Lezingen van de dag – maandag 5 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Elisabetta Canori-Mora (+ 1825)

Elisabetta Canori-Mora; Rome, Italië; tertiaris trinitariërs

Geboren te Rome op 21 november 1774; haar vader heette Tommaso en haar moeder Teresa Primoli.
Van huis uit kreeg zij een diepgelovige opvoeding. Elisabetta studeerde van 1785-1788 bij zuster Agostiniane di Cascia. Ze viel op door haar intelligentie en haar diep geestelijk leven.
Op 10 januari 1796 huwde ze met de jonge advocaat Cristoforo Mora. Hij bleek een kwetsbaar mens die zijn psychische zwakte omzette in fysiek geweld. Dat bracht veel problemen met zich mee; o.a. een faillissement. Elisabetta verdroeg het met trouw. Zij was genoodzaakt naast de zorg voor de kinderen Lucina en Marianna en het huishouden er wat bij te verdienen. Bovendien besteedde ze veel tijd aan haar geestelijk leven en zocht ze steun in het gebed. Ze werd lid van de Derde Orde der Trinitariërs. Haar huis stond altijd open voor de armen.
Na haar dood kwam haar man tot inkeer, werd franciscaan en liet zich priester wijden.
Ze ligt begraven in de kerk van San Carlino.
Zalig verklaard op 24 april 1994, het jaar dat bijzonder was toegewijd aan het gezin.

maandag in week 5 door het jaar


Uit het eerste boek Koningen 8, 1-7 + 9-13

Salomo heeft in Jeruzalem een tempel gebouwd voor de Heer. De ark van het Verbond wordt er in ondergebracht. De wolk, die de tempel vulde, was zoals in de woestijn een teken van Gods aanwezigheid onder zijn volk. Telkens opnieuw zal God in de geschiedenis van zijn volk de trouw aan Hem belonen met een uitdrukkelijk teken van zijn aanwezigheid. Het wordt nu opgave deze aanwezigheid van de Heer te blijven erkennen en recht te doen.

Koning Salomo liet de oudsten van Israël, de stamhoofden, allen die aan het hoofd van een familie stonden, in Jeruzalem bij zich komen om de ark van het verbond met de Heer over te brengen vanuit de Davidsburcht, de bergvesting op de Sion.
Alle Israëlieten kwamen in de maand etanim, de zevende maand, voor het feest naar koning Salomo.
Toen alle oudsten van Israël aanwezig waren, namen de priesters de ark op.
De ark van de Heer, de ontmoetingstent en de bijbehorende gewijde voorwerpen werden gedragen door de priesters en de Levieten. Koning Salomo hield met de Israëlieten, die zich met hem rond de ark verzameld hadden, een offerplechtigheid waarbij zo veel schapen, geiten en runderen werden geofferd dat hun aantal niet vast te stellen was.
De priesters brachten de ark van het verbond met de Heer naar zijn nieuwe plaats in de achterste zaal van de tempel, het allerheiligste, en zetten hem neer onder de vleugels van de cherubs, zodat de gespreide vleugels van de cherubs zich beschermend over de ark en zijn draagbomen uitstrekten.
De ark bevat niets anders dan de twee stenen platen die Mozes er op de Horeb in heeft gelegd, de platen waarop is vastgelegd wat de Heer voor de Israëlieten heeft bepaald tijdens hun uittocht uit Egypte.
Zodra de priesters uit het heiligdom naar buiten kwamen, vulde een wolk de tempel van de Heer. De priesters konden hun dienst niet meer verrichten, want de majesteit van de Heer vulde de hele tempel.
Toen sprak Salomo: ‘Heer, U hebt gezegd dat u in een donkere wolk wilde wonen. Welnu, ik heb voor U een vorstelijk huis gebouwd, dat voor altijd uw woning kan zijn.’

 

Psalm 132, 6-10

Refr.: Groot is de majesteit van de Heer !

In Efrata hoorden wij van de ark, 
wij vonden hem in de velden van Jaär.

Laten wij zijn woning binnengaan,
ons neerbuigen aan zijn voeten.

Trek op, Heer, naar uw rustplaats,
U en uw machtige ark.

Laten uw priesters zich kleden in gerechtigheid,
uw getrouwen juichen van vreugde.

Wijs omwille van David, uw dienaar,
het verzoek van uw gezalfde niet af.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 53-56

Ook in het land van Gennesaret dreigt Jezus slachtoffer te worden van zijn wonderdaden. Ook in het land van de heidenen trok Jezus van dorp tot dorp, van mens tot mens. Het heil is voor iedereen bestemd en zelfs op onvolkomen geloof geeft God antwoord.

Nadat Jezus en zijn leerlingen waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan.
Toen ze uit de boot stapten, werd Hij meteen herkend.
In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat Hij daar was.
Overal waar Hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten Hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die Hem aanraakte, werd gered en genas.

Van Woord naar leven

Overal waar Hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten Hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die Hem aanraakte, werd gered en genas.

Laten we elkaar tot bij Jezus brengen – doorheen gebed en daad -, opdat Hij al die plekken kan aanraken in ons die een belemmering vormen in Hem te leven.

Een christen is geroepen te leven van binnen naar buiten, zijn ogen gericht op de wereld rondom hem, zijn hart gericht – vanuit Gods inwoning – op de medemens, dichtbij en veraf. De wereld is het werkdomein van de christen.

Er is zoveel dorst in de wereld, zoveel vraag naar liefde.
Velen smeken vanuit hun ‘zijn’ naar innerlijke genezing.
Zoveel mensen en gezinnen hebben honger; ja ook letterlijk bedoeld.
Heel wat mensen, jong en oud, zijn op de dool.
Velen zitten met een depressie ‘alleen’.
Onze politiek smacht uit zichzelf naar zingeving.
Zoveel bejaarden (mijn persoonlijk stokpaardje) smachten naar nabijheid, naar mensen die tijd hebben, in wezen ook naar mensen die met hen meegaan (meegaan !) naar dat grote moment van hun sterven.
Je zou een hele waslijst kunnen opstellen van wat er allemaal te doen is. Verveling is uit den boze. In Gods tuin is er altijd werk.

Laten we ons vullen met de aanwezigheid van Jezus, opdat we vanuit Hem Gods liefde mogen worden voor de medemens. Ja, worden, want we zijn allemaal groeiende. Maar wie wordt, die is reeds.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
verenig ons met U.
Dat deze ontmoeting
ons mag brengen
in Gods eeuwig lied van Liefde
voor allen en alles.
In U. Amen.

Oh mijn God.