Lezingen van de dag – maandag 25 september 2017


Heilige (of feest) van de dag

Gerulf van Drongen († 748)

Gerulf (ook Gerolf) van Drongen (ook van Drongen), België; martelaar

Zijn leven werd opgeschreven op last van Gerard van Brogne († 959; feest 3 oktober) kort nadat Gerulfs relieken in 930 naar Drongen waren overgebracht.
Hij moet rond 725 geboren zijn als zoon van twee christenouders: Leutgold, heer van Merendree, en Ratguera. Hij woonde op de later naar hem genoemde Gerolfswal.
Het verhaal is even kort als raadselachtig.

Gerulf, een jongeman van misschien net twintig jaar, zou in de abdijkerk op de Blandinusberg te Gent het sacrament van het vormsel ontvangen uit de handen van bisschop Helyseus van Doornik-Noyon. In die tijd was het nog gebruikelijk dat je net als bij het doopsel ook bij het vormsel een peetouder had. De keus was gevallen op een familielid en vanzelfsprekend vergezelde deze hem op zijn feestelijke dag van het ouderlijk huis naar de kerk, een afstand van een uur of twee te paard. Na de indrukwekkende plechtigheid aanvaardde de jongeman vol dankbaarheid de terugtocht naar huis. Maar onderweg verlangde hij nog even af te stappen voor een dankgebed in de O.L.V.-kerk van Drongen. Toen ze samen weer te paard zaten heeft zijn begeleider zo te zien zonder enige aanleiding plotseling het zwaard getrokken en hem gedood. Misschien dat zijn peetoom Gerulfs al te grote blijheid niet kon verdragen? Het trouwe paard van Gerulf draafde door naar de ouderlijke hoeve in Merendree. Daar zag men de bloedvlekken en vol ontzetting begreep men dat er iets verschrikkelijks gebeurd moest zijn. Ze gingen op zoek en stuitten al gauw op het zieltogende lichaam van hun zoon. Zijn laatste woorden waren dat hij het liefst in Drongen begraven wilde worden.

Maar blijkbaar wilden zijn ouders hem dichtbij zich hebben, want hij werd thuis ter aarde besteld. Zijn graf werd een bedevaartplaats. Pas honderdtachtig jaar na zijn dood, in 930 (volgens anderen in 915), gaf men gevolg aan zijn laatste wilsbeschikking en bracht men hem over naar de parochiekerk van Drongen.
Waarschijnlijk is bij die gelegenheid zijn leven te boek gesteld.

In het parochiekerkje van Drongen is in een aantal ramen uit het begin van de twintigste eeuw zijn leven afgebeeld; bovendien zien we er zijn beeltenis tegen de oostwand: een jongeman met een zwaard.

Hij is patroon van de jeugd en zou uitstekend als patroon van de vormelingen passen. Hij wordt aangeroepen tegen koorts.
In Nederland hebben Pauluspolder en Stoppeldijk een Gerulfuskerk.

maandag in week 25 door het jaar


Uit het boek Ezra 1, 1-6

Toen de Perzen Babylonië hadden veroverd kregen de Israëlieten vergunning terug te keren uit hun ballingschap. Ze kregen meteen toestemming om de tempel te Jeruzalem weer op te bouwen. De Israëlieten zien daarin een teken van God: door mensen bewerkt Hij de uitvoering van zijn plannen.

In het eerste regeringsjaar van Cyrus, de koning van Perzië, ging in vervulling wat de Heer Jeremia had laten aankondigen. Hij zette de koning ertoe aan om in zijn hele koninkrijk mondeling en ook schriftelijk het volgende besluit bekend te laten maken: ‘Dit zegt Cyrus, de koning van Perzië: Alle koninkrijken van de aarde heeft de Heer, de God van de hemel, mij gegeven. Hij heeft mij opgedragen om voor Hem een tempel te bouwen in Jeruzalem, een stad in Juda. Laten al diegenen onder u die tot zijn volk behoren, zich met de hulp van hun God naar Jeruzalem in Juda begeven om er de tempel van de Heer weer op te bouwen, de God van Israël, de God die in Jeruzalem woont. Allen die hier nog als vreemdeling verblijven, waar zij zich ook mogen bevinden, dienen van hun medeburgers ondersteuning te krijgen in de vorm van zilver, goud, goederen en vee. Dit komt boven op de vrijwillige gaven voor de tempel van de God die in Jeruzalem woont.’
De familiehoofden van de stammen Juda en Benjamin, de priesters en de Levieten, allen die God daartoe aanzette, maakten zich gereed om naar Jeruzalem te vertrekken en te beginnen met de bouw van de tempel van de Heer. Al hun buren ondersteunden hen met voorwerpen van zilver en goud, met goederen, vee en kostbare geschenken, nog afgezien van wat vrijwillig aangeboden werd.

 

Psalm 126, 1-6

Refr.: Groot was het wat de Heer ons deed.

