Lezingen van de dag – maandag 22 augustus 2016


Heilige (of feest) van de dag

Maria, koningin van de hemel259701-47fab822d8b762ad6bcb63ea250c7eec

gedachtenis

Zoals Jezus na aankomst bij God bekleed werd met koninklijke waardigheid, zo werd ook Maria bij haar aankomst in de hemel door de Vader en de Zoon in de Heilige Geest tot koningin gekroond.
Hoewel er in de bijbel zelf niets staat over Maria als koningin van de hemel, wordt daarover al sinds de middeleeuwen gezongen en gebeden in kerkelijke hymnen en litanieën, zowel in de oosterse als in de westerse kerk. Bekend is de Latijnse hymne ‘Salve Regina’ (= ‘gegroet koningin’). De Litanie van Maria kent de aanroeping: “Koningin van de hemel, bid voor ons.” Het vormt het vijfde geheim van de zogeheten Vijf Glorievolle Geheimen die bij de rozenkrans overwogen kunnen worden.

Ook in de kerkelijke kunst is dit gegeven vaak afgebeeld. Denk bv. aan het 12e eeuwse mozaïeken in de apsis van de Santa Maria in Trastevere of van de Santa Maria Maggiore, beide te Rome. Of aan de gebeeldhouwde Mariaportalen van de Franse kathedralen; vaak wordt de top ervan gevormd door een tafereel van Maria’s kroning: zo bv. in Reims of Senlis. Prachtig is de wandschildering van Fra Angelico in het San-Marcoklooster te Florence. Of we denken aan plafondschilderingen in Zuid-Duitse, Zwitserse en Oostenrijkse barokkerken.

In 1870 kregen de Spaanstalige bisdommen over de hele wereld toestemming om dit feest te vieren op 31 mei, ter afsluiting van de aan Maria toegewijde meimaand. Eind 1954, het eeuwfeest van de afkondiging van het dogma van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis, breidde paus Pius XII († 1958) het feest uit tot over heel de kerk. Sinds de liturgieherziening van het Tweede Vaticaans Concilie (1969) staat het feest op 22 augustus, de octaafdag van 15 augustus, waarop de kerk vanouds viert dat Maria met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen. Zo komt de samenhang tussen beide feesten beter tot zijn recht.

maandag in week 21 door het jaarbijbel


Uit de tweede brief van Paulus aan de Tessalonicenzen
1, 1-5 + 11b-12

In het begin van zijn tweede brief aan de christenen van Tessalonica bemoedigt Paulus hen omdat ze in geloof standhouden ondanks tegenwerking en moeilijkheden.

Van Paulus, Silvanus en Timoteüs. Aan de gemeente in Tessalonica, die toebehoort aan God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus. Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus.
Broeders en zusters,
wij moeten God altijd voor u danken. Het past ons dit te doen, omdat uw geloof sterk groeit en uw liefde voor elkaar groter wordt. Wij spreken dan ook in de gemeenten van God vol trots over uw standvastigheid en trouw onder de vervolgingen en onderdrukking die u moet doorstaan. Ze zijn het bewijs dat God rechtvaardig oordeelt door u zijn Koninkrijk, waarvoor u nu lijdt, waardig te achten.
Dat onze God u deze roeping in ere doet houden, dat Hij u door zijn kracht de vaste wil geeft het goede te doen en u door uw geloof al het mogelijke tot stand laat brengen. Dan zal door de genade van onze God en van de Heer Jezus Christus de Naam van onze Heer Jezus door u geprezen worden, en u door Hem.

 

Psalm 96, 1-5

Refr.: Zing voor de Heer, heel de aarde !

Zing voor de Heer een nieuw lied,
zing voor de Heer, heel de aarde. Drieeenheid_2

Zing voor de Heer, prijs zijn Naam,
verkondig van dag tot dag dat Hij ons redt.

Maak aan alle volken zijn majesteit bekend,
aan alle naties zijn wonderdaden.

Groot is de Heer, Hem komt alle lof toe,
geducht is Hij, meer dan alle goden.

De goden van de volken zijn minder dan niets,
maar de Heer: Hij heeft de hemel gemaakt.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 23, 13-22

Tot driemaal toe herhaalt Jezus aan de Farizeeën: ‘Wee jullie.’ Want ze hebben meer aandacht voor wetten dan voor mensen. Ze stapelen belofte op belofte, onderlijnen die met krachtwoorden, maar God interesseert hen niet veel.

Jezus sprak:
‘Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het Koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe.
Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie bereizen landen en zeeën om één enkele proseliet te winnen, en wanneer je hem eenmaal voor je gewonnen hebt, wordt hij dankzij jullie tot een hellekind in het kwadraat.
Wee jullie, blinde leiders, jullie zeggen: “Wanneer iemand zweert bij de tempel, is dat niet geldig. Alleen wie zweert bij het goud van de tempel, is aan die eed gebonden.” Dwaas zijn jullie en blind, wat is nu van meer waarde: het goud of de tempel die het goud geheiligd heeft?
Zo zeggen jullie ook: “Wanneer iemand zweert bij het altaar, is dat niet geldig. Alleen wie zweert bij de offergave die daarop ligt, is aan die eed gebonden.” Blind zijn jullie, wat is nu van meer waarde: de offergave of het altaar dat de offergave heiligt?
Wie dus zweert bij het altaar, zweert daarbij en bij alles wat daarop ligt. En wie zweert bij de tempel, zweert daarbij en bij degene die hem bewoont. En wie zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God en bij Hem die daarop gezeten is.’

Van Woord naar leven

‘Wee jullie.’

Wat Jezus ten diepste aanklaagt is de huichalarij en het formalisme als doel. De huichelarij die zegt God te dienen maar zichzelf dient, die zegt God te zoeken maar zichzelf achterna loopt. Het formalisme dat mensen slaaf maakt van praktijken zonden inhoud, een soort gewetenssusserij dat mensen in het gedacht brengt goed en vroom bezig te zijn, maar in werkelijkheid zijn ze slaaf van wat ze de wet noemen. Ze zijn als appels van buiten glanzend en mooi, maar leeg en smaakloos vanbinnen.

Bij Jezus gaat het om de Gods-ontmoeting. Hij heeft het gebed niet afgeschaft maar wil dat er met het hart wordt gebeden. Niet slaafs, maar van harte, van Aangezicht tot aangezicht, in volle ontmoeting met de Vader, gericht op een liefdevol leven.
Deze weg gebeurt doorgaans in stilte, zonder al te veel op te vallen, gewoonlijk ook zonder al te luid alleluia. Dikwijls is het zelfs een weg van droogte, van dorst naar de Levende, hoewel het natuurlijk ook met vrede en diepe vreugde kan te maken hebben.
Hoe dan ook, het is een weg die met het hart moet bewandeld worden en waar geen plaats is voor huichelarij en formalisme.

Het christendom is een hartelijke godsdienst, een godsdienst van het hart, van Hart tot hart, in Christus’ Naam.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,c95c816b540404b790e31be4df8a4257
‘Wee jullie’ zegt Gij ook tegen ons wanneer huichelarij en formalisme de bovenhand nemen. Beziel ons allen met uw heilige Geest opdat wij zonder franjes in ontmoeting mogen komen met de Vader. Dat wij dit mogen doen in uw naam, Gij in ons, door ons, met ons. Ja, schenk ons de vreugde, de echtheid en de eenvoud van het evangelie. In uw naam. Amen.