Lezingen van de dag – maandag 5 juni 2017


Heilige (of feest) van de dag

Dorotheus van Gaza († ca 640)

Dorotheus van Gaza (ook de Archimandriet): abt & theoloog

Dorotheus is het meest bekend om zijn conferenties over het kloosterleven. Hij moet aan het begin van de 6e eeuw geboren zijn. Hij kwam in ieder geval uit een welgesteld en ontwikkeld milieu. Hij genoot voor die tijd een behoorlijk goede opleiding en hield er een ware hartstocht voor boeken aan over. Daarbij moeten we bedenken welk een zeldzame luxeartikelen dat waren! Rond 525 besloot hij in het klooster te gaan. Hij koos het klooster waar vader Seridos abt was, ten zuiden van Gaza. In die tijd woonden daar twee mannen die later kopstukken van de monnikentraditie zouden worden: Barsanufius en Johannes de Profeet.

Het leven van de monnik was bijzonder hard en sober. Dorotheus kon er niet tegen, omdat zijn lichaam er te zwak voor was. Dat zal niet gemakkelijk geweest zijn tussen allemaal mannen die vonden dat juist in de strengste vormen van vasten en onthouding – niet zelden op het fanatieke af – de ware geest te vinden was. Zijn geestelijke leidsmannen echter rieden hem aan zich toe te leggen op de versterving van de geest: nederigheid en gehoorzaamheid.

In het klooster krijgt hij de taak van portier en gastenmeester; later van ziekenbroeder; met behulp van een familielid, een broer, die de broeders in het klooster goed gezind is, bouwt hij een gasten- en ziekenverblijf. Want als een monnik in de eenzaamheid ziek werd, kon het gebeuren dat niemand het merkte. Zoals uit onderstaand verhaal blijkt, wordt hij ook novicemeester. Weer later moet hij toezien op het welzijn van de oude Johannes de Profeet; dan is hij dus een soort bejaardenverzorger, maar dat dan wel te verstaan binnen het kader van de rigoureuze levenswijze der monniken van toen! Na Johannes’ dood begint hij zelf een nieuwe kloostervestiging.

Sommigen menen dat hij vóór 600 gestorven moet zijn; anderen veronderstellen het jaar 640, wat gezien het tijdstip van zijn intrede in het klooster wel heel oud is. Daar staat tegenover dat er in die tijd veel monniken zijn geweest die de honderd ruim zijn gepasseerd.

maandag in week 9 door het jaar

Vandaag hernemen we, tot de advent,
de tijd door het jaar


Uit het boek Tobit 1, 1-2 + 2, 1-9

Het boek Tobit getuigt van de dagelijkse bezorgdheid van God voor de mens. Tobit was zeker van de nabijheid van een welwillende God. Dit verklaart zijn optreden en de moed die het eiste. Hij schrok er niet voor terug zijn eigen naam en veiligheid op het spel te zetten.

