Lezingen van de dag – maandag 24 sept 2018


Heilige (of feest) van de dag

Gerardus van Hongarije (+ 1046)

Osb, Boedapest, Hongarije; bisschop & martelaar

Hij stamde uit het Venetiaanse adellijke geslacht Sagredo. In zijn geboortestad was hij abt van klooster San Giorgio Maggiore, toen hij als pelgrim onderweg naar het Heilig Land door koning Stefanus I van Hongarije († 1038) werd gevraagd om in zijn land onder de Magyaren het christelijk geloof te verbreiden.
Hij wilde niet aan het hof wonen, maar bouwde zich in de eenzaamheid een kluizenaarswoninkje, waar hij met zijn gezel Maurus voor zeven jaar zijn intrek nam.
Nadat Stefanus zijn vijanden had overwonnen, ging hij Gerardus halen om te beginnen met de kerstening van zijn volk. Hij benoemde hem daarnaast tot persoonlijk leermeester van zijn zoon prins Emmerich, die later heilig verklaard zou worden († 1031; feest 4 november).
In 1035 werd hij benoemd tot eerste bisschop, zetelend in Chunad (= Scanád).
Tijdens de onlusten die uitbraken na Stefanus’ dood werd hij door de heidenen op de naar hem genoemde Gerardsberg bij Buda gruwelijk vermoord en in de Donau gesmeten.

Met hem stierven de bisschoppen Bugterd en Buld. Gerardus werd plechtig begraven in de Mariakerk te Csanád. Tot 21 september werden in de kerk van Santa Maria di Murano te Venetië zijn relieken vereerd; ze waren daar in 1083 naartoe gebracht, waarschijnlijk bij gelegenheid van zijn heilig verklaring door Paus Urbanus II.
In 1992 werden ze in aanwezigheid van alle bisschoppen en vele politici met plechtig vertoon teruggebracht naar de kathedraal van Szeged in Hongarije. Deze gebeurtenis werd op dat moment – vlak na de val van het Communisme – door de Hongaarse kerk beleefd als het feest van de herwonnen vrijheid.

Hij wordt vereerd als ‘De Apostel van Hongarije’ en patroon van de opvoeders.

Bron: Heiligen.net

maandag in week 25 door het jaar


Uit het boek Spreuken 3, 27-34

De wijzen van Israël bezinnen zich over het leven. Ze steunen daarbij op hun lange ervaring. Het boek Spreuken onderlijnt vooral dat God niet verantwoordelijk is voor het kwaad, maar wel de mens.
God schenkt vertrouwen aan wie voor Hem open staan.

Onthoud een ander niet waarop hij recht heeft, terwijl je het hem geven kunt.
Zeg nooit tegen je medemens: ‘Ga weg, kom morgen maar terug’, terwijl je hebt wat je hem schuldig bent. Behandel hem niet zo schandalig terwijl hij zijn vertrouwen in je heeft gesteld.
Maak geen ruzie met iemand die je geen kwaad berokkend heeft.
Wees niet jaloers op iemand die geweld gebruikt, kies niet de weg die hij gaat, want de Heer verafschuwt wie dat dwaalspoor gaat, maar wie rechtschapen is, geeft Hij zijn vertrouwen.
De Heer vervloekt het huis van goddelozen, maar de woning van rechtvaardigen zegent Hij.
Met spotters drijft Hij de spot, maar verschoppelingen schenkt Hij zijn gunst.

 

Psalm 15, 1-5

Refr.: Heer, wie doet wat goed is mag wonen op uw heilige berg.

Heer, wie mag gast zijn in uw tent,
wie mag wonen op uw heilige berg ?
Wie de volmaakte weg gaat en doet wat goed is,
wie oprecht de waarheid spreekt.

Hij doet aan lasterpraat niet mee,
hij benadeelt een ander niet
en drijft niet de spot met zijn naaste.
Hij veracht wie geen achting waard is,
maar eert wie ontzag heeft voor de Heer.

Zijn eed breekt hij niet,
al brengt het hem nadeel,
voor een lening vraagt hij geen rente,
hij verraadt geen onschuldigen voor geld.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 8, 16-18

Als God ons zijn licht heeft geschonken, is het niet de bedoeling dat we het bedekken. Nee, het mag, het moet schijnen… opdat alles aan het licht zou komen.

Jezus sprak tot de menigte:
‘Wie een lamp heeft aangestoken, dooft hem niet meteen weer door hem te bedekken en zet hem ook niet onder een bed, nee, hij plaatst hem op een standaard, zodat iedereen die binnenkomt het licht ziet. Want niets dat verborgen is blijft geheim; alles wat verborgen is zal bekend worden en aan het licht komen.
Let dus goed op hoe jullie luisteren: want wie iets heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij denkt te hebben worden ontnomen.’

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we in het boek Spreuken: Onthoud een ander niet waarop hij recht heeft, terwijl je het hem geven kunt.

Ieder mens die wij vandaag ontmoeten heeft recht op onze liefde. Wie hieraan tekort schiet onthoudt de ander waarop hij recht heeft terwijl je het hem had kunnen geven. Een gemiste kans, zowel voor jezelf als voor hem die je had kunnen liefhebben.

In wezen is elke mens een bedelaar naar liefde. Religieus gezien is het God die doorheen de ander zegt: ‘heb mij lief’. In de medemens mogen wij inderdaad God ontmoeten die vraagt te beminnen. Kijk de ander in de ogen en je kijkt God in de ogen. Ja, de medemens werkelijk ontmoeten is staan van aangezicht tot Aangezicht. Dit is geen theologische woordspelerij, het is gewoon realiteit.

We kwetsen die liefde, we kwetsen de medemens, we kwetsen God, we kwetsen onszelf, wanneer we niet liefhebben terwijl we dat hadden kunnen doen.

Laat ons elke mens beminnen, vanuit God in ons; eenvoudig, oprecht en als het kan met de ‘glimlach’ van God.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,
trek ons in de warmte van uw liefde, opdat wij vanuit deze ontmoeting met U ieder mens mogen beminnen die God op ons levenspad brengt. Wees Gij de bron van onze liefde voor elkaar.
Alle dagen van ons leven. Amen.