Lezingen van de dag – maandag 26 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Nestor van Perge († 250)

Nestor van Perge, Pamfilië, Klein-Azië; martelaar

Nestor was bisschop van de plaats Magydos in Pamfilië (Klein-Azië = tegenwoordige westkust van Turkije), toen de vervolgingen uitbraken onder keizer Decius. Vele christenen vielen af om het vege lijf te redden. Nestor raadde ieder aan die voorzag niet opgewassen te zijn tegen de marteldood, te vluchten. Hijzelf bleef op zijn post, en dwong daarmee respekt af bij de Romeinse stadhouder Irenarchus. Deze liet hem ontbieden, en bood hem zelfs hoffelijk en gastvrij een zetel aan. Nestor vroeg naar de reden van dit eervol onthaal en hij kreeg ten antwoord: “Uit respekt voor uw levenswijze.”

Waarop Nestor reageerde: “Nou, dan heb ik intussen wel repekt genoeg gekregen; dan wil ik nu weten waarom u mij hebt ontboden?” Irenarchus, in het bijzijn van de gehele raad, vroeg hem: “Bent u op de hoogte van het gebod van de keizer?” “Nee, ik ken wel Gods geboden, maar niet die van de keizer.” Irenarchus waarschuwde hem, dat hij zich aan de geboden van de keizer diende te houden. Maar Nestor meende, dat hij zich veeleer aan Gods geboden moest houden. Irenarchus konstateerde hierop, dat Nestor van een duivel bezeten moest zijn. Nestor weer: “Veeleer zijn uw goden de duivels. Als u dat maar eens inzag…” Daarop werd Irenarchus kwaad, omdat de goden waarin hij geloofde, duivels werden genoemd. Nu dreigde hij Nestor te martelen totdat deze tot betere inzichten gekomen zou zijn. Nestor antwoordde: “U kunt mij dreigen met allerhande folteringen; maar dààr ben ik niet bang voor. Als ik ergens ontzag voor heb, dan zijn het de kwellingen die Christus mij aan kan doen, wanneer ik hem niet trouw zou blijven. Irenarchus besloot dat Nestor voor de landvoogd in Perge moest verschijnen.

Daar aangekomen vroeg de landvoogd naar Nestor’s naam; deze antwoordde dat hij christen was. De landvoogd gebood hem wierookoffers te branden voor de goden. Nestor weigerde. Nu moest hij de gebruikelijke, gruwelijke folteringen ondergaan. Maar Nestor sprak: “U kunt mij folteren zo u wilt, maar Christus mijn Heer verloochenen die voor mij aan het kruis gestorven is: zo ver krijgt u mij toch niet.”

Daarop stelde de landvoogd hem voor de laatste maal voor de keus: onze goden of uw Christus. Nestor zei vast te houden aan zijn Christus. Toen is hij als een waar navolger van Christus ter plaatse gekruisigd. De verteller tekent op, dat hij vanaf het kruis de daar verzamelde christenen aanspoorde de knieën te buigen en tot Christus te bidden. Op het moment dat het volk door de knieën ging, sprak hij met luide stem “Amen!” en gaf de geest.

maandag in de 2e week
van de 40-dagentijd


Uit de profeet Daniël 9, 4b-10

De profeet Daniël vertolkt het berouw van zijn volk. Zij bekennen hun fouten. Zij hebben goddeloos gehandeld en zijn weerspannig geweest. Zij weten dat God in zijn recht staat. Toch is er hoop ! ‘De heer, onze God, is vol erbarmen en vergeving’.

Heer, grote en geduchte God, die zijn beloften nakomt en trouw is aan wie Hem liefhebben en doen wat Hij gebiedt; wij hebben gezondigd en ons misdragen. Wij zijn slecht en opstandig geweest, wij zijn van uw geboden en regels afgeweken en wij hebben niet geluisterd naar uw dienaren, de profeten, die in uw naam tot onze koningen, onze vorsten, onze oudsten en tot het hele volk gesproken hebben.
U, Heer, staat in uw recht, maar tot op deze dag staat de schaamte ons op het gezicht, ons, de mannen van Juda, de inwoners van Jeruzalem, alle Israëlieten, of ze nu dichtbij zijn of ver weg, in alle landen waarheen U hen hebt verdreven vanwege hun ontrouw jegens U. Heer, ons en onze koningen, onze vorsten en onze oudsten staat de schaamte op het gezicht, omdat wij tegen U gezondigd hebben.
De Heer, onze God, is vol erbarmen en vergeving, hoewel wij tegen Hem in opstand zijn gekomen en niet hebben geluisterd naar de Heer, onze God. We hebben de lessen die Hij ons door zijn dienaren, de profeten, heeft laten leren in de wind geslagen.

 

Psalm 79, 8 + 9 + 11 + 13

Refr.: Heer, wij zijn uw volk, de kudde die U hoedt.

Heer, reken ons de zonden van vroeger niet aan,
toon erbarmen en haast U, want onze ellende is groot.

Help ons, God, bevrijd ons, tot eer van uw roemrijke Naam,
red ons en bedek onze zonden, omwille van uw Naam.

Laat het zuchten van uw geknechte volk U bereiken,
machtig is uw arm: houd in leven wie ten dode zijn gedoemd.

Wij zijn uw volk, de kudde die U hoedt,
wij zullen U prijzen tot in eeuwigheid,
van geslacht op geslacht verhalen van uw roem.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 36-38

Jezus roept op tot vergevingsgezindheid tegenover elkaar. God zal onze goedheid altijd overtreffen. Zijn barmhartigheid navolgen is onze roeping. Daarom mogen wij elkaar niet oordelen en zeker niet veroordelen, maar wij moeten elkaar vrijspreken en vergeving schenken.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is. Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden.
Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’

Van Woord naar leven

Jezus roept op te zijn zoals de Vader. Dat doet Hij meer, dat is niet de eerste keer. En terecht, we zijn immers geschapen naar het Beeld en de gelijkenis van de Vader, en we zijn dus ook geroepen om te leven naar dat Beeld en die gelijkenis.

‘Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is’, zegt Jezus ons vandaag.
Barmhartigheid is het hart van elke menselijke relatie. De goede relatie wordt erdoor in stand gehouden, de zieke relatie kent door de barmhartigheid genezing.

Wie barmhartig is voor ieder, in de naam van de Heer, is een genadevol mens. Door hem trekt immers Christus al weldoende rond.

Aan ons de keuze. Kijken we naar de naaste met het hart van de Heer, innig verenigd met Hem, of kijken we naar onze medemens vanuit een hart dat mogelijk vertroebeld is door wat dan ook en ons de goede relatie met de ander in de weg staat.
Ik stel alvast voor: Laat ons kiezen voor het eerste, voor de Heer, dat is niet alleen de beste keuze, maar in die keuze bevinden we ons ook in goed gezelschap, namelijk de Heer mét ons.

Ja, laat ons kiezen voor de liefde, voor Gods barmhartigheid. Het is niet enkel onze roeping, maar het maakt de wereld ook zoveel mooier en warmer.

Geloof is niet enkel belijden, het is ook doen en doorgeven; kortom: vieren.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
maak van ons barmhartige mensen
zoals de Vader dat is in U.
Help ons ieder, zonder onderscheid,
te beminnen vanuit uw liefde voor ieder van ons.
Kom heilige Geest.
Amen.