Lezingen van de dag – vrijdag 13 januari 2017


Heilige (of feest) van de dag

martelaren van Reningelst († 1568)

Vlaanderen, België

Op maandag 12 januari 1568 om elf uur ’s nachts worden drie geestelijken uit Reningelst bij Poperinge, Vlaanderen, door zogeheten bosgeuzen op gruwelijke wijze om het leven gebracht: de pastoor, Judocus Hughesoone, zijn kapelaan Robertus Ryspoort en de priester Jacobus Panneel die tevens koster is..
De afgelopen weken hadden rondstropende geuzen in de wijde omgeving van Ieper al plundertochten ondernomen en dood en verderf gezaaid. Kerken, kloosters en particuliere huizen van pausgetrouwe christenen werden leeggeroofd en platgebrand. Een van die bendes, onder leiding van Jacob Huele en de predikant Jan Michels viel onverhoeds Reningelst binnen en kreeg de drie geestelijken te pakken. Nadat ze de kerk, de pastorie en alles op het hele terrein hadden kort en klein geslagen, begonnen ze hun drie gevangenen op alle mogelijke manieren te treiteren. Ze hingen hun zware kettingen om, lieten ze een dag lang zonder eten of drinken, en sleepten ze tenslotte door het hele dorp naar het naburige bos.

Daar probeerde de predikant hen van hun geloof te doen afvallen,maar dat was vergeefse moeite. Toen gingen de geuzen rechtbankje spelen en veroordeelden de drie ter dood. Na een aantal gruwelijke folteringen werden de drie priesters tenslotte onthoofd. Hun lijken werden door de gelovigen pas teruggevonden op de 19e januari. De dag daarop werden ze in de kerk begraven. De vijfentwintigste kwam de deken naar Reningelst om voor hen een plechtige uitvaartmis op te dragen. De kerk puilde uit van de mensen.
We zijn over hun dood goed ingelicht. Want aanvankelijk behoorde ook de pastoor van Dranouter, Jan Breufkin of Beufkin, tot de gevangenen. Maar hij kwam op het laatste moment vrij, ‘op wonderbare wijze’, staat erbij, maar hoe dat in zijn werk ging, wordt niet nader vermeld. Hij legde op die bewuste zaterdag de 19e, de dag dat de drie werden teruggevonden, een ooggetuigeverklaring af.
In diezelfde tijd zouden de geuzen nog eens zeven andere geestelijken uit de omgeving van Ieper om het leven hebben gebracht.
Hoewel er duidelijk sprake is van elf uur ’s avonds op 12 januari geven de bronnen toch 13 januari als sterfdag.

vrijdag in week 1 door het jaar


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 4, 1-5 + 11

Wij zullen de rust van God binnengaan als wij zijn woord in geloof aanvaarden. Ontrouw aan dit woord hield de Israëlieten van deze rust weg. Laat daarom niemand ten val komen door het slechte voorbeeld van ongeloof dat wij dagelijks rondom ons ontmoeten.

Broeders en zusters,
aangezien de belofte om binnen te gaan in Gods rust nog steeds van kracht is, moeten we ervoor waken dat niemand van u ook maar de schijn wekt deze gelegenheid aan zich voorbij te laten gaan. Want aan ons is het goede nieuws verkondigd, net als indertijd aan hen; maar anders dan voor wie het in geloof aannemen, was het verkondigde woord voor hen niet heilzaam.
Omdat wij echter geloven, gaan we binnen in de rust waarvan eerder sprake was: ‘In mijn toorn heb Ik gezworen: “Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust, ”’–en dat terwijl zijn werk toch al met de grondvesting van de wereld voltooid werd!
Over de zevende dag wordt immers ergens gezegd: ‘En op de zevende dag rustte God van al zijn werk’, terwijl hier wordt gezegd: ‘Nooit zullen ze binnengaan in mijn rust.’
Laten we dus alles op alles zetten om te kunnen binnengaan in die rust, en zo voorkomen dat ook maar iemand dit voorbeeld van ongehoorzaamheid volgt en te gronde gaat.

 

Psalm 78, 3-7

Refr.: Laten wij nooit vergeten wat God heeft gedaan.

Wij hebben het gehoord, wij weten het,
onze ouders hebben het ons verteld.
Wij willen het onze kinderen niet onthouden.

Wij zullen aan het komend geslacht vertellen
van de roemrijke, krachtige daden van de Heer,
van de wonderen die Hij heeft gedaan.

Hij stelde een richtlijn vast voor Jakob
en kondigde in Israël een wet af.
Onze voorouders gaf Hij de opdracht
die aan hun kinderen te leren.

Zo zou het volgende geslacht ervan weten,
en zij die nog geboren moesten worden,
zouden het weer aan hun kinderen vertellen.

Dan zouden zij op God vertrouwen,
Gods grote daden niet vergeten
en zich richten naar zijn geboden.

