Lezingen van de dag – maandag 21 maart 2016


Heilige (of feest) van de dag

Serapion de Sindoniet († 388)496873698

Serapion de Sindoniet (ook van Arsinoë of van Egypte), Egypte; woestijnmonnik

‘Sindon’ betekent ‘linnen kleed’. Zijn bijnaam ‘Sindoniet’ ontleent Vader Serapion dan ook aan het feit, dat hij altijd gekleed ging in een linnen kleed op het blote lijf. Hij leefde als de vogels: hij had geen vaste verblijplaats en was steeds onderweg met zijn onafscheidelijke evangelieboek in de hand of onder de arm. Dat was het enige dat hij bezat; in die tijd moesten de boeken met de hand afgeschreven worden; ze waren dan ook uiterst kostbaar. Hij las er zo vaak in, dat hij het tenslotte helemaal uit zijn hoofd kende.

Eens kwam hij een arme bedelaar tegen, die rilde van de kou. Prompt gaf hij hem zijn linnen kleed en bleef zelf spiernaakt achter. Toen iemand hem zo zag, vroeg hij: “Serapion, wie heeft jou tot op het blote lijf uitgekleed?” Hij wees naar het evangelieboek en zei: “Dit.” Enige tijd later gaf hij ook zijn evangelieboek weg aan een arme man, die in de gevangenis geworpen dreigde te worden, omdat hij zijn schulden niet kon betalen.

Vader Serapion als circusklant

Bij een andere gelegenheid trok hij met een van zijn leerlingen naar de stad en liet zich als slaaf verkopen aan een troep heidense circusklanten. Hij deed alles wat ze hem opdroegen. Overdag at hij niets; ’s nachts waakte hij, nam wat water en brood en zegde uren lang de teksten uit de evangeliën op. De leden van de groep kregen hoe langer hoe meer waardering en respect voor hem. Ze raakten onder de indruk van zijn verhalen en levenswijsheid en uiteindelijk lieten ze zich dopen. In de geest van hun nieuwe geloof, wilden zij hun slaaf de vrijheid hergeven en schonken hem zelfs wat geld om een nieuw leven te kunnen beginnen. Daarop maakte Serapion bekend, dat hij als woestijnmonnik nooit slaaf was geweest, en dat hij hun zo royaal geschonken geld niet nodig had. En hoezeer ze er bij hem op aandrongen dat hij bleef, hij vertrok weer om ook anderen tot het ware geloof te brengen.

Vader Serapion in Rome

Volgens de verhalen brachten zijn zwerftochten hem zelfs in Rome. Daar hoorde hij vertellen over een recluus, die een teruggetrokken leven leidde als maagd voor de Heer, en nooit een man wilde ontmoeten.

Hij begaf zich naar haar kluis en liet een dienstmeisje zeggen, dat er een woestijnvader uit Egypte voor de deur stond, die haar graag wilde spreken. Maar zij weigerde een man te ontmoeten. Zo bleef Serapion drie dagen en drie nachten achtereen voor haar deur staan. Tenslotte liet hij haar zeggen, dat God hem naar haar had toegestuurd voor haar geestelijk welzijn. Toen liet zij hem binnen.
Serapion vroeg haar: “Wat zit u hier te doen?”
Zij antwoordde: “Ik zit niet. Ik ben onderweg.”
Hij vroeg: “Waarheen?”
“Naar mijn Heer.”
“Leeft u of bent al gestorven?”
“Ik geloof, dat ik naar het vlees reeds gestorven ben. Het vlees gaat immers niet naar God.”
“Als ik dat moet geloven en u het serieus meent, kom dan naar buiten en doe wat ik u zeg.”
“Maar vader, ik leef hier al 25 jaar ingesloten. Wat zullen de mensen er wel niet van zeggen, als ik dit zomaar opgeef?”
“Kan een dode dan voelen of de mensen hem prijzen of beledigen? Kom naar buiten om in te zien waar u in dwaling verkeert.”
Nu besefte de vrouw, dat ze te doen had met een wijs en heilig man. Omwille van de nederigheid gehoorzaamde ze aan zijn bevel en kwam naar buiten.
Toen zei Serapion: “Als u werkelijk voor de wereld gestorven bent, loop dan naakt door de stad.”
Zij huiverde en besefte, dat ze tot nu toe een veel te hoge dunk van zichzelf had gehad. Zij keerde naar haar kluis terug en legde zich met des te meer ijver toe op de nederigheid.

