Lezingen van de dag – maandag 27 maart 2017


Heilige (of feest) van de dag

Ensfrid van Keulen († 1192)

Ensfrid (ook Enfrid) van Keulen, Duitsland; dekaan aan de St-Andreaskerk

Aanvankelijk was hij pastoor in Siegburg. Van daaruit werd hij in Keulen aangesteld tot dekaan van de St-Andreaskerk.
Hij staat te boek als een originele, maar ook deugdzame en beminnelijke priester. Hij was de biechtvader van de recluus Waldever († 1188; feest 27 maart).

Caesarius van Heisterbach beschrijft hoe hij elke gelegenheid aangreep om aan liefdadigheid te doen. Hij schrok er niet voor terug letterlijk het hemd van zijn lijf weg te geven, als een bedelaar dat nodig leek te hebben. Een toehoorder merkt zelfs op dat hij dus verder ging dan de grote Martinus, want die deelde ‘slechts’ zijn mantel, terwijl Ensfrid soms in zijn blootje achterbleef.

maandag in de vierde week
van de vastentijd


Uit de profeet Jesaja 65, 17-21

Niet het verleden, maar de toekomst moet ons ter harte gaan. ‘Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde…’ Daarom zal er vreugde en blijdschap zijn. Droefheid en ziekte zullen in het messiaanse Rijk veranderd worden in overvloed en weelde. Voor het oog van de andere volkeren zal Israël een plaats van verrukking en heerlijkheid zijn.

Zo spreekt de Heer:
“Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest.
Er zal alleen maar blijdschap zijn en groot gejuich om wat Ik schep. Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad en schenk haar bevolking vreugde.
Dan zal Ik over Jeruzalem jubelen en mij verblijden over mijn volk. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord.
Geen zuigeling zal daar meer zijn die slechts enkele dagen leeft, geen grijsaard die zijn jaren niet voltooit; want een kind zal pas sterven als honderdjarige, en wie geen honderd wordt, geldt als vervloekt.
Zij zullen huizen bouwen en er zelf in wonen, wijngaarden planten en zelf van de opbrengst eten.”
Zo spreekt de almachtige Heer.

 

Psalm 30, 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 11 + 12 + 13

Refr.: Heer, mijn God, U wil ik eeuwig loven !

Hoog wil ik U prijzen, Heer, want U hebt mij gered.
U hebt mijn vijand geen reden gegeven tot vreugde.
Heer, mijn God, ik riep tot U.
Ik riep om hulp en U hebt mij genezen.
Heer, U trok mij uit het dodenrijk omhoog,
ik daalde af in het graf, maar U hield mij in leven.

Zing voor de Heer, allen die Hem trouw zijn,
loof zijn heilige Naam.
Zijn woede duurt een oogwenk,
zijn liefde een leven lang.
Met tranen slapen we ‘s avonds in,
‘s morgens staan we juichend op.

Luister, Heer, en toon uw genade,
Heer, kom mij te hulp.
U hebt mijn klacht veranderd in een dans,
mijn rouwkleed weggenomen, mij in vreugde gehuld.
Mijn ziel zal voor U zingen en niet zwijgen.
Heer, mijn God, U wil ik eeuwig loven.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 4, 43-54

Het heilbrengend woord van Jezus en het geloof van de hofbeambte uit Kafarnaüm bewerken de genezing van de zoon. Dit mirakel is een teken van Jezus’ messiaanse zending. Niet alleen tot Israël is Hij gezonden, maar voor ieder die gelooft is Hij de bron van leven.

Jezus trok Jezus verder naar Galilea, want Hij had zelf gezegd dat een profeet in zijn vaderland niet wordt geëerd.
Toen Hij in Galilea kwam, ontvingen de mensen Hem gastvrij; ze hadden alles gezien wat Hij op het feest in Jeruzalem gedaan had, want daar waren ze zelf bij geweest.
Hij ging in Galilea weer naar Kana, waar Hij van water wijn had gemaakt.
Er was daar een hoveling uit Kafarnaüm wiens zoon ziek was. Omdat hij gehoord had dat Jezus uit Judea naar Galilea was teruggekeerd, was hij naar Hem toe gekomen, en nu vroeg hij of Jezus mee wilde gaan om zijn zoon, die op sterven lag, te genezen.
Jezus zei tegen hem: ‘Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!’
Maar de hoveling drong aan: ‘Heer, ga toch mee, voordat mijn kind sterft.’
‘Ga maar naar huis’, zei Jezus, ‘uw zoon leeft.’ De man geloofde wat Jezus tegen hem zei en ging weg.
En terwijl hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem al tegemoet om te zeggen dat zijn kind in leven was.
Hij vroeg hen sinds wanneer het beter met hem was gegaan. Ze zeiden: ‘Gisteren, een uur na de middag, is de koorts verdwenen.’
De vader besefte dat dat het moment was dat Jezus tegen hem gezegd had ‘uw zoon leeft’. Hij kwam tot geloof, hij en al zijn huisgenoten.
Dit deed Jezus toen Hij uit Judea naar Galilea was teruggekeerd; het was zijn tweede wonderteken.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt de Heer ons doorheen de profeet Jesaja: ‘Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.’

