Lezingen van de dag – maandag 23 mei 2016


Heilige (of feest) van de dag

Didier van Langres († ca 407)8446

Didier (ook Desery, Désir, Désiré, Diery, Dizier of Drezery) van Langres, Frankrijk; bisschop & martelaar

De legende plaatst hem in 253, maar het is waarschijnlijker dat wij zijn leven tegen het eind van de vierde en aan het begin de vijfde eeuw moeten plaatsen.

Toen de heilige bisschop van Langres, Sint Justus, die destijds de eerste bisschop van de stad, Sint Senator was opgevolgd, een plaatsvervanger nodig had, verzamelden zich alle gelovigen in de toenmalige kerk, toegewijd aan Johannes de Doper. De hemel gaf te kennen dat ze op zoek moesten gaan naar een zekere Didier of Dizier. Maar geen van de aanwezigen kende iemand van die naam. Daarom trokken er een aantal pelgrims naar Rome om de paus om raad te vragen. Op de terugweg kwamen ze door het plaatsje Bavari in de buurt van Genua. Daar ontmoetten ze een boer, die juist bezig was een kar over zijn land voort te trekken. Ze hoorden, dat hij Desiderius heette. Ze riepen hem bij zich en hielden hem nauwlettend in de gaten. Groot was hun verbazing, toen ze zagen hoe de stok waarvan hij zich bediend had en die hij even in de grond had gezet, plotseling in blad en in bloei kwam te staan. Dat was het teken waarop ze gewacht hadden: hij was hun nieuwe bisschop.

Didier wijs een ijverig en liefdevol bisschop. Hij verkondigde het evangelie. Tijdens de invallen van Vandalen werd hij gedood, toen hij probeerde voor zijn mensen op te komen.

Behalve in Frankrijk wordt Didier op vele plaatsen in Italië vereerd: zo bv. in Milaan en Tortona.

Hij is patroon van Castelnovo.

maandag in week 8 door het jaar


Uit de eerste brief van Petrus 1, 3-9

Een christen put zijn levensvreugde uit het geloof in de verrijzenis van de Heer. Zo zegt ons de inleiding van de eerste brief van Petrus. Hij richt zich tot de pasgedoopten. Door het doopsel worden zij leerlingen van de verrezen Heer en leven zij van de hoop op hun eigen verrijzenis. Eerst moeten zij nog door de duisternis van het geloof.

Broeders en zusters,
geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft Hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop.
Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden.
Verheug u hierover, ook al moet u nu tot uw verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren. Zo kan de echtheid blijken van uw geloof – zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst – en zo verwerft u lof, eer en roem wanneer Jezus Christus zich zal openbaren.
U hebt Hem lief zonder Hem ooit gezien te hebben; en zonder Hem nu te zien gelooft u in Hem en ervaart u een onuitsprekelijke, hemelse vreugde, omdat u het einddoel van uw geloof bereikt: uw redding.

 

Psalm 111, 1 + 2 + 5 + 6 + 9 + 10c

Refr.: Altijd herinnert de Heer zich zijn verbond.

Ik wil de Heer loven met heel mijn hart
in de grote kring van oprechten.

Machtig zijn de werken van de Heer, Drieeenheid_2
wie ze liefheeft, onderzoekt ze.

Hij gaf voedsel aan wie Hem vrezen,
eeuwig gedenkt Hij zijn verbond.

Hij toonde zijn volk de kracht van zijn daden
en gaf hun het land van andere volken.

Hij heeft zijn volk verlossing gebracht,
voor eeuwig zijn verbond ingesteld.
Heilig en ontzagwekkend is zijn naam.

Het begin van wijsheid is ontzag voor de Heer,
wie leeft naar zijn wet, getuigt van goed inzicht.
Zijn roem houdt stand, voor altijd.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 10, 17-27

Rijkdom en aards bezit kunnen de mens volslagen in hun macht krijgen. De jonge idealist uit het evangelie weet dat de platgetreden weg van de wetsvervulling niet voldoende is voor hem. Als Jezus hem vraagt zich totaal te ontdoen van zijn bezittingen en Hem na te volgen, gaat hij ontdaan heen. De verbijstering over Jezus’ eis slaat ook over op de leerlingen. Alleen Gods kracht in de mens kan bewerken dat iemand dit offer brengen kan.

