Lezingen van de dag – maandag 2 juli 2018


Heilige (of feest) van de dag

Monegondis van Chartres († 570)

Monegondis van Chartres (ook van Tours), Frankrijk; kluizenares

Zij was afkomstig uit Chartres. Zij en haar man kregen twee dochters die beiden kort na hun geboorte stierven. Met goedvinden van haar man besloot ze daarop zich uit het maatschappelijk leven terug te trekken en het leven te leiden van een recluus (zie onder).

In haar geval was het een klein meisje dat haar gedurende enige tijd elke dag wat water en wat gerstemeel kwam brengen. Daar bakte ze zelf een koek van. Toen het meisje niet meer kwam opdagen, ving ze regen- of sneeuwwater op. Een blinde vrouw kwam om haar gebed vragen. Prompt werd ze genezen. Dat had tot gevolg dat al spoedig van alle kanten mensen op haar afkwamen om haar gebed of om haar raad te vragen. Of ook omdat ze een bezienswaardigheid was. Ze trok zich verder terug naar Tours waar ze zich verbond aan de kerk van Sint-Martinus. Daaruit ontstond een bescheiden zustergemeenschap. Zij stond ook daar al gauw bekend om de wonderen die rond haar gebeurden.

Op haar graf vonden genezingen en gebedsverhoringen plaats. Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) vertelt daarover in zijn boekje over ‘Het leven van de Vaderen’. Zo kwam er een blinde naar haar graf, en bad vurig om genezing. Hij viel in slaap. Monegondis verscheen hem in zijn droom en gaf hem te kennen dat zij niet zo’n groot heilige was als hij veronderstelde. Zij kon hem slechts genezen aan één oog. Voor de genezing van het andere oog moest hij zich wenden tot de veel grotere heilige Martinus in de aanpalende kerk. Toen hij wakker werd bleek hij inderdaad te kunnen zien met één oog. Hij volgde haar raad op, begaf zich naar de graftombe van Sint Martinus en vond daar genezing voor het andere oog.

Ze is patroonheilige van de stad Chimay in Henegouwen.

  • Een recluus was een kluizenaar of kluizenares die zich liet inmetselen in een zeer kleine ruimte (‘cel’), welke meestal tegen een kerk was aangebouwd met een venster aan de binnenkant dat uitzicht gaf op het altaar in de kerk.
    Voor hun levensonderhoud waren ze afhankelijk van de vrijwillige giften die omwonenden kwamen brengen.

 

maandag in week 13 door het jaar


Uit de profeet Amos 2, 6-10 + 13-16

De aardse goederen zijn toevertrouwd aan de mensen opdat ze er elkaar gelukkig mee zouden maken. In tijden van welstand gebeurt het niet zelden dat ze er misbruik van maken in het nadeel van armen en kleinen. Bij monde van de profeet Amos worden deze onrechtvaardigheden aangeklaagd. Uitzichtloos is de situatie niet als men Gods woord aanvaard.

Dit zegt de Heer:
‘Misdaad op misdaad heeft Israël begaan – daarom zal Ik mijn vonnis niet herroepen! Ze verkopen de rechtvaardigen voor zilver en de armen voor een paar sandalen. Ze zijn eropuit de zwakken in het stof te laten kruipen, en de machtelozen dringen ze opzij. Een zoon en zijn vader komen bij hetzelfde meisje en maken zo mijn heilige naam te schande. Ze strekken zich naast de altaren uit op kleren die ze in onderpand hebben, en in het huis van hun God drinken ze wijn die als boete was ontvangen. En toch heb Ik ter wille van jullie de Amorieten uitgeroeid, die zo groot waren als ceders en zo sterk als eiken: met wortel en tak roeide Ik ze uit. Ik heb jullie uit Egypte weggeleid, Ik heb jullie veertig jaar lang door de woestijn gevoerd, opdat jullie het land van de Amorieten in bezit konden nemen.
Daarom zal Ik de grond onder jullie voeten doen kraken, zoals een kar vol schoven kraakt in zijn voegen. De snelste man vlucht dan tevergeefs, de sterke heeft niets aan zijn kracht, de krijgsheld redt zijn leven niet, geen boogschutter houdt stand, geen hardloper ontkomt, geen ruiter brengt het er levend af, zelfs de dapperste held zal naakt moeten vluchten die dag.’
Zo spreekt de Heer.

 

Psalm 50, 16bc -23

Refr.: Versta het toch, jullie die aan God niet denken.

Wat baat het dat je mijn geboden opzegt
en mijn verbond in de mond neemt ?
Je haat het als Ik je terechtwijs,
mijn woorden schuif je ter zijde.

Zie je een dief, je loopt met hem mee,
en bij overspeligen ben je thuis.
Je gebruikt je mond voor lastertaal
en verbindt je tong aan bedrog.

Je getuigt tegen je eigen broer,
werpt een smet op de zoon van je moeder.
Zou Ik dan zwijgen bij wat je doet,
je denkt toch niet dat Ik ben als jij ?
Ik klaag je aan, Ik som je wandaden op.

Begrijp dit goed, jullie die God vergeten,
of Ik verscheur je, en er is niemand die redt.
Wie een dankoffer brengt, geeft mij alle eer,
wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 18-22

Jezus vraagt aan wie Hem willen volgen de onbaatzuchtige en radicale overgave die Hijzelf heeft laten blijken. Familiebanden en bezittingen moeten op het achterplan komen. Zoals Hij zullen zijn volgelingen dan, door de dood heen, komen tot de heerlijkheid.

Toen Jezus de mensenmassa om zich heen zag, gaf Hij bevel naar de overkant te varen.
Maar een schriftgeleerde kwam op Hem af en zei: ‘Meester, ik zal U volgen waarheen U ook gaat.’
Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’
Een ander, een van zijn leerlingen, zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’
Maar Jezus zei tegen hem: ‘Volg mij en laat de doden hun doden begraven.’

Van Woord naar leven

Jezus zegt: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’

God gaat met ons op weg. Zij we bereid om steeds met Hem mee te gaan wanneer Hij dat vraagt, zowel in de grote keuzes van het leven alsook in de talrijke kleine keuzes doorheen de dag, of kiezen we voor dat veilig nestje dat eigenlijk aangeeft: ‘God, laat me vandaag even met rust aub’.

Het gaat erom dat ons hart vrij is en blijft voor God, zodat Hij met ons kan omgaan en meegaan. Hij zoekt harten waar Hij welkom is en waar Hij zijn liefde telkens opnieuw in mag uitstorten, opdat de eigenaar van dat hart een belichaming zou worden van de in hem uitgestorte liefde.

Dit vraagt een bereidheid van onzentwege, een fundamentele armoede van geest. Het vraagt een overgave aan de werking van de Geest opdat die belichaming kan plaatsvinden. Het is immers de liefde van God (de Geest) die ons in de toestand van totale overgave zal brengen aan Jezus. Verenigd met Hem zal Hij met ons de Vader alle eer brengen door met ons de weg te gaan die God met ons in Hem wilt gaan.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
moge uw Geest ons hele zijn bezielen opdat wij ons ten diepste moge schenken aan U, opdat wij vervlochten in uw ja-woord tot de Vader, beeld en gelijkenis mogen worden van Hem.
Mogen wij de moed en de liefde hebben alles achter te laten wat een belemmering vormt ons te geven aan uw gave aan ons, en de gave van onszelf aan U.
Kom mijn Liefde van de Vader.
Amen.