Lezingen van de dag – maandag 31 juli 2017


Heilige (of feest) van de dag

Ignatius van Loyola († 1556)

Rome, Italië; ordestichter & mysticus

Ignatius van Loyola was van Baskische adel. Zijn opvoeding was navenant. Tijdens een slag bij de stad Pamplona in 1521 gedroeg hij zich zo overdreven dapper, dat hij door een vijandige kogel werd getroffen aan de knie. Op dat moment was hij dertig jaar oud. In het stamslot te Loyola werd hij verpleegd. Er bleef hem niets anders over dan te dagdromen wat hij straks na zijn genezing allemaal voor een mooie, hoofse dame zou doen om haar aandacht en liefde te winnen. Tenslotte begon hij uit pure verveling de twee enige boekjes te lezen die er in het huis te vinden waren: een levensbeschrijving van Jezus, en een bundeltje heiligenlevens. Vanaf dat moment had hij er een onderwerp bij om over te dagdromen: ‘Hoe zou het zijn als ik net als Sint Franciscus ging doen, of als Sint Dominicus?’ Na verloop van tijd bemerkte hij hoe de dagdromen over Franciscus en Dominicus hem veel meer voldoening schonken dan de andere over zijn hoofse dame.

Intussen bleek dat de knie niet goed genas. Er groeide een vreemd uitstekend bot naar buiten. Omdat hij zo nooit voor zijn hoofse dame zou kunnen verschijnen, verzocht hij de dokter, nadat deze het been nog eens gebroken en opnieuw gezet had, het eenvoudig weg te zagen. Zonder verdoving en twee keer een traan wegpinkend doorstond hij deze barre operatie. Toch bleven de fantasieën over de navolging van de heiligen hem meer troost bieden. Hij beschouwde dat verschijnsel als een signaal van ‘de goede geest’, en trok de consequentie dat hij dus aan díe geest moest gehoorzamen.

Na zijn genezing – al bleef hij zich sindsdien wat hinkend voortbewegen – trok hij zich terug in de eenzaamheid, om nog veel meer gebedservaring op te doen. God had hem op zijn ziekbed door de innerlijke bewegingen van troost en dorheid de eerste lessen in onderscheiding der geesten en gebed bijgebracht. Hij zou dat ook in het vervolg blijven doen. Ignatius hield nauwgezet notitie bij van wat hij in zijn gebed doormaakte. Uit die aantekening is zijn handleiding voor het begeleiden van bidders gegroeid: de “Geestelijke Oefeningen”.

Daarin legt Ignatius achtereenvolgens de nadruk op het ordenen van je leven, of beter het inordenen van je leven binnen Gods bedoeling met de wereld; vervolgens op de navolging van Christus door punctueel de evangelieverhalen te overwegen, te proeven en te smaken; en tenslotte op het vermogen om in alle dingen Gods liefde te zoeken en te vinden.

Hij was ervan overtuigd, dat deze gaven hem geschonken waren om door te geven. Zo begon hij mensen te begeleiden in hun gebed. Op zijn veertigste zette hij zich nog aan een theologiestudie te Parijs om beter onderlegd te zijn in het geven van de Geestelijke Oefeningen. Aan de universiteit probeerde hij met behulp van zijn gebedsmethode studenten te winnen voor Christus. Tenslotte vormde zich een groep van negen studenten rond de Geestelijke Oefeningen. De beroemdste van hen is wel Franciscus Xaverius, net als Ignatius een Bask, maar beider families leefden zo’n beetje op voet van oorlog met elkaar.

In 1534 legden de eerste paters de geloften af van maagdelijkheid om daarmee te symboliseren, dat ze zich met al hun vermogens zouden inzetten om mensen voor Christus te winnen. Dit gebeurde in een kapelletje op de Montmartre, even buiten Parijs. In feite ligt daar het ontstaan van de jezuïetenorde, ook wel Sociëteit van Jezus genoemd. Ignatius heeft zich er altijd tegen verzet dat de door hem gestichte orde Ignatianen of Iniguïsten zou heten.

