Lezingen van de dag – maandag 29 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Gerardesca van Pisa († ca 1260)

Gerardesca (ook Geraldina, Gerardina of Gherardesca) van Pisa osb.cam., Italië; weduwe & kluizenares

Zij werd geboren aan het begin van de 13e eeuw, vermoedelijk in 1210 of 1211. Als kind voelde zij zich aangetrokken tot de godsdienst. Maar dat nam zulke vormen aan dat de familie er ongerust van werd. En die familie was toch zelf ook behoorlijk godsdienstig. Zij was nog geen zeven jaar oud, toen zij ‘de genoegens van het gezinsleven’ ontvluchtte – zoals haar levensbeschrijver het zegt – en zich terugtrok in een kloostertje. Daar leidde zij enige tijd een tamelijk onopvallend leven. In ieder geval horen we niets van haar. Ze zal zich dus wel niet bijzonder ongewoon gedragen hebben.

Op een goed moment vond haar moeder dat ze weer naar huis moest komen. En dat deed ze. Ze gehoorzaamde ook, toen haar moeder voor haar een geschikte echtgenoot had uitgekozen. Eindelijk begon haar dochter Gerardesca een beetje normaal te worden, dacht moeder. Ze ging zich tenminste gedragen als andere vrouwen. Zie je wel, moeders weten uiteindelijk toch altijd wat het beste is voor hun dochter. Vandaar dat moeder nu vurig bad tot God dat er bij haar dochter gauw een kindje geboren zou worden. Dan had Gerardesca geen tijd meer voor andere dingen; en dan was zij zelf voor het eerst oma. In haar gebed kreeg ze te horen dat haar dochter alleen maar een geestelijk kind zou baren. Daar begreep moeder niets van. Ze werd ziek. Ze begon te klagen over allerlei pijnen en kwalen. Ze raakte overdekt met zweren ne gezwellen. Ze kon zich eigenlijk niet buitenshuis vertonen. En moeder begon zich af te vragen of dit haar straf was voor haar al te grote bemoeizucht. Dat duurde zo twee jaar.

Intussen had dochter Gerardesca haar man weten over te halen om monnik te worden in een klooster. Hij zei dat hij dat zelfs graag wilde. Misschien was hij op zijn beurt door zijn familie gedwongen tot dit huwelijk met Gerarda. Hoe dan ook, hij ging in het klooster bij de monniken van St-Savin te Pisa. Gerardesca sloot zich aan bij de derde orde van deze kloostergemeenschap. Dat wil zeggen dat zij niet in de kloostergemeenschap zelf leefde, maar in haar privé-leven wel de kloostergeloften van armoede en kuisheid onderhield. Bovendien betekende het dat je aalmoezen gaf aan de armen. Gerardesca trok zich terug in de eenzaamheid en ging wonen in een kluisje (niet meer dan een schamel hutje in het bos) dicht in de buurt van het klooster waar haar man was ingetreden.

Eindelijk kon zij zich helemaal wijden aan gebed en vereniging zoeken met haar geliefde Heer, Jezus. Zij stond bekend als een vrouw die heel intensief en langdurig kon bidden. Daar ging ze dan volkomen in op, zodat ze niets anders meer om zich heen waarnam. Net alsof ze ergens heel mooie muziek hoorde spelen. Als ze bad, kon je aan haar zien dat ze één en al oor was. Ze luisterde ergens naar. In diezelfde tijd genas moeder van haar vreselijke pijnen. Later zou ze zeggen dat het de gebeden van Gerardesca waren geweest die haar weer gezond gemaakt hadden.

Gerardesca werd een vrouw waar ieder over met respect over sprak. De vreugde en vrede straalden van haar af. Vele mensen kwamen haar opzoeken om raad te vragen. En God weet hoevelen zij heeft getroost en bemoedigd. Sommigen zeggen dat zij overleed rond het jaar 1260; anderen menen dat het tien jaar later was.

maandag in de zevende paasweek


Uit de Handelingen van de Apostelen 19, 1-8

Johannes de Doper was de voorloper van Jezus. Het doopsel dat hij toediende was een voorbereiding op de verkondiging van de Blijde Boodschap en de navolging van Jezus. Te Efeze ontmoet Paulus, lang na de dood van Jezus, enkele leerlingen van Johannes die Christus nog niet kennen. Ze zijn bereid christenen te worden en ontvangen de heilige Geest. Zoals te Jeruzalem gaat deze gave gepaard met een pinksterwonder.

