Lezingen van de dag – maandag 17 juli 2017


Heilige (of feest) van de dag

Marina van Bithynië († 508)

Marina (ook Maria of Maremjana; alias Marinus) van Bithynië, Syrië; kloosterlinge

Volgens de legende zou haar moeder bij Marina’s geboorte gestorven zijn. De vader, Eugenius, vertrouwde het kind toe aan de familie en werd zelf monnik in een klooster. Maar na een aantal jaren werden zijn vadergevoelens zo sterk, dat hij er steeds slechter uit begon te zien. Vader abt vroeg hem wat er aan scheelde. Hij antwoordde dat hij zijn zoontje bij familie had achtergelaten en dat hij het kind zo miste. De abt opperde toen dat hij het kind hier in het klooster bij zich zou nemen. Vol vreugde haalde hij Marina op, knipte haar haren af, deed het jongenskleren aan en veranderde haar naam in Marinus.

Toen zij zeventien jaar was geworden stierf haar vader en Marinus zette onveranderd zijn levenswijze voort. Hij bleek zo’n toegewijde monnik dat vader abt hem ook taken buiten het klooster toevertrouwde. Omdat het klooster dichtbij een zeehaven lag, werd hij er vaak met de ossenwagen op uit gestuurd om inkopen te doen voor de kloostergemeenschap. Maar op een morgen lag er voor de kloosterpoort een pasgeboren baby met een kaartje eraan dat broeder Marinus er de vader van was. Marinus nam de schuld op zich en moest bij wijze van boetedoening buiten de poort in een schamele hut het kind opvoeden. Daar was hij blootgesteld aan de beschimpingen van de mensen binnen en buiten het klooster. Toen eindelijk de tijd van boete voorbij was, mocht broeder Marinus weer binnenkomen. Kort daarop stierf hij.

Bij het afleggen van het lijk ontdekte men de waarheid die nog eens bevestigd werd doordat de moeder van de baby kwam zeggen dat zij de broeder ontzaglijk onrecht had aangedaan, omdat zij hem vals had beschuldigd. Ieder stond versteld van de nederige heiligheid van deze markante vrouw.

Op 17 juli van het jaar 1230 werden haar relieken overgebracht van Constantinopel naar Venetië in 1230.

maandag in week 15 door het jaar


Uit het boek Exodus 1, 8-14 + 22

Toen men Jozef in Egypte vergeten was, groeide het volk van Israël aldaar zodanig in aantal dat de Egyptenaren er een bedreiging in zagen. De hevigste onderdrukking, tot zelfs systematische moord, moest het volk ondergaan. Maar het bleef groeien in aantal. Want God was met zijn volk zoals met alle zwakken en kleinen.

Er kwam in Egypte een nieuwe koning aan de macht, die Jozef niet gekend had. Hij zei tegen zijn volk: ‘De Israëlieten zijn te sterk voor ons en te talrijk. Laten we verstandig handelen en voorkomen dat dit volk nog groter wordt. Want stel dat er oorlog uitbreekt en zij zich aansluiten bij onze vijanden, de strijd tegen ons aanbinden en uit het land wegtrekken!’
Er werden slavendrijvers aangesteld die de Israëlieten tot zware arbeid dwongen. Ze moesten voor de farao de voorraadsteden Pitom en Raämses bouwen. Maar hoe meer de Israëlieten onderdrukt werden, des te talrijker werden ze. Ze breidden zich zo sterk uit dat de Egyptenaren een afkeer van hen kregen. Daarom beulden ze hen af en maakten ze hun het leven ondraaglijk met zwaar werk: ze moesten stenen maken van klei en op het land werken, en ze werden voortdurend mishandeld.
Toen gaf de farao aan heel zijn volk het bevel om alle Hebreeuwse jongens die geboren werden in de Nijl te gooien; de meisjes mochten in leven blijven.

 

Psalm 124, 1-8

Refr.: Onze hulp is de naam van de Heer.

Was de Heer niet voor ons geweest,
Israël, blijf het herhalen –
was de Heer niet voor ons geweest
toen de mensen zich tegen ons keerden,
ze hadden ons levend verslonden,
zo hevig was hun woede.

Dan had het water ons meegesleurd,
de stroom ons overspoeld,
wij zouden zijn overspoeld
door het ziedende water.
Geprezen de Heer,
die ons niet ten prooi gaf aan hun tanden.