In 1540 werd de Orde officieel door de paus goedgekeurd. Het bijzondere was, dat de paus de onvoorwaardelijke volmacht kreeg om de leden ervan daarheen te sturen, waar hij, als plaatsbekleder van Christus, meende ze het meest nodig te hebben.

Ignatius was kort daarvoor door de anderen tot Algemeen Overste gekozen (in het Latijn van die dagen: Superior Generalis, kortweg ‘Generaal’ geheten). Tot aan zijn dood was hij het bezielende middelpunt van een snel groeiende en zich wereldwijd vertakkende organisatie. Hij bezwoer de paters om regelmatig brieven te schrijven, zodat hij op de hoogte kon blijven, en zich aan hun verhalen kon inspireren. Zelf schreef hij er zowel vóór als na zijn generaalskeuze duizenden.

Was de Orde in 1540 begonnen met tien man, zestien jaar later bij Ignatius’ dood telde ze duizend paters en broeders, verspreid over vestigingen in heel Europa, Azië, Ethiopië en de beide Amerika’s.

Zijn grafschrift luidt: “Voor hem was het kleinste niet te klein en het grootste niet te groot.”

Hij is patroon van bezinningshuizen. Zijn voorspraak wordt o.m. ingeroepen voor het krijgen van kinderen, wanneer dat moeilijk lijkt (ook bij dieren).

maandag in week 17 door het jaar


Uit het boek Exodus 32, 15-24 + 30-34

Mozes, de man die de Israëlieten uit Egypte heeft geleid, had voortdurend bij zijn volk moeten zijn. Als hij een tijd afwezig is maakt het volk zichzelf een god, een gouden stierenbeeld. Wanneer Mozes dit ontdekt, gaat hij voor de zoveelste keer bij God bemiddelen ten voordele van zijn volk.

Mozes keerde zich om en ging de berg af. De twee platen met de verbondstekst droeg hij bij zich. Aan beide kanten waren ze beschreven, aan de voorkant en aan de achterkant. De platen waren Gods eigen werk en het schrift dat erin gegrift was, was Gods eigen schrift.
Toen Jozua het geschreeuw van het volk hoorde, zei hij tegen Mozes: ‘Ik hoor strijdkreten in het kamp!’
Maar Mozes zei: ‘Dat is geen gejuich na een overwinning en geen geweeklaag na een nederlaag. Luid gejoel–dát hoor ik.’
Dichter bij het kamp gekomen, zag hij het stierenbeeld en het gedans. Woedend smeet hij de platen aan de voet van de berg aan stukken. Hij greep het stierenbeeld, gooide het in het vuur en verpulverde het. De as strooide hij op het water, en dat liet hij de Israëlieten drinken.
Tegen Aäron zei hij: ‘Wat heeft dit volk je misdaan, dat je zo’n zware schuld op hen geladen hebt?’
‘Ik smeek je je woede te bedwingen’, antwoordde Aäron. ‘Je weet dat dit volk alleen maar kwaad wil. Ze zeiden tegen mij: “Maak een god voor ons die ons kan leiden, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft gehaald, weten we niet.” Toen ik hun om goud vroeg, deden ze meteen hun sieraden af en gaven ze aan mij. Ik gooide ze in het vuur en toen kwam dat kalf eruit te voorschijn.’
De volgende morgen zei Mozes tegen het volk: ‘U hebt zwaar gezondigd. Toch zal ik de berg op gaan; misschien kan ik de Heer ertoe bewegen u uw zonden niet aan te rekenen.’
Hierop keerde hij terug naar de Heer. ‘Ach Heer,’ zei hij, ‘dit volk heeft zwaar gezondigd: ze hebben een god van goud gemaakt. Schenk hun vergeving voor die zonde. Wilt u dat niet, schrap mij dan maar uit het boek dat U geschreven hebt.’
De Heer antwoordde Mozes: ‘Alleen wie tegen mij gezondigd heeft, schrap Ik uit mijn boek. Breng het volk nu naar de plaats die Ik je heb genoemd; mijn engel zal voor je uit gaan. Maar op de dag van de verantwoording zal Ik hen voor hun zonde ter verantwoording roepen.’

 

Psalm 106, 19-23

Refr.: Verheerlijk de Heer, omdat Hij ons weldoet.

