Lezingen van de dag – maandag 19 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Bonifatius Kloetink († 1260)

Bonifatius Kloetink (ook van Brussel, van Lausanne of van Ter Kameren), België; bisschop

Geboren rond 1181 te Brussel, werd hij opgevoed door de nonnen van de cisterciënzerinnenabdij Ter Kameren even ten zuiden van de stad. Zijn studies deed hij in Parijs. Kort na zijn priesterwijding in 1216 werd hij deken van de St-Goedelekerk in zijn geboortestad. Van 1222 tot 1229 doceerde hij theologie aan de universiteit van Parijs. Na een conflict met een aantal van zijn collega’s verhuisde hij naar Keulen en werd er verbonden aan de domkerk. In die functie had hij de verantwoording voor alle kapittelscholen in de stad.

Op 11 maart 1231 werd hij door paus Gregorius IX benoemd tot bisschop van de Zwisterse stad Lausanne. Hij staat te boek als een voorbeeldig bisschop, die niet alleen door prediking en onderricht, maar ook door zijn persoonlijk leven een inspiratie was voor de mensen die hem ontmoetten.

Hij raakte betrokken in de investituurstrijd en koos onvoorwaardelijk de zijde van de paus, toen deze keizer Frederik II in de kerkelijke ban deed. Daarop bracht de keizer een troepenmacht samen rond de muren van Lausanne, vastbesloten de bisschop te pakken te krijgen. Dat lukte hem inderdaad. Vastgebonden op een paard werd de heilige man de stad uitgeleid. Maar even buiten de stad deden enkele van zijn soldaten een moedige uitval, rukten het paard los en voerden het in allerijl weer terug in de stad. Zo werd de bisschop op haast wonderbaarlijke wijze bevrijd uit de handen van zijn vijand.

Herhaaldelijk had hij intussen de paus gesmeekt te mogen worden verlost van zijn zware ambt. De paus probeerde hem te bewegen een andere bisschopszetel aan te nemen, maar toen Bonifatius bleef weigeren, verleende hij hem op 15 juli 1239 toestemming om zich terug te trekken.

Daarop keerde hij naar zijn geliefde abdij van Ter Kameren terug. Wel verrichtte hij nog een aantal bisschoppelijke functies: zo wijdde hij kerken in in de bisdommen Luik en Utrecht.

In 1245 nam hij nog deel aan het concilie van Lyon. Een afwijkende lezing van de feiten zegt, dat hij op dat concilie werd afgezet en zich sindsdien terugtrok in Ter Kameren. Wellicht is dat logischer gezien de kerkwijdingen die hij nog verrichtte en het feit dat hij als bisschop op het concilie van 1245 aanwezig was.

In zijn nadagen leidde hij het leven van een kluizenaar. Volgens zeggen ontving hij visioenen en andere genadegaven in zijn gebed. Zo zou hem tijdens en ziekte de Heilige Maagd verschenen zijn samen met Johannes de Doper, die aan weerszijden van zijn bed plaatsnamen, in gezelschap van een grote schare heiligen en engelen.

Toen hij eens met kerstmis ziek op bed lag en daardoor niet in staat was om in de kerk aan het heilige officie deel te nemen, beklaagde hij zich daarover in zijn gebed bij de Heilige Maagd. Daarop verscheen hem de Heilige Maagd, toonde hem op haar arm het kindje, dat in doeken gewikkeld was en legde het op zijn bed, waarop het zijn armpjes naar het uitstrekte. Hij nam de doek weg die over het gezichtje van de baby lag en was verrukt over de schoonheid ervan. Sindsdien zei hij tegen zijn vrienden: “Als we in het hiernamaals niets anders zouden hebben te verwachten dan de zalige aanschouwing van Christus’ aangezicht, dan is dat alleen al de moeite waard om er alle pijn van de wereld voor over te hebben.”

Omringd door zijn broeders en zusters stierf Bonifatius op 19 februari 1260, het evangelieboek in de hand.

