Lezingen van de dag – vrijdag 14 juli 2017


Heilige (of feest) van de dag

Camillus de’ Lellis († 1614)

Camillus de’ Lellis, Rome, Italië; priester & stichter

Hij werd op 25 mei 1550 geboren in het Italiaanse plaatsje Bucchianico bij Chieti. Hij had een vrome moeder en een ruwe vader met wie hij in het leger ging en deelnam aan de oorlog tegen de Turken (1569-1574). Hij was verslaafd aan gokken en spelen maar bekeerde zich in 1575 tijdens de bouw van het capucijnenklooster in Manfredonia aan de Adria. Aanvankelijk wilde hij hier intreden, maar door een kwaadaardige ziekte aan zijn been moest hij de orde verlaten. Hij maakte van de nood een deugd en werd ziekenverzorger in het San-Giacomoziekenhuis in Rome. Hij genas, en stichtte in 1582 met de hulp van Filippus Neri († 1595; feest 26 mei) de ‘Gemeenschap van Dienaren der Zieken’, later camillianen genoemd. In 1584 werd Camillus door een Engelse bisschop priester gewijd.

In 1607 legde hij de leiding van de orde neer om zich geheel aan de verzorging van zieken te wijden. In navolging van Jezus’ woord ‘Ik was ziek en gij heb Mij bezocht’ (Mattheus 25,36), beschouwde hij zieken als zijn meester en zichzelf als hun dienaar. Intussen horen we van mensen uit zijn omgeving, dat hij weliswaar een heilig man was, maar dat hij zijn eigen gang ging en dat het moeilijk was om met hem samen te werken. Daarnaast maakte hij grote schulden.

Tegelijk zag men hoe hij daar spijt van had en eraan probeerde te werken. Op zijn sterfbed hield hij zijn volgelingen voor: “Liefde, liefde, ik weet niets anders meer te zeggen”. Zijn graf is in de Santa Maddalena te Rome. Een aan hem gewijde kerk staat aan de Via Sallustiana. Hij werd heilig verklaard in 1746.

Hij is patroon van de camillianen; van stervenden, verpleegsters, verplegenden van kreupelen en zieken, verzorgenden, zieken, ziekenverzorgers; van ziekenhuizen.

Hij wordt afgebeeld met kruisbeeld; boek; engel; schedel; rozenkrans; rood kruis op zwarte soutane en op mantel; op de jas een zwart kruis; ziekenzaal op de achtergrond; een gekruisigde Christus die zich naar hem toebuigt.

vrijdag in week 14 door het jaar


Uit het boek Genesis 46, 1-7 + 28-30

Een visioen maakt de laatste der aartsvaders duidelijk ook naar Egypte te trekken. De hongersnood en de uitnodiging van zijn zoon Jozef werden elders gegeven als reden voor deze trek naar Egypte. Het uiverkoren volk zal er vierhonderd jaar verblijven. Maar ook deze beproeving past in Gods plan.

Israël ging op weg; al zijn bezittingen nam hij mee. In Berseba gekomen, bracht hij offers aan de God van zijn vader Isaak.
‘s Nachts richtte God zich in een visioen tot Israël. ‘Jakob! Jakob!’ riep Hij, en Jakob antwoordde: ‘Ik luister.’
God zei: ‘Ik ben God, de God van je vader. Wees niet bang om verder te reizen naar Egypte, want Ik zal daar een groot volk uit je doen voortkomen. Ikzelf zal met je meereizen naar Egypte, en Ik zal je daar ook weer vandaan brengen. En niemand anders dan Jozef zal jou de ogen sluiten.’
Toen verliet Jakob Berseba. Zijn zonen lieten hem, hun kinderen en hun vrouwen op de wagens rijden die de farao hiervoor had meegegeven. Zo trokken Jakob en al zijn nakomelingen naar Egypte, met hun veestapel en alle andere bezittingen die ze in Kanaän hadden verkregen; zijn zonen en kleinzonen, zijn dochters en kleindochters, al zijn nakomelingen nam Jakob mee naar Egypte.
Jakob had Juda vooruitgestuurd naar Jozef, om van hem te horen welke weg naar Gosen leidde. Toen Jakob en zijn familie in Gosen waren aangekomen, spande Jozef zijn wagen in en reed daarnaartoe, zijn vader Israël tegemoet. Toen hij eindelijk voor zijn vader stond, viel hij hem om de hals en huilde langdurig. En Israël zei tegen Jozef: ‘Nu ik jou levend en wel heb teruggezien, kan ik sterven.’