Wij zijn als een vogel ontsnapt
uit het net van de vogelvangers,
het net is gescheurd en wij,
wij zijn ontkomen.
Onze hulp is de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 10, 34 – 11, 1

Wie Christus wil volgen, moet tot alles bereid zijn. Niets mag hij verkiezen boven de Heer, zelfs niet familie of eigen leven. Wie dit aandurft, komt tot het ware leven. Dit is het geheim van het kruis. Wie zo’n volgeling van Christus opneemt, neem Christus zelf op.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Denk niet dat Ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.
Want Ik kom een wig drijven tussen een man en zijn vader, tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; de vijanden van de mensen zijn hun eigen huisgenoten!
Wie meer van zijn vader of moeder houdt dan van mij, is mij niet waard, en wie meer houdt van zijn zoon of dochter dan van mij, is mij niet waard.
Wie niet zijn kruis op zich neemt en mij volgt, is mij niet waard.
Wie zijn leven probeert te behouden zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden.
Wie jullie ontvangt ontvangt mij, en wie mij ontvangt ontvangt Hem die mij gezonden heeft.
Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden.
En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.’
Toen Jezus uitgesproken was en de twaalf leerlingen zijn opdrachten had gegeven, trok Hij weer verder om in hun steden onderricht te geven en er het goede nieuws te verkondigen.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Denk niet dat Ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.’

Men zou dit evangelievers kunnen gebruiken om gewapenderhand ten strijde te trekken tegen al degenen die het christendom niet naleven zoals jij en je gezinden vinden dat dat moet gebeuren. Dit zou een vergissing zijn met catastrofale gevolgen voor jezelf, je gezinden en de mensen die je leed aandoet.

Vandaag de dag zien we deze vergissing bij de IS-strijders of de Boko-Haram die menen vanuit een zeker islamitisch denken te moeten doden tenzij mensen zich bekeren tot ‘hun’ islam. Dit heeft natuurlijk niets met islam of koran te maken, integendeel, het is één grote manifestatie van het kwaad.

Religie en geweld zijn niet en nooit te verenigen. Dat geldt zowel voor het christendom als voor de islam als voor het jodendom. Wie hier tegen zondigt doet aan pure godslaster. In het verleden heeft men hier zich meermaals aan bezondigd, vanuit zowat alle geloofstradities. En vandaag zien we dit weer gebeuren. Erg !!!

Jezus roept vandaag niet op je wapens op te nemen, toch geen letterlijke wapens zoals zwaarden of geweren. Hij roept op het geloofswapen bij uitstek op te nemen, namelijk de liefde. Hij roept op te kiezen voor God, trouw met alle consequenties dat dat met zich meebrengt, maar altijd zich laten vullend door Gods liefde. Dat wil zeggen altijd bereid zijn te vergeven (7 x 70 maal, weet je wel), je linkerwang aan te bieden als men je op de rechterwang slaat, te bidden voor hen die je vervolgen, hen zegenen die je vervloeken, enzomeer. Wie vertrouwt is met het Nieuwe Testament kent de Blijde Boodschap.

Het mag duidelijk zijn dat het ‘blijde’ van deze boodschap geen romantiek is, geen oppervlakkig emotioneel gedoe. Het gaat hier over ‘kruis-liefde’ met zijn diepe cosequenties. En deze laatste kunnen zeer vergaand zijn. Kijk naar de weg die Jezus zelf gegaan is, of is moeten gaan.
Maar kijk ook verder… Kijk wat het gevolg is van de weg van het kruis.
De opstanding… ja, de verrijzenis. Niet enkel het Pasen van de Heer, maar ook het Pasen van hen die bereid zijn Jezus te volgen, niet enkel tot onder het kruis, maar tot op het kruis.

Kan je dit geloven ? Durf je deze weg aan ? Ben je bereid je eigen leven te geven omwille van de Heer ?

Lieve mensen, laat ons liefhebben; liefhebben zoals de Heer heeft liefgehad, zoals Hij u vandaag liefheeft.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
leer ons liefhebben, leer ons beminnen tot het uiterste, met alle consequenties dat dat mogelijk met zich meebrengt. Geef dat wij dan bij U mogen zijn zoals Gij bij ons zijt, opdat wij deze weg mogen gaan verenigd met U, drinkend van uw genade, ons verlatend op uw aanwezigheid. Heer, beziel ons met uw heilige Geest, en doe ons in U leven. Altijd, overal, in alle omstandigheden.
Amen.