Vader Serapion in Athene

Een ander verhaal weet te vertellen, dat vader Serapion eens in Athene verbleef en al vier dagen niets gegeten had. Tenslotte begon hij te schreeuwen van de honger. Plaatselijke filosofen kwamen vragen wat dat geschreeuw te betekenen had. Hij antwoordde: “Ik had drie schuldeisers. Twee heb ik er kunnen afbetalen, maar de derde maakt mij nog steeds het leven lastig. De eerste schuldeiser was ‘vleselijk genot’; die heeft mij geplaagd van jongs af aan; de tweede is geldzucht en de derde is mijn maag. De eerste twee heb ik weten af te schudden, maar die derde pijnigt me nog steeds.” Nu gaven de filosofen hem een aantal goudstukken om brood te kopen. Hij ging naar de bakker kocht er een enkel broodje van en liet de rest het geld achter.

Hoe Vader Serapion leerde vasten

Bij een andere gelegenheid vertelde hij over zichzelf, dat hij in zijn jonge jaren leerling was geweest van vader Theodorus († 368; feest 14 mei): “In die tijd had ik zoveel moeite met vasten, dat ik soms zelfs een brood wegnam van tafel om het ’s nachts, wanneer niemand het zag, op te eten. Maar daar had ik dan weer zoveel schuldgevoelens over, dat het verdriet achteraf groter was dan de voldoening iets gegeten te hebben. Toch kon ik die gewoonte niet opgeven, en ik was ongelukkig. Enige tijd later raakte ik in gesprek met een paar broeders. Zij vertelden, dat het goed was voor je groei in het geestelijk leven, wanneer je je geheimste gedachten voor je geestelijke vader openlegde. Ik had het gevoel, dat die woorden persoonlijk voor mij bestemd waren. In tranen ging ik naar mijn geestelijke vader, wierp mij op de grond en vertelde wat ik gedaan had. Toen sprak mijn leidsman: ‘Heb goede moed, mijn jongen. Want nu je je zo hebt durven vernederen, heb je de boze macht overwonnen.’ En ik voelde hoe er een vlam uit mijn borst verdween. Sindsdien heb ik met Gods hulp die zonde nooit meer bedreven.”

Na een vruchtbaar en arbeidzaam leven voor de Heer, is hij in vrede gestorven, ruim zestig jaar oud.

MAANDAG IN GOEDE WEEK


Uit de profeet Jesaja 42, 1-7

In vier liederen bezingt Jesaja de ‘Dienaar van Jahwe’, waarin Jezus de volmaakte verpersoonlijking zal zijn. Het eerste lied spreekt over zijn uitverkiezing. Hij krijgt de opdracht om Israël het heil te brengen. Daartoe werd hij vervuld met de geest. Hij zal in zachtmoedigheid en nederigheid de kracht en het universele licht van de ware God moeten brengen bij de naties.

Zo spreekt de Heer:
‘Hier is mijn dienaar, hem zal Ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind Ik vreugde, Ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar; het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.
Ongebroken en vol vuur zal hij het recht op aarde vestigen; de eilanden zien naar zijn onderricht uit.
Dit zegt God, de Heer, die de hemel heeft geschapen en uitgespannen, die de aarde heeft uitgehamerd met alles wat zij voortbrengt, die de mensen op aarde levensadem geeft, en levensgeest aan allen die daar verkeren.
In gerechtigheid heb Ik, de Heer, jou geroepen. Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden, Ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen en maak je tot een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangenen te bevrijden uit de kerker, wie in het duister zitten uit de gevangenis.’

 

Psalm 27, 1 + 2 + 3 + 13 + 14

Refr.: De Heer is mijn licht, mijn behoud.