 

Psalm 37, 3 + 4 + 18 + 19 + 27 + 28 + 39 + 40

Refr.: De Heer heeft gerechtigheid lief.

Vertrouw op de Heer en doe het goede,
bewoon het land en leef er veilig.
Zoek je geluk bij de Heer,
Hij zal geven wat je hart verlangt.

De Heer trekt zich het lot van onschuldigen aan,
hun bezit blijft voor eeuwig behouden.
Zij worden niet teleurgesteld in kwade dagen,
in tijden van hongersnood hebben zij te eten.

Mijd het kwade en doe het goede,
en je zult voor eeuwig wonen in het land.
Want de Heer heeft gerechtigheid lief,
wie Hem trouw zijn, verlaat Hij niet.

Zij blijven voor eeuwig behouden,
maar het nageslacht van zondaars wordt verdelgd.
De rechtvaardigen vinden redding bij de Heer,
Hij is hun toevlucht in tijden van nood.

De Heer heeft hen altijd geholpen en bevrijd,
Hij bevrijdt hen ook nu van de zondaars,
Hij redt hen,
want zij schuilen bij Hem.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 10, 16-2

Al wie Gods zending uitdraagt, zal ook de nodige tegenkantingen ondervinden zoals Jezus zelf. Hij moet er zich dan niet om bekommeren wat hij zal doen of zeggen ter verdediging. Als hij contact houdt met de Heer, zal hem worden ingegeven wat hij moet zeggen. Niet hij is het die dan spreekt, maar door hem spreekt de Geest van de Vader.

Jezus sprak tot de twaalf:
‘Bedenk wel, Ik zend jullie als schapen onder de wolven. Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif.
Pas op voor de mensen, want ze zullen je voor het gerecht brengen en je geselen in hun synagogen. Jullie zullen omwille van mij worden voorgeleid aan gouverneurs en koningen, en een getuigenis moeten afleggen ten overstaan van hen en de heidenen.
Wanneer ze je uitleveren, vraag je dan niet bezorgd af hoe je moet spreken of wat je moet zeggen. Want wat je moet zeggen, zal je op dat moment worden ingegeven. Jullie zijn het immers niet zelf die dan spreken, het is de Geest van jullie Vader die in jullie spreekt.
De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen, en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen. Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam; maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered.
Wanneer ze jullie vervolgen in de ene stad, vlucht dan naar de volgende. Ik verzeker jullie: voor je in elke stad van Israël bent geweest, zal de Mensenzoon gekomen zijn.

Van Woord naar leven

Jezus gaat met ons mee, ook in de zogenaamde vervolging. ‘Jullie zijn het immers niet zelf die dan spreken, het is de Geest van jullie Vader die in jullie spreekt.’ En die Geest van de Vader kan het opnemen tegen een mensvijandige omgeving, tegen vervolgers in het groot en in het klein, dichtbij en veraf, in de grote gelederen van de samenleving en in de kleinere intieme kring van de familie.

Hij, de altijd grotere God, de altijd en overal Aanwezige, staat ons bij met zijn heilige Geest. Maar wel op één voorwaarde: dat we ons schenken aan Hem. Anders kan Hij weinig, nederig als God is.

Moraal van het verhaal: laten we ons schenken aan de Heer, ook op die momenten dat onze omgeving ons het flink lastig maakt. Laten we ons wentelen in Gods barmhartigheid om van daaruit te spreken en te handelen. Ook dat is Blijde Boodschap.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
Gij die altijd bij ons zijt, verleen ons de genade U zo welkom te heten dat ons spreken en handelen hun oorsprong vinden in U, door de inwoning van uw Geest. Maak ons arm, innerlijk leeg en ontvankelijk, opdat Gij Heer door ons heen moogt leven, werken, spreken en bidden.
Amen.