Lezingen van de dag – maandag 22 okt 2018


Heilige (of feest) van de dag

Paus Joannes Paulus II

gedachtenis

Karol Józef Wojtyla (1920-2005), vanaf 1964 aartsbisschop van het Poolse Krakau, werd in 1978 tot paus verkozen; hij nam toen de naam Johannes Paulus II aan.

Karol Józef Wojtyla, sinds zijn verkiezing tot paus in 1978 bekend als Johannes Paulus II, werd op 18 mei 1920 geboren in Wadowice, een stadje op 50 kilometer van Krakau, Polen. Karol was de jongste van twee zonen die uit het huwelijk van Karol Wojtyla en Emilia Kaczorowska werden geboren. Zijn moeder overleed in 1929; zijn oudere broer, de arts Edmund, stierf in 1932 en zijn vader, een legerofficier, in 1941.

Na het afronden van zijn middelbare schoolopleiding in Wadowice, ging Karol in 1938 Poolse taal- en letterkunde studeren in Krakau. De Duitse bezettingsmacht sloot de universiteit een jaar later, in 1939. De jonge Karol moest gaan werken in een steengroeve (1940-1944) en later in de chemische fabriek Solvay. Alleen zo kon hij in zijn levensonderhoud voorzien en deportatie naar Duitsland voorkomen.

Ondanks het zware werk in de steengroeve zag Wojtyla nog kans om te studeren. In 1942 gaf hij gehoor aan zijn priesterroeping, en begon hij lessen te volgen aan het Seminarie van Krakau, dat ondergronds was gegaan. Wojtyla gaf blijk van grote energie door mede aan de wieg te staan van het ‘Rhapsodie Theater’, ook een ondergrondse aangelegenheid.

Na de Tweede Wereldoorlog vervolgde Karol zijn studies aan het officieel heropende grootseminarie van Krakau. Daarnaast werd hij student aan de theologische faculteit. Wojtyla werd Priester gewijd in Krakau op 1 november 1946.

Van 1946 tot 1948 verbleef Wojtyla in Rome, waar hij theologie en filosofie studeerde. Hij promoveerde in de theologie op een dissertatie over het geloof in de werken van Johannes van het Kruis.

In de jaren van zijn studie in Rome verzorgde Wojtyla tijdens zijn vakanties het pastoraat onder Poolse immigranten in Frankrijk, België en Nederland. Wojtyla beschreef zijn indrukken van deze landen in een document, beschikbaar in een Nederlandse vertaling in Word.

In 1948 keerde Wojtyla terug naar Polen waar hij in 1953 promoveerde in de filosofie. Daarna werd hij professor in de moraaltheologie en sociale ethiek aan het grootseminarie van Krakau en aan de theologische faculteit van Lublin.

Paus Pius XII benoemde Karol Wojtyla op 4 juni 1958 tot hulpbisschop van Krakau. De wijding vond plaats op 28 september 1958. Op 13 januari 1964 benoemde paus Paulus VI hem tot Aartsbisschop van Krakau. Dezelfde paus creëerde hem op 26 juni 1967 tot Kardinaal.

Wojtyla nam deel aan het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) en had een belangrijke bijdrage aan de totstandkoming van de pastorale constitutie Gaudium et spes, ‘over de kerk in de wereld van deze tijd’.

Op 16 oktober 1978 aanvaardde kardinaal Wojtyla zijn verkiezing tot paus. Onder de naam Johannes Paulus II werd hij de 263ste opvolger van Petrus. Wojtyla was de eerste niet-Italiaanse Paus in ruim 450 jaar, en tevens de eerste uit Polen afkomstige paus ooit. De plechtige inauguratie van Johannes Paulus II vond plaats op 22 oktober op het Sint-Pietersplein.

In januari 1979 ondernam Johannes Paulus II zijn eerste buitenlandse pastorale reis, naar Mexico. In juni datzelfde jaar bezocht hij zijn vaderland Polen en Ierland. In oktober 1979 reisde hij naar de Verenigde Staten. Weinigen konden toen bevroeden hoe ver en vaak Johannes Paulus II nog zou reizen.

