Lezingen van de dag – maandag 17 aug. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Hyacinthus van Polen († 1257)220px-Friesach_-_Dominikanerkirche_-_Hochaltar_-_Hl_Hyazinth

Krakow, Polen; kloosterling en geloofsverkondiger

Hij werd in 1183 bij de Poolse plaats Opole geboren. Samen met zijn drie jaar oudere broer Sint Ceslaus kreeg hij zijn opleiding bij zijn oom Yvo, die kanunnik was in Krakow. Dat deed de man zo goed dat de twee al gauw bekend stonden als het ‘slimme, heilige stel’. Toen Yvo tot bisschop was gekozen van Krakow, reisde hij naar Rome en nam daarbij zijn veelbelovende neefjes mee. Daar maakten de twee jongens kennis met Sint Dominicus. Ze waren zo van hem onder de indruk dat ze toestemming vroegen om te mogen intreden in de zojuist door gestichte orde der predikheren (Dominicanen). Het was Dominicus zelf die hen na hun noviciaat terugstuurde naar hun vaderland om er het evangelie te verkondigen en vaste voet te geven.

Hyacinthus stichtte een aantal dominicaanse kloosters in Polen. Maar zijn belangrijkste werk bestaat erin dat hij vijfendertig jaar lang in de wijde omgeving heeft rondgezworven om het evangelie bij de mensen te brengen; in westelijke richting doorkruiste hij Polen, Pommeren, Pruisen en Skandinavië; en in oostelijke richting Rusland, de Oekraïne en Tartarije. Op zijn laatste rondtocht schijnt hij zelfs doorgedrongen te zijn tot in Tibet totdat hij tenslotte voor de Chinese muur stond! Hij had een diepe devotie voor Maria. Toen de stad Kiev onder de voet gelopen dreigde te worden door de Tartaren, droeg hij plechtig een Mariabeeld door de rangen van de agressor. Er gebeurde niets… Hij stierf uiteindelijk in Krakow op 15 augustus 1257.

Hij wordt vereerd als de belangrijkste patroonheilige van Polen. Hij wordt afgebeeld met monstrans en Madonnabeeld in de hand.

MAANDAG IN WEEK 20 DOOR HET JAAR


Uit het boek Rechters 2, 1-11

Zelfs in het beloofde land is de geschiedenis van Israël een geschiedenis van trouw en ontrouw. Om het weer tot inkeer te brengen gaf de Heer rechters aan zijn volk. Maar ook zijn rechters gaf het volk geen gehoor. Toch bleven de rechters geregeld ten beste spreken voor het volk.

De Israëlieten begonnen te doen wat slecht is in de ogen van de Heer: ze gingen de Baäls dienen. Ze keerden de Heer de rug toe, de God van hun voorouders, die hen uit Egypte had geleid, en begonnen achter andere goden aan te lopen die werden vereerd door de volken waartussen ze woonden. Door voor die vreemde goden te buigen krenkten ze de Heer. Ze keerden Hem de rug toe om Baäl en de Astartes te dienen.
Toen ontstak de Heer in woede tegen de Israëlieten. Hij leverde hen uit aan roversbenden en aan de hen omringende vijanden, zodat ze daartegen geen stand meer hielden. Telkens als ze iets tegen hun vijanden ondernamen, werkte de Heer hen tegen, zoals Hij hun gezegd en gezworen had. Steeds weer kregen de Israëlieten het zwaar te verduren.
Dan liet de Heer een rechter optreden om het volk te leiden en het te bevrijden van de roversbenden. Maar ook naar hun rechters luisterden ze niet; ze gaven zich af met andere goden en bogen zich voor hen neer. Binnen de kortste keren dwaalden ze weer af van de weg die hun voorouders waren gegaan: die hadden de geboden van de Heer gehoorzaamd, maar zij niet.
Steeds wanneer de Heer een rechter liet optreden, stond Hij die bij. Want wanneer het volk zuchtte onder het juk van onderdrukkers, kreeg de Heer medelijden en verloste Hij hen van hun vijanden zolang die rechter leefde. Maar wanneer de rechter dan stierf, verviel het volk van kwaad tot erger. Meer nog dan hun voorouders liepen ze achter andere goden aan om die te dienen en bogen ze zich voor hen neer. Ze weigerden hardnekkig hun kwalijke praktijken op te geven.

 

Psalm 106, 34 + 35 + 36 + 37 + 39 + 40 + 43 + 44

Refr.: De Heer komt ons bevrijden.

Zij roeiden de volken niet uit
die de Heer hun had aangewezen,
vermengden zich zelfs met hen
en spiegelden zich aan hun daden, trinitheo
vereerden hun godenbeelden
en raakten verstrikt in hun netten.

Zij brachten hun zonen en dochters
ten offer aan de demonen.
Zij werden onrein door hun daden,
overspelig was hun gedrag.
Toen ontstak de Heer in toorn,
Hij gruwde van zijn volk, zijn liefste bezit.

