Lezingen van de dag- maandag 16 nov. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Margareta van Schotland (+ 1093)220px-StMargareth_edinburgh_castle2

Margareta van Schotland, Edinborough, Schotland; koningin, stichteres & weduwe; † 1093

Margareta was de dochter van de Engelse koning Edward Atheling en de Hongaarse prinses Agatha. Zij werd in Hongarije geboren, omdat haar ouders door de Noormannen verdreven waren: 1046. Onder haar grootvader, de latere heilige koning Edward de Belijder († 1066), verhuisde de koninklijke familie weer naar Engeland. Daar leefde ze in betrekkelijke rust tot 1066, toen Edward de Slag bij Hastings verloor. Weer moest de koninklijke familie vluchten.

Nu belandde Margareta in Schotland, en maakte daar kennis met de rauwe vorst, Malcolm III. Deze raakte volkomen vertederd van de jonge prinses. We horen van dat moment niets meer over de vrouw met wie hij tot dat moment getrouwd was. Margareta nam volledig bezit van zijn leven: “Hij kwam steeds prompt tegemoet aan al haar wensen en verstandige adviezen; wat haar niet aanstond, stond hem niet aan; waar zij van hield, daar hield hij ook van, puur uit liefde voor haar.” Aldus haar biechtvader Prior Turgot van Durham. Van dat ogenblik af was het dus uit met het platbranden van kerken en kloosters: daar was Malcolm namelijk mee bezig op het moment dat hij zijn jonge bruid leerde kennen. Zij was het liefste een klooster ingegaan, maar nu ze eenmaal op deze plek zat, zorgde ze ervoor dat er nieuwe kerken werden gebouwd, kloosters gesticht en scholen opgericht. Zij was een royaal weldoenster voor de armen. En zij droeg persoonlijk zorg voor de christelijke opvoeding van haar kinderen, daarin bijgestaan door haar geestelijke leidsmannen, de reeds genoemde Turgot en Lanfranc († 1089; feest 28 mei), de aartsbisschop van Canterbury.
Tot haar belangrijkste stichting behoort het klooster van Dunfermline, de plaats waar zij als vluchteling landde en waar Malcolm toen juist de kerk had verwoest. Voor zichzelf richtte zij in haar koninklijk verblijf een soort kloostercel in – deze is onlangs teruggevonden bij opgravingswerkzaamheden. Daar moet zij vol overgave geschreven hebben aan haar persoonlijke Evangelieboek; het wordt tot op de dag van vandaag bewaard in de Bodleian-bibliotheek te Oxford.

Zij stierf op het moment dat één van haar zoons, Edgar, haar het verschrikkelijke nieuws kwam melden dat haar man en haar oudste zoon waren omgekomen in één van de vele slagen die zij te leveren hadden.

Haar reliekschrijn werd opgesteld in ‘haar’ kloosterkerk te Dunfermline. Er begonnen wonderen te geschieden; men zag een licht dwalen rond haar grafmonument; soms waren het vonken. Men meende dat de heilige op deze manier te kennen gaf dat ze graag als heilige vereerd wilde worden. Paus Innocentius IV († 1254) verklaarde haar tenslotte officieel heilig in 1251. Haar schrijn werd voorwerp van grote verering.
Tijdens de troebelen van de Reformatie (halverwege de 16e eeuw) wist de laatste abt van Dunfermline haar stoffelijke resten in veiligheid te brengen. Ze werden naar Frankrijk gesmokkeld, maar daar gingen ze verloren tijdens de Franse Revolutie (1789-1792).
De plaats waar Margareta in Schotland aan land kwam, staat nog steeds bekend als St-Margaret’s Hope. Lange tijd bezat het kasteel van Edinborough een St- Margaret’s Tower en -Gate. Aan de voet van de rots is er nog steeds een bron naar haar genoemd. Volgens de overlevering zou zij die hebben doen ontspringen bij haar aankomst in Schotland.

