Lezingen van de dag – maandag 7 dec. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Maria Josepha Rosello († 1880)images

Maria Josepha Rosello, Savona, Italië; stichteres; † 1880

Maria Josepha werd op 27 mei 1811 in het Italiaanse plaatsje Albisola Marina geboren. Op 17-jarige leeftijd trad zij toe tot de tertiarissen van Sint-Franciscus.
Op verzoek van de bisschop van Savona verzamelde zij een aantal jonge vrouwen om zich heen die haar zouden helpen bij de twee schooltjes, welke zij zou beginnen in die stad. Uit deze groep groeide de religieuze congregatie van de Dochters van Onze Lieve Vrouw van Barmhartigheid. Veertig jaar stond zij als algemeen overste aan het hoofd. Zij spande zich vooral in om Afrikaanse slavenkinderen vrij te kopen. Tegen het eind van haar leven had de congregatie intussen ook in Amerika vaste voet gekregen.

Zij stierf op 7 december 1880.
Op 6 november 1938 werd zij zalig verklaard.
Haar heiligverklaring volgde op 12 juni 1949.

MAANDAG IN DE 2e WEEK VAN DE ADVENT


Uit de profeet Jesaja 35, 1-10

De profeet Jesaja spreekt de Joden in ballingschap moed in. In dichterlijke bewoordingen schildert hij het tafelreel van dat toekomstig geluk: blinden zullen zien, doven zullen horen, lammen zullen in staat zijn te springen als een hert… Dan zal er vreugde en blijdschap zijn.

Zo spreekt de Heer:
“De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien, als een lelie welig bloeien, jubelen en juichen van vreugde. De woestijn tooit zich met de luister van de Libanon, met de schoonheid van de Karmel en de Saron. Men aanschouwt de luister van de Heer, de schoonheid van onze God.
Geef kracht aan trillende handen, maak knikkende knieën sterk. Zeg tegen het moedeloze volk: ‘Wees sterk en vrees niet, want jullie God komt met zijn wraak. Gods vergelding zal komen, Hijzelf zal jullie bevrijden.’
Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen: waterstromen zullen de woestijn splijten, beken de dorre vlakte doorsnijden. Het verzengde land wordt een waterplas, dorstige grond wordt waterrijk gebied; waar eenmaal jakhalzen huisden, maakt dor gras plaats voor riet en biezen.
Daar zal een gebaande weg lopen, ‘Heilige weg’ genaamd, geen onreine zal die betreden. Over die weg zullen zij gaan, maar dwazen zijn er niet te vinden. Geen leeuw of roofdier zal daar komen, geen enkel wild dier dwaalt er rond, ze blijven er allemaal weg, alleen zij die verlost zijn zullen daar gaan.
Zij die de Heer heeft bevrijd, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg.”

 

Psalm 85, 9-14

Refr.: Gods glorie komt in ons land wonen.

Ik wil horen wat God ons zegt.
De Heer spreekt woorden van vrede.0793a0fae18b6d8b626bd5f3fb5ddecb

Hij spreekt tot zijn volk, zijn getrouwen,
laten zij niet weer vervallen in dwaasheid!

Voor wie Hem eren is zijn hulp nabij:
zijn glorie komt wonen in ons land.

Trouw en waarheid omhelzen elkaar,
recht en vrede begroeten elkaar met een kus.

Uit de aarde bloeit de waarheid op,
het recht ziet uit de hemel toe.

De Heer geeft al het goede:
ons land zal vruchten geven.

Het recht gaat voor God uit
en baant voor Hem de weg.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 5, 17-26

Jezus’ optreden doet de oude voorspellingen in vervulling gaan. De genezing van de lamme is een bewijs van Jezus’ zending en komst voor hen die willen zien en geloven. Hij openbaart ons de Vader niet als een straffende, maar als een vergevende God. In de persoon van de lamme erkennen wij onszelf. Ook wij hebben genezing en bekering nodig.

