Lezingen van de dag – maandag 26 maart 2018


Heilige (of feest) van de dag

Castulus van Moosburg (+ ca 286)

Castulus van Moosburg, Rome, Italië; martelaar

Volgens de overlvering werd hij tijdens de christenvervolgingen onder keizer Diocletianus (285-305) gearresteerd, omdat hij – nota bene in staatsdienst als officier – christenen in zijn huis onderdak verleende. Daarmee overtrad hij als militair ook een bevel van de keizer. Hij werd gemarteld en levend begraven in de catacomben aan de Via Labicana.

Latere legenden voegen hieraan toe dat hij ook de bisschop van Rome, paus Gaius († ca 295/6; feest 22 april), en andere christenen onderdak bood en dat zijn vrouw, Sint Irene van Rome († ca 288; feest 22 januari), Sint Sebastianus († ca 288; feest 20 januari) verzorgde.

In de eeuwen daarna moet zijn stoffelijk overschot overgebracht zijn naar Pavia. In de 8e eeuw nam abt Reginpert de relieken mee naar zijn benedictijner abdij Moosburg bij de Zuid-Duitse stad Freising. Vandaar werden er in 1064 gedeelten van geschonken aan de stad Landshut. Deze bevinden zich thans in de St.-Martinskerk.

Hij is patroon van Moosburg; alsmede van herders. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen bloedvergiftiging, roos, wildvuur en wondkoorts; ook tegen bliksem en paardendieven.

maandag in de Goede Week


Uit de profeet Jesaja 42, 1-7

In vier liederen bezingt Jesaja de ‘Dienaar van Jahwe’, waarin Jezus de volmaakte verpersoonlijking zal zijn. Het eerste lied spreekt over zijn uitverkiezing. Hij krijgt de opdracht om Israël het heil te brengen. Daartoe werd hij vervuld met de geest. Hij zal in zachtmoedigheid en nederigheid de kracht en het universele licht van de ware God moeten brengen bij de naties.

Zo spreekt de Heer:
‘Hier is mijn dienaar, hem zal Ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind Ik vreugde, Ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar; het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.
Ongebroken en vol vuur zal hij het recht op aarde vestigen; de eilanden zien naar zijn onderricht uit.
Dit zegt God, de Heer, die de hemel heeft geschapen en uitgespannen, die de aarde heeft uitgehamerd met alles wat zij voortbrengt, die de mensen op aarde levensadem geeft, en levensgeest aan allen die daar verkeren.
In gerechtigheid heb Ik, de Heer, jou geroepen. Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden, Ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen en maak je tot een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangenen te bevrijden uit de kerker, wie in het duister zitten uit de gevangenis.’

 

Psalm 27, 1 + 2 + 3 + 13 + 14

Refr.: De Heer is mijn licht, mijn behoud.

De Heer is mijn licht, mijn behoud,
wie zou ik vrezen ?
Bij de Heer is mijn leven veilig,
voor wie zou ik bang zijn ?

Kwaadwilligen kwamen op mij af
om mij levend te verslinden,
mijn vijanden belaagden mij,
maar zij struikelden, zij vielen.

Al trok een leger tegen mij op,
mijn hart zou onbevreesd zijn,
al woedde er een oorlog tegen mij,
nog zou ik mij veilig weten.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?

Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 12, 1-11

De maaltijd bij Lazarus en de zalving van Jezus vinden plaats zes dagen voor Pasen. Judas Iskariot vindt het een geldverspilling. Dit verslag verwijst reeds naar de komende gebeurtenissen. Judas zal Hem overleveren. Jezus zal sterven, maar ook verrijzen. De aanwezigheid van Lazarus herinnert er ons aan dat Jezus heer en meester is over leven en dood.

Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, naar Lazarus die Hij uit de dood had opgewekt.
Daar hield men ter ere van Hem een maaltijd; Marta bediende, en Lazarus was een van de mensen die met Hem aanlagen.
Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar. De geur van de olie trok door het hele huis.
Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die Hem zou uitleveren, vroeg: ‘Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?’ Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde – hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit.
Maar Jezus zei: ‘Laat haar, ze doet dit voor de dag van mijn begrafenis; de armen zijn immers altijd bij jullie, maar Ik niet.’
Intussen hadden de Joden gehoord dat Jezus daar was en ze gingen in groten getale naar Hem toe, niet alleen om Hemzelf, maar ook om Lazarus te zien die Hij uit de dood had opgewekt.
De hogepriesters beraamden intussen een plan om ook Lazarus te doden, omdat hij er de oorzaak van was dat veel Joden bij Jezus kwamen en in Hem gingen geloven.

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we bij de Jesaja, profeterend over de Komende: ‘Het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven.’

Gisteren was het Palmzondag. De Onze-Lieve-Vrouwekerk in Temse was goed gevuld; daar kan nochtans veel volk in. Palmzondag is sowieso al een speciale zondag, de vormelingen en de eerste communicantjes waren er met hun ouders, er was een doop, … kortom leven in Gods huis. Hoe meer zielen (in de kerk), hoe meer vreugde; absoluut.

Het was een mooi zicht die vele vele mensen, echt van allerlei slag. Allemaal mensen die, ieder met hun reden, naar de kerk afzakten om … ja, om God. Anders kom je toch niet naar de kerk.
En zonder dat ik me ervan bewust was dat het vandaag die lezing was uit Jesaja, moest ik denken aan de profetie die we vandaag hoorden: ‘Het geknakte riet zal hij niet breken, de kwijnende vlaspit niet doven’.
Elke mens in deze kerk, of waar dan ook, zit en leeft met zijn verleden, zijn rugzak, zijn kwetsuren, zijn zonden. Allemaal mensen die op een of andere manier, en de ene al meer dan de andere, innerlijk gekwetst, of geknakt, door het leven gaan.

Wel, die kwetsuren, van welke aard ook, of ze er nu zijn door het lot, de schuld van anderen, of door eigen zonden, komt de Heer zalven, helen. Het geknakte riet zal Hij niet breken, integendeel. In zijn liefde zal Hij er zich over ontfermen. Het misschien zeer teer geworden plantje zal Hij beminnelijk verzorgen, om het weer sterk te maken, hoop te geven, om het te vullen met Zichzelf.

Mensen, dit gaat over ons; over u, over mij, over ieder mens. Zo komt de Heer naar ons toe: zalvend, genezend. Hij komt naar ons toe om ons de barmhartigheid van de Vader mee te delen. Meer: Jezus is die barmhartigheid. Hij is de verpersoonlijking van de goedheid van de Vader. Zo komt Hij naar ons toe, zo is Hij in ons aanwezig.

Nederig als Hij is wacht Hij tot we Hem toelaten.
Ik zou zeggen: open je, heet Hem welkom, laat de zalving en de heling toe.

Judas Iskariot, waarover we vandaag lezen in het evangelie, deed dat duidelijk niet. Nochtans had hij beslist ook die mogelijkheid. Maar hij hield zijn hart gesloten, en liet zich door iets anders leiden dan door God. En we kennen de gevolgen. In ons leven zouden die gevolgen in wezen niet anders zijn.

We zijn de Goede Week. We gaan de komende dagen nog heilige momenten doormaken: de instelling van de eucharistie, de voetwassing, het sterven van Jezus, de stilte van Stille Zaterdag, om dan met de Heer op te staan op Paasmorgen.

Lieve mensen, open je hart voor deze grote gebeurtenissen. Liturgie is genade voor wie er zich aan toevertrouwt. Doen zou ik zeggen. Opdat het werkelijk een ‘goede’ week mag worden; goed voor je ziel, voor heel je persoon, voor de weg die jij te gaan hebt, voor de Kerk, voor de wereld.

Laten we, bijzonder in deze dagen, diep bidden voor elkaar.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
dank om uw grote liefde voor ieder van ons. Wat zouden we zijn zonder U… Neem ons op in uw reddende aanwezigheid en leer ons ‘ja’ te zeggen tot U, uw kruis omhelzend, van uw kruis ontvangend.
Kom heilige Geest. Amen.