Dat woordje ‘zie’ slaat op Jezus. Hem zullen zij zien; in het visioen en later met hun ogen. Hem mogen wij ook vandaag zien, tenminste voor wie ziende is.
De ‘nieuwe hemel en nieuwe aarde’ zijn de vruchten van Jezus’ zijn, Gods menswording onder ons.
Onze roeping is het deze genade te ontvangen. Zo zullen we met, vanuit en door Jezus die nieuwe hemel en aarde belichamen.
Dit kan klinken als een utopie. En toch hoeft het dit niet te zijn. Die beloofde nieuwe aarde is niet het probleem. Doorgaans is de mens het probleem.

Als je vandaag de dag de wereld inkijkt, dan zie je veel problemen, reusachtig veel problemen. Er is zeer veel lijden in de wereld omdat mensen, mijn inziens, verkeerde wegen gaan, verkeerde keuzes maken, de foute dingen beminnen. Ik ook hoor, ik ben geen heilige, verre van.
Maar als ik naar het journaal luister en kijk, als ik de grote wereldproblemen bekijk, als ik de commentaren volg van vele van onze politiekers, dan denk ik soms: wat kan een mens toch dom zijn. Geld, egocentrisme, machtsdrang en corruptie … vier duivels die toch zo bemind worden … vier zaken die zo tegengesteld zijn aan de liefde en het welzijn van de grotere gemeenschap.

Ik ben nogal fan van onze huidige paus Franciscus. Omdat hij een man is die de mensheid, ver over de grenzen heen van de katholieke kerk, voortdurend oproept om constructief te werken aan wereldvrede, met instrumenten als respect voor ieder, daadwerkelijke solidariteit met hen die het – om welke reden ook – zwaar hebben, barmhartigheid, eerbied voor Gods schepping, enzomeer … Wie volgt wat hij zegt en schrijft, kan toch maar alleen zeggen: wat een groot leider !
Hij zet de deuren en de ramen van de Kerk wijd open, om enerzijds frisse wind binnen te laten, en om anderzijds de wereld in te trekken, tot naar de verste uithoeken. Om de schoonheid van God uit te zingen doorheen woord en daad, doorheen gebed en engagement, doorheen het maken van de juiste keuzes: kiezen voor wat goed en waar is, kiezen tegen wat kwaad en onwaar is.
Ok, een paus is er niet om verheerlijkt te worden in zijn persoon. Maar hij is een voorbeeld van leiderschap, door de mensheid voortdurend op te roepen beeld te zijn van een hogere liefde, beeld van God. Ja, een groot man die paus Franciscus.

Als ik vandaag de Heer hoor zeggen: ‘Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’, hoor ik daarin twee dingen: een gave, en een roep. De gave is Hijzelf in zijn Zoon, de roep is ons aan Hem te schenken, opdat wij in ons doen en laten instrumenten zouden zijn van zijn liefde.

Kom, laten we ons geven aan Hem, zoals Hij zich geeft aan ons. En laten we vanuit deze innige eenheid, in alle bescheidenheid maar ook moedig, werken aan een wereld waar de liefde ten diepste bemind en geëerd wordt. En nee, dit is geen utopie. Dit is hoop die ons fris maakt, eenvoudig, blij en zin geeft voor gemeenschap.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
ondanks het vele onrecht in deze wereld, ondanks veel oorlog en onliefde, ondanks het pijnlijke blijvende feit van bittere armoede in deze wereld, willen wij U danken om die nieuwe hemel en nieuwe aarde.
Vergeef de mensheid, vergeef ons allen, en help ons te leven in U, Gij, levende Liefde voor ons allen.
Amen.