Vele malen kwam Hij hen bevrijden,
maar zij volhardden in opstandig gedrag
en zonken weg door eigen schuld.
Toch zag Hij naar hen om,
telkens als Hij hen hoorde klagen in hun nood.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 19, 16-22

God is een jaloerse God, lezen wij zo dikwijls in het Oude Testament. Christus eist nog meer. Hij kan geen vrede vinden met een halve inzet. Hij verlangt dat wij Hem totaal volgen. Dit wordt sprekend geïllustreerd door het verhaal van de rijke jongeling.

Er kwam iemand naar Jezus toe met de vraag: ‘Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’
Hij antwoordde: ‘Waarom vraag je me naar het goede? Er is er maar één die goed is. Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden.’
‘Welke?’ vroeg hij.
‘Deze’, antwoordde Jezus, ‘pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.’
De jongeman zei: ‘Daar houd ik me aan. Wat kan ik nog meer doen?’
Jezus antwoordde hem: ‘Als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg Mij.’
Na dit antwoord ging de jongeman terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.

Van Woord naar leven

We mogen ervan uitgaan die die jongeman uit het evangelie een door en door goede mens was.
Hij leefde de aloude geboden na: hij loog niet, eerde zijn ouders, moordde niet, ging niet vreemd, kortom hij had God en zijn naaste lief als hemzelf. Prijzenswaardig! Hij leefde goed en oprecht.

En toch vraagt Jezus er nog iets bij: ‘Als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij.’
Is dat wel redelijk van Jezus? Moet dat nu echt? Nu komt Hij eens iemand tegen die werkelijk goed leeft, en dan die eis…

Er staat wat er staat, en het Woord willen we beminnen.

Moeten we dat letterlijk nemen… namelijk alles verkopen wat we bezitten en de opbrengst ervan aan de armen geven…
Wel, ja, we mogen dat letterljk nemen. Al te snel willen we immers bepaalde uitspraken van Jezus zogenaamd ‘spiritualiseren’. We moeten er de diepere zin van verstaan… zo zeggen we dan. En zo trachten we de uitspraken van Jezus in ons leventje te passen…

Voorstel: we lezen het letterlijk.
Vraag is dan: moeten we nu meteen al onze goederen verkopen en het geld aan de armen geven ?
Ik denk dat we veel van wat we hebben inderdaad van de hand kunnen doen. Veel van wat ons bezit is hebben we niet écht nodig, integendeel. Veel van wat we hebben trekt ons weg van het ‘volgen van de Heer’.
Als we eens kijken naar onze bezittingen, dan zit daar voor velen van ons veel overtolligs bij.
Dikwijls zijn het dingen waar de wereld niet beter van wordt, dingen die we zogenaamd nodig hebben maar in werkelijkheid dienen ze om ons ego te voeden. Al snel noemen we dat ‘hobby’, of ‘ontspanning’ waar we toch zogenaamd recht op hebben…

Een hobby beoefenen, zich ontspannen,… zijn op zich geen slechte zaken.
Maar vraag is: beleven we ze zo dat ze geen belemmering vorm en wat het volgen van de Heer betreft?
Kan dat geld dat we erin steken misschien niet beter besteed worden ?

We zouden al een hele stap zetten moesten we al onze goederen zien als ‘geleend’ van God. Op die manier eigenen we ze ons niet toe, maar gebruiken we ze voor de opbouw van het Rijk Gods.
We kopen geen auto meer om hem te verafgoden, maar gebruiken hem waar hij nodig is en als het kan ten dienste van.
We hebben een tv om die programma’s te zien die onze ziel voedt, en niet die vele programma’s die onze geest afstompen.
We hebben een pc om mee te werken, om de wereld op een verstandige wijze in de huiskamer welkom te heten, om hem op een wijze manier te gebruiken…
We hebben een spaarrekening niet enkel om geld op te potten voor onszelf of onze kinderen, maar om overschotten te delen met hen die het nodig hebben.

En zo kunnen we verder gaan.

Vraag is: wat doen we met die uitspraak van Jezus die ook aan ons adres gericht is ?
Gaan we zoals de jongeman teneergeslagen heen, of gaan we delen ?
Gaan we desnoods dingen verkopen, en het geld aan de armen geven… zoals Jezus vraagt.

Moeten we alles verkopen of weggeven ? Francicus van Assisi deed het…
Dus laat ons nooit zeggen dat het onmogelijk is.

Wat zeker is: wanneer we kiezen voor het Rijk Gods, kiezen we om vrij te zijn voor God en medemens. Dan komen we los van krampachtige bezitterigheid. En dan delen we… en leven we evangelisch.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,VA glass bord
Leer ons te delen met hen die minder hebben.
Leer ons die dingen van de hand te doen
die een belemmering vormen U te volgen.
Leer ons sober te leven,
als een wijze van christelijk aanwezig zijn in deze wereld.
Amen.