Lezingen van de dag – vrijdag 11 sept. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Almirus van Gréez-sur-Roc (+ ca 560)

Almirus (ook Almer of Almire) van Gréez-sur-Roc osb, Frankrijk; abt; † ca 560.

Almirus was afkomstig uit Auvergne en moet tegen het einde van de vijfde eeuw geboren zijn. Als jongen kreeg hij zijn scholing bij de monniken van Ménat. Daar raakte hij onder de indruk van Sint Avitus († ca 530; feest 17 juni) en Sint Calais (of Carilefus; † 536; feest 1 juli). Toen zij verhuisden naar het zojuist door Sint Maximinus (of Mesmin; † 520; feest 15 december) gestichte klooster te Micy, La Maine, ging hij met hen mee. Op dat moment was hij waarschijnlijk nog geen twintig jaar oud.

Na enkele jaren besloot hij zich nog verder terug te trekken om in de eenzaamheid als kluizenaar zijn leven aan God toe te wijden. Hij vestigde zich diep in de bossen op de plek, waar tegenwoordig het plaatsje Gréez ligt. Hij bouwde er een bidkapelletje ter ere van de heilige Maagd en vlak daarnaast een cel voor zijn eigen onderdak.

Toch wisten de mensen hem te vinden; zij vroegen hem om raad, om genezing van ziekten en kwalen, of om zijn gebed. Blijkbaar was zijn uitstraling zo inspirerend, dat zich al gauw jongemannen bij hem aansloten. Na korte tijd woonden er zo’n veertig leerlingen om hem heen, verspreid in cellen, armzalige bouwseltjes van takken en leem. Zij wijdden zich aan gebed en handwerk, en ontgonnen het omringende woud. De heilige abt leerde hen vooral orde en regelmaat aan te brengen in hun daagse dag en daar niet lichtzinnig van af te wijken.

VRIJDAG IN WEEK 23 DOOR HET JAAR


Uit de eerste brief van Paulus aan Timoteüs 1, 1-2 + 12-14

Paulus schrijft aan zijn trouwe vriend Timoteüs. Hij is God dankbaar voor zijn roeping. Hij beseft maar al te goed hoe hij er vanaf is geweest. Vroeger had hij de christenen vervolgd. Nu was hij door Gods tussenkomst tot hun apostel gemaakt. Wat wij zijn, danken wij aan Gods barmhartigheid.

Van Paulus, apostel van Christus Jezus in opdracht van God, onze redder, en van Christus Jezus, onze hoop. Aan Timoteüs, mijn waarachtig kind in het geloof. Genade, barmhartigheid en vrede van God, de Vader, en Christus Jezus, onze Heer!
Ik dank Christus Jezus, onze Heer, dat Hij mij kracht gegeven heeft en het mij heeft toevertrouwd Hem te dienen, hoewel ik Hem vroeger heb bespot, vervolgd en beschimpt. Toch heeft Hij zich over mij ontfermd, omdat ik door mijn ongeloof niet wist wat ik deed.
Onze Heer heeft mij zijn genade in overvloed geschonken, evenals het geloof en de liefde die we in Christus Jezus bezitten.

 

Psalm 16, 1 + 2a + 5 + 7 + 8 + 11

Refr.: Steeds houd ik de Heer voor ogen.

Behoed mij, God, ik schuil bij U. Drieeenheid_2
Ik zeg tot de Heer: U bent mijn Heer.

Heer, mijn enig bezit, mijn levensbeker,
U houdt mijn lot in handen.

Ik prijs de Heer die mij inzicht geeft,
zelfs in de nacht spreekt mijn geweten.

Steeds houd ik de Heer voor ogen,
met Hem aan mijn zijde wankel ik niet.

U wijst mij de weg naar het leven:
overvloedige vreugde in uw nabijheid,
voor altijd een lieflijke plek aan uw zijde.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 6, 39-42

Om mensen te leiden moeten wij eerst ingetogenheid, gezond verstand en scherpzinnigheid tegenover onszelf gebruiken. Men geeft slechts wat men zelf is. Hierbij moeten wij de ingevingen van ons hart voor laten gaan op elk formalisme en elke schijnheiligheid. In de mate dat wijzelf het woord van God hebben opgenomen zullen wij in staat zijn uit de rijkdom van ons hart, de Kerk, een woord te spreken dat anderen kan helpen en leiden.

Jezus hield de leerlingen deze gelijkenis voor:
‘Kan de ene blinde de andere blinde leiden? Vallen ze dan niet beiden in een kuil? Een leerling staat niet boven zijn leermeester; pas als iemand zich alles heeft eigen gemaakt, zal hij de gelijke zijn van zijn leermeester.
Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder of zuster, terwijl je de balk in je eigen oog niet opmerkt? Hoe kun je tegen hen zeggen: “Laat mij de splinter in je oog verwijderen”, terwijl je de balk in je eigen oog niet ziet? Huichelaar, verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter in het oog van je broeder of zuster te verwijderen.’

Van Woord naar leven

‘Verwijder eerst de balk uit je eigen oog, pas dan zul je scherp genoeg zien om de splinter in het oog van je broeder of zuster te verwijderen.’

Mensen vergelijken zich voortdurend met elkaar. Ze zien de ander bezig, zien zichzelf bezig, en de trein is vertrokken. We voelen ons als snel beter dan de ander en voor dat we het beseffen is die ander door ons geoordeeld. En dit terwijl we die ander doorgaans amper kennen, z’n achtergrond niet, z’n beweegredenen niet, enz…
Een oordeel is snel gevormd. Wat jammer is, want daardoor sluiten we ons hart om de ander te ontvangen als kind van God; misschien met gebreken, of kwetsuren, maar altijd als kind van God die vanuit zichzelf vraagt bemind te worden. Wie oordeelt sluit de bron van het liefhebben af.

Daarbij komt dat we de balk (om de woorden van Jezus te gebruiken) in ons eigen oog amper of niet opmerken. Het is makkelijker om de ander te oordelen in zijn eigenaardigheden dan onszelf te beheersen en groei te gunnen wat betreft onze donkere praktijkjes (neiging om voortdurend te oordelen).

We zouden naar de ander moeten kunnen kijken vanuit onze relatie met Jezus. Dat wil zeggen vanuit Jezus’ blik naar die ander, vanuit Jezus’ liefde voor die ander, vanuit Jezus’ vergevingsgezindheid naar die ander toe, vanuit Jezus’ barmhartigheid voor die ander, enz…
Maar daarvoor moeten we eerst zelf in een goede en zuivere relatie staan met Jezus; een biddende relatie die ons doet schenken aan zijn tegenwoordigheid in onszelf, rondom ons, in de ander.
Het vraagt een levenshouding getekend door gebed, overgave, eenvoud en vreugde.

Deze levenshouding zal ons altijd brengen in relatie met de ander, maar altijd vanuit onze relatie met Jezus.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,cosmic-christcu
help ons te leven in U,
om vanuit U naar de ander te kunnen kijken,
hem lief te hebben, zoals Gij ons liefhebt.
Ja Heer, trek ons in de brand van uw liefde.
Neem ons Heer.
Amen.