Lezingen van de dag – vrijdag 1 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

Justinus de Martelaar († 165)

Justinus Martelaar, Rome, Italië; filosoof & martelaar

Justinus werd rond het jaar 100 geboren in Palestina in de plaats Flavia-Neapolis (het bijbelse Sichem, tegenwoordig Nablus). Hij kwam uit een heidens milieu. Van jongs af aan bleek hij bijzonder weetgierig. In zijn jonge jaren bezocht hij alle filosofenscholen om te horen wat men er over de waarheid te zeggen had. De een na de ander stelde hem teleur en liet hem onbevredigd achter. Pas toen hij in contact kwam met de leer van de christenen, besefte hij op het goede spoor te zijn. In die tijd behoorden denken en doen onlosmakelijk bij elkaar. Hoe meer Justinus zich in de woorden van Christus verdiepte, hoe meer hij ernaar verlangde te leven zoals Hij.

Na zijn doop verzorgde hij enige tijd rondleidingen voor medechristenen die de heilige plaatsen in zijn geboorteland kwamen bezoeken. Hij zou daarbij altijd gewezen hebben op de grot van Jezus’ geboorte!

Dat is interessant. Er zijn twee evangelisten die over Jezus’ geboorte vertellen: Matteus en Lukas. Matteus heeft het in dit verband over een ‘huis’ (Matteus 2,11). Lukas zegt niet in wat voor gebouw Jezus geboren werd. Hij vertelt wel, dat Jezus meteen na zijn geboorte in een kribbe werd gelegd; daaruit hebben latere gelovigen afgeleid, dat hij in een stal geboren moet zijn. Nu horen we dus van iemand, die reeds honderd jaar later leefde, dat de kribbe in een grot gestaan zou hebben.

Gehuld in een filosofenmantel trok Justinus rond om – zoals toen gebruikelijk was – met ieder die maar wilde, te discussiëren over filosofische onderwerpen en levensvragen. Tenslotte begon hij in Rome een filosofenschool. Hij schreef boeken, die gericht waren aan de keizer en de senaat; daarin verdedigde hij de christelijke levensvisie. Zo vestigde hij de aandacht op zich en werd na een openbaar debat gevangen genomen, omdat hij openlijk weigerde deel te nemen aan de verplichtingen, die voor iedere Romeinse burger behoorden bij staatsgodsdienst, met name de offerrituelen aan de Romeinse goden, waartoe vaak ook de de persoon van de keizer gerekend werd.

Er is nog een ander laatste woord van Justinus bewaard gebleven:
“Zoals wanneer de ranken van de wijnstok gesnoeid worden om nieuwe te doen ontspruiten: zo gaat het nu met ons”.

Justinus is patroon van de filosofen en de geloofsverdedigers en apologeten.

Hij wordt afgebeeld in filosofenmantel, met pen en boek(rol); soms met een bijl of zwaard (zijn vermoedelijke martelwerktuigen).

vrijdag in week 8 door het jaar


Uit de eerste brief van Petrus 4, 7-13

God heeft vele genadegaven uitgedeeld ten behoeve van de gemeenschap. Enkele, de voornaamste, noemt Petrus hier op: de onderlinge liefde, de gastvrijheid, de gaven van het woord en de gave van de dienst. Petrus spoort ons aan om ieder op zijn manier van deze gaven gebruik te maken. Ondanks lijden en moeilijkheden, blijven we ons verheugen tot Jezus’ heerlijkheid zich openbaart.

Broeders en zusters,
het einde van alles is nabij. Kom daarom tot bezinning en wees helder van geest, zodat u kunt bidden.
Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden.
Wees gastvrij voor elkaar, zonder te klagen.
Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.
Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt.
Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen.
Geliefde broeders en zusters,
wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat; er overkomt u niets uitzonderlijks. Hoe meer u deel hebt aan Christus’ lijden, des te meer moet u zich verheugen, en des te uitbundiger zal uw vreugde zijn wanneer zijn luister geopenbaard wordt.

 

Psalm 96, 10-13

Refr.: De Heer oordeelt de volken naar recht en wet.

Zeg aan de volken: De Heer is koning.
Vast staat de wereld, zij wankelt niet.
Hij oordeelt de volken naar recht en wet.’

Laat de hemel verheugd zijn, de aarde juichen,
de zee bruisen en alles wat daar leeft.

