Lezingen van de dag – maandag 15 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Eufrosynus & Serapion
van Pskov († 1481)

Eufrosynus, Pskov, Rusland; abt en wonderdoener; samen met zijn leerling Serapion

Eufrosynus was van boerenafkomst. Hij werd monnik en stichtte tenslotte zelf een klooster aan de Tolwa-rivier. Toen er tijden van grote hongersnood aanbraken, gaf hij al de voorraden van het klooster weg aan de armen en noodlijdenden. Met als gevolg dat zijn medemonniken gebrek begonnen te lijden en hem daarvan de schuld gaven. Plotseling stonden er karren met voedsel voor de kloosterpoort; ze waren gestuurd door de gouverneur die van de grote uitdelingen had gehoord en op deze manier zijn bijdrage leverde aan de weldaden die het klooster verrichtte. Eufrosynus stierf in 1481. Zijn leerling Serapion stierf in hetzelfde jaar op 90-jarige leeftijd.

maandag in de vijfde paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 14, 5-18

Een miraculeuze genezing door Paulus te Lystra maakt het volk enthousiast, en Paulus moet de reactie van de mensen aanvullen: het is niet het werk van hem die de boodschap verkondigt, maar van de levende God die het heil geeft. Paulus spreekt tot heidenen, daarom verwijst hij niet naar het Oude Testament en zelfs niet naar Christus. Ze moeten eerst geloven in de levende God.

Toen Paulus en Barnabas merkten dat heidenen en Joden samen met hun leiders op het punt stonden om geweld te gebruiken en hen wilden stenigen, vluchtten ze naar een ander deel van Lykaonië, waar ze onder meer in de steden Lystra en Derbe het evangelie verkondigden.
In Lystra zat een man op straat die geen kracht in zijn voeten had; hij was al sinds zijn geboorte verlamd en had nooit kunnen lopen. Toen deze man naar een toespraak van Paulus luisterde, keek Paulus hem strak aan en zag dat hij geloofde dat hij genezen kon worden. Daarom riep hij hem toe: ‘Kom overeind en ga op uw benen staan!’ De man sprong op en begon te lopen.
Toen de mensen zagen wat Paulus had gedaan, verhieven zij hun stem en ze zeiden in het Lykaonisch: ‘De goden zijn in mensengedaante naar ons afgedaald!’
Ze noemden Barnabas Zeus en Paulus Hermes, omdat hij de woordvoerder was. De priester van Zeus, wiens tempel vlak buiten de stad lag, bracht met bloemenkransen getooide stieren naar de stadspoort, die hij en het volk wilden offeren. Maar toen de apostelen Barnabas en Paulus merkten wat de bedoeling was, scheurden ze van ontzetting hun kleren, drongen zich door de menigte heen en riepen: ‘Wat doet u toch? Wij zijn mensen, net als u. Onze boodschap is nu juist dat u geen afgoden moet vereren, maar de levende God, die de hemel en de aarde en de zee heeft geschapen en alles wat daar leeft. Hij heeft in het verleden alle volken hun eigen weg laten gaan, maar heeft toch blijk gegeven van zijn goedheid: vanuit de hemel heeft Hij u regen geschonken en vruchtbare seizoenen, Hij heeft u overvloedig te eten gegeven en u zodoende vreugde gebracht.’
Door deze woorden slaagden ze er met moeite in de mensenmenigte ervan te weerhouden om aan hen een offer te brengen.

 

Psalm 115, 1 + 2 + 3 + 4 + 15 + 16

Refr.: Geef uw Naam, Heer, alle eer.

Niet ons, Heer, niet ons,
geef uw Naam alle eer,
om uw liefde, uw trouw.

Waarom zeggen de volken:
Waar is die God van hen ?

Onze God is in de hemel,
Hij doet wat Hem behaagt.

Hun goden zijn van zilver en goud,
gemaakt door mensenhanden.

Moge de Heer u zegenen,
Hij die hemel en aarde gemaakt heeft.

De hemel is de hemel van de Heer,
de aarde heeft Hij aan de mensen gegeven.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 21-26

Er is een belangrijk verband tussen de liefde tot God, het onderhouden van de geboden, en Gods aanwezigheid in onze harten. Het een kan niet zonder het ander. Wie echt met de Vader wil leven, moet in Jezus liefde worden voor allen. Om dit te beleven, ontvangen we de heilige Geest, die ons zal helpen en alles zal openbaren.

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en Ik zal mij aan hem bekendmaken.’
Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot) aan Jezus: ‘Waarom zult U zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken, Heer?’
Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat Ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. Maar wie mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat Ik zeg, en wat jullie mij horen zeggen, zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de Vader door wie Ik gezonden ben. Dit alles zeg Ik tegen jullie nu Ik nog bij jullie ben. Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat Ik tegen jullie gezegd heb.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus tot ons: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat Ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. Maar wie mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat Ik zeg.’

Het zijn niet mis te verstane woorden: Houden van Jezus is doen wat Hij vraagt. Wie niet doet wat Hij vraagt kan wel zeggen dat Hij van Jezus houdt, maar in feite is dit laatste niet zo.

Houden van Jezus betekent zijn inwoning toelaten; met de Vader bewoont Hij immers ieder mens. Zij zijn de bron, de oorsprong, de ziel, de zin van ons liefhebben.

Maar, zoals het Bijbelcitaat van vandaag aangeeft, moet ‘houden van Jezus’ handen en voeten krijgen in ons dagelijks leven. Een geloof zonder daden is een dood geloof, daar heeft niemand iets aan; wijzelf niet en vooral onze naaste niet. Liefhebben vraagt act, engagement, in beweging komen. Dus niet enkel leven met de intentie een liefdevol mens te zijn, maar leven met concrete liefdes-daden.

Voor de ene kan dat een zichtbaar engagement zijn binnen één of ander liefdadigheidswerk, voor een ander kan z’n liefde zich meer verborgen voltrekken in onopvallend nederig werk, voor weer een ander kan zich dat door omstandigheden – bijvoorbeeld door hoge ouderdom, of ziekte – uiten in ‘bidden voor’; een verborgen maar zeer verdienstelijk liefdeswerk aan Kerk en wereld.
Maar ook gewoon vriendelijk zijn tegen ieder die je tegenkomt … klinkt cliché maar het is groots; we beseffen doorgaans niet genoeg hoe ‘goed’ dat voor mensen kan doen.

Het komt er op aan de dingen die we doen met liefde te doen, als het kan geworteld in Christus. We moeten leren ons leven te leggen in het leven van de Heer, opdat onze liefde voor de mensheid geënt zou zijn op Gods liefde voor ieder van ons.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
wanneer wij liefhebben
worden wij tot een woonplaats
van U en de Vader.
Geef dat op deze wijze
vele mensen U mogen ontmoeten
door ons te ontmoeten.
Kom heilige Geest.
Amen.