Lezingen van de dag – maandag 4 mei 2015


Heilige (of feest) van de dag

Richard Reynolds (+ 1535)

Richard Reynolds

Richard Reynolds

Richard Reynolds brigittijn, monnik & martelaar, Tyburn Engeland; † 1535.

Hij moet rond 1487 geboren zijn, wellicht te Pinhoe in Devon. In ieder geval waren de Reynoldsen daar familie van hem. Hij studeerde aan het Corpus-Christi-College te Cambridge, waar hij in 1513 zijn graad behaalde. In datzelfde jaar trad hij in bij de brigittijnen van Syon Abbey in Isleworth. Hij moet een begenadigd predikant geweest zijn en een kundig docent in de theologie. Thomas More en Joh Fisher behoorden tot zijn persoonlijke kennissenkring.

Hij weigerde de eed af te leggen, dat de Engelse koning aan het hoofd stond van de kerk, werd dientengevolge ter dood veroordeeld. Op 4 mei 1535 werd hij terechtgesteld te samen met de kapelaan van Isleworth John Hale en drie Carthuizer priors. Richard was de laatste van die vijf die aan de beurt kwam. Toen hij zag hoe hardhandig zijn collega’s werden opgehangen, hoe ze nog leefden als ze weer werden losgesneden, hoe ze werden weggesleept en gevierendeeld, probeerde hij ze nog moed in te spreken: “Ik wens jullie een prettige middag- en avondmaaltijd straks in de hemel, nu het ontbijt hier op aarde zo slecht verzorgd is…”

MAANDAG IN DE 5e PAASWEEK

Uit de Handelingen van de Apostelen 14, 5-18

Een miraculeuze genezing door Paulus te Lystra maakt het volk enthousiast, en Paulus moet de reactie van de mensen aanvullen: het is niet het werk van hem die de boodschap verkondigt, maar van de levende God die het heil geeft. Paulus spreekt tot heidenen, daarom verwijst hij niet naar het Oude Testament en zelfs niet naar Christus. Ze moeten eerst geloven in de levende God.

Toen Paulus en Barnabas merkten dat heidenen en Joden samen met hun leiders op het punt stonden om geweld te gebruiken en hen wilden stenigen, vluchtten ze naar een ander deel van Lykaonië, waar ze onder meer in de steden Lystra en Derbe het evangelie verkondigden.
In Lystra zat een man op straat die geen kracht in zijn voeten had; hij was al sinds zijn geboorte verlamd en had nooit kunnen lopen. Toen deze man naar een toespraak van Paulus luisterde, keek Paulus hem strak aan en zag dat hij geloofde dat hij genezen kon worden. Daarom riep hij hem toe: ‘Kom overeind en ga op uw benen staan!’ De man sprong op en begon te lopen.
Toen de mensen zagen wat Paulus had gedaan, verhieven zij hun stem en ze zeiden in het Lykaonisch: ‘De goden zijn in mensengedaante naar ons afgedaald!’
Ze noemden Barnabas Zeus en Paulus Hermes, omdat hij de woordvoerder was. De priester van Zeus, wiens tempel vlak buiten de stad lag, bracht met bloemenkransen getooide stieren naar de stadspoort, die hij en het volk wilden offeren. Maar toen de apostelen Barnabas en Paulus merkten wat de bedoeling was, scheurden ze van ontzetting hun kleren, drongen zich door de menigte heen en riepen: ‘Wat doet u toch? Wij zijn mensen, net als u. Onze boodschap is nu juist dat u geen afgoden moet vereren, maar de levende God, die de hemel en de aarde en de zee heeft geschapen en alles wat daar leeft. Hij heeft in het verleden alle volken hun eigen weg laten gaan, maar heeft toch blijk gegeven van zijn goedheid: vanuit de hemel heeft Hij u regen geschonken en vruchtbare seizoenen, Hij heeft u overvloedig te eten gegeven en u zodoende vreugde gebracht.’
Door deze woorden slaagden ze er met moeite in de mensenmenigte ervan te weerhouden om aan hen een offer te brengen.