Laat het veld verblijd zijn en alles wat daar groeit,
laten alle bomen jubelen voor de Heer.

Want Hij is in aantocht,
in aantocht is Hij als rechter van de aarde.

Rechtvaardig zal Hij de wereld berechten,
de volken oordelen, trouw aan zijn woord.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 11, 11-25

Het gebeurt meermaals dat Jezus zinspeelt op echtheid en waarachtigheid tussen ons leven en ons bidden. De voornaamste onechtheid is wel met zijn medemens in onmin te leven en te denken dat men oprecht zou kunnen bidden. Dan wordt Gods tempel, waarin wij samenkomen om te bidden, als een dorre boom, een rovershol, een samenkomst van leugenaars en onwaarachtigen.

Jezus trok Jeruzalem in en ging naar de tempel. Nadat Hij alles in ogenschouw had genomen, ging Hij – want het was al laat geworden – met de twaalf terug naar Betanië.
Toen ze de volgende dag uit Betanië vertrokken, kreeg Hij honger. Hij zag in de verte een vijgenboom die in blad stond en ging erheen in de hoop iets eetbaars te vinden, maar toen Hij bij de boom gekomen was, vond hij geen vruchten; het was namelijk nog niet de tijd voor vijgen.
Hij zei tegen de boom: ‘Nooit ofte nimmer zal er nog iemand vruchten van jou eten!’
Zijn leerlingen hoorden dit.
Ze kwamen in Jeruzalem. Hij ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; Hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en Hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: ‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’
De hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was en zochten naar een mogelijkheid om Hem uit de weg te ruimen; ze waren bang voor Hem, omdat het hele volk in de ban was van zijn onderricht.
Nadat de avond gevallen was, gingen Jezus en zijn leerlingen weg uit de stad.
Toen ze ‘s morgens vroeg weer langs de vijgenboom kwamen, zagen ze dat hij tot aan de wortels verdord was.
Petrus herinnerde zich het voorval en zei: ‘Rabbi, kijk, de vijgenboom die u vervloekt hebt, is verdord.’
Jezus zei tegen hen: ‘Heb vertrouwen in God. Ik verzeker jullie: als iemand tegen die berg zegt: “Kom van je plaats en stort je in zee,” en niet twijfelt in zijn hart, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, dan zal het ook gebeuren. Daarom zeg Ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen. Wanneer je staat te bidden en je hebt een ander iets te verwijten, vergeef hem dan, opdat ook jullie Vader in de hemel jullie je misstappen vergeeft.’

Van Woord naar leven

Vandaag lezen we in de eerste lezing uit de brief van Petrus: ‘Wees gastvrij voor elkaar, zonder te klagen.’

Gast-vrij. Dat betekent dat je vanbinnen vrij moet zijn om gasten te kunnen ontvangen.

Welke gasten ?
Wel, dat is simpelweg ieder die je vandaag tegenkomt. Dat kunnen je huisgenoten zijn, collega’s, buren, mensen bij de bakker, iedereen dus. In zekere zin is iedere persoon die je ontmoet ‘gast’ voor je. Je kunt namelijk elke mens ontmoeten of ontvangen in de liefde van de Heer. Door je glimlach die je geeft, de aandacht die je besteedt, het gesprek dat je voert, die tijd die je voor iemand neemt, de tederheid waarmee je met mensen omgaat, de vergeving die je iemand schenkt, de mens waarvoor je bidt, enzomeer … het zijn allemaal vormen van gastvrijheid.

Het is een gastvrijheid die haar wortels vindt in de Heer, in uw omgang met Hem.

In de mate dat we innig verbonden leven met Jezus, zullen we ervaren dat we ten diepste welkom zijn bij Hem.
Het is in diezelfde gastvrijheid die de Heer voor ons heeft, dat we elkaar mogen liefhebben; zoals Hij ieder van ons liefheeft.

Mogen we op deze wijze gastvrij zijn voor ieder die God vandaag op ons levenspad brengt. Ja, zonder te klagen, naar het woord van Petrus vandaag. Een beetje enthousiast dus, zonder lip, maar als het kan met gemeende glimlach. Ieder heeft recht op je vriendelijkheid.

Ja, ieder. Niet ?

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
geef dat wij, vanuit onze verbondenheid met U, gastvrij mogen zijn voor voor ieder. Mogen wij in elke mens U zien die beroep doet op onze liefde.
Kom heilige Geest.
Amen.