Lezingen van de dag – maandag 22 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Rita van Casia († 1457)

Rita van Cascia, Italië; weduwe

Zij werd rond 1380 geboren in het Italiaanse plaatsje Roccaporena, vlakbij Spoleto. Als jong meisje droomde zij ervan in het klooster te gaan en haar leven toe te wijden aan de beschouwing van Christus die zoveel voor de mensen had geleden. Deze devotie tot de lijdende Christus was indertijd wijd verbreid. Maar haar ouders beschikten anders. Zij huwelijkten haar uit aan een ruwe man, Ferdinando Mancini, die zich weldra als een wrede echtgenoot ontpopte. Hij leed aan driftbuien en woedeaanvallen, waarvan met name zijn vrouw het slachtoffer werd. Rita kreeg dit alles praktisch vanaf de dag van haar huwelijk te verdragen en dat zou zo doorgaan gedurende al de achttien jaren van haar huwelijk.

De twee jongens die geboren werden, hadden het rauwe karakter van hun vader. Rita moet beseft hebben dat ook deze opgave een manier was om Christus na te volgen op de weg van zijn lijden. Ze bad veel en was een toonbeeld van eindeloos geduld. Op de lange duur leek dat ook tot haar man door te dringen: hij vroeg haar zelfs om vergiffenis en begon waarachtig een nieuw leven. Kort daarop werd hij door een oude vijand om het leven gebracht. Op de vlucht voor de gerechtsdienaren kwam de moordenaar ten einde raad bij haar zijn toevlucht zoeken. Zij ging op zijn smeekbeden in. Maar haar zoons hadden bloedwraak gezworen.

Volgens het verhaal zou zij verzucht hebben, dat God nog liever die twee tot zich zou nemen dan dat ze in hun opzet mochten slagen. Hoe dat ook, de jonge mannen stierven kort na elkaar. Zo lag uiteindelijk de weg voor Rita toch nog open om haar eerste liefde te volgen. Op dat moment moet ze rond de zeventwintig geweest zijn.

Na lang aandringen en herhaalde weigeringen kreeg ze in 1407 toestemming in te treden bij de augustinessen van het St-Maria-Magdalenaklooster (thans het naar haar genoemde St-Ritaklooster) te Cascia. Daar leidde zij een leven van boete en gebed; naar het schijnt stelde zij zich voortaan tevreden met water en brood. Ze zou zelfs wonderbare tekenen van verbondenheid met de lijdende Christus hebben ontvangen. Tijdens haar gebed zou een stekel van Christus’ doornenkroon gesprongen zijn en haar in het voorhoofd hebben verwond. De resterende vijftien jaar van haar leven droeg ze daar inderdaad een litteken. Merkwaardigerwijs verdween het vanzelf, toen ze op bedevaart ging naar de paus. Maar op de terugweg kwam het weer terug.

Ze stierf op hoge leeftijd.

Ze werd heilig verklaard in 1900. Tegenwoordig ligt ze begraven in de plaatselijke St-Ritakerk die in 1947 ter ere van haar werd gebouwd; sindsdien is het een drukbezocht bedevaartsoord.

Ook in Nederland en België geniet zij de nodige verering.

In Boskant bij Sint Oedenrode, Oud-Valkenburg en Eindhoven worden respectievelijk een Rita-dag, een Rita-bedevaart en een Rita-rozenwijding georganiseerd. In Nederland hebben Amsterdam, Nieuwendam en Sint-Oedenrode een Sint-Ritakerk.

Ook de kerk van het augustijnenklooster te Kontich bij Antwerpen dient als bevoorrechte vereringsplek voor de Heilige Rita.

