Lezingen van de dag – maandag 8 januari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Doop van de Heer

feest

Het Doopsel van Jezus of de Doop van de Heer is het feest dat in de Katholieke Kerk en de Anglikaanse Kerk de afsluiting van de kersttijd aangeeft.

Het feest gedenkt de doop van Jezus in de Jordaan door Johannes de Doper. Bij deze doop openbaarde God dat Jezus zijn geliefde Zoon was (Matteüs 3, 13-17).

Doop van de Heer

feest


Bij de geboorte en het doopsel van een kind leven er bij de ouders, bij peter en meter heel wat verwachtingen en dromen. Toch zal het kind later als volwassene zijn eigen levensopdracht moeten ontvangen en uitbouwen. Het zijn Gods plannen die de menselijke roeping bepalen, al vergeten wij dat vaak.

Bij zijn doop wordt Jezus bevestigd in zijn eigenheid en zending. Als de veelgeliefde Zoon van God zal Hij een dienaar van gerechtigheid zijn, een levend teken van Gods Verbond en een licht voor de volken.
Voor ons is deze dag een uitnodiging tot bezinning over onze roeping als gedoopte, en een aansporing om echt de keuze te maken in Gods wil te gaan staan.
Met de Doop van de Heer sluiten we de kersttijd af.


Uit de profeet Jesaja 42, 1-4 + 6-7

Zonder twijfel kende Jezus deze profetie van Jesaja. Zij verwees allereerst naar een uitgelezen deel van het volk: de heilige Rest, voorafbeelding van wat eens de Messias zal zijn. Deze uitverkoren Dienaar van God krijgt de opdracht het heil te brengen aan Israël en reeds aan alle naties de kracht en het licht van de ware God te laten aanvoelen.

Zo spreekt de Heer:
‘Hier is mijn dienaar, hem zal Ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind ik vreugde, ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen.
Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar; het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen.
Ongebroken en vol vuur zal hij het recht op aarde vestigen; de eilanden zien naar zijn onderricht uit.
In gerechtigheid heb Ik, de Heer, jou geroepen. Ik zal je bij de hand nemen en je behoeden, Ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen en maak je tot een licht voor alle volken, om blinden de ogen te openen, om gevangenen te bevrijden uit de kerker, wie in het duister zitten uit de gevangenis.’

 

Psalm 29, 1 + 2 + 3 + 4 + 9 + 10

Refr.: God zegent zijn volk met vrede.

Erken de Heer, o goden,
erken de Heer, zijn macht en majesteit,
erken de Heer, de majesteit van zijn Naam,
buig u voor de Heer in zijn heilige glorie.

De stem van de Heer boven de wateren,
de God vol majesteit doet de donder rollen,
de Heer boven de wijde wateren,
de stem van de Heer vol kracht,
de stem van de Heer vol glorie.

De stem van de Heer doet de hinden kalven
en de geiten hun jongen werpen.
Majesteit! roept heel zijn paleis.
De Heer heeft zijn troon boven de vloed,
ten troon zit de Heer als koning voor eeuwig.

 

Uit de Handelingen van de Apostelen 10, 34-38

Petrus schetst de grote momenten van Jezus’ leven te beginnen met de zalving door de Geest bij het doopsel in de Jordaan. Dit verkondigt Petrus in het huis van een honderdman van het Romeinse leger. Hij is de eerste heiden die, evenwaardig aan de kinderen van het uitverkoren volk, de heilige Geest ontvangt.

Petrus nam het woord en zei: ‘Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen, maar dat Hij zich het lot aantrekt van iedereen, uit welk volk dan ook, die ontzag voor Hem heeft en rechtvaardig handelt.
God heeft aan de Israëlieten bekendgemaakt dat Hij door Jezus Christus het goede nieuws van de vrede is komen brengen. Deze Jezus is de Heer van alle mensen.
U weet wat er in heel het Joodse land is gebeurd, hoe het begon in Galilea, hoe God, na de doop waartoe Johannes opriep, Jezus uit Nazaret met de heilige Geest heeft gezalfd en met kracht heeft bekleed. Hij trok als weldoener door het land en genas iedereen die in de macht van de duivel was, want God stond Hem bij.’

 

Alleluia.

De hemelen gingen open
en de stem van de Vader zei:
Dit is mijn geliefde Zoon,
in Hem vind Ik vreugde.

Alleluia.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 1, 7-11

God beloofde een getuige voor de naties en een gids voor de volkeren. Deze belofte werd waarheid aan de oevers van de Jordaan. De Messias, de welbeminde Zoon, wordt er aangesteld tot Herder van het volk van God. Hij zal het volk leiden bij de nieuwe Uittocht. Dat Marcus zijn evangelie begint met het doopsel van de Heer, bewijst het belang dat hij hechtte aan deze gebeurtenis.

In die tijd verkondigde Johannes: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor Hem te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar Hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’
In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat Hij uit het water omhoogkwam, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind Ik vreugde.’

Van Woord naar leven

Er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind Ik vreugde.’

Het was de stem van de Vader die in het vuur van de Geest zijn liefde voor zijn Zoon uitzong. Jezus is niet enkel zijn geliefde Zoon, Hij vindt ook vreugde in Hem.

Deze woorden mogen wij steeds opnieuw beluisteren wanneer we in de spiegel van ons eigen doopsel kijken. Want ook toen, bij ons doopsel, sprak de Vader tot ieder van ons in de liefde van zijn Geest: ‘Gij zijt mijn geliefde dochter/zoon, in u vind Ik vreugde.’
Bij het doopsel worden we immers opgenomen in Christus zelf. Hoe zou de Vader, die ook de Zoon bemint, dan ook niet zijn kinderen beminnen. Doorheen de Zoon bemint Hij immers ieder van ons, vindt Hij vreugde in ieder van ons.

Laten we dagelijks drinken aan de genade ons bij het doopsel geschonken. De doop is immers een bron van levend water die niet ophoudt te vloeien. Bedoeling is dagelijks bij deze bron neer te knielen, en er van te drinken. Steeds weer opnieuw zullen we vervuld worden met Gods Woord: ‘Gij zijt mijn geliefd kind, in u vind Ik vreugde’.

Laten we Gods vreugde niet beschamen. Maar laten we vanuit de doopgenade in het leven staan, doen wat we moeten doen, laten wat we moeten laten, om verenigd met de Heer Gods goedheid te bezingen naar allen die God op ons levenspad brengt.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Goede God,
ook tot ons hebt Gij gezegd bij het toedienen van het doopsel: ‘Jij bent mijn veelgeliefd kind, in jou vind Ik vreugde’. Wij bidden, goede God, dat wij uw vreugde niet mogen beschamen, maar juist deelgenoten worden van die vreugde door ‘ja’ te zeggen op de liefde, ‘ja’ op uw uitnodiging die Gij ons doet, ‘ja’ op U.
Kom heilige Geest. Amen.