Lezingen van de dag – maandag 19 maart 2018


Heilige (of feest) van de dag

Jozef, bruidegom van Maria

hoogfeest

Van de heilige Jozef weten we niet meer dan hetgeen het Nieuwe Testament van hem mededeelt, met name in het zogenaamde kindsheidevangelie.

Zo kennen wij hem alleen in de context van Jezus’ geboorte en kinderjaren: gewetensvol ten opzichte van haar die hij tot echtgenote heeft gekozen, zich bewust van zijn vaderlijke plicht met betrekking tot Jezus, de zoon van de Maagd Maria. Daarom kenmerkt het Evangelie hem als rechtvaardig of rechtschapen, d.w.z. als trouw in zijn verplichtingen jegens God en de mensen.

Terecht wordt zijn gedachtenis in de liturgie eerst en vooral rond het Kerstfeest gevierd (zondag na Kerstmis: feest van de Heilige Familie in de Romeinse Liturgie; feest van de voorouders des Heren en van de Heilige Jozef in vele oosterse litugieën). De datum 19 maart hangt mogelijk samen met een gedachtenis van de aartsvader Jozef.

Tot de algemene verering van de heilige Jozef hebben heiligen zoals Brigitta van Zweden, Teresia van Avila en Bernardinus van Siëna veel bijgedragen.

Paus Pius IX heeft de heilige Jozef uitgeroepen tot Beschermer van de Kerk (1870).

Paus Johannes XXIII heeft hem bijzonder aangeroepen als beschermer van het Tweede Vaticaans Concilie.

Heilige Jozef

hoogfeest   –   eigen lezingen


Veel dieper en inniger dan door welke eredienst ook wordt Jozef getekend door zijn fijngevoelige houding tegenover Maria. Wanneer bleek dat zijn verloofde zwanger was, kon Jozef niets anders aannemen dan dat Maria hem ontrouw was geweest. Hij wilde haar echter niet in opspraak brengen en besloot in stilte van haar te scheiden. Wanneer iemand een mens zo grootmoedig benadert, dan is hij voor God rijp om een rol te spelen in zijn heilsplan. Jozef kreeg de zekerheid dat God de hand op Maria had gelegd, en in geloof stelde hij zijn verder leven in dienst van wat God wilde.


Uit het tweede boek Samuël 7, 4-5a + 12-14a + 16

God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken. (Lc.1,32)

In die dagen werd het woord van de Heer gericht tot Natan:
‘Zeg tegen mijn dienaar, tegen David: “Dit zegt de Heer: Wanneer je leven voorbij is en je bij je voorouders te ruste gaat, zal Ik je laten opvolgen door je eigen zoon en hem een bestendig koningschap schenken. Hij zal een huis bouwen voor mijn naam, en Ik zal ervoor zorgen dat zijn troon nooit wankelt. Ik zal een vader voor hem zijn en hij voor Mij een zoon.
Jou stel ik in het vooruitzicht dat je koningshuis eeuwig zal voortbestaan en je troon nooit zal wankelen.”’

 

Psalm 89, 2 + 3 + 4 + 5 + 27 + 29

Refr.: Zijn nageslacht zal blijven voor altijd.

Van uw liefde, Heer, wil ik eeuwig zingen,
van uw trouw getuigen, geslacht na geslacht.
Ik belijd: uw liefde houdt eeuwig stand,
uw trouw hebt U in de hemel gevestigd.

Ik heb met mijn uitverkorene een verbond gesloten,
aan mijn dienaar David gezworen:
Uw dynastie zal Ik voor eeuwig vestigen,
uw troon in stand houden, geslacht na geslacht.

Hij zal tot mij roepen: “U bent mijn vader,
mijn God, de rots die mij redt!”
Mijn liefde zal hem altijd beschermen,
hecht is mijn verbond met hem.

 

Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 4, 13 + 16-18 + 22

Tegen alle hoop in heeft Abraham geloofd.

Niet door de wet ontvingen Abraham en zijn nageslacht de belofte dat ze de wereld in bezit zouden krijgen, maar door de gerechtigheid die het geloof schenkt.
Maar de belofte had alles te maken met vertrouwen omdat ze een gave van God moest zijn, want alleen zo kon ze voor heel het nageslacht blijven gelden. Niet alleen voor wie de wet heeft, maar ook voor wie op God vertrouwt zoals Abraham, die de vader van ons allen is. Er staat immers geschreven: ‘Ik heb je een vader van vele volken gemaakt.’
En hij is dit ten overstaan van God, op wie hij vertrouwde, die de doden levend maakt en in het leven roept wat niet bestaat. Hoewel het eigenlijk niet kon, bleef Abraham hopen en geloven dat hij de vader van vele volken zou worden, zoals hem was beloofd: ‘Zo talrijk zullen je nakomelingen zijn.’
En dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 1, 16 + 18-21 + 24a

Jozef deed zoals de engel van de Heer hem had opgedragen.

Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt.
De afkomst van Jezus Christus was als volgt.
Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten. Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’
Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen.

Van Woord naar leven

Het evangelie van vandaag eindigt met: ‘Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen.’

Jozef was een gehoorzaam man. Hij gaf gehoor aan wat God hem vroeg, en daarom is hij heilig. Zo eenvoudig is dat.

