Lezingen van de dag – maandag 22 januari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Vincentius van Valencia († 304)

Vincentius van Valencia (ook Diaken, Levita of van Huesca), Zaragoza, Spanje; diaken & martelaar

Volgens de legende is Vincentius samen met zijn bisschop Valerius van Valencia gevangen genomen tijdens de christenvervolgingen aan het begin van de 4e eeuw onder keizer Diocletianus (284-305). Ze werden in de kerker geworpen met de bedoeling dat ze daar de hongerdood zouden sterven. Na geruime tijd nam de stadhouder aan dat ze lichamelijk behoorlijk verzwakt en uitgeput waren en de dood al in de ogen zagen. Toen liet hij ze voor zich verschijnen om ze over te halen hun God af te zweren. Maar beiden bleken nog kerngezond en in blakende conditie. De oude Valerius getuigde met zijn zachte stem van Christus. Maar de jonge Vincentius sprak luid en duidelijk en vol overtuiging: “Jullie aanbidden goden van steen. Wij daarentegen de levende God en zijn zoon Jezus Christus.”
Woedend veroordeelde de stadhouder de oude bisschop tot verbanning en Vincentius tot de marteldood. Hij liet hem bijna vierendelen, gedeeltelijk villen en roosteren. Maar Vincentius stierf niet. Nu werd hij in een vochtige en donkere kerker geworpen, waarvan de bodem bezaaid lag met glasscherven en scherpe steentjes. Hier mocht hij met zijn gewonde lichaam de dood afwachten. Maar er kwamen engelen om hem te troosten en de pijn weg te nemen. Ze verdreven de duisternis en veranderden de scherven en steentjes in bloemen. Zoals Vincentius’ luide lofzang voor God door heel de gevangenis weerklonk, zo verspreidde zich ook de geur van de bloemen. Toen de stadhouder ervan hoorde, was hij ontzet. Hij beval dat de martelaar verzorgd en verpleegd moest worden. Hij moest genezen, want de machthebber was bang voor de reactie van het volk, als het zou horen dat Vincentius in de gevangenis zou zijn omgekomen.
Maar nauwelijks lag Vincentius in een zacht, schoon bed, of hij gaf de geest. De stadhouder voelde zich bedrogen. Woedend beval hij het lijk buiten de stad op het open veld te dumpen ten prooi aan roofvogels en wilde dieren. Maar een raaf vatte post naast het lichaam en verjoeg alle bloeddorstige dieren. Zo konden de christenen het lichaam bergen en eerbiedig begraven.

maandag in week 3 door het jaar


Uit het tweede boek Samuël 5, 1-7 + 10

Na de dood van de zoon van Saul wordt David koning over heel Israël. Eerst was hij koning van Juda alleen. Hij koos Jeruzalem als residentie, het was gelegen tussen de twee rijken. Dit alles lukte hem omdat de Heer hem bijstond.

Alle stammen van Israël kwamen bij David in Hebron en zeiden tegen hem: ‘Hier zijn we, uw eigen vlees en bloed. Ook vroeger al, toen Saul nog over ons regeerde, was u degene die de troepen van Israël aanvoerde. De Heer heeft u beloofd: Jij zult mijn volk, Israël, weiden; jij zult vorst over Israël zijn.’
De oudsten van Israël kwamen bij de koning in Hebron. Daar sloot koning David ten overstaan van de Heer een verdrag met hen, en zij zalfden hem tot koning van Israël.
David was dertig jaar toen hij koning werd en hij regeerde veertig jaar: vanuit Hebron regeerde hij zeven jaar en zes maanden over Juda en vanuit Jeruzalem regeerde hij drieëndertig jaar over heel Israël en Juda.
De koning en zijn mannen trokken op naar Jeruzalem, waar de Jebusieten woonden. De Jebusieten zeiden tegen David: ‘U komt er niet in! Sterker nog: de lammen en de blinden zullen u verjagen! David komt er niet in!’
Toch veroverde David de bergvesting van Sion, de huidige Davidsburcht.
In de loop der tijd werd David steeds machtiger, want de Heer, de God van de hemelse machten, stond hem ter zijde.

