Lezingen van de dag – maandag 18 juli 2016


Heilige (of feest) van de dag

Frederik van Utrecht († 838)220px-Frederik_van_Utrecht

Frederik (ook Fredericus) van Utrecht, Nederland; bisschop & martelaar

Hij was van Friese adel; naar men zegt was hij een kleinzoon van de Friese koning Radboud. Zijn ouders zagen het liefste dat hij later geestelijke zou worden. Daarom stuurden ze hem naar de kloosterschool van Utrecht. Op dat moment was Rixfried daar bisschop. Deze overleed juist op het moment dat keizer Lodewijk de Vrome in het land was. Hij wees Frederik als nieuwe bisschop aan. Dat moet rond 826 geweest zijn.

Frederik staat te boek als een geleerd man. Hij was o.a. bevriend met de grote Rhabanus Maurus, abt van het door Bonifatius gestichte klooster Fulda en bisschop van Mainz († 856; feest 4 februari). Wellicht is deze vriendschap ontstaan tijdens het concilie van Mainz in 829, waarop ze allebei aanwezig waren.

Hij preekte vooral op Walcheren.

Een latere legende vertelt, hoe Frederik tenslotte aan zijn einde kwam. Eens werd hij door keizer Lodewijk de Vrome op een feestmaaltijd uitgenodigd. Bij die gelegenheid bracht de keizer een paar misstanden ter sprake die er bij de bewoners van het Zeeuwse eiland Walcheren heersten. Hij drong er bij hem op aan hen desnoods met geweld in te peperen dat ze niet mochten trouwen met naaste bloedverwanten. De bijbel verbood het immers.

Intussen had bisschop Frederik met verbazing gezien hoeveel vorken de keizer aan tafel gebruikte. Hij zei: “Majesteit, als u een vis eet, begint u dan bij de kop of bij de staart?” Verbaasd antwoordde Lodewijk: “Bij de kop natuurlijk, daar zit immers het meeste merg.” “Heel juist, zei de nieuwe bisschop, en daarom begin ik ook bij de kop, dus bij uzelf. Want u maakt u zelf schuldig aan bloedschande met vrouwe Judith. Zij is immers een bloedverwante van u!”

Terwijl Frederik op Walcheren over Gods wetten preekte, zon vrouwe Judith op wraak. Ze huurde twee moordenaars die hem om het leven brachten. Hij werd bijgezet in de crypte van de Sint-Salvatorkerk te Utrecht.

Hij wordt als martelaar vereerd.

Jaarlijks wordt op de derde zondag van juli in Vlierzele (Vlaanderen) een processie gehouden ter ere van hem.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen doofheid.

Hij wordt afgebeeld als bisschop (met tabberd, mijter en staf); twee zwaarden in de borst; twee moordenaars die hem slaan, waarbij de ingewanden uit een gapende wonde naar buiten komen.

Bron: Heiligen.net

maandag in week 16 door het jaarbijbel


Uit de profeet Micha 6, 1-4 + 6-8

Onder de vorm van een rechtsgeding roept de profeet Micha zijn volk op om zich te houden aan het recht en zich ootmoedig te gedragen tegenover God. Hij gaat de voornaamste fasen uit de heilsgeschiedenis na om hen eraan te herinneren wat God voor hen allemaal heeft gedaan. Wij weten wel wat goed is. De zaak is, het nu ook te doen.

Hoor toch wat de Heer zegt! Sta op, laat de bergen uw rechtsgeding horen, laat de heuvels getuige zijn. Luister, bergen, naar het pleidooi van de Heer ,hoor toe, onwrikbare fundamenten van de aarde. De Heer heeft een geschil met zijn volk, Hij klaagt Israël aan: ‘Mijn volk, wat heb Ik je misdaan? Waarmee heb ik je gekweld? Antwoord mij! Ik heb je weggeleid, bevrijd uit de slavernij in Egypte. Ik zond Mozes, Aäron en Mirjamom jullie voor te gaan.
‘Wat kan ik de Heer aanbieden, waarmee hulde brengen aan de verheven God? Moet ik Hem tegemoet treden met brandoffers, zou Hij eenjarige stieren aanvaarden? Kan ik Hem gunstig stemmen met duizenden rammen, met olie, stromend in tienduizend beken? Moet ik mijn oudste kind geven voor wat ik heb misdaan, de vrucht van mijn schoot voor mijn zondig leven?’
Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de Heer van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God.