Toen de Heer het lot van Sion keerde,
was het of wij droomden,
een lach vulde onze mond,
onze tong brak uit in gejuich.

Toen zeiden alle volken:
De Heer heeft voor hen iets groots verricht.
Ja, de Heer had voor ons iets groots verricht,
we waren vol vreugde.

Keer ook nu ons lot, Heer,
zoals u water doet weerkeren in de woestijn.
Zij die in tranen zaaien,
zullen oogsten met gejuich.

Wie in tranen op weg gaat,
dragend de buidel met zaad,
zal thuiskomen met gejuich,
dragend de volle schoven.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 8, 16-18

Hoe moeten wij staan tegenover het Woord van God? Lucas verzamelt drie spreuken van de Heer om hierop een antwoord te geven. Wij moeten ontvankelijk staan voor Gods woord om zijn licht te kunnen uitstralen.

Jezus sprak tot de menigte:
‘Wie een lamp heeft aangestoken, dooft hem niet meteen weer door hem te bedekken en zet hem ook niet onder een bed, nee, hij plaatst hem op een standaard, zodat iedereen die binnenkomt het licht ziet. Want niets dat verborgen is blijft geheim; alles wat verborgen is zal bekend worden en aan het licht komen.
Let dus goed op hoe jullie luisteren: want wie iets heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij denkt te hebben worden ontnomen.’

 

Van Woord naar leven

In het boek Ezra lezen we vandaag hoe er wordt opgeroepen de tempel van God weer op te bouwen in Jeruzalem, en dat allen daarvoor hun bijdrage moeten leveren. Deze oproep wordt goed beantwoord en de tempel wordt inderdaad gebouwd. Zo lezen we. Zo was het toen.

Het Nieuwe Testament geeft een heel andere, nieuwe en frisse kijk op die zogenaamde tempel in Jeruzalem.
Jeruzalem wordt niet enkel aanzien als een stad, maar elke mens wordt uitgenodigd te werken aan het nieuwe Jeruzalem, dé plek bij uitstek waar God wordt aanbeden en belichaamd. Die plek is ons eigen hart, én de gemeenschap waarin we ons bewegen. Daar wordt gevraagd de tempel te bouwen voor God om Hem te aanbidden als een levend gebed zonder ophouden.
Concreet wil dit zeggen dat wij, u en ik, zijn geroepen om vandaag aan die tempel te werken, aan ons hart dus, aan het samenzijn met anderen. Het moet een plek zijn, een geestelijke tempel, waar God de plaats krijgt die Hij toebehoort: namelijk het levend centrum van ons bestaan; Hij die leven geeft, Hij die de genade verleent zijn liefde zichtbaar te maken door te leven in Christus. Dat is Blijde Boodschap, dat is ware aanbidding, dat is overgave, dat is Pasen.

Franciscus van Assisi kreeg doorheen een visioen van Christus te horen dat hij geroepen was Gods Kerk te herstellen. En net zoals in de tijd van Ezra, kroop hij op kapellen en kerken om dakpannen te vernieuwen, muren te verstevigen, altaren weer mooi te maken. En hoe edel dit werk ook was, pas later begreep hij dat het om een veel diepere boodschap ging, namelijk om het herstel van de Kerk, de gemeenschap in Christus, die toen erg ziek was, ook aan de ‘top’.
Franciscus en zijn eerste medebroeders zijn toen het evangelie gaan lezen en herlezen en herlezen. Zij baden om wijsheid en inzicht, en kwamen er achter dat ze (en alle christenen) eigenlijk in Christus verlost waren, en dat ze zouden moeten leven zoals Adam en Eva in het paradijs voor de zondeval: vrij en naakt voor God, zich om niets schamend.
En zo leefden ze, beleefden ze de Vrede van God onder elkaar, daar in het schone Umbrië. En die Vrede droegen ze uit door in alle eenvoud en broederlijkheid de mensen te gaan opzoeken, de melaatsen te verzorgen, de priesters te gaan bijstaan, enz… Hun leven was gekenmerkt door eenvoud, armoede en broederschap.
En dit heeft voor een deeltje de Kerk hersteld.

Voor ons is het niet anders. Ook ieder van ons draagt vandaag de dag de verantwoordelijkheid om in de Kerk herstellend aanwezig te zijn. Want ook vandaag de dag heeft ze nood aan genezing. Paus Franciscus is goed bezig, naar mijn mening. Maar allen dragen wij die verantwoordelijkheid. Laten we ze samen dragen, ieder naar onze roeping en met zijn/haar talenten en gaven.

Laten we weer een blijde, warme en eenvoudige gemeenschap worden, met zin voor broederschap en mystiek.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
wij zijn tempels van uw heilige Geest. Schenk ons de genade U diep in ons hart te mogen aanbidden als een gebed zonder ophouden. Moge wij vanuit uw inwoning in ons dragers en uitdragers zijn van uw Vrede, uw Liefde, uw zin voor broederschap.
Kom oh God, m’n Al.
Amen.