Dit is de geschiedenis van Tobit. Hij was een zoon van Tobiël, die een zoon was van Ananiël, de zoon van Aduël, de zoon van Gabaël, de zoon van Rafaël, de zoon van Raguël, en afkomstig uit het geslacht van Asiël, uit de stam Naftali.
Tobit werd tijdens de regering van Salmanassar, de koning van Assyrië, vanuit Tisbe in ballingschap gevoerd. Tisbe ligt ten zuiden van Kedes in Naftali, in Boven–Galilea, ten noordwesten van Hasor en ten noorden van Fogor.
Tijdens de regering van koning Esarhaddon keerde ik terug naar huis en werd ik weer verenigd met Anna en Tobias. Tijdens ons Pinksterfeest, het Wekenfeest, werd er voor mij een feestmaal bereid. Toen ik aan tafel ging en de talrijke schotels zag die voor me waren klaargezet, zei ik tegen Tobias: ‘Jongen, kijk eens of je onder onze volksgenoten die hier in de stad als ballingen verblijven, iemand vindt die niets heeft en die de Heer met heel zijn hart dient. Neem hem mee om samen met mij deze maaltijd te gebruiken. Ik begin niet voordat je terug bent.’
Tobias vertrok om te doen wat ik hem gevraagd had, maar kwam alleen terug. ‘Vader!’ riep hij. ‘Wat is er?’ vroeg ik. ‘Vader, er ligt iemand van ons volk vermoord op het marktplein. Ze hebben hem gewurgd.’
Ik sprong onmiddellijk op, liet de maaltijd staan zonder er ook maar iets van te hebben gegeten en bracht de dode van het plein naar een van mijn bijgebouwen. Na zonsondergang zou ik hem begraven.
Thuis waste ik me en at ik in een droevige stemming mijn maal. Ik moest denken aan wat de profeet Amos over Betel zei: ‘Jullie feesten zullen omslaan in rouw, jullie liederen in klaagzangen.’
En ik huilde. Zodra het donker was geworden, dolf ik een graf en begroef mijn volksgenoot.
Mijn buren dreven de spot met mij. ‘Waar is die angst van hem ineens gebleven? Toen hij werd gezocht omdat ze hem voor dit vergrijp wilden doden, wist hij niet hoe snel hij de benen moest nemen. Maar moet je nu eens kijken: hij is waarachtig alweer doden aan het begraven.’
Ik kwam midden in de nacht thuis, waste me en legde me tegen de muur van de binnenplaats te slapen. Omdat het zo warm was, liet ik mijn gezicht onbedekt.

 

Psalm 112, 1-6

Refr.: Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer.

Gelukkig de mens met ontzag voor de Heer,
en met liefde voor zijn geboden.

Zijn nageslacht geniet aanzien in het hele land,
de oprechten worden gezegend.

Rijkdom en weelde bewonen zijn huis,
en zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.

Hij straalt voor de oprechten als licht in het duister,
genadig, liefdevol en rechtvaardig.

Goed gaat het wie genadig is en vrijgevig,
wie zijn zaken eerlijk behartigt.

De rechtvaardige komt nooit ten val,
men zal hem eeuwig gedenken.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 12, 1-12

In een vergelijking laat Jezus zien hoe God heel de geschiedenis lang bezorgd is geweest voor zijn volk. Hij is werkelijk gegaan tot het uiterste. Al diegenen die Hij heeft ingezet hebben hun zending betaald met de dood. Zelfs zijn geliefde Zoon was hetzelfde lot beschoren.

Jezus begon tot de hogepriesters, schriftgeleerden en oudsten in gelijkenissen te spreken:
‘Een man legde een wijngaard aan en omheinde die. Hij groef een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Hij verpachtte de wijngaard aan wijnbouwers en ging op reis. Na verloop van tijd stuurde hij een knecht naar de wijnbouwers om zijn deel van de opbrengst van hen te ontvangen; maar ze grepen hem vast, mishandelden hem en stuurden hem met lege handen terug.
Daarna stuurde hij een andere knecht naar hen toe, die ze in het gezicht sloegen en vernederden.
Hij stuurde nog een derde, die ze doodden, en nog vele anderen; sommigen werden door de wijnbouwers mishandeld en anderen werden door hen gedood.
Ten slotte was alleen nog zijn geliefde zoon over; die stuurde hij als laatste naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. Maar de wijnbouwers zeiden tegen elkaar: “Dat is de erfgenaam. Kom op, laten we hem doden, dan is de erfenis van ons.”
Ze grepen hem vast en doodden hem en gooiden zijn lichaam buiten de wijngaard.
Wat zal de eigenaar van de wijngaard daarna doen? Hij zal zelf komen om de wijnbouwers om te brengen en hij zal de wijngaard aan anderen geven. Hebt u deze schrifttekst dan niet gelezen: “De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden Dankzij de Heer is dit gebeurd, wonderbaarlijk is het om te zien.”’
Daarop wilden ze Hem gevangennemen, want ze wisten dat Hij hen op het oog had bij het vertellen van deze gelijkenis, maar ze waren bang voor de reactie van de menigte. Dus lieten ze Hem staan en gingen weg.

Van Woord naar leven

Vandaag hernemen we dus, wat de liturgie betreft, de gewone tijd door het jaar. De voorbije periode was lang en intens: de vastentijd met haar intense Goede Week, zeven weken lang de paastijd, en gisteren als kers op de taart van het paasgebeuren: het feest van Pinksteren.

