Lezingen van de dag – maandag 16 april 2018


Heilige (of feest) van de dag

Benedictus Labre († 1783)

Benedictus Jozef (ook Benoît Josèph) Labre, Rome, Italië; pelgrim

Hij was afkomstig uit de Noord-Franse plaats Amettes, waar hij op 26 maart 1748 werd geboren als oudste van uiteindelijk vijftien kinderen. Zijn ouders, Jean-Baptiste Labre en Anne-Barbe Grandsire, dreven een eenvoudig winkeltje. Het jongetje toonde al vroeg belangstelling voor geestelijke zaken. Daarom werd hij aanvankelijk toevertrouwd aan de zorgen van een heeroom van moeders kant, Jacques Josèph Vincent. Vanaf zijn dertiende werd dat overgenomen door een heeroom van vaders kant, François Josèph Labre, pastoor te Érin.

In 1766 werd de streek getroffen door een ernstige epidemie. Tezamen met zijn oom verzorgde hij de zieken zoveel hij kon. Toen heeroom zelf het slachtoffer werd en bezweek, besloot Benoît in een kloosterorde te treden. Hij meldde zich aan bij de kartuizerij in de buurt, maar daar waren tijdens de epidemie in korte tijd zoveel broeders gestorven, dat ze hem niet konden opnemen. Hij wendde zich tot een tweede vestiging van kartuizers. Daar werd hij opgenomen onder de postulanten, maar spoedig bleek dat deze vorm van leven  niet bij hem paste. Hij had verwacht dat de strenge levenswijze hem troost zou bieden, maar het was alsof ze nog niet streng genoeg was… Nu probeerde hij het bij de trappisten, maar die vonden hem nog te jong. Hij moest maar terugkomen als hij eenentwintig was, of liever nog vierentwintig. Hij ondernam nog een derde poging bij de cisterciënzers in de buurt van Autun. Daar werd hij ernstig ziek. Tijdens zijn herstel begon het tot hem door te dringen dat hij wellicht geroepen was tot een geheel eigen vorm van godgewijd leven.

Eenmaal hersteld trok hij als arme pelgrim naar de Zwitserse Mariabedevaartplaats Lorette. Hij kwam er aan op 6 november 1770. Vandaar pelgrimeerde hij naar het Noord-Italiaanse Assisi van Sint Franciscus. In de loop van 1771 vinden we hem terug in Rome. Daar bezoekt hij nagenoeg alle kerken. Van lieverlee weet hij van elke kerk welke plechtigheden er worden gehouden en op welk uur van de dag. Hij loopt ze allemaal af en blijft er langdurig na om te bidden. Hij doorkruist de wijde omgeving van Rome en het naburige koninkrijk Napels om alle bedevaartplaatsen te bezoeken en te verwijlen op plekken waar ooit heiligen hebben geleefd of zijn begraven. Stilaan wordt hij door de mensen nagewezen als heilige; ze noemen hem ‘de bidder’ of ‘de gebedsman’. Ze vragen om zijn gebed, zijn zegen of zijn advies. Intussen woont hij in Rome ergens in een gat in de stadsmuur, eerder geschikt voor een dier dan voor een mens. Maar er zijn ook voorbijgangers die hem belachelijk maken, uitschelden of een pak slaag geven. Hij verdraagt het op de manier zoals Jezus dat deed.

De laatste jaren van zijn leven is hij opgenomen in een gasthuis. Verzwakt als hij is, doet hij zijn gebeden en geestelijke oefeningen. Mensen uit zijn omgeving vertellen van visioenen, extases, lichtschijnsels en andere bijzondere verschijnselen. Hij zou tezelfdertijd op verschillende plaatsen zijn waargenomen (bilocatie). Als hij in de Goede Week van 1783 sterft, weet iedereen in Rome vertellen dat zij een groot heilige hebben meegemaakt.

Zijn begrafenis had het meeste weg van een triomftocht door de stad Rome. Hij werd bijgezet in de kerk van Santa Madonna dei Monti. Naar hem zijn de Labrehuizen voor zwervers en daklozen genoemd. Hij wordt in 1860 door paus Pius IX († 1878; feest 7 februari) zalig verklaard. Paus Leo XIII († 1903) zorgt in 1881 voor zijn heiligverklaring.

Hij is patroon van armen, bedelaars, daklozen, landlopers, vagebonden, ontheemden en zwervers.

Hij wordt afgebeeld als bedelaar, zwerver of pelgrim.

maandag in de 3e paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 6, 8-15

Stefanus, een der eerste diakens, wordt voor het gerecht gebracht omwille van zijn trouw aan het geloof en zijn zendingswerk. Hij wordt vals beschuldigd. Hieruit wordt ons duidelijk dat het eigenlijk om Jezus zelf gaat. Mensen verzetten zich, zogezegd in naam van God, tegen Gods eigen heilsplan. Stefanus is bereid zoals Christus zijn leven te geven.

Stefanus verrichtte dankzij Gods genade en kracht grote wonderen en tekenen onder het volk.
Enkele leden van de synagoge van de Vrijgelatenen, waartoe ook Joden uit Cyrene en Alexandrië behoorden, evenals Joden uit Cilicië en Asia, kwamen echter in verzet en begonnen met hem te redetwisten, maar ze konden niet op tegen zijn wijsheid en tegen de heilige Geest die hem bezielde.
Daarop zetten ze anderen ertoe aan te verklaren dat ze hadden gehoord dat Stefanus Mozes en God had gelasterd.
Ook het volk hitsten ze op, evenals de oudsten en de schriftgeleerden.
Ten slotte namen ze Stefanus gevangen en brachten hem voor het Sanhedrin.
Ze lieten valse getuigen komen, die verklaarden: ‘Deze man keert zich steeds weer tegen de tempel en de wet, want we hebben hem horen zeggen dat Jezus uit Nazaret de heilige plaats zal afbreken en de gebruiken die Mozes ons heeft overgeleverd zal veranderen.’
Alle leden van het Sanhedrin vestigden hun blik op Stefanus en zagen dat zijn gezicht leek op dat van een engel.

