Lezingen van de dag – vrijdag 10 juli 2015


Heilige (of feest) van de dag

Amalberga van Munsterbilzen (+ ca 772)2528903-5af2b451003bf2baeeadd92421619ae4

Amalberga (ook Amalia) van Munsterbilsen (ook van Bilsen, van Gent, van Tamise of van Temse) osb, maagd & kloosterlinge; † ca 772.

Zij werd geboren rond 700 in een plaatsje dat destijds Villa Rodingi heette en in de Ardennen lag; in die naam kunnen we nog horen hoe men bomen heeft moeten rooien om de plek te kunnen bewonen.
Een huwelijk met Karel Martel († 741) wees ze af. Om dat duidelijk te maken liet ze haar haren afknippen en vluchtte naar Munsterbilsen om benedictines te kunnen worden onder de heilige abdis Landrada († ca 690; feest 8 juli).
De legende weet te vertellen hoe zij onderweg op haar vlucht aan Karel wist te ontkomen. Aanvankelijk had zij zich in een verborgen hoekje verstopt, maar hij wist haar te pakken en trok haar met zo’n geweldige ruk naar zich toe dat zij haar arm brak en haar schouder verrekte. Maar op hetzelfde moment genazen haar wonden, wurmde zij zich los en werd door een steur naar de overkant van de Schelde gedragen. Er worden van haar nog andere wonderen verhaald. Zo zou ze bij de Gete in Brabant een duivelin hebben verjaagd en in een zeef een bron naar Temse hebben gebracht.
Ze stierf in Temse, dat toen nog Villa Tempsica heette.

Ze werd begraven in Munsterbilzen, maar in 1073 werden haar relieken overgebracht naar de St-Pietersabdij te Gent. Bij die gelegenheid werd ze verheven tot de eer der altaren, wat gelijkstond aan een heiligverklaring.
Op zaterdag voor en vooral dinsdag na Pinksteren vindt in Temse de processie ter ere van Sint Amalberga plaats. Deze wordt nog eens herhaald op de laatste zondag van september.
Ook het Vlaamse plaatsje Mater kent op 10 juli een Amalbergaviering.

Zij is patrones van Temse; bovendien is ze beschermheilige van boeren (ze bevrijdde akkers van schadelijke vogels), van schippers en zeelieden (het schip dat haar relieken naar Gent overbracht voer uit eigen kracht stroomopwaarts; een steur zwom mee…).
Ze wordt aangeroepen tegen koorts, pijn in de armen en schouders, kneuzingen en rode koorts; en tegen schipbreuk.
Ze wordt afgebeeld als benedictines; haar voet op een gekroond hoofd (wees vorstelijk huwelijk af); grote steur (hielp haar tijdens haar vlucht voor Krel Martel en begeleidde de boot die haar relieken naar Gent vervoerde); soms heeft ze een zeef in de hand (bron in Temse); met zeef aan een bron; met wilde ganzen.

Zij wordt vaak verward met Amalberga van Maubeuge († ca 690; feest 10 juli), die bijna honderd jaar eerder leefde, maar op dezelfde dag wordt gevierd.

VRIJDAG IN WEEK 14 DOOR HET JAAR


Uit het boek Genesis 46, 1-7 + 28-30

Een visioen maakt de laatste der aartsvaders duidelijk ook naar Egypte te trekken. De hongersnood en de uitnodiging van zijn zoon Jozef werden elders gegeven als reden voor deze trek naar Egypte. Het uiverkoren volk zal er vierhonderd jaar verblijven. Maar ook deze beproeving past in Gods plan.

Israël ging op weg; al zijn bezittingen nam hij mee. In Berseba gekomen, bracht hij offers aan de God van zijn vader Isaak.
‘s Nachts richtte God zich in een visioen tot Israël. ‘Jakob! Jakob!’ riep Hij, en Jakob antwoordde: ‘Ik luister.’
God zei: ‘Ik ben God, de God van je vader. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want Ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen. Ikzelf zal met je meereizen naar Egypte, en Ik zal je daar ook weer vandaan brengen. En niemand anders dan Jozef zal jou de ogen sluiten.’
Toen verliet Jakob Berseba. Zijn zonen lieten hem, hun kinderen en hun vrouwen op de wagens rijden die de farao hiervoor had meegegeven. Zo trokken Jakob en al zijn nakomelingen naar Egypte, met hun veestapel en alle andere bezittingen die ze in Kanaän hadden verkregen; zijn zonen en kleinzonen, zijn dochters en kleindochters, al zijn nakomelingen nam Jakob mee naar Egypte.
Jakob had Juda vooruitgestuurd naar Jozef, om van hem te horen welke weg naar Gosen leidde. Toen Jakob en zijn familie in Gosen waren aangekomen, spande Jozef zijn wagen in en reed daarnaartoe, zijn vader Israël tegemoet. Toen hij eindelijk voor zijn vader stond, viel hij hem om de hals en huilde langdurig. En Israël zei tegen Jozef: ‘Nu ik jou levend en wel heb teruggezien, kan ik sterven.’

 

Psalm 37, 3 + 4 + 18 + 19 + 27 + 28 + 39 + 40

Refr.: De Heer heeft gerechtigheid lief.

