Lezingen van de dag – vrijdag 12 mei 2017


Heilige (of feest) van de dag

Pancratius van Rome († ca 303)

Pancratius (ook Pancras) van Rome, Italië; martelaar

Hij onderging de marteldood tijdens de vervolgingen onder keizer Diocletianus. Hij zou op dat moment pas veertien jaar geweest zijn. De plaats van zijn terechtstelling lag in het oude Rome aan de Via Aurelia.

Zijn ouders waren volgens zeggen welgestelde Romeinse burgers; ze woonden in de provincie Frygië, in Klein-Azië (het noorden van het huidige Turkije). Zij stierven, toen Pancratius nog maar een kind was. Zoals gebruikelijk was in dergelijke situaties nam nu een broer van zijn vader, Dionysius, de zorg voor de jongen op zich. Oom Dionysius reisde met Pancratius naar Rome om voor hem een goede baan in het leger te organiseren. Zijn familie stond immers bij de Romeinse autoriteiten in hoog aanzien.

Een eind verderop in de straat waar Pancratius onderdak had gevonden, woonde de bisschop van de christenen, paus Caius († 296; feest 22 april). Zo kwam hij in contact met de christenen. Vol afgrijzen zag hij hoe keizer Diocletianus (286-305) hen liet vervolgen, arresteren en op de meest gruwelijke wijzen om het leven brengen. Tegelijk bemerkte hij hoe deze gelovigen niet bitter werden of haatdragend. Integendeel, ze bleven bidden voor het welzijn van de keizer en van al degenen die hen vervolgden. Dat vond Pancratius zo fascinerend dat hij zich aanmeldde als geloofsleerling. Het was paus Caius zelf die hem onderricht gaf en uiteindelijk het doopsel toediende. Pancratius stelde heel zijn niet geringe vermogen ter beschikking van de gelovigen, die over het algemeen tot de armere klasse behoorden.

Nu liep Pancratius hetzelfde gevaar als alle christengelovigen in die dagen. Inderdaad werd hij verraden door iemand uit de straat en aangebracht bij de keizer. Deze probeerde hem tot andere gedachten te brengen door hem mooie beloften in het vooruitzicht te stellen: een glanzende carrière in het Romeinse Rijk en een vorstelijk salaris. Maar dat maakte niet zoveel indruk op iemand die net zijn hele kapitaal had weggegeven. Zo jong Pancratius ook was – volgens zeggen was hij pas veertien – hij bleef standvastig, ook toen men hem dreigde met de meest afschuwelijke folteringen. Uiteindelijk werd hij met een zwaardslag gedood.

Vanaf de vijfde eeuw is de heilige Pancratius reeds terug te vinden op de romeinse heiligenkalender. Op de plek van zijn terechtstelling, de Gianicolo in Rome, liet paus Symmachus († 514; feest 19 juli) later een kerk bouwen die aan hem was toegewijd: de San Pancrazio.

Sindsdien had in die kerk op de zondag na Pasen een aparte plechtigheid plaats. Met Pasen waren de nieuwe dopelingen gehuld in een wit gewaad. Dit droegen ze in de kerk de hele week na Pasen. Zondag na Pasen was de laatste keer dat die witte groep zo duidelijk vooraan in de kerk zat. Vandaar dat die zondag van oudsher ‘Beloken Pasen’ (= ‘blanke of witte Pasen’) wordt genoemd. De plechtigheid dat de pasgedoopten hun witte gewaden voor het laatst droegen en daarna aflegden, werd gehouden in de kerk van San Pancrazio. Waarschijnlijk was dat, omdat wit wordt beschouwd als de kleur van de onschuld, en Sint Pancratius met zijn veertien jaar als toonbeeld van moedige onschuld werd vereerd.

De schedel van Pancratius wordt als een kostbaar reliek bewaard in de St.-Jan van Lateranen.

In de zevende eeuw stuurde paus Vitalianus († 672; feest 27 januari) een gedeelte van Pancratius’ gebeente naar het Angels-Saksische vorstenhuis. Dat bracht in Engeland een grote devotie teweeg voor Pancratius. Mede daardoor werd Pancratius in de volgende achtste eeuw officieel door alle christenen over de wereld gevierd.

Hij is patroon van de eerste-communicanten en – in Frankrijk – van kinderen; van jonge aanplant en bloesem: pas geplante bloemen en planten; daarnaast wordt zijn voorspraak ingeroepen tegen valse getuigenissen en meineed, tegen hoofdpijn en kramp (vanwege de verbastering van zijn naam: Camprace).

Omdat hij wordt vereerd als patroon van de zuivere eed, zijn er ook daarover verhalen ontstaan. Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) vertelt ons dan ook het volgende verhaal:

