Lezingen van de dag – maandag 7 maart 2016


Heilige (of feest) van de dag

Perpetua & Felicitas († 203)944467823

Perpetua van Carthago, Afrika; martelares met Felicitas, Satyrus, Saturninus, Revocatus, Secundulus en Vivia

Van hun marteldood bestaat een ooggetuigeverslag, dat gedeeltelijk is gebaseerd op de persoonlijke aantekeningen van Perpetua zelf. Zij was van voorname afkomst, wellicht uit Carthago zelf. Op het moment van haar marteldood was zij weduwe. Wellicht was zij de meesteres van Felcitas, een slavin die op dat moment hoogzwanger was.
Van de andere martelaars meent men, dat het geloofsleerlingen (catechumenen) waren; misschien was Satyrus hun leermeester.
Ze werden gearresteerd krachtens de wet van Septimius Severus die godsdienstpropaganda en bekeringswerk verbood. Revocatus bezweek al in de gevangenis. De overigen werden in het amfitheater voor de wilde dieren gegooid en door de hoorns van wilde stieren of koeien zo toegetakeld dat ze aan de verwondingen ervan overleden.
Sint Augustinus van Hippo († 430; feest 28 augustus) wijdde drie preken aan hen.

Perpetua is patrones van getrouwde vrouwen.

Perpetua en Felicitas worden afgebeeld met een stier naast zich. Perpetua in de arena naar de hemel wijzend; Felicitas met een kruis in de hand en een kind op de schoot.

MAANDAG IN WEEK 4 VAN DE VASTENTIJD


Uit de profeet Jesaja 65, 17-21

Niet het verleden, maar de toekomst moet ons ter harte gaan. ‘Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde…’ Daarom zal er vreugde en blijdschap zijn. Droefheid en ziekte zullen in het messiaanse Rijk veranderd worden in overvloed en weelde. Voor het oog van de andere volkeren zal Israël een plaats van verrukking en heerlijkheid zijn.

Zo spreekt de Heer:
“Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat er vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest.
Er zal alleen maar blijdschap zijn en groot gejuich om wat Ik schep. Ik herschep Jeruzalem in een jubelende stad en schenk haar bevolking vreugde.
Dan zal Ik over Jeruzalem jubelen en mij verblijden over mijn volk. Geen geween of geweeklaag wordt daar nog gehoord.
Geen zuigeling zal daar meer zijn die slechts enkele dagen leeft, geen grijsaard die zijn jaren niet voltooit; want een kind zal pas sterven als honderdjarige, en wie geen honderd wordt, geldt als vervloekt.
Zij zullen huizen bouwen en er zelf in wonen, wijngaarden planten en zelf van de opbrengst eten.”
Zo spreekt de almachtige Heer.

 

Psalm 30, 2 + 3 + 4 + 5 + 6 + 11 + 12 + 13

Refr.: Heer, mijn God, U wil ik eeuwig loven !

Hoog wil ik U prijzen, Heer, want U hebt mij gered.
U hebt mijn vijand geen reden gegeven tot vreugde.
Heer, mijn God, ik riep tot U.
Ik riep om hulp en U hebt mij genezen. 8c2da01e89b7383cc1506148b331c343
Heer, U trok mij uit het dodenrijk omhoog,
ik daalde af in het graf, maar U hield mij in leven.

Zing voor de Heer, allen die Hem trouw zijn,
loof zijn heilige Naam.
Zijn woede duurt een oogwenk,
zijn liefde een leven lang.
Met tranen slapen we ‘s avonds in,
‘s morgens staan we juichend op.

Luister, Heer, en toon uw genade,
Heer, kom mij te hulp.
U hebt mijn klacht veranderd in een dans,
mijn rouwkleed weggenomen, mij in vreugde gehuld.
Mijn ziel zal voor U zingen en niet zwijgen.
Heer, mijn God, U wil ik eeuwig loven.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 4, 43-54

Het heilbrengend woord van Jezus en het geloof van de hofbeambte uit Kafarnaüm bewerken de genezing van de zoon. Dit mirakel is een teken van Jezus’ messiaanse zending. Niet alleen tot Israël is Hij gezonden, maar voor ieder die gelooft is Hij de bron van leven.

Jezus trok Jezus verder naar Galilea, want Hij had zelf gezegd dat een profeet in zijn vaderland niet wordt geëerd.
Toen Hij in Galilea kwam, ontvingen de mensen Hem gastvrij; ze hadden alles gezien wat Hij op het feest in Jeruzalem gedaan had, want daar waren ze zelf bij geweest.
Hij ging in Galilea weer naar Kana, waar Hij van water wijn had gemaakt.
Er was daar een hoveling uit Kafarnaüm wiens zoon ziek was. Omdat hij gehoord had dat Jezus uit Judea naar Galilea was teruggekeerd, was hij naar Hem toe gekomen, en nu vroeg hij of Jezus mee wilde gaan om zijn zoon, die op sterven lag, te genezen.
Jezus zei tegen hem: ‘Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet!’
Maar de hoveling drong aan: ‘Heer, ga toch mee, voordat mijn kind sterft.’
‘Ga maar naar huis’, zei Jezus, ‘uw zoon leeft.’ De man geloofde wat Jezus tegen hem zei en ging weg.
En terwijl hij nog onderweg was, kwamen zijn dienaren hem al tegemoet om te zeggen dat zijn kind in leven was.
Hij vroeg hen sinds wanneer het beter met hem was gegaan. Ze zeiden: ‘Gisteren, een uur na de middag, is de koorts verdwenen.’
De vader besefte dat dat het moment was dat Jezus tegen hem gezegd had ‘uw zoon leeft’. Hij kwam tot geloof, hij en al zijn huisgenoten.
Dit deed Jezus toen Hij uit Judea naar Galilea was teruggekeerd; het was zijn tweede wonderteken.

