Lezingen van de dag – maandag 4 december 2017


Heilige (of feest) van de dag

Johannes van Damascus († ca 749)

Johannes van Damascus (ook Damascenus); kerkvader

Hij moet rond 650 geboren zijn in de Syrische stad Damascus als zoon van een zogeheten ‘logothètes’ aan het hof van de kalief: iemand die de belangen behartigde van de door de moslims onderworpen christenen. Zijn opleiding kreeg de jonge Johannes van een Italiaanse monnik Cosmas die door zijn vader uit gevangenschap was vrijgekocht. Na de dood zijn vader kreeg hij diens functie aan het hof.
Intussen brak in de christenwereld de strijd uit rond de beweging van de iconoclasten.
Deze beweging mocht zich verheugen in de machtige steun van de Byzantijnse keizer Leo de Isauriër (717-740) . Onverschrokken , en met veel kennis van zaken, schreef Johannes een geschrift ‘Tegen hen die de ikonen breken’. Daarin voert hij aan dat niet alleen de afbeelding op de icoon verwijst naar het goddelijke, maar dat het materiaal van de icoon zelf, het goud, zilver, hout en de verf, ook nog eens geheiligd worden door het doel waarvoor zij worden gebruikt. En heeft God bovendien niet de materie van de hele schepping geheiligd en van zijn goddelijkheid doortrokken door het wondervolle mysterie van de menswording?
Omdat de keizer er niets tegenin kon brengen, wist hij niets beters te doen dan zijn rivaal verdacht te maken bij de keizer. Hij zond de kalief een brief met de valse beschuldiging dat Johannes een plan aan het uitwerken was om de stad Damascus de Grieken in handen te spelen. De kalief kon niet geloven dat zijn vertrouweling tot zo’n laaghartig verraad in staat zou zijn. Maar voor alle zekerheid nam hij toch voorzorgsmaatregelen: hij liet bij Johannes de rechterhand afhakken: de hand die het geschrift tegen de iconoclasten, en daarmee tegen de keizer, had geschreven.
Die nacht bleef Johannes de hele nacht in gebed waken voor een Maria-icoon, waarbij hij zijn afgehouwen hand krampachtig tegen de stomp van zijn arm drukte. In zijn gebed legde hij aan de Moeder Gods uit dat hij die hand hard nodig had om ter ere van haar hymnen en lofzangen te schrijven. Uitgeput door de pijn en het waken, viel hij in slaap. In zijn droom zag hij hoe de Moeder Gods hem beloofde de hand te genezen. Toen hij wakker werd zat zijn hand weer vast aan zijn arm; slechts een ringvormig litteken gaf de oude verwonding nog aan. Uit dankbaarheid liet hij op de icoon een zilveren hand aanbrengen. Naar het schijnt wordt deze icoon van de Driehandige Maagd nog steeds bewaard en vereerd op de Berg Athos in Griekenland.
Nu verhuisde Johannes naar het buurland Palestina om daar als monnik in te treden in de ‘laura’ (= letterlijk ‘kring’, dus monnikengemeenschap) die daar zo’n honderdvijftig jaar eerder door Sint Sabas († 532; feest 5 december) was gesticht. Deze lag niet ver van Jeruzalem. Zoals hij beloofd had, besteedde hij de meeste tijd aan het dichten en componeren van Mariahymnen en andere liturgische gezangen. Sommige ervan worden nog steeds gebruikt in de oosterse liturgie. Volgens zeggen stierf hij op ruim honderdjarige leeftijd.

In 1890 riep paus Leo XIII († 1903) hem uit tot kerkleraar.

Hij is patroon van apothekers, ikonenschilders en theologiestudenten.

maandag in de 1e week van de advent


Uit de profeet Jesaja 2, 1-5

Angstig zoekt de mens naar vrede die hem niet teleurstelt. De profeet Jesaja bekijkt deze vrede in zijn eindvoltooiing. Dan zal de Heer als wereldrechter zijn wegen tonen. Zijn licht is het doel van alle mensen onderweg. Jesaja beschrijft hoe hij Gods heerlijkheid in de tempel aanschouwde. Zij vervulde heel de aarde. Dit visioen versterkte de profeet in zijn overtuiging over de eindtijd.

Dit zijn de woorden van Jesaja, de zoon van Amos; het visioen dat hij zag over Juda en Jeruzalem.
Eens zal de dag komen dat de berg met de tempel van de Heer rotsvast zal staan, verheven boven de heuvels, hoger dan alle bergen. Alle volken zullen daar samenstromen, machtige naties zullen zeggen: ‘Laten we optrekken naar de berg van de Heer, naar de tempel van Jakobs God. Hij zal ons onderrichten, ons de weg wijzen, en wij zullen zijn paden bewandelen.’
Vanaf de Sion klinkt zijn onderricht, vanuit Jeruzalem spreekt de Heer. Hij zal rechtspreken tussen de volken, over machtige naties een oordeel vellen. Zij zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen volk zal nog het zwaard trekken tegen een ander volk, geen mens zal meer weten wat oorlog is.
Nakomelingen van Jakob, kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer.

