Lezingen van de dag – maandag 6 februari 2017


Heilige (of feest) van de dag

Dorothea van Kashin († 1629)

Dorothea van Kashin, Rusland; kloosterlinge

Dorothea was geboren in 1549. Ze leefde met haar man en haar zoon, Michaël, in het stadje Kashin ten noorden van Moskou ten tijde van Iwan de Verschrikkelijke († 1584). Het waren barre tijden. Tegen de eeuwwisseling vielen de Polen Rusland binnen en op hun strooptocht brandden zij ook Kashin plat. Haar man die onder de wapenen geroepen was, keerde niet meer van het slagveld terug. Daarop besloot Dorothea haar leven in dienst te stellen van God. Was dat om een teken van hoop te stellen temidden van dood en verderf? Als het ware een opstanding uit de doden? We mogen aannemen dat de toekomst niet uitgestippeld voor haar lag, maar uit de wijze waarop zij de toekomst vorm heeft gegeven, mogen we afleiden hoeveel energie de keuze voor een leven in dienst van God haar heeft gegeven.

De aangewezen plek om voor God te leven, was natuurlijk het klooster. Er had er één gelegen buiten de stad, maar dat was volkomen verwoest. Temidden van de vernieling bouwde zij zich op de plek waar het gestaan had uit het puin een armzalig onderkomen. Daar leidde zij haar leven van gebed, waken en vasten. Wie weet, heeft zij herkenning en inspiratie gevonden bij de profeet Jesaja: Als Jeruzalem in puin ligt, roept hij: “Jeruzalem, op uw muren heb ik wachtposten uitgezet; heel de dag en heel de nacht, nooit mogen zij zwijgen. Gij die de Heer alles in herinnering brengt, er is voor u geen rust. Gun ook Hem geen rust! Tot Hij Jeruzalem herstelt en maakt tot de roem van het Land” (Jesaja 62,06-07). Zo zal ook Dorothea geloofd en gebeden hebben, terwijl ze God geen rust gunde en Hem om zo te zeggen uit zijn slaap hield tot Kashin zou zijn hersteld!
Zij vond onder de puinhopen een Maria-icoon die later bekend werd als de wonderdadige icoon van Maria Korsunskaja. Deze hing zij in haar gebedsruimte om ervoor te kunnen bidden.
Juist zoals ze God geen rust gunde, had zij ook zelf geen rust, en nam de opbouw van het klooster ter hand. Zo werd zij een baken voor haar stadgenoten, die even erg getroffen waren als zijzelf. Zij troostte ze, hielp mee waar ze maar kon, hield niets van wat zij nog over had van haar bezittingen voor zich, maar gaf alles weg ten bate van de zwaarst getroffenen, en voor de wederopbouw van het klooster. Stilaan keerden enkele gevluchte zusters naar het klooster terug.

Het herstel van de gebouwen vorderde, mede dankzij de stuwende kracht van Dorothea. De waardering voor de bewoonsters van het kloostertje verspreidde zich over de wijde omgeving, en trok zelfs nieuwe meisjes aan, die zich met liefde aansloten bij zo’n inspirerend leven. Het spreekt vanzelf dat de groep Dorothea als abdis wilde hebben. Maar zij weigerde. Zij bleef liever gewoon de vrouw die zich in alle eenzaamheid terug had getrokken om zich geheel aan God te geven. Zij stierf op 80-jarige leeftijd.
In de oosterse kerk wordt het volgende gebed tot haar gezongen:

“In u, o moeder, werd duidelijk gered Gods evenbeeld;
u aanvaardde het kruis in navolging van Christus;
u gaf er een voorbeeld van om het vergankelijke vlees minder te achten
ten gunste van de zorg voor de ziel die onsterflijk is.
Daarom, heilige moeder Dorothea,
verheugt zich nu uw geest met de engelen.”

maandag in week 5 door het jaar


Uit het boek Genesis 1, 1-19

Dit scheppingsverhaal is tamelijk laat geschreven. Terecht wordt het echter aan het begin van de Bijbel geplaatst. Het geeft immers een antwoord op de vraag naar God als de oorsprong van alles. Hij stelt de wereld voor als een tempel. Hij is fundamenteel goed en wordt geschapen door het woord en door de geest.

In het begin schiep God de hemel en de aarde.
De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.
God zei: ‘Er moet licht komen’ , en er was licht. God zag dat het licht goed was, en Hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde Hij dag, de duisternis noemde Hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.
God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.
God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. Het droge noemde Hij aarde, het samengestroomde water noemde Hij zee. En God zag dat het goed was.
God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.
God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.

 

Psalm 104, 5 + 6 + 10 + 12 + 24

Refr.: Alles hebt U met wijsheid gemaakt.

U hebt de aarde op pijlers vastgezet,
tot in eeuwigheid wankelt zij niet.

De oerzee bedekte haar als een kleed,
tot boven de bergen stonden de wateren.

U leidt het water van de bronnen door beken,
tussen de bergen beweegt het zich voort.

Daarboven wonen de vogels van de hemel,
uit het dichte groen klinkt hun gezang.

Hoe talrijk zijn uw werken, Heer.
Alles hebt U met wijsheid gemaakt,
vol van uw schepselen is de aarde.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 6, 53-56

Ook in het land van Gennesaret dreigt Jezus slachtoffer te worden van zijn wonderdaden. Ook in het land van de heidenen trok Jezus van dorp tot dorp, van mens tot mens. Het heil is voor iedereen bestemd en zelfs op onvolkomen geloof geeft God antwoord.

Nadat Jezus en zijn leerlingen waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan.
Toen ze uit de boot stapten, werd Hij meteen herkend.
In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat Hij daar was.
Overal waar Hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten Hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die Hem aanraakte, werd gered en genas.

Van Woord naar leven

En God zag dat het goed was.

Dat horen we doorheen heel het scheppingsverhaal, telkens op het einde van de dag, een hele ‘werkweek’ lang.
Wat God maakt, wat Hij doet, wat Hij beslist, hoe Hij iets doet,… het is goed, door en door goed; goddelijk goed zeg maar. Het komt dan ook van God.

God vraagt om zijn inwoning in ons, om door ons heen te leven, te bidden, te werken, lief te hebben. Kunnen wij, wanneer we de vruchten van ons leven zien, ook zeggen: ‘En God zag dat het goed was’. Het zou mooi zijn moest het zo zijn. Sterker: het zou zo moeten zijn.

Een hoge lat. Te hoog ? Dat beweren we dan snel, want een mens heeft al vlug de neiging te berusten in zijn zwakheid, zijn lauwheid, zelfs zijn zondekes. ‘We zijn maar mensen’ hoor je vaak. En ‘God vergeeft toch’. Beiden zijn waar: we zijn mensen, en God vergeeft. En toch …

De berusting is een gevaarlijk duiveltje. Het wil maar al te graag bezit nemen van ons geweten om ons in een zekere slaap te sussen, doof voor de stem van God die roept in ons diepste zelf.

Moge we genezen worden van dat duiveltje, en altijd klaar staan om wat God vraagt te volbrengen. Ja, mogen we fris zijn in de liefde, blij en dankbaar te mogen liefhebben.

Moge God fier zijn op ons.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
genees ons van het duiveltje
dat ons in slaap sust
voor de stem van God.
Mogen we, in uw naam,
steeds bereid zijn
Gods liefde te belichamen
in al ons doen en laten.
Mogen we dit blij doen,
fris en enthousiast,
gemeend oprecht.
Wees met ons.
Amen.