Vertrouw op de Heer en doe het goede,
bewoon het land en leef er veilig.
Zoek je geluk bij de Heer, °
Hij zal geven wat je hart verlangt.

De Heer trekt zich het lot van onschuldigen aan,
hun bezit blijft voor eeuwig behouden.
Zij worden niet teleurgesteld in kwade dagen,
in tijden van hongersnood hebben zij te eten.

Mijd het kwade en doe het goede,
en je zult voor eeuwig wonen in het land.
Want de Heer heeft gerechtigheid lief,
wie Hem trouw zijn, verlaat Hij niet.

Zij blijven voor eeuwig behouden,
maar het nageslacht van zondaars wordt verdelgd.
De rechtvaardigen vinden redding bij de Heer,
Hij is hun toevlucht in tijden van nood.

De Heer heeft hen altijd geholpen en bevrijd,
Hij bevrijdt hen ook nu van de zondaars,
Hij redt hen,
want zij schuilen bij Hem.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 10, 16-23

Al wie Gods zending uitdraagt, zal ook de nodige tegenkantingen ondervinden zoals Jezus zelf. Hij moet er zich dan niet om bekommeren wat hij zal doen of zeggen ter verdediging. Als hij contact houdt met de Heer, zal hem worden ingegeven wat hij moet zeggen. Niet hij is het die dan spreekt, maar door hem spreekt de Geest van de Vader.

Jezus sprak tot de twaalf:
‘Bedenk wel, Ik zend jullie als schapen onder de wolven. Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif.
Pas op voor de mensen, want ze zullen je voor het gerecht brengen en je geselen in hun synagogen. Jullie zullen omwille van mij worden voorgeleid aan gouverneurs en koningen, en een getuigenis moeten afleggen ten overstaan van hen en de heidenen.
Wanneer ze je uitleveren, vraag je dan niet bezorgd af hoe je moet spreken of wat je moet zeggen. Want wat je moet zeggen, zal je op dat moment worden ingegeven. Jullie zijn het immers niet zelf die dan spreken, het is de Geest van jullie Vader die in jullie spreekt.
De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen, en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen. Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam; maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered.
Wanneer ze jullie vervolgen in de ene stad, vlucht dan naar de volgende. Ik verzeker jullie: voor je in elke stad van Israël bent geweest, zal de Mensenzoon gekomen zijn.

Van Woord naar leven

‘Bedenk wel, Ik zend jullie als schapen onder de wolven. Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif’, zegt Jezus ons vandaag.

Al een paar dagen spreekt Jezus over zending: hoe wij gezonden worden en wat belangrijk is voor ogen te houden om deze opgave goed te kunnen vervullen: Herder zijn voor elkaar, zich bewust zijnde dat het kwaad moet overwonnen worden, gisteren zich gezonden weten zonder winstbejag. Vandaar waarschuwt Jezus ons dat we gezonden worden als schapen onder de wolven met een oproep scherpzinnig te blijven en de onschuld te bewaren van een duif.

Wat die onschuld bewaren betreft: Ik denk dat het inderdaad van zeer groot belang is dat we voorleven waar we voor staan; zeer trouw, consequent, en dit nederig ook tonend aan de wereld. Niet tonen om te tonen, maar gewoon belevend. En wie Gods goedheid draagt en uitdraagt getuigt van God, en toont in zekere zin God.

Ikzelf heb weinig recht van spreken. Ik geef toe een een turbulent bestaan gehad te hebben tot voor enkele jaren. Ik ben daar niet fier op. Je mag gerust weten dat ik me heel dikwijls in eer en geweten de vraag stel of ik deze site wel in leven mag houden. Ik doe toch maar verder… omdat mensen me daartoe aanzetten.
Wat ik wil zeggen is dat, ondanks mijn verleden, en misschien wel het verleden van heel wat mensen, ik achter de uitspraak van Jezus wil staan om midden je ‘zending’ je onschuld te bewaren van een duif. Anders worden we schijnheiligen; mensen die een zekere schijn hoog houden maar vanbinnen leven als witgekalkte graven.

Ach… wat zouden we zijn zonder de Heer…
Laten we ons aan Hem schenken. In zijn grote barmhartigheid wil Hij ieder van ons optillen en opnemen in zijn dienst. Laten we ons niet vastklampen aan mogelijke duisternis uit het verleden. Laat ons achterlaten, ons werpen in de armen van Jezus. Je opgenomen weten door Hem, zijn barmhartigheid proeven, geeft zéér veel vrede, en vooral ook kracht de goede draad van het leven weer op te nemen.

Moge Hij ons allen leiden.

Laat ons bidden voor elkaar…

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer God,oP5qVzK
we schenken onze zwakheid aan U. Buig alles om naar uw liefde en neem ons op in de zending van Jezus. Moge Hij in ons, door ons, met ons, al weldoende rondtrekken om uw goedheid aan te bieden aan allen die Gij op ons levenspad brengt. Geef ons de kracht in Jezus te blijven, zoals Hij in ons is.
Kom Heer God, toon U aan de wereld. Wij zijn er voor U.
Amen.