Zij is patrones van Schotland.
Zij wordt afgebeeld in koninklijke kledij, vaak met een kroon aan haar voeten; soms ook in kloosterkleding met armen en zieken om zich heen. Op bijgaande afbeelding uit de vorige eeuw is zij te zien als vorstin omringd door bedelaars en armen die door haar worden gevoed en welgedaan.
London heeft een (neo-)gotische Margaretakerk, gelegen vlak achter de parlementsgebouwen.

MAANDAG IN WEEK 33 DOOR HET JAAR


Uit het eerste boek Makkabeeën 1, 10-15 + 41-43 + 54-57 + 62-64

In de tweede eeuw voor Christus, onder koning Antiochus, werden de Israëlieten zwaar beproefd. Met geweld werd hun een andere godsdienst opgedrongen. Toch bleven ze standhouden en wilden liever sterven dan het Verbond te schenden.

In die tijd kwam uit het geslacht van Alexander een slecht mens voort: Antiochus Epifanes, de zoon van koning Antiochus, die gijzelaar geweest was in Rome. Hij werd koning in het jaar 137 van de Griekse overheersing.
In die tijd begon zich in Israël een groep afvalligen te roeren die de wet niet meer wilde navolgen, en zij kregen veel aanhangers. Ze zeiden: ‘Kom, laten we een verdrag sluiten met de volken om ons heen, want vanaf het moment dat we ons van hen hebben afgescheiden is ons veel ellende overkomen.’
Hun woorden werden met instemming begroet, en enkelen uit het volk verklaarden zich bereid naar de koning te gaan. Deze gaf hun toestemming vreemde wetten en gebruiken in te voeren.
Zo bouwden zij in Jeruzalem een sportschool zoals dat bij de heidense volken gebruikelijk was en lieten zij zich weer een voorhuid maken. Zij hielden zich verre van het heilige verbond, vermengden zich met de heidenen en gaven zich over aan kwalijke praktijken.
Toen gelastte de koning per brief zijn hele rijk om één volk te vormen en de eigen gebruiken op te geven. En alle volken voegden zich naar het woord van de koning. Zelfs veel Israëlieten gingen over tot zijn godsdienst, offerden aan afgodsbeelden en ontwijdden de sabbat.
Op 15 kislew van het jaar 145 liet de koning een verwoestende gruwel op het altaar bouwen en in de andere steden van Judea liet hij altaren neerzetten. Voor de huisdeuren en op straat werd wierook gebrand. Werden er wetsrollen gevonden, dan werden deze verscheurd en verbrand. Wie in het bezit van zo’n verbondsrol bleek te zijn of volgens de wet leefde, werd op last van de koning ter dood gebracht.
Toch vonden velen in Israël de kracht zich te verzetten en geen onrein vlees te eten. Zij stierven nog liever dan dat zij zich door voedsel zouden verontreinigen en het heilige Verbond zouden schenden, en ze werden dan ook ter dood gebracht.
De toorn drukte zwaar op Israël.

 

Psalm 119, 53 + 61 + 134 + 150 + 155 + 158

Refr.: Heer, wees ons allen barmhartig.

Ik ben ontzet over de zondaars
die uw wet verlaten.SS_Trinita

Al zetten rondom mij zondaars hun strikken,
uw wet vergeet ik niet.

Verlos mij van de onderdrukking van mensen,
en ik zal mij houden aan uw regels.

Mijn sluwe vervolgers zijn nabij,
ver zijn ze afgeweken van uw wet.

Redding blijft ver van de zondaars,
want uw wetten zoeken ze niet.

Ik zie de afvalligen en weerzin vervult mij,
want zij houden zich niet aan uw woord.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 18, 35-43

Het was hard voor de leerlingen wat Jezus hen in uitzicht stelde. Zij konden het nauwelijks geloven. Jezus antwoordt met de genezing van een blinde bedelaar. Met hem horen wij de leerlingen en ook onszelf zeggen: ‘Heer, zorg dat ik weer kan zien’. Ook wij hebben geloof en overgave nodig om te begrijpen en te doen wat de Heer van ons vraagt.

