Lezingen van de dag – maandag 19 okt. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Profeet Joël (+ 5e eeuw voor Christus)6239313424_4d66bd94fc_b

Joël Profeet; Jeruzalem, Israël; † 5e eeuw vóór Christus

Hij is de tweede van de twaalf Kleine Profeten. Dezen worden zo genoemd, omdat zij slechts korte geschriften hebben nagelaten.
Joël was afkomstig uit de stam Ruben. Men neemt aan dat hij leefde na de Babylonische Ballingschap, toen de Tweede Tempel alweer herbouwd was.
Zijn boek valt in twee grote delen uiteen: het eerste voorspelt onheil, omdat de mensen Gods woorden niet in praktijk brengen. En wie zo leven, zullen
uiteindelijk naar de bliksem gaan. Aldus de gedachtegang van de profeet.
In het tweede gedeelte wordt juist een lieflijke, paradijselijke toekomst in het vooruitzicht gesteld voor al degenen die in de barre tijden Gods woord zijn trouw gebleven.
Hij zegt in hoofdstuk 3:

‘Daarna zal het gebeuren:
Ik zal mijn Geest uitstorten over alle mensen,
uw zonen en uw dochters zullen zich als profeten gedragen;
uw grijsaards zullen droomgezichten zien
en uw jonge mannen krijgen visioenen.
Zelfs over de slaven en de slavinnen
stort Ik mijn geest uit in die dagen.’

Aldus roept de profeet namens God.
Vijfhonderd jaar later zeiden Jezus’ volgelingen (= christenen), dat deze profetie in vervulling ging op het Pinksterfeest, toen de Heilige Geest in de gedaante van vurige tongen op ieder van hen neerdaalde. En inderdaad waren er onder hen zonen en dochters, slaven en slavinnen. Daarop begonnen zij met vurige tongen over Jezus te spreken. Zij waren zo enthousiast dat elke vreemdeling hen verstond in zijn eigen taal. En er waren op dat moment heel veel vreemdelingen onder hun gehoor…
Het boekje van Joël eindigt met een hemels visioen:

‘Voor zijn volk is de Heer een toevlucht,
voor de zonen van Israël een vesting.
“Dan zul je erkennen,
dat ik, JHWH, uw God ben.
Ik die woon op de Sion [= berg waarop tempel van Jeruzalem stond]
mijn heilige berg;
dan zal Jeruzalem heilige grond zijn,
geen vreemde overheersers trekken er meer door.”
En het zal gebeuren op die dag,
dat de bergen van druivennat druipen,
dat de heuvelen stromen van melk,
dat al de waterlopen van Juda
een overvloed aan water hebben,
want uit de tempel van JHWH
zal een bron ontspringen,
die het dal van de acacia’s bevloeit.’

MAANDAG IN WEEK 29 DOOR HET JAAR


Uit de brief van Paulus aan de Romeinen 4, 20-25

Abraham is onze vader in het geloof. Hij aanvaardt een schijnbaar onzinnige belofte: als oude man zal hij van een onvruchtbare vrouw afstammelingen krijgen die niet te tellen zijn. Maar wat de Almachtige aankondigt brengt Hij ook ten uitvoer. En Abraham geloofde. Ook wij zullen worden gered door het geloof in God die Jezus deed verrijzen.

Broeders en zusters,
Abraham twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd erin gesterkt en bewees zo eer aan God.
Hij was ervan overtuigd dat God bij machte was te doen wat Hij had beloofd, en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend.
En dit is niet alleen voor hem geschreven, maar ook voor ons, want ook wij zullen als rechtvaardigen worden aangenomen omdat we geloven in Hem die Jezus, onze Heer, uit de dood heeft opgewekt: Hij die werd prijsgegeven om onze zonden en werd opgewekt omwille van onze rechtvaardiging.

 

Lucas 1, 69-75

Refr.: Geprezen zij de God van Israël.

Een reddende kracht heeft Hij voor ons opgewekt
uit het huis van David, zijn dienaar, b4863c8e11af33fbd463de21ce3cbc01
zoals hij van oudsher heeft beloofd
bij monde van zijn heilige profeten.

Bevrijd zouden we worden van onze vijanden,
gered uit de greep van allen die ons haten.
Zo toont Hij zich barmhartig jegens onze voorouders
en herinnert Hij zich zijn heilig verbond.

De eed die Hij gezworen had aan Abraham, onze vader,
dat wij, ontkomen aan onze vijanden,
Hem zonder angst zouden dienen,
toegewijd en oprecht,
altijd levend in zijn nabijheid.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 12, 13-21

Men legt Jezus een erfenisbetwisting voor. Maar Hij weigert tussenbeide te komen. Aardse goederen zijn geen verzekering voor het ware leven. Christenen kunnen hun leven niet inrichten zonder rekening te houden met God.

Iemand uit de menigte zei tegen Jezus: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen!’
Maar Jezus antwoordde: ‘Wie heeft mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld?’
Hij zei tegen hen: ‘Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen, zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.’
En Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ‘Het landgoed van een rijke man had veel opgebracht, en daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan. Toen zei hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan opslaan, en dan zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en vermaak je. Maar God zei tegen hem: “Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen?”
Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’

Van Woord naar leven

Het evangelie vandaag eindigt met: ‘Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’

Waar zijn we soms mee bezig in ons leven… Inderdaad, met het vullen van onze voorraadschuren, op allerlei vlak. Dat is niet rijk zijn bij God, leert het evangelie ons vandaag.

Rijk zijn bij God betekent leven in Hem, gehoor geven aan wat Hij vraagt, leven vanuit zijn genade. Het is arm zijn van geest om rijk te zijn van Hem. Het is leven aan Gods zijde, Hem als Vriend in je dragen, je door Hem laten bevruchten, Hem het levend centrum van je bestaan laten zijn.

Wie zo leeft is rijk in God. Hij zal immers een afstraling zijn van Hem, in de zin dat hij zal liefhebben zoals God liefheeft: liefhebben tot het uiterste, bereid zijnde het kruis daarvoor te dragen.

Menselijk gezien is dat quasi onmogelijk. Maar geen nood: we zijn bewoond; bewoond door God zelf. In zijn Zoon zal Hij met ons de weg van het ware liefhebben gaan. In Jezus zal Hij ons de genade verlenen deze weg te kunnen gaan.

Laten we ons geven aan de Heer. Moge wij van Hem zijn, instrument van zijn liefde.

Mogen allen die God op ons levenspad brengt drinken van Gods liefde door ons te ontmoeten.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,IMG_3885_1024x1024
geef dat wij al onze bezittingen
niet zouden beleven als ‘voor ons’,
en zelfs niet als ‘van ons’;
maar dat ze altijd ten dienste mogen staan
voor de opbouw van het Rijk Gods.
Alle dagen van ons leven,
amen.