Ze is patrones van de Rita-zusters en van de katholieke ziekenzorg; van slagers, slachters en vleeswarenverkopers; van hopeloze en onmogelijke zaken (‘La abogada de imposibles’: vanwege het verleden van haar man werd ze meermalen als kloosterlinge geweigerd én ze droeg bij tot buitengewone en onverwachte gebedsverhoringen); ze wordt aangeroepen door vrouwen met een ongelukkig huwelijk, door kinderloze vrouwen en bij onvruchtbaarheid; daarnaast wordt haar voorspraak gevraagd bij moeizame examens.

Ze wordt afgebeeld in augustinessenhabijt; in gebed voor Jezus aan het kruis, waarbij een doorn van zijn kroon afspringt en bij haar in het voorhoofd dringt; soms reikt ze Maria een doornenkroon aan, terwijl ze er een rozenkroon voor in de plaats ontvangt.

maandag inde zesde paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 16, 11-15

Op doorreis in de stad Filippi geniet Paulus gastvrijheid bij een vrome vrouw. Haar geloof en haar opname in de Kerk door de doop, samen met haar gezin, vormen het eerste begin van de latere bloeiende kerkgemeente te Filippi. Paulus heeft later een brief geschreven aan deze gemeente, die hem altijd zeer trouw steunde.

Wij – Paulus en Silas – gingen in Troas aan boord van een schip en zetten rechtstreeks koers naar Samotrake; de dag daarop voeren we verder naar Neapolis. Van daar reisden we naar Filippi, een belangrijke stad in dat deel van Macedonië. In deze stad, die volgens Romeins recht wordt bestuurd, bleven we enkele dagen.
Op sabbat gingen we de stadspoort uit in de richting van de rivier, want we vermoedden dat daar een gebedsplaats was. We gingen zitten en spraken de vrouwen toe die daar bijeen waren gekomen.
Een van onze toehoorsters was een vrouw uit Tyatira die in purperstoffen handelde; ze heette Lydia en vereerde God. De Heer opende haar hart voor de woorden van Paulus.
Nadat zij en haar huisgenoten waren gedoopt, nodigde ze ons uit met de woorden: ‘Als u ervan overtuigd bent dat ik in de Heer geloof, neem dan bij mij uw intrek.’ Ze drong er bij ons sterk op aan.

 

Psalm 149, 1 + 2 + 3 + 4 + 5 + 6a + 9b

Refr.: De Heer vindt vreugde in zijn volk.

Zing voor de Heer een nieuw lied,
roem Hem te midden van zijn getrouwen.
Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige maker,
het volk van Sion juichen om zijn koning.

Laten zij dansend zijn Naam loven,
bij lier en tamboerijn voor Hem zingen.
Ja, de Heer vindt vreugde in zijn volk,
Hij kroont de vernederden met de zege.

Laten zijn getrouwen juichen in triomf,
nog jubelen als zij te ruste gaan,
met lofzang voor God uit hun kelen;
dat is de glorie voor al zijn getrouwen.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 15, 26 – 16, 4a

Elke christen is geroepen om te getuigen. Onbegrip, spot, vijandigheid, in onze tijd wellicht geloofsafval en crisis, mogen hem niet ontmoedigen. Jezus voorspelde ons dat het niet gemakkelijk zou zijn. Maar de Geest is bij ons, geeft kracht om te volharden.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Wanneer de pleitbezorger komt die Ik van de Vader naar jullie zal zenden, de Geest van de waarheid die van de Vader komt, zal die over mij getuigen.
Ook jullie moeten mijn getuigen zijn, want jullie zijn vanaf het begin bij mij geweest.
Dit alles heb Ik tegen jullie gezegd om te voorkomen dat jullie je geloof verliezen.
Jullie zullen uit de synagoge gezet worden, en er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen.
Maar ze doen dat omdat ze de Vader en mij niet kennen.
Ik zeg jullie dit nu, en wanneer die tijd komt zullen jullie denken aan wat Ik gezegd heb.’

