Lezingen van de dag – maandag 28 november 2016


Heilige (of feest) van de dag

Cathrine Labouré († 1876)st_catherine_laboure_001

Cathrine (doopnaam Zoé) Labouré, Parijs, Frankrijk; kloosterlinge & mystica

Zij werd op 2 mei 1806 geboren te Fain-lès-Moutiers aan de Franse Côte d’Or als dochter van een welvarende boer. Al heel vroeg verloor zij haar moeder. Van dat moment nam zij steevast haar toevlucht tot de Moeder Gods. In 1830 trad zij in bij de Zusters van Barmhartigheid van Vincentius a Paolo. In het huis aan de Rue du Bac in Parijs verrichtte zij in alle eenvoud haar liefdediensten aan armen en gebrekkigen. Tot haar dood was zij onvermoeibaar in de weer voor haar mensen. In haar gebed ontving zij de stigmata.

Ook zou Maria haar verschenen zijn. De Mariaverschijning op 27 november 1830 zou de aanleiding worden voor de verspreiding van de ‘wonderdadige medaille’, waarvan er nog tijdens haar leven grote aantallen werden aangemaakt voor gelovigen die steun zochten in deze devotie.

Haar relieken bevinden zich in de kerk van de Zusters van Vincentius a Paolo in de Parijse Rue du Bac; daar wordt ook de stoel getoond waarop Maria in 1830 had gezeten. Het huis aan de Rue du Bac is tot op de dag vandaag een druk bezocht bedevaartscentrum. Haar biechtvader J. Aladel beschreef haar visioenen.
In 1947 werd zij heilig verklaard.
Zij is patrones van duivenliefhebbers en duivenmelkers.

maandag in de 1e week van de adventbijbel


Uit de profeet Jesaja 4, 2-6

Zelfs als er menselijk gezien geen redding meer mogelijk is, kan de kleine beproefde ‘rest’ van de getrouwen rekenen op een toekomstig geluk. De ‘loot van de Heer’, de afstammeling van David, zal zorgen voor betere dagen. De Heer zal zijn volk bijstaan zoals tijdens de uittocht uit Egypte.

Op die dag zal de Heer het land tot bloei brengen, het zal als een kostbaar sieraad zijn. De rijke vrucht van het land zal elke Israëliet die ontkomen is met trots vervullen. Ieder die nog in Sion is, ieder die in Jeruzalem is achtergebleven, zal heilig genoemd worden, alle mensen in Jeruzalem die ten leven opgeschreven zijn. Wanneer de Heer het vuil van Sions vrouwen heeft weggewassen en het bloed van Jeruzalem heeft afgespoeld, door een zuiver oordeel en een zuiverend vuur, dan zal hij boven de plaats waar de Sion ligt en waar men bijeenkomt, een wolk scheppen voor overdag en een lichtend vuur met rook en vlammen voor de nacht. Zijn luister zal alles overdekken, als een hut die schaduw biedt in de hitte van de dag, en beschutting tegen storm en regen.

 

Psalm 122, 1-4a + 8-9

Refr.: Laten we optrekken naar de berg van de Heer.

Verheugd was ik toen ik hoorde:
Wij gaan naar het huis van de Heer.annunciation-icon1

Verheugd ben ik, nu onze voeten staan
binnen je poorten, Jeruzalem.

Jeruzalem, als een stad gebouwd,
hecht en dicht opeen.

Daar komen de stammen samen,
de stammen van de Heer.

Om mijn verwanten en vrienden
zeg ik: ‘Vrede zij in jou.’

Om het huis van de Heer, onze God,
wens ik je al het goede.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 5-11

Niet alleen voor Joden is het heil beloofd. ‘Velen uit het oosten en het westen zullen komen en aanliggen in het Koninkrijk van de hemel’. De genezing van de knecht van een Romeinse legerofficier is een illustratie van Jezus’ wereldwijde zending.

Toen Jezus Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt, U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het Koninkrijk van de hemel.

Van Woord naar leven

Advent is zich – meer en intenser dan anders – keren naar God, zich be-keren tot Hem die ons zijn Zoon, en dus het volle leven, schenkt.
Dat zich keren naar God vraagt een beweging van de mens. De mens moet zijn hart, zijn hoofd, al zijn krachten, zijn hele zijn richten naar God.
God wacht op deze beweging van de mens. Het heil komt van Hem, maar Hij wacht, nederig als Hij is.
In het boek Apocalyps lezen we: ‘Ik (Christus) sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik binnenkomen, en we zullen samen eten, Ik met hem en hij met mij’. (Op. 3, 20). Ja, God is nederig. Hij is niet dwingend. Hij geeft de mens zijn volle vrijheid, wetende dat dit een risico inhoudt. Want we kunnen ook ‘nee’ zeggen, wat jammer zou zijn, voor onszelf en de mensen die God ons geeft.
Liefde kan enkel in volle vrijheid gegeven worden, anders zou het geen liefde zijn. Vandaar dat liefde nooit afgedwongen kan worden, niet door een mens, niet door God.

Vandaag ontmoeten we in het evangelie een man die naar Jezus toe gaat. De meeste mensen doen dat voor zichzelf, maar deze man niet. Hij komt voor een van zijn dienaren die lam is en veel pijn lijdt. Mooi hoe een werkgever een werknemer in dienst heeft die lam is, en als deze pijn lijdt naar Jezus toe stapt.
Jezus ziet de diepe liefde van deze man voor zijn werknemer, én Hij ziet zijn sterk geloof. Deze man moet Jezus als het ware diep ontroerd hebben. Hij stelde deze persoon dan ook als voorbeeld voor ieder die het horen wilde.
Wie het verhaal verder kent weet dat Jezus de man naar huis stuurde met de belofte dan zijn werkgever genezen zou zijn, wat inderdaad het geval was. Mooi.

Wat wij kunnen leren uit dit evangelie is dat wij naar Jezus mogen toegaan met een sterk geloof, met ons hart wetende dat Jezus kan genezen. Niet enkel onszelf, maar allen die wij in gebed bij Hem brengen.
Met een sterk geloof… dat wil zeggen: ons gevende aan zijn aanwezigheid, zijn genade toelatend.
En laten we ons niet te fel focussen op lichamelijke genezing (hoewel bij God alles mogelijk is), maar vooral op de genezing van het hart, waar we allen nood aan hebben.

Advent is een tijd van zich keren naar God, met de bedoeling dat Hij in ons zijn inwoning vindt en ons tot genezing kan brengen.
Moge Hij ons genezen van al onze onliefde. Moge Hij al wat duister is omdraaien naar zijn licht.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,pict0050
kom met uw heilige Geest over ieder van ons en geef ons dat stille enthousiasme dat ons in beweging doet zetten voor U. Moge wij zo bezield zijn door U dat wij leven in uw licht, uw liefde dragend, uw liefde uitdragend.
Kom Heer Jezus, trek ons in de gloed van uw liefde voor allen, maak ons innig één met U, en leef door ons, Gods lied zingend.
Amen.