Lezingen van de dag – maandag 18 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

Potentius van Steinfeld († 389)

Potentinus van Steinfeld, Duitsland; pelgrim met zijn beide zoons Felicius & Simplicius

Wat er over Potentinus bekend is, stamt uit een legende van de 9e eeuw. Hij zou afkomstig zijn uit de Franse landstreek Aquitanië, voortgekomen uit een adellijk geslacht. Op pelgrimstocht met zijn beide zoons Felicius en Simplicius ging hij langs bij zijn landgenoot bisschop Maximinus van Trier. Op diens voorstel gingen ze naar Karden aan de Moezel. Daar voegden zij zich bij de levensgemeenschap die rond de heilige priester Castor († ca 400; feest 13 februari) was ontstaan, en leidden tot hun dood een heilig en godgewijd leven als kluizenaars.

maandag in week 11 door het jaar


Uit het eerste boek Koningen 21, 1-16

Al is ze zeer oud, het is een zeer actuele geschiedenis die van koning Achab en de kleine man Nabot. Wanneer deze kleine man de grote koning net terwille is, laat hij hem uit de weg ruimen om zijn eigen voordeel te doen. De geschiedenis herhaalt zich dagelijks, wellicht ook in ons eigen leven.

De Jizreëliet Nabot had een wijngaard die grensde aan het paleis dat koning Achab van Samaria in Jizreël bezat.
‘Sta mij uw wijngaard af’, zei Achab tegen Nabot. ‘Hij ligt naast mijn paleis; ik kan hem goed gebruiken om er groente te verbouwen. Ik zal u er een betere wijngaard voor teruggeven, of ik zal u, als u dat liever hebt, de prijs ervan in zilver uitbetalen.’
Maar Nabot zei tegen Achab: ‘De Heer verhoede dat ik de grond die ik van mijn voorouders heb geërfd aan u zou afstaan.’
Achab ging terug naar zijn paleis, woedend en terneergeslagen omdat Nabot tegen hem had gezegd dat hij hem de grond die hij van zijn voorouders had geërfd niet zou afstaan. Hij ging op zijn rustbed liggen, met zijn gezicht naar de muur, en weigerde te eten.
Toen kwam zijn vrouw Izebel naar hem toe en vroeg: ‘Wat is er gebeurd, dat je zo mismoedig bent en niet eten wilt?’
‘Ik heb met de Jizreëliet Nabot gesproken’, antwoordde hij. ‘Ik heb hem gevraagd mij zijn wijngaard te verkopen. Of, als hij dat liever had, kon hij er een andere wijngaard voor terugkrijgen. Maar hij weigerde zijn wijngaard aan mij af te staan.’
Daarop zei Izebel: ‘Wat? Jij bent toch de koning van Israël? Sta op en eet wat, dat zal je goeddoen. Ik zal ervoor zorgen dat jij de wijngaard van Nabot krijgt.’
Uit naam van Achab schreef Izebel brieven, verzegelde die met het koninklijke zegel en stuurde ze naar de oudsten en aanzienlijksten in de stad waar Nabot woonde.
In die brieven stond het volgende: ‘Kondig een vastendag af en zet Nabot vooraan wanneer het volk samenkomt. Laat dan twee mannen die nergens voor terugdeinzen tegenover hem plaatsnemen en hem beschuldigen van godslastering en majesteitsschennis. Daarop moet u hem buiten de stad brengen en stenigen.’
Nabots stadsgenoten, de oudsten en aanzienlijksten van zijn woonplaats, deden wat Izebel hun had opgedragen in de brieven die ze had gestuurd.
Ze kondigden een vastendag af en lieten Nabot vooraan zitten toen het volk samenkwam.
Twee mannen namen tegenover hem plaats en beschuldigden hem ten overstaan van het volk van godslastering en majesteitsschennis. Daarop werd hij buiten de stad gebracht en gestenigd.
Ze stuurden Izebel bericht dat Nabot door steniging ter dood was gebracht.
Toen Izebel hoorde dat Nabot dood was, zei ze tegen Achab: ‘Je kunt de wijngaard die de Jizreëliet Nabot je weigerde te verkopen in bezit nemen, want Nabot leeft niet meer, hij is dood.’
Toen Achab hoorde dat Nabot dood was, ging hij naar Jizreël om de wijngaard van Nabot in bezit te nemen.

 

Psalm 5, 2 + 3 + 5 + 6 + 7

Refr.: Luister, Heer, naar mijn hulpgeroep.

Hoor mijn woorden, Heer,
sla acht op mijn klagen.

Luister naar mijn hulpgeroep,
mijn koning en mijn God,
tot U richt ik mijn bede.

U bent een God die zich niet verheugt in het kwaad,
bij U is de misdaad niet welkom.

Gewetenlozen houden geen stand
onder de blik van uw ogen.
U haat allen die onrecht doen.

Leugenaars richt U te gronde.
U verafschuwt, Heer,
wie bedriegt en bloed vergiet.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 38-42

Wij kennen allen de kernachtige uitdrukking van dit evangelie: als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe. Gewoonlijk doen wij dat niet, maar slaan terug, met alle gevolgen van dien.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.”
En Ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.
Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af.
En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op.
Geef aan wie iets van je vraagt, en keer je niet af van wie geld van je wil lenen.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.’

Voor alle duidelijkheid: dit is geen oproep om ongerechtigheid te laten passeren.

Het is een appèl om kwaad met goed, haat met liefde, te vergelden en zo menselijke verhoudingen te veranderen.
Liefde, hoe kwetsbaar ook, is de enige kracht waarmee kwaad kan overwonnen worden.

Jezus is deze weg gegaan, en wil deze weg opnieuw met ons gaan, dag na dag, Hij in ons, wij groeiend in Hem.

Laten we ons schenken aan Hem. Hij wacht op je.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
geef dat wij het kwade altijd mogen overwinnen door het goede. Leer ons, in U, te leven naar de liefde van het kruis.
Amen.