Toen Jezus zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar Hem toe die voor Hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’
Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’
Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’
Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.’
Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.
Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
De leerlingen schrokken van zijn woorden.
Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’
Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’
Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’

Van Woord naar leven

Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.’
Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.
Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’

Duidelijke taal van Jezus. Woorden aan het adres van de meeste van ons, denk ik. En daarom zijn het misschien lastige woorden…
Hoe dan ook: het zijn woorden van Jezus, horen bij het evangelie en zijn dus Blijde Boodschap.
‘Blij’ omdat het Gods boodschap is, maar ook omdat degene die eraan beantwoordt diep in zichzelf een ‘blij’ mens zal worden wanneer die boodschap vlees en bloed krijgt in het dagelijks leven; een innerlijke diepe vreugde die haar wortels vindt in God zelf.

Voor alle duidelijkheid: rijk zijn is niet erg. Rijk zijn, of geld vergaren, is niet perse een zonde.
Vorig jaar mailde mij iemand het volgende. Ik citeer: ‘Ondernemers die bedrijven starten, leiden en doen groeien nemen risico met kapitaal. Dat zij veel geld verdienen indien zij daar succesvol mee zijn, is normaal en positief. Zij kunnen meer mensen tewerk stellen, betalen meer belastingen, spenderen meer en doen mee de economie groeien. Dit is de belangrijkste manier om de armoede wereldwijd te verminderen. Dat is werken aan een minder onrechtvaardige wereld.’
Chapeau voor deze man! Hij leidt zijn bedrijf tot nut van de maatschappij. Hij doet dat zeer bewust, vanuit een meerwaarde waar ik van vermoed dat ze ontspruit uit een gelovig hart.

Zo kan het dus. Maar zoals we weten gaat het er heel dikwijls anders aan toe, en wordt het geld gebruikt enkel en alleen om er zelf zogenaamd ‘beter’ van te worden, om nog een reisje meer te kunnen maken, om nog een groter huis te kunnen kopen, duurdere kleding, de laatst uitgebrachte iphone, enzomeer…

Terwijl… ik weet het, het klinkt cliché maar het is gewoon waar, er zoveel mensen arm zijn, letterlijk arm, en ’s ochtends niet weten of er ’s avonds eten zal zijn, of een slaapgelegenheid.
Eigenlijk is het intriest dat vandaag de dag mensen zo moeten leven. In feite is het is een schande. En ieder die rijk is en niet deelt (persoonlijk, maar ook als gemeenschap, en als land) zou rood moeten kleuren van schaamte bij het besef dat er vandaag mensen zijn die met honger moeten gaan slapen.
En deze mensen zijn er hoor. Want het is niet omdat wij hier in België geen sloppenwijken hebben, dat er geen armen zouden zijn. Ze zijn er, meer dan we vermoeden. Het zou niet mogen.

Laten we als christenen ook dit stuk evangelie beminnen en koesteren. Moge het vruchtbaar zijn voor de Kerk, voor ons land, voor ieder van ons.

Geld krijgt maar zijn werkelijke waarde wanneer het goed besteed wordt.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,716_green_globe_psd448121_2
ook ons kijkt Gij liefdevol aan, en herhaalt de woorden die Gij sprak tot de man uit het evangelie. Geef dat deze woorden diep in ons hart mogen doordringen als woorden van U aan ons persoonlijk gericht. Schenk ons de moed en de liefde te delen met hen die minder hebben. Leer het aan ons als persoon, maar ook aan ons land dat rijk is in vergelijking met vele andere landen. Geef dat ons land veel van haar goederen en gelden zou delen en inspanningen zou leveren om arme landen op weg te zetten hun eigen boontjes te kunnen doppen. Daarin ligt de dag van vandaag zo’n grote uitdaging voor het scheppen van een wereld waar het goed om leven is, en waar Gij alle eer wordt gebracht. Leer ons dat ook dit Blijde Boodschap is. Wat zijn we dikwijls arm. Vergeef ons Heer, en help ons U werkelijk na te volgen.
Amen.