Zij maakten een stierkalf bij de Horeb
en bogen zich voor een stuk metaal.
God, hun eer, ruilden zij in voor een beeld
van een dier dat gras eet.

Vergeten waren zij God, hun redder,
die iets groots had verricht in Egypte,
wonderen in het land van Cham,
geduchte daden bij de Rietzee.

Hij besloot hen uit te roeien,
maar Mozes, de man die Hij had gekozen,
verdedigde hen, ging voor hem staan
en wendde zijn dodelijke woede af.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 13, 31-35

De parabels van het mosterdzaadje en van de gist duiden op het povere begin van het koninkrijk en op de grootse toekomst die het beloofd werd. Het groeit, langzaam maar zeer beslist. Het doordringt heel het leven als een gist.

Jezus hield de mensen deze gelijkenis voor:
‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’
Hij vertelde hun een andere gelijkenis: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.’
Al deze dingen zei Jezus in gelijkenissen tot de menigte; Hij sprak uitsluitend in gelijkenissen tot hen. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet: ‘Ik zal het woord nemen en spreken in gelijkenissen; Ik zal bekendmaken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was.’

 

Van Woord naar leven

God heeft ons in zijn goedheid geplant met de bedoeling een boom te worden met uitgestrekte takken waar vele vogels in kunnen komen rusten. De mens is zowel boom als vogel. We mogen boom zijn voor elkaar en we mogen ook in elkaars takken komen rusten.

Vraag is: zijn we die boom ook werkelijk voor elkaar … Mag iedere medemens (niet enkel degene waarvoor we sympathie voelen maar ook degenen waarmee we het moeilijk hebben) in onze takken komen rusten … Of zeggen we: nee, enkel hij en zij, maar zeker niet die daar, of die ginder. Dit laatste kan een keuze zijn, maar het is niet echt evangelisch te noemen. Een christen opent zijn hart voor ieder, hoe menselijk de natuurlijke voorkeur ook is. Een christen zou dit laatste in naam van Jezus moeten kunnen overstijgen en zijn hart openen voor ieder, ook voor hem of haar waar we niet zo van houden (om welke reden ook).

Hoe lopen we over straat, hoe kijken we naar onze collega’s, onze broeders of zusters in de gemeenschap,… Kijken we naar hen met de ogen van Jezus, gaan we hen beminnen met het hart van Hem, of gaan we weer die keuzes maken van ‘die wel en die niet’. Laten we elkaar ontmoeten met en in de liefde van de Heer; elkaar opnemend, elkaar de vrede wensend, elkaar vergevend.

Zovelen in deze wereld verlangen naar dergelijke mensen. Echt, er zijn veel veel vogels die moe zijn van het vliegen. Ze vinden geen boom waar ze kunnen tot rust komen, niemand die hen echt wil. Velen vereenzamen daardoor, en zitten thuis geheel alleen, dikwijls diep depressief, soms verlangend naar de dood als verlossing. Anderen zitten uren op de zogenaamde sociale media om toch een zekere vriendschap te beleven. Heel wat mensen zoeken op dat wereldwijde web een troost in erotiek om het zacht uit te drukken. Er zijn er die gaan drinken of hun toevlucht zoeken in andere soorten drugs.
Ach we weten het wel … zoveel vogels zijn moe !

Lieve mensen, laten we warme bomen zijn voor elkaar, bijzonder voor hen die moe zijn van het vliegen. Als lid van de grote mensengemeenschap dragen we verantwoordelijkheid naar elkaar toe. Laten we van onze werkplekken, onze dorpen en steden, onze samenleving, een plaats maken waar ieder zich welkom voelt, gedragen en bemind.

Laat ons evangelie worden.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Jezus, goede Broer,
wil door ons heen uw heerlijkheid openbaren. Trek ons in U en toon uw liefde steeds opnieuw aan deze wereld die dikwijls zo verlangt naar ware vrede en oprechte liefde. Geef dat wij bomen mogen zijn voor elkaar, takken waar elke mens welkom is, bomen van vrede en oprechte blijdschap, plaatsen waar het goed is om te zijn, bossen waar God de schepper van is, Gij Jezus het hart, de Geest het vuur. Oh Heer. Amen.