Lezingen van de dag – vrijdag 1 april 2016


Heilige (of feest) van de dag

Hugo de Kartuizerhugo-kartuizer-ic-7044df

Hugo (ook Guigues) van Grenoble (ook de Karuizer) osb, Frankrijk; bisschop.

Hugo werd in 1053 geboren te Châteauneuf d’Isère in het departement Drôme in de Franse landstreek Dauphiné. Van zijn moeder is bekend dat zij een bijzonder vrome vrouw was; zijn vader, Odilo, zou zijn leven eindigen in de chartreuse (kartuizerij) bij Bruno de Kartuizer († 1101; feest 6 oktober), de plek waar Hugo later zelf ook zo graag was en zo weinig kon verblijven.

Hoewel Hugo niet gewijd was, had hij al op 25-jarige leeftijd zitting in het college van kanunniken te Valence. In 1080 werd hij door paus Gregorius VII († 1085; feest 25 mei) in Rome zelf tot bisschop van de stad Grenoble gewijd. Markgravin Mathilde van Canossa schonk hem de prachtigste bisschoppelijke gewaden, en deed er nog een hele bibliotheek aan boeken bij.

De situatie onder de geestelijkheid van zijn bisdom was ronduit abominabel. Na twee jaar vergeefse moeite gaf hij er de brui aan en trok zich als eenvoudige monnik terug in de strenge benedictijner abdij van Chaise-Dieu. Daar bracht hij vijftien overgelukkige maanden door. Toen riep de paus hem terug naar Grenoble. In Hugo had hij namelijk een medestander gevonden in zijn strijd tegen allerlei misstanden onder de priesters. Zo bevochten ze de misstand bij priesters om zich voor hun diensten dik te laten betalen of – erger nog – om aan mensen te suggereren dat je alleen voor geld in de hemel kon komen, of andere gaven van God kon ontvangen: dergelijke vergrijpen noemt men simonie. Daarnaast bevorderden de paus en Hugo de ongehuwde levensstaat van priesters.

Naast al deze beslommeringen bouwde hij een hospitaal in Grenoble en een stenen brug over de Isère. Het was in 1084 dat Hugo aan Bruno het stuk grond schonk, waarop deze zijn nieuwe orde van de Kartuizers zou vestigen.

Bruno, die op het moment van de schenking vergezeld werd door zes volgelingen, was nog Hugo’s leermeester geweest in Reims. Hugo voelde zich zeer verbonden met hun verlangen naar stilte en afzondering. Zoveel hij kon zocht hij hen op om er inspiratie op te doen. Bruno was zijn geestelijk leidsman. Deze moest de heilige bisschop herhaaldelijk tot matiging manen in vasten en boetedoeningen. Zo verbood hij hem ook het paard te verkopen dat hij nodig had om zijn bisdom te visiteren. Hugo vond dat hij best kon gaan lopen en dat de armen er veel meer aan zouden hebben dan hij. Zijn uiterst kostbare bisschopsring en de mooiste kelk uit de kathedraal had hij al verkocht om de opbrengst ervan aan de armen te kunnen geven.

Telkens als er een nieuwe paus was gekozen, haastte hij zich zijn ontslag als bisschop aan te bieden met de redenering dat hij er immers ongeschikt voor was. Alle pausen die hij meemaakte, heeft hij lastig gevallen, zonder dat hij bij één van hen zijn zin kreeg. Zo was hij meer dan vijftig jaar tegen zijn zin bisschop! Hij stierf op 79-jarige leeftijd in Grenoble. Daar werd hij in de kathedraal bijgezet.

Paus Innocentius II († 1143), de laatste in de reeks die hij lastig viel om als bisschop ontslagen te worden, verklaarde hem al twee jaar na zijn dood officieel heilig.
Hoewel hij nooit tot de Kartuizers is toegetreden, heeft hij toch de eretitel ‘de Kartuizer’ meegekregen.
Tijdens de woelingen van de Reformatie in de zestiende eeuw werd zijn stoffelijk overschot door de Hugonieten in het openbaar verbrand.

Hij is patroon van Grenoble. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijn.

Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter en staf), met een zwaan (symbool van de voorliefde voor eenzaamheid), met een lantaarn, in wit kartuizerhabijt of met (drie) bloemen in de hand.

VRIJDAG IN DE PAASWEEK


Uit de Handelingen van de Apostelen 4, 1-12

Voor het Sanhedrin gedaagd, spreekt Petrus. Hij is een echte steenrots geworden. Hij getuigt zonder angst, vervuld door de heilige Geest. Hier zien wij hoe de eerste christenen Jezus’ verrijzenis hebben ervaren: geloven in Hem is bevrijdend. Bij niemand dan bij Hem kan de mens de volledige vrijheid vinden.