Toen Jezus in de buurt van Jericho kwam, zat er langs de weg een blinde te bedelen. Toen de blinde een menigte voorbij hoorde komen, vroeg hij wat er gaande was. Ze zeiden tegen hem: ‘Jezus uit Nazaret komt voorbij.’
Daarop riep de blinde: ‘Jezus, zoon van David, heb medelijden met mij!’
Degenen die voorop liepen, snauwden hem toe dat hij moest zwijgen, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’
Jezus bleef staan en zei dat men de blinde bij Hem moest brengen. Toen deze voor Hem stond, vroeg Hij hem: ‘Wat wilt u dat Ik voor u doe?’
De blinde antwoordde: ‘Heer, zorg dat ik weer kan zien.’
Jezus zei: ‘Zie weer! Uw geloof heeft u gered.’
Onmiddellijk kon hij weer zien en hij volgde Hem terwijl hij God loofde.
Alle mensen die getuige waren geweest van dit voorval brachten hulde aan God.

Van Woord naar leven

Een blinde bedelaar langs de kant van de weg…
Heel waarschijnlijk bedelde de man omdat hij blind was, omdat hij door zijn blindheid niet kon werken.
Toen hij hoorde dat Jezus in zijn buurt kwam begon hij te roepen: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’, waarop Jezus hem bij Hem liet brengen.
De blinde man bedelde dus niet enkel voor geld of eten, maar hij bedelde ook voor genezing, en wel genezing door Jezus. Hij geloofde dat Jezus dit zou kunnen, en naar dit gebeuren verlangde hij ten diepste, bedelde hij met heel zijn zijn.
We lezen dan dat Jezus hem genas van zijn blindheid, dat hij Hem volgde, dat hij God lof bracht, en dat allen die getuige waren van het voorval God hulde brachten. Mooi verhaal.

De meeste van ons bedelen waarschijnlijk niet echt om voedsel. Hoewel… ga eens kijken naar de dagelijkse voedselbanken in onze grootsteden: lange rijen !!
Maar wat wel zeker is dat ieder van ons bedelt naar genezing van zijn innerlijke blindheid. Want wij allen dragen het verlangen in ons diep in onze ziel voor het aangezicht van de Allerhoogste te staan, om van Hem te ontvangen, om vanuit Hem te bidden, te leven.

Daarom is het goed voortdurend wakker te zijn in onze oren; oor hebbend voor de momenten dat Jezus langskomt. Want langskomen doet Hij, meer dan we denken. Daarom niet altijd in de hoedanigheid dan dat wij het zouden willen, maar langskomen doet Hij.
Dat langskomen kan zich manifesteren in momenten waarop je uitgenodigd wordt te vergeven, verzoening te brengen, trouw te zijn, je plicht doen, te zwijgen, te spreken, geduld te hebben,… Maar ook in de armen, in het broze, in het gekwetste komt Jezus op een bijzondere manier langs. En niet te vergeten: de Kerk, haar sacramenten, het Woord uit de Bijbel,… allemaal wegen waarlangs de Heer naar ons toe komt.

Op al die momenten ons hart naar Hem richten, met de ziel van een bedelaar… dat brengt genezing voor onszelf, én Vrede op de plek waar we op die moment zijn. Want net zoals de bedelaar uit het evangelie zullen we vanuit onze genezing Jezus gaan volgen, volgeling worden van Hem. Dat wil zeggen: leerling worden van Hem, bij Hem in de leerschool gaan, leren wat het betekent ‘liefhebben’, beminnen vanuit zijn inwoning in ons.

En laten we in dit alles nooit vergeten om God voortdurend lof te brengen, zoals de bedelaar dat ook deed na zijn genezing. God lof brengen wil zeggen: Hem danken; danken omdat Hij er is, omdat Hij geneest, omdat Hij gemeenschap schept, omdat Hij de ziel van dit alles is.
God lof brengen is leven met de stille innerlijke glimlach gelovend en wetend dat God de mensheid bemint.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,1303HolyWeek
voortdurend komt Gij langs in ons leven, klopt Gij aan de deur van ons hart. Maak ons ontvankelijk voor uw komen, open ons hart voor U en trek ons in het vuur van uw liefde. Geef dat wij zo in Gods wil mogen staan, drinkend van Hem, levend van Hem. Kom Heer Jezus, neem ons op in U, maak ons tot instrumenten van uw liefde. Kom heilige Geest. Amen.