 

Psalm 122, 1-4a + 8-9

Refr.: Laten we optrekken naar de berg van de Heer.

Verheugd was ik toen ik hoorde:
Wij gaan naar het huis van de Heer.

Verheugd ben ik, nu onze voeten staan
binnen je poorten, Jeruzalem.

Jeruzalem, als een stad gebouwd,
hecht en dicht opeen.

Daar komen de stammen samen,
de stammen van de Heer.

Om mijn verwanten en vrienden
zeg ik: ‘Vrede zij in jou.’

Om het huis van de Heer, onze God,
wens ik je al het goede.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 8, 5-11

Niet alleen voor Joden is het heil beloofd. ‘Velen uit het oosten en het westen zullen komen en aanliggen in het Koninkrijk van de hemel’. De genezing van de knecht van een Romeinse legerofficier is een illustratie van Jezus’ wereldwijde zending.

Toen Jezus Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar Hem toe die Hem om hulp smeekte.
‘Heer’, zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’
Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’
Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt, U hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’
Toen Jezus dit hoorde, verbaasde Hij zich en Hij zei tegen degenen die hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb Ik zo’n groot geloof gevonden. Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het Koninkrijk van de hemel.

Van Woord naar leven

‘Kom mee, laten wij leven in het licht van de Heer’, zo lezen we vandaag bij de profeet Jesaja

Gisteren hadden we het over waakzaamheid; waakzaam zijn voor Gods aanwezigheid, alert zijn voor zijn liefde, oog hebben voor zijn komen. Waar komt Hij naar me toe … Waar spreekt Hij me aan … Hoe spreekt Hij me aan … Door wie of wat spreekt Hij me aan … Ben ik bereid in te gaan op zijn uitnodiging … Kies ik werkelijk voor Hem … Ben ik beschikbaar voor Hem …

We zouden dit kunnen doen bij wijze van sprekend ‘al stilstaand’; geen moeite doen, afwachtend, passief. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ook al komt alle heil van God, een christen moet ook een stap zetten, hij moet in beweging komen, moeite doen, zich engageren.

Vanuit het gebed in beweging komen … Dat is de roeping van de christen. Vanuit je godsontmoeting stappen zetten. Of je Hem nu ‘voelt’ of niet: gewoon gaan, gelovend dat Hij met je gaat.

De wereld is één grote uitnodiging tot liefde … Laten we haar met heel veel minne en warmte omhelzen, zonder van haar te zijn. Ja, laat ons de wereld diep beminnen; voor de actieve zielen onder ons in actie vanuit het gebed, voor zij die door omstandigheden minder actief kunnen zijn: biddend; door de wereld voortdurend in diep gebed onder Gods zegen te plaatsen.

Jesaja nodigt uit te gaan ‘in het licht van de Heer’. Dat wil zeggen God je zon laten zijn, je warmte, je gids, je hulp, je behoeder, je broer. Het is leven in Gods aanwezigheid, drinkend van zijn genade. Het betekent al wat je doet laten bevruchten door Gods liefde die Hij in Christus in je heeft gelegd.

Jezus zei: ‘Ik ben het licht van de wereld’. Wat verder zei Hij: ‘Jullie zijn het licht van de wereld’. Jezus – die het licht is – wil ons met zich verenigen opdat wij met Hem, in Hem en door Hem het licht van de wereld zouden zijn. Dat licht is Gods liefde dat Hij zo graag gemanifesteerd wil zien door ons heen.

Kom, laat ons, meer of intenser dan anders, in beweging komen tijdens deze advent. Laat ons willen groeien in Christus. Ja, moge dit laatste een keuze zijn.
Laten we dit doen in de eenvoud en de vreugde van het evangelie; gezond biddend, goed etend, genoeg slapend, met beide voeten op de grond, ieder diep beminnend met de liefde waarmee God ons in zijn Zoon bemint.

Kom, lieve mensen, laat ons niet uitstellen … Kijk naar de wereld en zie hoe ze bedelt naar liefde. Bid voor haar en dien haar. Zoek haar niet te ver, het is vooral de plaats waar je vandaag zult zijn. En natuurlijk ook al die plaatsen in de wereld ver van ons, waarvoor we mogen bidden.

Laat ons ja-woord een diepe vreugde zijn voor onszelf.

Kom, laten we Kerk vormen, in de eenvoud van de Heer, in zijn vrede, ja in Hem.

Oh mijn God !

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
kom met uw heilige Geest over ieder van ons en geef ons dat stille enthousiasme dat ons in beweging doet zetten voor U. Moge wij zo bezield door U leven in uw licht, uw vrede dragend, uw liefde uitdragend.
Kom Heer Jezus, trek ons in de gloed van uw liefde voor allen, maak ons innig één met U, en leef door ons, Gods lied zingend.
Amen.