Johannes Paulus II is sterk gevormd door de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, die hij deels zelf aan den lijve heeft ervaren. Hij heeeft altijd groot belang gehecht aan verzoening en vrede. Dat is onder meer tot uiting gekomen in de grote inspanningen die hij zich getroostte op het vlak van Oecumene en in de zogenaamde ‘Interreligieuze dialoog’: gesprekken met niet-christelijke godsdiensten.

Miljoenen kennen Johannes Paulus II als de paus die jongeren over de hele wereld vanaf 1985 met een nieuw geloofselan wist te bezielen middels de zogenaamde ‘Wereldjongerendagen’.

Johannes Paulus II heeft veertien encyclieken het licht laten zien. In deze documenten waarin de kerkelijke leer wordt uiteengezet, heeft hij volgens een duidelijk patroon gewerkt aan de beschrijving van het geloof op wezenlijke punten. Ook in apostolische brieven, exhortaties en andere documenten heeft paus Johannes Paulus II talrijke kwesties aan de orde gesteld. In Mulieris dignitatem bijvoorbeeld belicht hij de waardigheid van de vrouw. In Ordinatio sacerdotalis onderstreept hij dat de priesterwijding is voorbehouden aan mannen. In Familiaris consortio benadrukt de paus de centrale plaats van de christelijke familie in de moderne wereld. Reconciliatio et paenitentia bevat een pleidooi voor het sacrament van boete en verzoening. Van groot belang zijn verder het Wetboek van Canoniek Recht voor de Latijnse ritus (1983) en de Katechismus van de Katholieke Kerk, die in 1993 verscheen.

Johannes Paulus II heeft zich vanaf het begin van zijn pontificaat vasthoudend ingezet voor de mensenrechten en vrede tussen de volkeren. Een van de opvallendste successen die hij tot stand hielp brengen was de opkomst van de Solidariteitbeweging in Polen. Johannes Paulus heeft hierdoor, en door werkzame ‘stille’ diplomatie achter de schermen, uiteindelijk sterk kunnen bijdragen aan de ineenstorting van het communisme in zijn geboorteland en de rest van het Oostblok.

Johannes Paulus II gaf de eer voor zijn diplomatieke succesen aan de Heilige Maagd Maria, onder de titel Onze Lieve Vrouw van Fatima. Zij speelt een cruciale rol in zijn leven. In 1981 ontsnapte hij op wonderbaarlijke wijze aan de dood bij een moordaanslag, gepleegd op de verjaardag van de eerste Mariaverschijning in Fatima (13 mei 1917). Hij toonde Maria zijn dankbaarheid door op 13 mei 1982 naar Fatima te gaan en de wereld en Rusland toe te wijden aan het Onbevlekte Hart van Maria, precies zoals de Heilige Maagd in 1917 had gevraagd.

Johannes Paulus II heeft een hoge leeftijd bereikt, waarbij zijn gezondheidstoestand in zijn laatste levensjaren steeds verder verslechterde. Regelmatig werd er dan ook over gespeculeerd of hij vrijwillig zijn ambt zou neerleggen. Hij heeft dit niet gedaan. Mogelijk speelde de hieraan inherente praktische problemen een rol. Om te beginnen kan in principe nooit onomstotelijk worden vastgesteld dat een paus volledig zonder externe druk afstand doet van het pausschap, terwijl dit toch een conditio sine qua non is voor een geldige gang van zaken. Daarnaast brengt een teruggetreden paus een vrije keuze van zijn opvolger in gevaar. De kardinalen kunnen namelijk niet in alle vrijheid voor een eventuele ‘tegenhanger’ kiezen, wanneer de vorige paus zijn invloed, bewust of onbewust, nog doet gelden. En wat te denken van uitspraken, die een teruggetreden paus zou kunnen doen om zijn opvolger te bekritiseren of in verlegenheid te brengen? Waarschijnlijker is echter dat Johannes Paulus II is aangebleven omdat hij zich persoonlijk geroepen voelde om God, de Heilige Maagd Maria en de gelovigen tot aan zijn stervensuur te dienen, geheel overeenkomstig zijn lijfspreuk: ‘Totus Tuus’. Johannes Paulus II overleed in de avond van 2 april 2005.

maandag in week 29 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Efeziërs 2, 1-10

God heeft ons met Christus ten leven gewekt.

