeds in het Oude Testament heeft God bij zijn gezanten aangedrongen op gehoorzaamheid. Door hen nodigt Hij ons uit naar zijn woord te luisteren. Dit noemt Hij beter dan offers en rituele eredienst. In de tijd van Saul meende men afstand te moeten doen van de oorlogsbuit. Dit werd gezien als een goddelijke wet. Saul had haar overtreden onder het voorwendsel dat het beste van de buit zou geofferd worden. Maar gehoorzamen is beter dan offeren.

Samuël sprak tot Saul: ‘Laat me u vertellen wat de Heer mij vannacht gezegd heeft.’
‘Zoals u wilt’ , zei Saul, en Samuël zei: ‘U mag dan in uw eigen ogen onbelangrijk zijn, toch staat u aan het hoofd van de stammen van Israël, nietwaar? De Heer heeft u gezalfd tot koning van Israël, en de Heer heeft u erop uitgestuurd met de opdracht om de Amalekieten, die zondaars, te vernietigen en ze te bestrijden tot ze volledig waren uitgeroeid. Waarom hebt u niet geluisterd naar wat de Heer u heeft gezegd? Waarom hebt u zich op de buit gestort en iets gedaan dat slecht is in de ogen van de Heer?’
‘Maar ik heb toch geluisterd naar wat de Heer gezegd heeft!’ wierp Saul tegen. ‘Ik ben er toch op uitgetrokken zoals de Heer me heeft opgedragen! Koning Agag heb ik gevangengenomen en de rest van de Amalekieten heb ik gedood. En de soldaten hebben de beste van de buitgemaakte schapen, geiten en runderen voor vernietiging gespaard om ze in Gilgal te offeren aan de Heer, uw God.’
Daarop zei Samuël: ‘Schept de Heer meer behagen in offers dan in gehoorzaamheid? Nee! Gehoorzaamheid is beter dan offers, volgzaamheid is beter dan het vet van rammen. Weerspannigheid is even erg als toverij, en eigenzinnigheid is even slecht als afgodendienst. U hebt de opdracht van de Heer verworpen; daarom verwerpt Hij u als koning!’

 

Psalm 50, 8 + 9 + 16bc + 17 + 21 + 23

Refr.: Wie rechte wegen gaat vindt het heil van God.

Ik klaag je niet aan om je offers,
nooit dooft voor mij het offervuur.

Maar de stier uit je stal heb Ik niet nodig,
noch de bokken uit je kooien.

Wat baat het dat je mijn geboden opzegt
en mijn verbond in de mond neemt ?

Je haat het als Ik je terechtwijs,
mijn woorden schuif je ter zijde.

Zou Ik dan zwijgen bij wat je doet,
je denkt toch niet dat ik ben als jij ?
Ik klaag je aan, Ik som je wandaden op.

Wie een dankoffer brengt, geeft mij alle eer,
wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 2, 18-22

Jezus bracht geen streng systeem of een ascetische godsdienst. Zijn komst wilde vreugde brengen. Iets helemaal nieuw. Niet zo maar een soort commentaar op de oude wet. De nieuwe geest die Hij brengt is helemaal niet verenigbaar met de praktijken van sommige Joden. Hun praktijken zijn maar lompen en oude klederen in vergelijking met wat Hij brengt. De christenen van vandaag genieten de vrijheid die Christus in zijn Kerk bracht.

De leerlingen van Johannes en de Farizeeën hadden de gewoonte regelmatig te vasten. Er kwamen mensen naar Jezus toe, die Hem vroegen: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?’
Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten. Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken.’

Van Woord naar leven

‘Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken’, zegt Jezus ons vandaag.

De ‘nieuwe wereld’, de ‘nieuwe schepping’, waar wij hopelijk deel van willen uitmaken, heeft Jezus als het levend centrum van haar beleving. Dat was nieuw. Dat is nieuw. De Kerk is geroepen om van binnenuit dit nieuwe, Jezus zelf, te belichamen.

In de geloofsbelijdenis bidden we: ‘Ik geloof in de heilige katholieke Kerk’. Heilig, ja, dat is ze, toch de Kerk met een hoofdletter, want Jezus is haar hart.
De kerk met een kleine kerk is de belichaming die dikwijls zwak en lauw is, ook soms nalatend of zelfs zondig.
Doch in wezen is de Kerk heilig en het is haar roeping dat heilige te belichamen door een gemeenschap te vormen die vanuit haar hart liefdevol aanwezig is op alle plekken in de wereld, bereid met ieder broederschap aan te gaan door welgemeend de hand te reiken, door vrede te verkondigen en te stichten, door te werken aan verzoening, door de armen daadwerkelijk nabij te zijn, …

Met z’n allen zijn we geroepen om als één gemeenschap het Lichaam van Christus te zijn, op de plek waar we wonen en werken, met de mensen waarmee we dagelijks te maken hebben, op die plaatsen waar we ons als christenen engageren.

Werk aan Gods winkel.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
Gij zijt het levend hart van de Kerk,
het centrum van ons bestaan.
Zo komt Gij elke dag onder ons,
fris en altijd nieuw.
Geef dat wij U zo mogen ontvangen,
als een nieuw volk,
naar U genoemd,
naar U luisterend,
U uitdragend,
tot aan de uiteinden der aarde.
Kom heilige Geest,
amen.