Zijn relieken bleven in Ter Kameren tot 1797. Pas in 1935 kwamen ze er weer terug.

maandag in de 1e week
van de 40-dagentijd


Uit het boek Leviticus 19, 1-2 + 11-18

‘Ik ben de Heer’ is hier van groot belang. Wij moeten de naastenliefde beoefenen, de genegenheid tot de mens dichtbij of veraf, omdat wij op die manier de Heer nabij zijn. De woorden van Mozes tonen dit aan op een praktische manier. De wil van God wordt heel concreet in ons dagelijks leven.

De Heer sprak tot Mozes:
‘Zeg tegen de gemeenschap van Israël: “Wees heilig, want Ik, de Heer, jullie God, ben heilig.
Steel niet, lieg niet en bedrieg je naaste niet.
Leg geen valse eed af als je bij mijn naam zweert, want daarmee ontwijd je de naam van je God. Ik ben de Heer.
Beroof niemand en pers een ander niet af. Betaal een dagloner zijn loon nog op dezelfde dag uit.
Spreek geen vloek uit over een dove en plaats geen obstakel voor de voeten van een blinde. Toon ontzag voor je God. Ik ben de Heer.
Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt. Trek onaanzienlijken niet voor en zie machthebbers niet naar de ogen. Spreek rechtvaardig recht over je naasten.
Breng het leven van een ander niet in gevaar door lasterpraat over hem rond te strooien. Ik ben de Heer.
Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren.
Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de Heer.’

 

Psalm 19, 8 + 9 + 10 + 15

Refr.: Uw woorden, Heer, zijn geest en leven.

De wet van de Heer is volmaakt:
levenskracht voor de mens.
De richtlijn van de Heer is betrouwbaar:
wijsheid voor de eenvoudige.

De bevelen van de Heer zijn eenduidig:
vreugde voor het hart.
Het gebod van de Heer is helder:
licht voor de ogen.

Het ontzag voor de Heer is zuiver,
houdt stand, voor altijd.
De voorschriften van de Heer zijn waarachtig,
rechtvaardig, geheel en al.

Laten de woorden van mijn mond U behagen,
de overpeinzingen van mijn hart U bekoren,
Heer, mijn rots, mijn verlosser.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 25, 31-46

Jezus geeft een visioen over het oordeel op de laatste dag. Dan zal enkel de manier waarop wij nu leven van belang zijn. Belangrijker is immers de houding tegenover de medemens, vooral dan tegenover de misdeelden. Want Jezus vereenzelvigt zich met hen.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal Hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon.
Dan zullen alle volken voor Hem worden samengebracht en zal Hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; de schapen zal Hij rechts van zich plaatsen, de bokken links.
Dan zal de Koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. Want Ik had honger en jullie gaven mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, Ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, Ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.”
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en opgenomen, U naakt gezien en gekleed? Wanneer hebben wij gezien dat U ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar U toe gekomen?”
En de Koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.”
Daarop zal Hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. Want Ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, Ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, Ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.”
Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor U gezorgd?”
En Hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.”
Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.’

Van Woord naar leven

Jezus leert ons vandaag dat wie Hem wilt ontmoeten niet te ver moet zoeken.
Hij vereenzelvigt zich namelijk met al wat dikwijls ‘uitgestoten’ wordt in deze wereld: degenen die honger en dorst hebben, de vreemdelingen, de naakten, de zieken, de gevangenen,… Wie hen opzoekt, wie zich over hen ontfermt, ontmoet de Heer. Zo eenvoudig is dat.
Zij zijn de bedelaars naar liefde. Door hen heen nodigt Jezus uit te beminnen. Wie hierop ingaat staat niet enkel in de liefde Gods, maar leeft in volle ontmoeting met Christus.

Laten we er wel over waken dat onze liefde werkelijk nederig mag zijn. Ons ‘ontfermen over’ mogen we niet doen als een meerdere, maar als een naaste, als een broer of zus van degene waarover we ons ontfermen. In wezen zijn zelfs de vragers naar liefde de leermeesters van hen van wie verwacht wordt dat ze liefhebben. Zo zie je de werkzaamheid van Christus in twee richtingen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
leer ons U te beminnen én te ontmoeten
in elke mens die dorst naar liefde.
Dat wij nooit van U zouden weglopen.
Amen.