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen ?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn ? 8c2da01e89b7383cc1506148b331c343

Kwaadwilligen kwamen op mij af
om mij levend te verslinden,
mijn vijanden belaagden mij,
maar zij struikelden, zij vielen.

Al trok een leger tegen mij op,
mijn hart zou onbevreesd zijn,
al woedde er een oorlog tegen mij,
nog zou ik mij veilig weten.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?

Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 12, 1-11

De maaltijd bij Lazarus en de zalving van Jezus vinden plaats zes dagen voor Pasen. Judas Iskariot vindt het een geldverspilling. Dit verslag verwijst reeds naar de komende gebeurtenissen. Judas zal Hem overleveren. Jezus zal sterven, maar ook verrijzen. De aanwezigheid van Lazarus herinnert er ons aan dat Jezus heer en meester is over leven en dood.

Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, naar Lazarus die Hij uit de dood had opgewekt.
Daar hield men ter ere van Hem een maaltijd; Marta bediende, en Lazarus was een van de mensen die met Hem aanlagen.
Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar. De geur van de olie trok door het hele huis.
Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die Hem zou uitleveren, vroeg: ‘Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?’ Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit.
Maar Jezus zei: ‘Laat haar, ze doet dit voor de dag van mijn begrafenis; de armen zijn immers altijd bij jullie, maar Ik niet.’
Intussen hadden de Joden gehoord dat Jezus daar was en ze gingen in groten getale naar Hem toe, niet alleen om Hemzelf, maar ook om Lazarus te zien die Hij uit de dood had opgewekt.
De hogepriesters beraamden intussen een plan om ook Lazarus te doden, omdat hij er de oorzaak van was dat veel Joden bij Jezus kwamen en in Hem gingen geloven.

Van Woord naar leven

Judas Iskariot wilt de heilige uithangen maar dat is puur voor de schijn. In werkelijkheid is hij een dief, een verrader. Achter de schone schijn schuilt een kwaad hart. Iets dat bij ons allemaal wel eens voorkomt: goed doen opdat de mensen ons hoog zouden inschatten terwijl we diep vanbinnen… ach… we weten het wel.

Maria daarentegen nam een kruikje zeer kostbare olie, ze zalfde de voeten van Jezus en droogde ze met haar haren af. De geur van de olie, zo staat er, vulde heel de ruimte. Met de olie gaf Maria in gehele toewijding zichzelf aan de Heer. Hem had ze lief, aan Hem gaf ze zichzelf, Hem wou ze dienen. Ze had immers de vermaning goed begrepen die Jezus enige tijd terug aan haar zuster Marta gaf dat zij, Maria het beste deel gekozen had, weet je nog…

Hoe gaan wij in deze dagen van de Goede Week met onszelf om… Houden we onszelf krampachtig vast, levend voor de mooie schijn, of durven we ons los te laten, ons schenken aan de Heer opdat Hij de weg met ons kan gaan die Hij met ons wilt gaan.

Net als Judas Iskariot zijn we allemaal voor een stuk geknakt riet; geknakt door anderen, of door onze eigen zonden. Wat er ook van zij, laten we de woorden uit Jesaja van vandaag diep ter harte nemen waarin gezegd wordt: ‘Het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven.’
Jezus’ Liefde zal erin bestaan de kwijnende vlam diep in ons hart niet te doven. Nee, Hij zal de mens optillen, ten diepste genezen, het vuur van overgave terug aanwakkeren.

Meer dan wijzelf, weet Hij dat de zonde het vuur in de mens dooft. Toegeven aan het kwaad verwijdert de mens steeds meer van God, met alle gevolgen van dien voor hemzelf en de samenleving.

Voor hen, voor ons, zal Hij de weg gaan van het kruis. Hij zal tot in de diepste krochten afdalen om ieder die daar huist de mogelijkheid te bieden zich te laten optillen in het feest van de opstanding.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,Tolentino_Basilica_di_San_Nicola_Cappellone_14
dank om uw grote liefde voor ieder van ons.
Wat zouden we zijn zonder U…
Neem ons op in uw reddende aanwezigheid
en leer ons ‘ja’ te zeggen tot U,
uw kruis omhelzend,
van uw kruis ontvangend.
Kom heilige Geest.
Amen.