 

Psalm 89, 20 + 21 + 22 + 25 + 26

Refr.: Mijn trouw en mijn liefde vergezellen hem.

Ooit hebt U in een visioen gesproken
tot uw getrouwen en gezegd:
Ik heb hulp geboden aan een held,
een jongen uit het volk verheven.

In David vond Ik een dienaar,
Ik zalfde hem met heilige olie.
Mijn hand geeft hem steun,
mijn arm maakt hem sterk.

Mijn trouw en mijn liefde vergezellen hem,
door mijn naam zal hij in aanzien stijgen.
Zijn linkerhand leg Ik op de zee,
zijn rechterhand op de rivier.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 3, 22-30

Het geheim van Jezus’ optreden was gelegen in zijn gehoorzaamheid aan de Geest die in Hem woonde. Jezus weerlegt de beschuldiging dat Hij door satanische machten zou bezeten zijn, want, zegt Hij, de satan is verdeeld. Al zijn volgelingen zal Hij zijn heilige Geest geven. Hun opdracht wordt het daaraan trouw te zijn. Hun grootste fout is duidelijke inspraken van deze heilige Geest af te wijzen, door deze inspraken in zichzelf en in anderen te ontkennen.

De schriftgeleerden die uit Jeruzalem gekomen waren, zeiden over Jezus: ‘Hij is bezeten door Beëlzebul’, en: ‘Dankzij de vorst der demonen kan Hij demonen uitdrijven.’
Toen Hij hen bij zich geroepen had, sprak Hij tot hen in gelijkenissen: ‘Hoe kan Satan zichzelf uitdrijven? Als een koninkrijk innerlijk verdeeld is, kan dat koninkrijk niet standhouden; als een gemeenschap innerlijk verdeeld is, zal die gemeenschap niet kunnen standhouden. En als Satan tegen zichzelf in opstand is gekomen en verdeeld is, kan ook hij niet standhouden, maar gaat hij zijn einde tegemoet.
Bovendien kan niemand het huis van een sterkere binnengaan om zijn inboedel te roven, als hij die sterkere niet eerst vastgebonden heeft; pas dan kan hij zijn huis leeghalen.
Ik verzeker u: alle wandaden en godslasteringen, hoe erg ook, kunnen de mensen worden vergeven, maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest, krijgt in alle eeuwigheid geen vergeving, want zo iemand is schuldig aan een onuitwisbaar vergrijp.’
Dit omdat ze gezegd hadden: ‘Hij is bezeten door een onreine geest.’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Alle wandaden en godslasteringen, hoe erg ook, kunnen de mensen worden vergeven, maar wie lastertaal spreekt tegen de heilige Geest, krijgt in alle eeuwigheid geen vergeving, want zo iemand is schuldig aan een onuitwisbaar vergrijp.’

Een onuitwisbaar vergrijp … Wat mag dat wel voor een zonde zijn ?
Het is geen bepaalde zonde zoals wij ons dat voorstellen, want in de zonde komt Jezus naar ons toe om ons te genezen en te vergeven.
Het gaat hier over zondig zijn tegen de heilige Geest, zonde tegen zondevergiffenis. Het is zeggen dat je die vergeving niet nodig hebt. Het is zeggen dat Hij die gekomen is om de zonden te vergeven door een onreine geest is bezeten.

Ja, de toegang tot de hemel staat voor allen open, maar we kunnen hem ook weigeren…

De overweging van vandaag is van mijn hand, doch sterk geïnspireerd aan woorden van Jan Bots, s.j.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heilige Geest,
liefdevolle adem tussen de Vader en de Zoon, wees Gij in ons de levende Vlam die ons doet verlangen te leven in de Heer om te kunnen leven in de wil van de Vader. Breng ons in Christus, opdat we vanuit Gods vergeving aan ons, elkaar mogen vergeven en elkaar tot zegen mogen zijn.
Kom heilige Geest, vervul ons met uw heilig vuur.
Amen.