Eens ontstond er tussen twee inwoners van de stad Rome een heftige ruzie. Ze riepen de rechter erbij en voor hem was het al gauw duidelijk wie de ware schuldige was, maar hij kon het niet bewijzen. Daarom besloot hij het te laten aankomen op een zogeheten godsoordeel. God zelf zou door een bijzonder teken de schuldige aanwijzen. Die gang van zaken was in de vroege middeleeuwen niet ongebruikelijk. Hij nam daarom de beide kemphanen mee naar de Sint-Pieter, liet hen allebei hun hand op het altaar leggen en vroeg hen vervolgens te zweren dat ze onschuldig waren. Wie een valse eed zwoer pleegde op die manier tegelijk heiligschennis. Dat zou God of in ieder geval Sint Petrus nooit goed vinden en dat zou dan weer blijken door een bijzonder teken dat zou plaatsvinden. Beide mannen legden met een stalen gezicht hun eed af, en er gebeurde niets. Reeds meende de ware schuldige dat hij aan zijn gerechte straf zou ontkomen. Maar de rechter zei: “Er zijn twee mogelijkheden, waarom er niets gebeurt. Het kan zijn dat de oude Sint Petrus gewoon te vergevingsgezind is; maar het kan ook zijn dat hij nu de kans wil geven aan een jongere heilige om zijn wondermacht te tonen. Laten we daarom ook nog gaan naar de kerk van Sint Pancratius en daar de eed herhalen. Dat deden ze. Vooral de ware schuldige toonde zich overmoedig en stemde van harte in met dit plan. De rechter vroeg de beide mannen het ritueel van daarnet nog eens over te doen hier op het altaar van Pancratius: “Leg daarom uw handen op het altaar en zweer nogmaals dat u onschuldig bent.” Dat deden ze. Maar nu bleek dat een van de twee zijn hand niet meer los kon krijgen van het altaar. Wat men ook probeerde, de hand kwam niet vrij. In die situatie is de ongelukkige bedrieger aan zijn eind gekomen. Vandaar – aldus Gregorius van Tours – dat onder de mensen van tegenwoordig nog altijd de gewoonte bestaat een eed te zweren op het gebeente van Sint-Pancratius.

Hij behoort tot de zogeheten ijsheiligen; ook tot de veertien Noodhelpers.

Hij wordt afgebeeld als een jonge romein met zwaard, martelaarspalm en/of martelaarskroon.

vrijdag in de vierde week van de paastijd


Uit de Handelingen van de Apostelen 13, 26-33

Paulus verhaalt aan de Antiochiërs wat zich in Jeruzalem afspeelde. Het hoogtepunt van zijn preek is het uitbazuinen van de verrijzenis en de boodschap van leven. Wij kunnen ons voorstellen hoe de mensen aan zijn lippen hebben gehangen. Blijven wij vandaag de Blijde Boodschap even enthousiast beluisteren en verkondigen in ons leven.

In die dagen, toen Paulus te Antiochië in Pisidië gekomen was, zei hij in de synagoge:
‘Broeders en zusters, nakomelingen van Abraham en alle anderen die God vereren, ons werd het nieuws over de redding bekendgemaakt.
De inwoners van Jeruzalem en hun leiders hebben niet alleen Jezus miskend, maar ook de uitspraken van de profeten die elke sabbat worden voorgelezen. Door Jezus te veroordelen hebben ze deze uitspraken in vervulling doen gaan.
Ofschoon ze geen enkele grond voor een doodvonnis konden vinden, drongen ze er bij Pilatus op aan Hem terecht te stellen. Toen ze alles ten uitvoer hadden gebracht wat er over Hem geschreven staat, haalden ze Hem van het kruishout en legden Hem in een graf.
Maar God heeft Hem opgewekt uit de dood; gedurende ettelijke dagen is Hij verschenen aan degenen die met Hem van Galilea naar Jeruzalem waren getrokken en die nu onder het volk van Hem getuigen.
Wij verkondigen u het goede nieuws dat God zijn belofte aan onze voorouders in vervulling heeft doen gaan ten behoeve van hun kinderen–ten behoeve van ons–doordat Hij Jezus tot leven heeft gewekt. Daarover staat in de tweede psalm geschreven: “Jij bent mijn zoon, Ik heb je vandaag verwekt”.’

 

Psalm 2, 6-11

Refr.: Jij bent mijn zoon, Ik heb je vandaag verwekt.

Ikzelf heb mijn koning gezalfd,
op de Sion, mijn heilige berg.

Het besluit van de Heer wil ik bekendmaken.
Hij sprak tot mij: Jij bent mijn zoon,
Ik heb je vandaag verwekt.

Vraag het mij en Ik geef je de volken in bezit,
de einden der aarde in eigendom.

Jij kunt ze breken met een ijzeren staf,
ze stukslaan als een aarden pot.

Daarom, koningen, wees verstandig,
wees gewaarschuwd, leiders van de aarde.

Onderwerp u, toon de Heer uw ontzag,
breng hem bevend uw hulde.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 14, 1-6

Ieder van ons zoekt zijn weg naar het ware geluk, elke mens streeft naar waarheid, ieder wil ten volle leven. En dan horen we die prachtige woorden van Jezus: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Gaan we met Hem mee ?

Jezus sprak: ‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben. Jullie kennen de weg naar waar Ik heen ga.’
Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens waar U naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’
Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.’

Van Woord naar leven

Jezus zegt ons vandaag: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’.

Het zijn woorden van de Heer tot ons gesproken. Kunnen wij op onze beurt nu ook zeggen tot Hem: ‘Heer, Gij zijt mijn weg, Gij zijt mijn waarheid, Gij zijt mijn leven’.
Mag inderdaad Jezus alles voor ons zijn: de bezieling van mijn leven, de zin van mijn bestaan, het vuur van mijn doen, de ziel van mijn liefde, de kern van mijn bestaan, het hart van mijn zijn.

Mag Jezus mijn Al zijn …

Ik nodig je uit dit vandaag mee te nemen in je gebed en in al wat je doet.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
Gij die de weg zijt,
neem ons op in U,
en help ons de weg te gaan
die wij te gaan hebben.

Heer
Gij die waarheid zijt,
trek ons in U,
en help ons in deze overgave te blijven.

Heer,
Gij die het leven zijt,
neem bezit van ons
opdat ons hele zijn vervuld moge worden
van uw leven.

Amen.