 

Uit het evangelie volgens Marcus 2, 1-12

Mensen kunnen ons een voorbeeld geven van ongeloof, maar anderzijds blijkt uit hun gedrag soms ook hoe diep zij geloven. Voor Jezus was dat geloof voldoende om de zonden van de lamme te vergeven. Het was voor Hem tevens een teken van zijn goddelijke macht. Men kan dit teken van zijn godheid naast zich neerleggen of aanvaarden in geloof.

Toen Jezus terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat Hij weer thuis was. Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en Hij verkondigde hun de heilsboodschap.
Er werd ook een verlamde bij Hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken.
Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’
Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: Hoe durft Hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven!
Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei Hij: ‘Waarom denkt u zoiets? Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”? Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’
Toen zei Hij tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’
Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien’, zeiden ze.

Van Woord naar leven

Vandaag horen we het verhaal van de lamme die bij Jezus werd gebracht, en wel via het dak omdat het wegens de menigte onmogelijk was via de gewone ingang bij Hem te komen. Mooi beeld overigens hoe de lamme kan rekenen op zijn broeders die alle moeite doen om hem in contact te brengen met de Heer.

Vandaag wil ik graag met u nadenken over het verband tussen verlamming en zonde. De lamme uit het evangelie van vandaag wordt door Jezus genezen waarop Hij zegt: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’ En verder: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’

In elk gebaar dat Jezus stelt in de evangelies zien we een dubbele betekenis. Enerzijds toont Jezus zijn goddelijkheid in de gebaren die Hij stelt. Zo geneest Hij vandaag de lamme van zijn verlamming om aan de Farizeeën, die Hem in vraag stelden, te tonen wie Hij was. Daarnaast schuilt er in de gebaren die Hij stelt ook altijd een meer geestelijke boodschap, waarvan het goed is ze trachten te doorgronden. Vandaag het verband tussen verlamming en zonde, tussen ‘vergeving krijgen van zonde’ en ‘gekregen genezing’.

Een mens die verslaafd is aan zonden (grote of kleine, dagelijks of af en toe), verlamt zichzelf. Hij legt iets in zichzelf lam. Hij geraakt aan iets ontwricht, namelijk aan zijn relatie tot God. De frisheid in de godsrelatie verdwijnt, het zuivere ebt weg, het geweten (als plaats van godsontmoeting) knaagt, het gebed lijdt eronder, de relaties naar de naasten worden minder oprecht,… En we zakken weg. Zonde verlamt.

Het goede trekt, zoals het kwade dat ook doet. Het goede, God, de altijd aanwezige (ook in de zondaar) blijft uitnodigen, maar Hij doet dit als een bedelaar, een nederige. Hij klopt aan de deur van ons hart en blijft geduldig wachten tot we opendoen. Hij respecteert onze vrijheid en wacht op een persoonlijk ‘ja’. Het kwade is veel agressiever: het neemt bezit van ons, lokt ons met allerlei ‘wereldse’ zaken die als ‘fijn en aangenaam’ overkomen. Het kwaad trekt ons weg van God.
De vraag is waarvoor we dan kiezen…

Jezus kent de mens, Hij kent ieder van ons. Hij kent onze zwakheid, zelfs meer dan dat we die van onszelf kennen. En een van de redenen dat God in Jezus naar ons is toegekomen zit ‘m in het feit dat Hij de mens wil genezen van zijn neiging tot zonde. Omdat Hij weet dat de zonde de mens verlamt in zijn relatie tot Hem en uiteindelijk ook in zijn roeping tot liefde.

Het klinkt cliché maar het is wel zo: allen zijn we wel ergens verlamd geraakt door dingen die ons wegtrekken van de Heer. Laten we de Heer welkom heten. Hij kan ons genezen van onze verlamming. Hij kan ons aanraken in onze meest duistere plekjes om deze om te buigen naar zijn licht. Hij kan onze slapende ziel weer tot leven brengen door ons te brengen in relatie met Hem.
Laten we in gebed ons hart werkelijk openen voor Hem. Hij wacht tot we Hem ten diepste ontvangen. Zoals de vader uit het verhaal van de verloren zoon staat Hij op uitkijk tot we weer beslissen naar Hem toe te komen.

Ja, laten we beslissen voor de Heer, kiezen voor het goede, ons bekeren tot de Liefde, tot God.
Laten we bidden voor elkaar dat ieder deze weg mag vinden, en gaan.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
allen zijn we wel ergens lam
door de zonde die ons van God ontwricht.
Wij bidden U: Kom in ons,
raak ons aan, heel ons,
zodat wij weer fris en blij,
enthousiast en vol overgave
de liefde dienen in ons dagelijks leven.
Kom heilige Geest,
zet ons in vuur en vlam voor de Heer,
ons gevend aan Hem,
tredend in zijn ja-woord tot de Vader.
Vandaag en alle dagen van ons leven.
Amen.