Terwijl Petrus en Johannes de menigte toespraken, kwamen de priesters, het hoofd van de tempelwacht en de Sadduceeën op hen af, hevig ontstemd omdat ze het volk onderrichtten en de opstanding uit de dood verkondigden op grond van wat er met Jezus was gebeurd. Ze grepen hen vast en zetten hen gevangen tot de volgende dag, omdat het al avond was.
Maar van degenen die naar de toespraak hadden geluisterd, bekeerden velen zich, zodat het aantal gelovigen aangroeide tot ongeveer vijfduizend.
De volgende dag kwamen de leiders, de oudsten en de schriftgeleerden bijeen in Jeruzalem, samen met Annas, de hogepriester, Kajafas, Johannes en Alexander, en allen die tot de hogepriesterlijke familie behoorden.
Nadat ze Petrus en Johannes in het midden hadden doen plaatsnemen, begonnen ze het verhoor met de vraag: ‘Door welke kracht of in wiens naam hebt u die daad verricht?’
Petrus antwoordde, vervuld van de heilige Geest: ‘Leiders van het volk en oudsten, nu wij vandaag worden verhoord omdat we een zieke hebben geholpen, en nu ons wordt gevraagd hoe het komt dat hij is genezen, dient u allen en het hele volk van Israël te weten dat deze man hier gezond voor u staat dankzij de naam van Jezus Christus uit Nazaret, die door u gekruisigd is, maar die door God uit de dood is opgewekt. Jezus is de steen die door u, de bouwlieden, vol verachting is weggeworpen, maar die nu de hoeksteen geworden is. Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’

 

Psalm 118, 1 + 2 + 4 + 22 + 23 + 24 + 25 + 26

Refr.: Heer, eeuwig duurt uw trouw.

Loof de Heer, want Hij is goed,
eeuwig duurt zijn trouw.

Laat Israël zeggen: Resurrection-Icon
Eeuwig duurt zijn trouw.

Wie de Heer vreest, zal zeggen:
Eeuwig duurt zijn trouw.

De steen die de bouwers afkeurden
is een hoeksteen geworden.

Dit is het werk van de Heer,
een wonder in onze ogen.

Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt,
laten wij juichen en ons verheugen.

Heer, geef ons de overwinning,
Heer, geef ons voorspoed.

Gezegend wie komt met de Naam van de Heer,
Wij zegenen u vanuit het huis van de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 21, 1-14

Na de dood van Jezus hebben de apostelen hun gewone bezigheden hernomen. Tijdens de maaltijd, zien ze de Heer weer. Jezus openbaart zijn aanwezigheden in het alledaagse. Als we maar willen zien met open ogen en met open hart.

Jezus verscheen weer aan de leerlingen, nu bij het meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt.
Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen.
Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’
‘Wij gaan met je mee’, zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets.
Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever, al wisten de leerlingen niet dat het Jezus was.
Hij riep: ‘Hebben jullie soms iets te eten?’
‘Nee’, antwoordden ze.
‘Gooi het net aan stuurboord uit’, riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’
Ze wierpen het net uit en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken.
De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’
Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op–meer had hij niet aan–en sprong in het water.
De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el.
Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood.
Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie net gevangen hebben.’
Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet.
Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’
Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was.
Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis.
Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat hij uit de dood was opgestaan.

Van Woord naar leven

Wij hebben wel eens de neiging om de Heer te gaan zoeken in het buiten-gewone, alsof Hij zich enkel of vooral zou openbaren buiten het alledaagse leven.
Het evangelie van vandaag toont aan dat Jezus zijn aanwezigheid openbaart in het alledaagse, in onze dagelijkse bezigheden, in de gewone dingen van elke dag, in de dingen waarmee we bezig zijn.
We hoeven Hem echt niet ver te zoeken. Hij is gewoon daar waar wij zijn.

Wie de levenskunst verstaat God aanwezig te weten in de kleine dingen van elke dag, zal deze kleine dingen als grote dingen ervaren, omdat hij ze zal beleven als gekregen van Hem, met de liefdevolle uitnodiging Hem in al die dingen en mensen te eren, en wel in de liefde van Christus.

Onze dagelijkse maaltijden, onze arbeid, onze omgang met echtgenoot of kinderen of collega’s of wie dan ook, ons gemeenschappelijk en persoonlijk gebed, de pracht van de natuur, de vriendschap van zoveel mensen, enz… in dit alles openbaart God zichzelf en appelleert Hij lief te hebben.

Horen en doen is de boodschap.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,2755369349_61c8c34180_b
Gij openbaart U op zoveel momenten  en plaatsen doorheen de dag. Maar dikwijls zijn we blind en doof voor uw aanwezigheid. Wil ons hiervan genezen en ons ziende maken voor U, opdat wij mét U de Vader mogen verheerlijken door zijn wil te volbrengen in het leven van elke dag. Om deze genade bidden wij, vandaag en alle dagen van ons leven.
Amen.