Van Woord naar leven

Lieve mensen,
meer dan ooit hebben we de Geest van God nodig om staande te blijven. De Geest immers doet diep in ons dat heilige vuur ontbranden dat ons in gebed doet roepen: ‘Abba Vader’. Het is de Geest die ons in relatie brengt met God, doorheen de Zoon. Net zoals Jezus de Geest nodig had om in de Vader te kunnen blijven.

Jezus zegt ons vandaag dat er vervolging zal plaatsvinden. Hij zegt niet dat de kans bestaat dat dit kan gebeuren; Hij zegt dàt het zal gebeuren. Spreekt Hij over de jaren van christenvervolging tijdens de eerste eeuwen, of spreekt Hij over de christenvervolging van latere tijden, of heeft Hij het over de vervolging tijdens deze tijden ? Spreekt Hij over bepaalde gebieden in de wereld, of spreekt Hij over vervolging waar ook ter wereld ? Wel, ik denk dat Hij over dit alles spreekt. En ook al is de ene tijd de andere niet, en is de ene vervolging niet de andere, in wezen raakt welke vervolging ook, ons allen. Het rààkt ons tot in ons diepste binnenste. Dit laatste behoort wezenlijk tot ons kerk-zijn; binnen de grenzen van de katholieke gemeenschap, maar ook ver daarbuiten. Het zou zo moeten zijn dat ieder die de liefde Gods in zich draagt en daarom vervolgt wordt, dit ons persoonlijk zou moeten raken.
Het is waar dat ieder van ons een autonoom individu is, maar het is even waar dat we een gemeenschap vormen. En zoals bij een lichaam het been pijn heeft en daardoor het hele lichaam dit doorvoelt, zo voelen wij – als het goed is – pijn wanneer er waar ook ter wereld een mens wordt vervolgd die tracht de liefde van God te belichamen.

Moeten we dan allemaal dagelijks diep lijden ? Want altijd wordt er wel ergens ter wereld iemand vervolgd omwille van zijn geloof. Wel, ik denk dat we inderdaad op een of andere wijze dat lijden mee moeten voelen en dragen. Het is de echo van het kruis, het gevolg van mensen die in de meest zware omstandigheden trouw zijn, een gevolg ook van kwade machten die denken goed en juist bezig te zijn door andersgelovigen te vervolgen.

Het zou echter diep jammer zijn dat het mee-lijden met de vervolgde christenen onze vreugde omwille van het evangelie zou beknotten. Het ene mag het andere niet uitsluiten. Lijden (mee-lijden), en evangelische vreugde, gaan, hoe merkwaardig dit ook kan klinken, hand in hand. En dit om de eenvoudig reden dat God gewild heeft dat de dood omwille van de vervolging niet en nooit het laatste woord heeft. Christus heeft zijn lijden doorgegaan, en God heeft gewild dat er een Pasen was. In dit Pasen mogen wij leven, bewegen, bidden, zingen, beminnen. Dit neemt echter niet weg dat het lijden van onze broeders en zusters die vervolgd worden ons niet zou raken. Juist integendeel. Een echt Paasmens zal dit lijden, waar ook ter wereld, ten diepste doorvoelen, het biddend dragen, en wel in Christus, zonder daarbij de vrede en de diepe innerlijke vreugde van Pasen te verliezen.

En daarom is het zo belangrijk dat we de Geest van God in ons dragen. Want buiten de Geest is de mens tot dit laatste niet in staat. Het is de Geest die ons de gave en de kracht zal schenken van het kunnen mede-lijden met de vervolgden in de Vrede van Pasen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
moge uw heilige Geest ons vergezellen in ons leven. Moge Hij het vuur zijn van onze liefde voor allen, ver over de grenzen heen van eigen lokale gemeenschap, kerk, land of tijd. Moge onze liefde voor de mensheid universeel zijn, haar ontvangend van U, haar dragend in uw Zoon.
Kom heilige Geest, ontsteek in ons het vuur van Gods minne, opdat ons leven een zuiver belichaming mag zijn van het leven van Christus: geboorte, kruis en opstanding.
Amen.