Gehoorzaamheid is iets waar ieder christen toe geroepen is: gehoor geven aan de roep van God; God die je heel persoonlijk aanspreekt, uitnodigt de weg te gaan die Hij in Christus met u wilt gaan. Dat gaat dan over grote levenskeuzes, over een welbepaalde weg die God met ons wilt gaan, maar het gaat tevens over ons alledaags leven. En over dit laatste wil ik met u vandaag nadenken.

Het begint al wanneer wij opstaan. Naar waar gaan onze eerste gedachten wanneer we onze ogen opendoen, wanneer onze wekker afloopt ?
Is het blazen en zuchten omdat het weeral tijd is (menselijk hoor), of beginnen we de dag met heel diep van binnen te sprankelen van dankbaarheid; dankbaar jegens deze nieuwe dag, dankbaar voor de mensen ons gegeven, dankbaar voor het werk dat we vandaag mogen doen, dankbaar omdat we doorheen gebed de wereld mogen dragen.
Ja vrome woorden … ik weet het wel.
We spreken zo af: als de wekker afloopt … blaas eerst. En blaas dan ineens goed, en blaas al je gezucht er allemaal en helemaal uit. Dan ben je daar al vanaf.
En dan … dan gaan we dankbaar zijn; dankbaar om wat God geeft, om de liefde die Hij is, om zijn liefde waarvan Hij u deelgenoot maakt.

Weet je, deze eenvoudig daad van dankbaarheid is in wezen gehoorzaamheid. Het is gehoor geven aan God die je zonder woorden, maar zeer innig toefluistert: ‘Ik ben er voor U met al wat Ik je geef: deze moment, deze dag, de lucht die je inademt, de mensen die je gaat ontmoeten, het werk dat je gaat doen, de gebeden die je gaat zeggen, … Je krijgt het van mij.’
In de dankbaarheid begint de gehoorzaamheid.

Goede en mooie start van de dag. We gaan verder.
Als het goed is gaan we (hoe dat we dat doen is niet zo belangrijk) even op onze knieën zitten. De eerste minuten van de dag enkel en alleen aan God geven … oh dat is zo mooi. En belangrijk. Ook dat is gehoor geven aan de zovele oproepen in de Bijbel om te bidden.
We gaan verder.

We zitten aan het ontbijt; alleen of met anderen. Hoe gaan we om met ons brood, met de confituur, onze koffie. En die anderen die mogelijk mee aan tafel zitten. Geven we Gods glimlach aan hen, hebben we hen lief (ook na een mogelijk conflict gisteravond), zijn we zacht in ons spreken, kiezen we onze woorden, ‘die kleine goedheid’ zoals Levinas het zou noemen … het heeft allemaal ten diepste met gehoorzaamheid te maken.

En dan starten onze bezigheden. De ene bereidt zijn kinderen voor om naar school te gaan, de ander gaat uit werken, weer een ander wacht tot de verzorgende hem of haar komt wassen, misschien trek je naar de kapel, of ga je het huis poetsen, of op de koffie bij de buren.
Het levengevende zit ‘m niet zozeer in wat we doen, wel in hoe we het doen.

Een sleutel is (en vergeef me m’n misschien vervelende herhalingen) je gelovig bewust zijn dat je bewoond bent, en wel door God zelf. Hij is er altijd; als God, je Vriend, je Metgezel. Hij bemint je heel persoonlijk, met een innige liefde om U tegen te zeggen. Hij wil je leiden, Hij wil je zover krijgen dat je in alle vrijheid je hele zijn in zijn aanwezigheid neerlegt, opdat je vanuit Hem, vanuit zijn Vrede, de dingen zou doen die je te doen hebt. Op deze wijze ben je vol van genade, want de Heer is met je, en jij met Hem.
Jij en Hem, jij in Hem, Hij in u, één in liefde.

Dit behoort tot het hart van de gehoorzaamheid, aan het gehoor geven aan de liefde. Het is Gods liefde beantwoorden met de liefde die Hij doorheen Christus in je legt. Het is een voortdurend ontvangen en geven, zowel van God uit als van u uit. Het is de liefde niet toeëigenen, maar ze onmiddellijk terug geven, in aanbidding voor Hem, en in die vele kleine daden van liefde doorheen de dag.

Lieve mensen, laten we in de kleine goedheid Gods vreugde belichamen. Liefde heeft in wezen met vreugde te maken. We mogen blijde christenen zijn. Ook dat is gehoor geven aan God, aan de ‘Blijde’ Boodschap, zijn oproep om lief te hebben.

Ik wil de liefde absoluut niet romantiseren, verre van. Onze liefde vindt immers haar oorsprong in het kruis van Jezus. Maar tevens in de verrijzenis. Wij mogen liefhebben vanuit de Opgestane Christus, vanuit Gods Pasen, vanuit de verrijzenisvrede- en vreugde.
Hoe belangrijk de weg ook is, die Christus gegaan is op weg naar Pasen, in het liefhebben gaat het om Pasen, in de zin dat Jezus als de Opgestane bij ons is, zijn Paasvrede schenkend, ons zendend om zijn Paasvrede aan elkaar te schenken doorheen gebed en daad.

Moge Sint-Jozef ons helpen doorleefde christenen te zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Jozef, goede broeder,
dank om uw ja-woord tot de Vader. Bid voor ons, opdat wij naar uw voorbeeld ‘ja’ mogen zeggen tot God, tot wat Hij wil met ons leven. Moge God ons de genade schenken arm te kunnen staan voor Hem, bereid te treden in het ja-woord van de Heer.
Heilige Jozef, bid voor ons. Amen.