 

Psalm 115, 1 + 2 + 3 + 4 + 15 + 16

Refr.: Geef uw Naam, Heer, alle eer.

Niet ons, Heer, niet ons,
geef uw Naam alle eer, 2-lights-c
om uw liefde, uw trouw.

Waarom zeggen de volken:
Waar is die God van hen ?

Onze God is in de hemel,
Hij doet wat Hem behaagt.

Hun goden zijn van zilver en goud,
gemaakt door mensenhanden.

Moge de Heer u zegenen,
Hij die hemel en aarde gemaakt heeft.

De hemel is de hemel van de Heer,
de aarde heeft Hij aan de mensen gegeven.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 21-26

Er is een belangrijk verband tussen de liefde tot God, het onderhouden van de geboden, en Gods aanwezigheid in onze harten. Het een kan niet zonder het ander. Wie echt met de Vader wil leven, moet in Jezus liefde worden voor allen. Om dit te beleven, ontvangen we de heilige Geest, die ons zal helpen en alles zal openbaren.

Jezus sprak tot zijn leerlingen: ‘Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en Ik zal mij aan hem bekendmaken.’
Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot) aan Jezus: ‘Waarom zult U zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken, Heer?’
Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat Ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. Maar wie mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat Ik zeg, en wat jullie mij horen zeggen, zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de Vader door wie Ik gezonden ben. Dit alles zeg Ik tegen jullie nu Ik nog bij jullie ben. Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat Ik tegen jullie gezegd heb.

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus tot ons: ‘Wanneer iemand mij liefheeft zal hij zich houden aan wat Ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. Maar wie mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat Ik zeg.’

Het zijn niet mis te verstane woorden: Houden van Jezus is doen wat Hij vraagt. Wie niet doet wat Hij vraagt kan wel zeggen dat Hij van Jezus houdt, maar in feite is dit laatste niet zo.

Houden van Jezus betekent zijn inwoning toelaten; met de Vader en de Geest bewoont Hij immers iedere mens die de liefde liefheeft. De Vader en de Zoon zijn de bron, de oorsprong, de ziel, de zin van ons liefhebben. De Geest is het vuur, het enthousiasme, de stuwkracht.

Maar, zoals het Bijbelcitaat van vandaag aangeeft, moet ‘houden van Jezus’ handen en voeten krijgen in ons dagelijks leven. Een geloof zonder daden is een dood geloof, daar heeft niemand iets aan; wijzelf niet en vooral onze naaste niet. Liefhebben vraagt act, engagement, in beweging komen. Niet enkel leven met de intentie een liefdevol mens te zijn, maar leven met liefdes-daden.

Voor de ene kan dat een zichtbaar engagement zijn binnen een of ander liefdadigheidswerk, voor een ander kan z’n liefde zich heel eenvoudig voltrekken op de werkvloer, voor weer een ander kan zich dat door omstandigheden – bijvoorbeeld door hoge ouderdom – uiten in ‘bidden voor’ (een verborgen maar zeer verdienstelijk liefdeswerk aan Kerk en wereld). Of gewoon vriendelijk zijn tegen ieder die je tegenkomt… klinkt cliché maar we beseffen nooit genoeg hoe ‘goed’ dat voor mensen kan doen.

Het komt er op aan de dingen die we doen met liefde te doen. Daarom niet als de grote heiligen (ach… laat ons eerlijk zijn; allemaal hebben we onze beperktheden, zijn we soms lauw en zwak,…). Maar gewoon door ons best te doen; dat is al veel waard.

Belangrijk is dat we leren ons in het leven van Christus te leggen, opdat onze liefde kan groeien in Hem. Op deze wijze laten we ons leiden door Hem, en zal onze liefde zich steeds meer uitzuiveren.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,index
wanneer wij liefhebben worden wij tot een woonplaats van U en de Vader. Geef dat op deze wijze vele mensen U mogen ontmoeten door ons te ontmoeten.
Amen.