 

Psalm 119, 23 + 24 + 26 + 27 + 29 + 30

Refr.: Leer mij de weg van uw regels begrijpen.

Al spannen machtigen tegen mij samen,
uw dienaar blijft uw wetten overdenken.
Uw richtlijnen verheugen mij,
ze geven mij goede raad.

Vertel ik U mijn wegen, dan antwoordt U.
Onderwijs mij in uw wetten.
Leer mij de weg van uw regels begrijpen,
en ik zal uw wonderen overdenken.

Houd mij ver van bedrieglijke wegen
en leer mij genadig uw wet.
Ik heb de betrouwbare weg gekozen,
met uw voorschriften voor ogen.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 6, 22-29

Na de broodvermenigvuldiging ontvlucht Christus de mensen: zij zijn meer op mirakelen en spektakel belust dan op zijn boodschap. Ze gaan Hem zoeken. Ze willen niet zozeer zijn persoon, maar meer voedsel en welvaart. Jezus geeft hen een harde les. Kunnen ook wij onze verwachtingen corrigeren, als ze verkeerd en te oppervlakkig zijn ?

De volgende dag stond de menigte weer aan de oever van het meer. Ze hadden gezien dat er maar één boot was en dat Jezus niet aan boord was gegaan, maar dat zijn leerlingen alleen vertrokken waren.
Nu legden er andere boten uit Tiberias aan, dicht bij de plek waar ze het brood gegeten hadden nadat de Heer het dankgebed had uitgesproken.
Toen de mensen zagen dat Jezus en zijn leerlingen er niet waren, stapten ze in die boten en voeren ze naar Kafarnaüm om Hem te zoeken.
Ze vonden Hem aan de overkant van het meer en vroegen: ‘Rabbi, wanneer bent U hier gekomen?’
Jezus zei: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: u zoekt me niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent. U moet geen moeite doen voor voedsel dat vergaat, maar voor voedsel dat niet vergaat en eeuwig leven geeft; de Mensenzoon zal het u geven, want de Vader, God zelf, heeft Hem die volmacht gegeven.’
Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’
‘Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft’, antwoordde Jezus.

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we dat men op zoek was naar Jezus. Dat lezen we op meerdere plaatsen in de evangelies. Dat terugtrekken deed Hij regelmatig: ‘naar de overkant’, ‘in het gebergte’, ‘geheel alleen’. Hij trok zich terug bij en in God.

Het is goed Jezus hierin te volgen, om in Hem voor het Aangezicht van de Vader te komen; Hem van wie wij het leven ontvangen, die de diepste zin is van ons bestaan, de bezieler van ons leven.

Velen van ons verlangen met regelmaat te bidden. En, wat menselijk is, we verlangen naar vrede in ons gebed, naar gevoelens van ‘rust’ in de Heer. Maar velen van ons leven wat dat betreft met een soort frustratie: de rust in het gebed ontbreekt, de vrede al evenmin. En al snel verkorten we onze gebedsmomenten, of nog erger: we houden er gewoon mee op.
Wat jammer is.

Wantrouw hen die beweren dat je pas echt gebeden hebt wanneer je gevoelens tijdens het gebed vervuld waren van vrede en vreugde, van een soort innerlijke (of uiterlijke) alleluia-trance ingegeven door de Heer. Ja, wantrouw hen die beweren dat je gevoelstoestand de norm is van je goed of minder goed bidden.
In wezen heeft gebed niets met gevoel te maken. Nergens zegt Jezus: ‘uw gevoel heeft u gered’. Altijd zegt Hij: ‘uw geloof heeft u gered’.

Geloof hier niet enkel bedoeld als belijdenis met de lippen, maar bedoeld als act van overgave aan God. Fijne gevoelens in dit gebeuren zijn leuk, klinkt aanlokkelijk, maar in wezen zijn ze absoluut niet belangrijk. Het gaat er in ons gebed om met open handen (hart) voor God te staan, je innerlijk leeg makend, nederig, vol overgave. De kern van het christelijk gebed is dat Jezus dat in u doet, met u, door u. Het gelovig bewust zijn dat Jezus in ons bidt is dus van onschatbare waarde. Verenigd met Hem brengt Hij ons voor het aanschijn van de Vader.

Stilte (als het kan dagelijks langdurige stilte) zal je leiden in de woestijn van de ontmoeting. In de stilte, de dorheid, de leegte, zal God je vullen met zijn liefde, zijn licht, zijn vrede. In deze liefde zal Hij je leren af te sterven aan je oppervlakkig ik om je ware ik te vinden in Hem; je geschapen zijn naar zijn beeld en gelijkenis.

Begrijp dus dat dit gebeuren zich niet afspeelt op het niveau van je gevoelens, maar wel in de kern van je ziel waar God je omvorming in Hem wil bewerkstelligen.

Laat ons, naar de woorden van Clara van Assisi, niet zozeer bidden als wel gebed worden…

Oh zalig de armen van geest.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
neem ons op in U en breng ons voor het aanschijn van de Vader, opdat wij met U in de liefde van de Geest mee mogen tafelen aan de maaltijd van het leven. Geef dat wij zo deze dag mogen doorgaan; in U biddend, onze taken verrichtend, de anderen ontmoetend.
Trek ons Heer in U.
Amen.