Toen Jezus op een dag onderricht gaf, bevonden zich onder zijn gehoor ook Farizeeën en wetgeleerden die uit allerlei plaatsen in Galilea en Judea en uit Jeruzalem waren gekomen. De kracht van de Heer was werkzaam in Hem, opdat Hij zieken zou genezen.
Er kwamen een paar mannen met een verlamde op een draagbed, die ze naar binnen wilden brengen om hem voor Jezus neer te leggen. Maar ze zagen geen kans om door de mensenmassa heen te komen, en dus gingen ze het dak op en lieten hem op het bed door een opening in het tegeldak naar beneden zakken tot vlak voor Jezus.
Toen Hij hun geloof zag, zei Hij tegen hem: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’
De schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen zich af te vragen: Wie is die man dat Hij deze godslasterlijke taal spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen?
Maar Jezus begreep wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Vanwaar toch al die bedenkingen? Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven” of: “Sta op en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’
En Hij zei tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’
En onmiddellijk stond hij voor de ogen van alle aanwezigen op, pakte het bed waarop hij altijd had gelegen en vertrok naar huis, terwijl hij God loofde.
Allen stonden versteld en ze loofden God, en zeiden, vervuld van ontzag: ‘Vandaag hebben we iets ongelooflijks gezien!’

Van Woord naar leven

“Toen Jezus hun geloof zag, zei Hij tegen hem: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’

Uw zonden? Wat voor zonden zijn dat dan? Wat voor zonden anders dan de zonden van zijn ongeloof. Dat verlamde lichaam van hem is een uitdrukking van zijn verlamde ziel, van zijn door ongeloof verlamde ziel. Het leven was eruit, er zat geen beweging meer in. Zijn hart was futloos, moedeloos, lamlendig, verlamd. Dat zag Jezus. Maar wat Hij ook zag, was het geloof van die vier mannen die hun vriend vlak voor zijn voeten lieten neerzakken. Hij zag vier paar stralende ogen vol verwachting en vol geloof naar Hem opkijken. Hij zag hun geloof en tussen die vier paar stralende ogen een paar uitgebluste ogen, dof, glansloos, vol ongeloof. Dat was de eigenlijke pijn van de lamme. Hij was zich pijnlijk bewust van zijn ongelovig, verlamde hart.
Daar had Jezus mee te doen. Hij, de vriend van de mensen, de vriend van de ongelovige mensen, van gelovige mensen op hun ongelovige momenten, ‘vriend van tollenaars en zondaars’, zo heet Hij toch, zo hebben ze Hem genoemd.

Hij is ook uw vriend, bijzonder als er geen leven is in uw hart, geen contact, geen gevoel, alleen maar het eigen ‘ik’, het eigen wereldje, de eigen pijntjes, de eigen zorgen, de medemensen om u heen.
De lamme lag daar voor de voeten van Jezus, hij keek naar Hem op en er was geen contact, geen geloof. Wat schaamde die man zich op dat moment, wat voelde hij zich verscheurd. Door zijn vier vrienden vol geloof naar Jezus gebracht te zijn en dan niet in Hem kunnen geloven. Jezus voelt die pijn, die de eigenlijke pijn is van het leven van de lamme, zijn ongelovige hart, zijn levenloze ziel, zijn zielloze lichaam. En omdat Jezus die pijn voelde, ging Hij als goed geneesheer van de zielen daar eerst iets aan doen: “Uw zonden zijn u vergeven.” Vanaf dat moment was zijn hart weer gezond.

En om zijn zending kracht bij te zetten, genas Hij ook het lichaam van de man om de weerbarstigen te tonen wie Hij was.

Laten we Jezus welkom heten in ons verlamd hart. Mogen Hij het genezen door het op te wekken tot een gelovig hart dat heel ons zijn stuwt in liefde.
En mogen we oog hebben voor hen die daartoe de moed niet hebben. Mogen we hen doorheen gebed, doorheen het goede gesprek, doorheen onze welgemeende hartelijke vriendschap, brengen tot bij de Heer, Hem vragend hen ten diepste te genezen van hun twijfels, hun ongeloof en – indien die er zijn – hun zonden.

Ja, laat ons Kerk zijn.

Geïnspireerd aan woorden van J. Bots, sj

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,Rosary01
schenk ons die grote liefde
die ons doet hunkeren naar U;
dat geloof dat leeft in het besef
dat enkel Gij ons ten diepste kunt genezen.
Help ons allen de stap naar U te zetten,
elkaar dragend tot bij U.
Kom heilige Geest.
Amen.