Die Heilige Geest, inderdaad: de kers op de taart. Het is de heilige Adem van God die Hij laat waaien over zijn paastaart. Moest deze Adem er niet zijn, de taart zou al snel bederven, het zou zijn kracht verliezen, en wij zouden het enthousiasme verliezen om van de taart uit te delen. Nee, de Heilige Geest, de heilige Adem Gods, is van fundamenteel belang om het Paasgebeuren levend te houden, ook in ons eigen leven. De Geest houdt onze harten brandend, Hij brengt leven in onze ziel, Hij schenkt ons dat innerlijk vuur dat ons enthousiasmeert in het liefhebben vanuit het Pasen van de Heer, vanuit zijn inwoning in ieder van ons.

Gisteren, op Pinksteren, was ik op mijn werk in het rusthuis in Antwerpen. Met de collega’s spraken we over die laffe terreurdaad die Londen eergisteravond trof. Een collega, moslima, zei me: ‘Hoe kunnen jullie als christenen feest vieren vandaag terwijl er in Londen zomaar mensen doodgestoken worden, om niets’. Het was een boeiend gesprek verder.
Maar ik begreep haar wel: Je kan je inderdaad de vraag stellen hoe je feest kan vieren terwijl er bijna tegelijkertijd dergelijke verschrikkelijke dingen gebeuren. En dan spreek je over Londen, een stad die heel af en toe getroffen wordt door dergelijk kwaad. Maar in Syrië en nog anders landen gebeurt dit dagelijks … Ja, dagelijks. We vergeten dat soms.

Hoe lezen we dat vierde vers van vandaag uit psalm 112: “De Heer straalt voor de oprechten als licht in het duister; genadig, liefdevol en rechtvaardig.”
Het kan merkwaardig klinken, maar de Heer straalt inderdaad wel degelijk midden die duistere gebeurtenissen als in Londen eergisteravond. Het lijden is er, dat is duidelijk, het kwaad heeft toegeslagen, maar dat neemt niet weg dat de Heer als verrezene daar is. Hij grijpt niet in zoals wij dat zouden willen, maar Hij wordt als het ware mee neergestoken. Hij lijdt mee met de slachtoffers. En in de diepte (maar daarvoor moet je diep zien, wat niet evident is) geeft Hij daar licht, en wel zoals de psalmist het uitzingt: genadig, liefdevol, rechtvaardig.

Lieve mensen, zo is de Heer aanwezig, troostend, aanrakend, zijn genade gevend. Laten wij, volgelingen van de Heer, Hem volgen in die diepe liefde. Heel zeker hebben wij ook met regelmaat te maken met duistere praktijken rondom ons. Laten we in deze situaties het licht van de Heer belichamen: liefdevol en rechtvaardig, nederig maar moedig, sterk en vastberaden. Gelovend dat de Heer met ons, en door ons heen mensen en situaties wilt aanraken met zijn genade.

En laten we er ons ook van bewust zijn dat de duisternis, of het kwaad, niet enkel aanwezig is rondom ons. Soms zit het ook in ons, we moeten dat nederig durven zien. Ja, soms beminnen we zelf meer de duisternis dan het licht. Maar ook daar is de Heer aanwezig met zijn genade. We mogen dit laatste nooit vergeten, ook al hebben we weer eens toegegeven aan het kwaad.

Voor een christen mag de duisternis nooit het laatste woord hebben. Dat leert ons Pasen: de liefde overwint de dood. En de Geest … die hebben we nodig om dat te begrijpen, om dat te geloven, om dat te beleven.

Laat ons dagelijks bidden om Gods Geest, opdat we onze naam als christen waardig zouden dragen.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heilige Geest,
vervul ons allen met uw vuur, opdat wij innerlijk vrij zouden zijn voor het leven van de Heer in ons. Mogen wij vanuit zijn paasgenade van harte toegewijd zijn aan de mensen die God ons dagelijks geeft, doorheen licht en duisternis.
Kom Heilige Geest. Amen.