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we in psalm 30: ‘De woede van de Heer duurt een oogwenk, zijn liefde een leven lang.’

Laten we samen eens nadenken over die ‘woede’ van de Heer. Want zo staat het er.

Je kan je de vraag stellen: Kan een God die enkel liefde is ook woedend zijn ? Kan een God die niemand wegwerpt woedend op zijn kinderen zijn ? Of anders gezegd: hoe kan je liefhebben en tegelijk woedend zijn ?

Natuurlijk kan dat…

Belangrijk is dat we een onderscheid maken tussen boosaardige woede en heilige woede. Die eerste vorm van woede vindt haar wortels niet in God, niet in de liefde, wel in het kwaad. Heilige woede hoort thuis in het hart van God, het heeft wezenlijk te maken met zorg en liefde. Het moge duidelijk zijn dat de psalmist hier spreekt over deze tweede vorm van woede: de heilige woede.

Laten we eens kijken naar Jezus. Hij is aan de mens gelijk geworden (behalve in de zonde) en deelde als Zoon van God dus in menselijke emotie. Zo zien we dat Hij flink boos of woedend werd op de geldwisselaars voor de tempel die hij verweet dat ze van Gods tempel een markthal maakten. Hij werd kwaad omdat het heilige werd aangeraakt, namelijk de plaats waar men voor het aanschijn van God kwam te staan. En zijn boosheid was terecht. Het was een zuivere emotie omdat ze haar wortels vond in God zelf. Hij was bezorgd om de tempel die ontheiligd werd.

Ware, of heilige boosheid, heeft in wezen dan ook met bezorgdheid te maken. Je kan het, bij wijze van spreken, niet verdragen dat het heilige ontheiligd wordt. Je kan er niet tegen dat de liefde gekwetst wordt.

Je hebt het misschien ook gelezen. Vorige vrijdag zijn er in Aden (republiek Jemen) 16 mensen vermoord in een kloostertje door een groep gewapende mannen. Vier zusters van Moeder Theresa, een paar medewerkers van het klooster, een aantal ouderen en gehandicapten die door de zusters verzorgd werden, en mogelijk ook een priester, zijn beestig afgeslacht.
Net zoals bij de tempel werd ook hier het heilige aangeraakt, namelijk mensen geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, mensen die hun leven gaven om er te zijn voor de armen, gehandicapten en ouderlingen die misschien in de zusters mensen ontmoetten die echt om hen gaven, medewerkers van het klooster die zin vonden in hun leven, mogelijk ook die priester die àls priester in het klooster verbleef.
Een mens wordt hier boos om. Je kan bijna vragen stellen bij hem of haar die hier niet boos om zou worden.

En ook al is God zoveel groter dan pure menselijke emotie, ik vermoed dat ook God hierom boos is. Alleen zal zijn boosheid zoveel zuiverder zijn dan de onze. Wij gaan al snel veroordelen, of zelfs haten. God zal beslist in de liefde blijven. Dit laatste neemt de boosheid niet weg, maar ze blijft wel zuiver.

Gods boosheid heeft in wezen te maken met een immense droefheid omdat kinderen van Hem des duivels handelen. Daarvoor heeft Hij de mens niet geschapen. Dat was de bedoeling niet. En toch doet men zo… Wat moet God soms diep droevig zijn… denk ik soms. Maar nogmaals, het is gevaarlijk menselijke emoties aan die van God te spiegelen. En toch..

Ik zou zeggen… laten we, wanneer we boos zijn om onrecht, onze boosheid spiegelen aan de boosheid van God. Moge God ons helpen onze boosheid in Hem te dragen, opdat ze ten allen tijde vervuld mag zijn van zijn liefde, met het oog op de bekering van de zondaar (zie naar het verhaal van de verloren zoon dat we gisteren hoorden).

En een les die de psalmist ons ook leert is dat woede best niet te lang duurt. Weer mogen we kijken naar God: ‘De woede van de Heer duurt een oogwenk, zijn liefde een leven lang.’

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Goede God,DSC_10521
leer ons droevig en boos te zijn in U, gedragen door U, vervuld van U, opdat wij nooit van de liefde zouden verwijderd geraken. Moge onze boosheid nooit de overhand krijgen zodat het omslaat in haat en veroordeling. Moge de liefde, en enkel de liefde, leven in ons hart.
Wees Gij onze liefde.
Amen.