Terwijl Apollos in Korinte verbleef, kwam Paulus na zijn reis door het binnenland in Efeze aan.
Hij ontmoette daar enkele leerlingen, aan wie hij vroeg: ‘Hebben jullie de heilige Geest ontvangen toen jullie het geloof aanvaardden?’
Ze antwoordden: ‘Nee, we hebben zelfs niet gehoord van het bestaan van een heilige Geest.’
Hij vroeg: ‘Hoe zijn jullie dan gedoopt?’
‘Met de doop van Johannes’ , antwoordden ze.
Daarop zei Paulus: ‘Johannes doopte de mensen om hen een nieuw leven te laten beginnen en zei tegen hen dat ze moesten geloven in degene die na hem kwam, in Jezus.’
Toen ze dat gehoord hadden, lieten ze zich dopen in de naam van de Heer Jezus, en toen Paulus hun de handen had opgelegd daalde de heilige Geest op hen neer, zodat ze in klanktaal gingen spreken en profeteerden. De voltallige groep bestond uit ongeveer twaalf mensen.
De volgende drie maanden ging hij regelmatig naar de synagoge, waar hij vrijmoedig met de bezoekers sprak over het koninkrijk van God en hen met zijn uiteenzettingen trachtte te overtuigen.

 

Psalm 68, 2 + 3 + 4 + 5 + 7

Refr.: Zing voor God, bezing zijn Naam.

God staat op, zijn vijanden stuiven uiteen,
zijn haters vluchten als Hij verschijnt.

U verdrijft ze zoals wind de rook verdrijft.
Zoals was smelt bij het vuur,
zo vergaan de zondaars als God verschijnt.

Maar de rechtvaardigen verblijden zich,
zij juichen als God verschijnt, uitgelaten van vreugde.

Zing voor God, bezing zijn Naam,
maak ruim baan voor Hem die door de vlakten rijdt,
Heer is zijn naam, jubel als Hij verschijnt.

God geeft eenzamen een thuis
en gevangenen vrijheid en voorspoed.
Maar opstandigen zullen wonen op dorre grond.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 16, 29-33

Een Jezus die alleen maar schoonmenselijk is, of een wijze volksleider, kan geen bron van geloof zijn. De leerlingen van Jezus komen tot het echte geloof op het ogenblik dat ze inzien dat Jezus is uitgegaan van de Vader.

De leerlingen zeiden tot Jezus: ‘Ja, nu spreekt U rechtstreeks en niet in beelden. Nu begrijpen we dat U alles weet en dat niemand U iets hoeft te vragen, nu geloven we dat U van God bent gekomen.’
Jezus vroeg: ‘Nu geloven jullie? Er komt een tijd, en die tijd is er al, dat jullie uiteengedreven worden, dat ieder zijn eigen weg gaat en mij alleen achterlaat. Maar Ik ben niet alleen, want de Vader is bij mij.
Ik heb dit gezegd opdat jullie vrede vinden bij mij. Jullie zullen het zwaar te verduren krijgen in de wereld, maar houd moed: Ik heb de wereld overwonnen.’

Van Woord naar leven

De volgende drie maanden ging hij (Paulus) regelmatig naar de synagoge, waar hij vrijmoedig met de bezoekers sprak over het koninkrijk van God en hen met zijn uiteenzettingen trachtte te overtuigen. Zo lezen we vandaag bij de Handelingen van de Apostelen.