Psalm 50, 5-6 + 8-9 + 16bc-17 + 21 + 23

Refr.: De hemel verkondigt Gods gerechtigheid.

Breng mijn getrouwen vóór mij,
die zich met offers aan mij verbinden.
De hemel verkondigt Gods gerechtigheid,
Hijzelf treedt op als rechter.

Ik klaag je niet aan om je offers,Drieeenheid_2
nooit dooft voor mij het offervuur.
Maar de stier uit je stal heb ik niet nodig,
noch de bokken uit je kooien.

Wat baat het dat je mijn geboden opzegt
en mijn verbond in de mond neemt ?
Je haat het als Ik je terechtwijs,
mijn woorden schuif je terzijde.

Zou Ik dan zwijgen bij wat je doet,
je denkt toch niet dat ik ben als jij ?
Ik klaag je aan, Ik som je wandaden op.

Wie een dankoffer brengt,
geeft mij alle eer,
wie zo zijn weg gaat,
zal zien dat God redt.


Uit het evangelie volgens Matteüs 12, 38-42

Zoals vele mensen vroegen ook de Farizeeën een teken van Christus’ zending. Hij geeft er geen tenzij het teken van zijn verrijzenis waarop Hij in bedekte termen een toespeling maakt aan de hand van Jona. Tegelijk prijst Hij diegenen die geloofden op een eenvoudig mensenwoord en zich niet verzetten zoals de Farzeeën.

Op zekere dag richtten enkele schriftgeleerden en Farizeeën enkele woorden tot Jezus: ‘Meester, we zouden graag een teken van U zien.’
Hij antwoordde: ‘Dit is een verdorven en trouweloze generatie. Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van de profeet Jona. Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven. Op de dag van het oordeel zullen de Ninevieten samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij hadden zich bekeerd na de prediking van Jona, en hier ziet u iemand die meer is dan Jona! Op de dag van het oordeel zal de koningin van het Zuiden samen met deze generatie opstaan en haar veroordelen; want zij was van het uiteinde van de aarde gekomen om te luisteren naar de wijsheid van Salomo, en hier ziet u iemand die meer is dan Salomo!’

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we bij psalm 50 :

“Ik klaag je niet aan om je offers,
nooit dooft voor mij het offervuur.
Maar de stier uit je stal heb ik niet nodig,
noch de bokken uit je kooien.

Wat baat het dat je mijn geboden opzegt
en mijn verbond in de mond neemt ?
Je haat het als Ik je terechtwijs,
mijn woorden schuif je terzijde.

Zou Ik dan zwijgen bij wat je doet,
je denkt toch niet dat Ik ben als jij ?
Ik klaag je aan, Ik som je wandaden op.

Wie een dankoffer brengt,
geeft mij alle eer,
wie zo zijn weg gaat,
zal zien dat God redt.”

God klaagt de mens niet aan om het offer dat hij zou brengen, wel om het verkeerde offer, én het scheinheilig offer.
Stieren, bokken, schapen, of welk dier ook, heeft Hij niet nodig. Het offer dat God van ons vraagt is het ‘dankoffer’, het offer van de liefde, dag na dag, kleine en grote blijken van liefde. Geen mooie woorden zonder daden. Nee, daden, heel concreet.

Wie deze weg gaat zal zien dat God redt, zo zegt de psalmist. En da’s waar, wie liefheeft ziet God aanwezig in de liefde. Hij zal ervaren dat hij maar ten diepste kan liefhebben wanneer hij zijn eigen hart in het Hart van God legt, om vanuit Hem lief te hebben. Hij zal in de medemens God ontmoeten die vraagt bemind te worden. Hij zal in zijn liefdesdaden God ervaren die zichzelf openbaart, onzichtbaar maar zeer reëel. Wijzelf mogen in onze daden van liefde Gods beeld zijn.
Wie leeft in God zal ervaren dat God ‘reddend’ aanwezig is.

Moge Jezus de grote bezieler zijn van onze liefde voor elkaar.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,8c2da01e89b7383cc1506148b331c343
het offer dat Gij van ons vraagt
is het offer van de liefde.
Leer ons te zijn als Gij:
één en al liefde,
voor ieder zonder onderscheid,
niet lauw maar ten volle.
Moge Jezus, uw Zoon en onze Broer,
het hart zijn van onze liefde,
moge Hij de bezieler zijn van ons leven,
levend voedsel voor ieder van ons
en allen die wij ontmoeten.
Amen.