Broeders en zusters,
u was dood door de misstappen en zonden waarmee u de weg ging van de god van deze wereld, de heerser over de machten in de lucht, de geest die nu werkzaam is in hen die God ongehoorzaam zijn. Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander.
Maar omdat God zo barmhartig is, omdat de liefde die Hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft Hij ons, die dood waren door onze zonden, samen met Christus levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn genade gered. Hij heeft ons samen met Hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus.
Zo zal Hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn genade is, hoe goed Hij voor ons is door Christus Jezus. Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. Want Hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God mogelijk heeft gemaakt.

 

Psalm 100, 2-5

Refr.: Wij zijn het volk van de Heer, de kudde die Hij weidt.

Dien de Heer met vreugde,
kom tot Hem met jubelzang.
Erken het: de Heer is God.

Hij heeft ons gemaakt,
Hem behoren wij toe,
zijn volk zijn wij, de kudde die Hij weidt.

Kom zijn poorten binnen met een loflied,
hef in zijn voorhoven een lofzang aan,
breng Hem hulde, prijs zijn Naam.

De Heer is goed,
zijn liefde duurt eeuwig,
zijn trouw van geslacht op geslacht.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 12, 13-21

Men legt Jezus een erfenisbetwisting voor. Maar Hij weigert tussenbeide te komen. Aardse goederen zijn geen verzekering voor het ware leven. Christenen kunnen hun leven niet inrichten zonder rekening te houden met God.

Iemand uit de menigte zei tegen Jezus: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen!’
Maar Jezus antwoordde: ‘Wie heeft Mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld?’
Hij zei tegen hen: ‘Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen, zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.’
En Hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ‘Het landgoed van een rijke man had veel opgebracht, en daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan. Toen zei hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan opslaan, en dan zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en vermaak je. Maar God zei tegen hem: “Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen?”
Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’

Van Woord naar leven

Het evangelie van vandaag roept op rijk te zijn bij God.

Rijk zijn bij God betekent leven van de liefde die Hij geeft; àlles liefhebben vanuit zijn liefde.
Het betekent leven in het bewustzijn dat heel het bestaan van Hem komt, en dat je je eigen bestaan weer aan Hem geeft in volledige toewijding aan zijn tegenwoordigheid.

Het is leven in het levendig geloof dat Hij in zijn Zoon in ons woont met de bedoeling ons helemaal in zich op te nemen om deel te nemen aan zijn liefde voor de hele mensheid.

Rijk zijn bij God is leven in het bewustzijn dat die Jezus ieder van ons verlost heeft; dat we dus mogen leven als verlosten. Het betekent tevens leven in het besef dat je die verlossing nog niet ten volle welkom geheten hebt, dat je vecht met duistere kanten, zondige plekken, waar het licht van de Heer nog heling moet krijgen. Rijk zijn bij God is je openen voor zijn barmhartigheid opdat Hij u tot genezing kan zijn en al het duistere kan ombuigen naar Gods licht.

Rijk zijn bij God betekent leven in dankbaarheid omdat God God is. Het is leven in een geest van voortdurende aanbidding, van Aangezicht tot aangezicht.

Het is een rijkdom die ‘de wereld’ niet geven kan, maar enkel in genade kan ontvangen worden van God zelf.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
rijkdom van God,
vervul ons met Uzelf,
neem ons op in uw liefde,
opdat wij rijk mogen zijn in U,
rijk voor God,
rijk voor elkaar.
Kom heilige Geest,
neig ons naar Jezus,
opdat Hij ons in zich kan trekken.
Groeiend in Jullie.
Amen.