Onlangs wandelde in vlakbij Berchem station in de Statiestraat. Waar ik op die moment was kwamen plots tientallen zwarten naar buiten. Ze kwamen net van een religieuze dienst; geen katholieke, wel een soort protestantse. Hoe dan ook: ze spraken mij onmiddellijk aan, in gebroken Nederlands, maar met een smile tot achter hun oren, bijna huppelend van plezier, en de Bijbel letterlijk in hun hand. Ze hadden duidelijk een vreugdevolle viering gehad. Ze vroegen me of ik de Bijbel kende, en de Here Jezus. Zonder op antwoord te wachten kreeg ik folders in mijn hand gestopt van hun ‘kerk’, met de uitnodiging de avond daarop terug te komen maar dan een uurtje vroeger om hun dienst en gezangen bij te wonen. Er zou ook een bekend predikant komen.
Wat me bij hen opviel was hun welgemeend enthousiasme. Ze spraken vanuit een hart dat duidelijk getekend was door vreugde; vreugde die voortkwam uit het dragen van de Heer, hun ‘Verlosser’ zoals ze Hem noemden; terecht overigens. Ze spraken iedereen aan: blank, zwart, moslim, kinderen, ouderen, … iedereen, zonder onderscheid.
Wat me ook sterk opviel is dat zij het helemaal niet erg vonden wanneer mensen niet naar hen luisterden. Want de meesten deden hen, de een al vriendelijker dan de ander, af als ‘laat me met rust’ en gingen voort. Maar dat vonden ze schijnbaar niet erg. Ze waren dat vermoed ik ook gewoon, en ze bleven lachen; ik zeg het: met een smile tot achter hun oren.
En een derde punt dat me opviel was dat ze die vreugde vonden bij elkaar. Ze hadden duidelijk een sterke band, die zichtbaar aanwezig was in hun aanrakingen aan elkaar, hun blijdschap, ja hun vreugde die ze – vermoed ik – vonden in hun Heer.

Wij, als katholieken, zijn wat slapjes denk ik, wat verkondiging betreft.
Vraag is: verkondigen we nog wel ?
Al te snel wordt gezegd dat we moeten getuigen met onze levenswandel. En dat is natuurlijk waar, maar het gevaar bestaat erin dat we ons daarachter gaan schuilen om niemand te moeten aanspreken: letterlijk aanspreken, zoals onze zwarte medemensen daar in de Statiestraat.

Ik denk dat we als Kerk ons meer en uitdrukkelijker de vraag moeten stellen waar en hoe we kunnen verkondigen. Dat moet daarom niet zoals ik het zag daar in Berchem, maar vraag is: hoe dan wel? En tot wie? En wanneer?

Ik denk dat we, voor hen die werken, op de werkvloer bijvoorbeeld veel kunnen doen op dat vlak. Je moet daarvoor de juiste moment afwachten, het goede woord vinden, het vertrouwen winnen, fijne humor gebruiken, … We moeten ons daar in oefenen vind ik.
Ik zeg niet dat ik een held ben, verre van, maar ik spreek heel dikwijls met mijn collega’s over God, Kerk, gebed, mystiek. Je zou verschieten hoeveel innerlijke dorst er is onder de mensen naar dergelijke gesprekken. Zoveel mensen zitten met vragen, twijfels, verlangens, heimwee, religieuze gevoelens die ze geen plaats weten te geven. En ja hoor, ook de humor, mag je echt niet vergeten. Met fijngevoelige humor kun je zoveel bereiken, echt waar.

Onze jongeren: spreken we hen genoeg aan ? Geven we hen nog een kruisje voor het slapen gaan ? Bidden we met hen voor de maaltijd ? Durven we hen aanspreken over God … Lopen we op vakantie wel eens met hen binnen in een kerkje ? Tekens en momenten die zoveel kunnen betekenen.

Onze bejaarden in de samenleving. Zij leven in de herfst van hun leven. Ze hebben zo’n nood aan een goed gesprek over God, zijn barmhartigheid, het eeuwig leven, … Vanuit mijn werk weet ik dat zoveel bejaarden dorst hebben naar dergelijke goede en diepe gesprekken.

We moeten als gelovigen denk ik daar meer actiever in worden. We moeten manieren vinden om de mensen aan te spreken, heel concreet. Niet enkel de mensen uit onze eigen middens (bv zij die we zien op zondag in de kerk), maar ook mensen die op het eerste zich weinig voeling hebben met religie. Heel dikwijls vergissen we ons daarin, en is die voeling er wel degelijk. Maar ze hebben niemand om daarover te praten, wat toch jammer is.

Laat ons bidden dat de Geest ons in beweging mag zetten.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Kom Heilige Geest,
beziel ons hart met enthousiasme voor de Heer, en wel zo dat het ons aanzet doorheen daad en woord mensen aan te spreken. Mogen we de moed hebben het goede gesprek te voeren, opdat ieder God mag ontmoeten en Hem ervaren als hun Vader die hen roept en hen in Christus genade schenkt.
Kom Heilige Geest. Amen.