Lezingen van de dag – vrijdag 15 juni 2018


Heilige (of feest) van de dag

Germaine Cousin († 1601)

Germaine Cousin (ook van Pibrac), Pibrac bij Toulouse, Frankrijk; herderin

Zij werd in een straatarm boerengezin geboren rond het jaar 1579. Reeds bij de geboorte bleek dat zij niet helemaal in orde was. Zij was pokdalig, uitgesproken lelijk en haar rechterhandje vertoonde verlammingsverschijnselen. Kort na haar geboorte stierf haar moeder. Haar vader wist geen raad met zijn gehandicapte dochter en liet haar aan haar lot over. Hij hertrouwde, maar stiefmoeder had zo mogelijk een nog groter hekel aan het kind dan vader. Welbeschouwd kregen de beesten een betere behandeling dan zij. Ze moest in de stal slapen of onder de trap; haar bed bestond uit wijnstokken. Meer dan droog brood kreeg ze niet te eten en het was haar verboden om met de kinderen van haar stiefmoeder te praten, want deze was bang dat haar mismaaktheid het boze oog zou aantrekken. Vanaf haar negende sleet zij haar dagen als herderinnetje: ze moest op haar vader’s schapen passen. Lezen kon ze niet; de hele dag door bad ze haar rozenhoedje. En iedere ochtend ging ze naar de kerk. Als het de tijd was voor de mis, pootte ze haar herdersstaf en haar spinrokken in de grond – aldus een oude levensbeschrijving – en ze liet het toezicht op haar schapen over aan Gods voorzienigheid: dat werkte, want nooit is er een vos geweest die ook maar één schaap te pakken heeft weten te krijgen. Voor ze ging, verbood ze de beesten uitdrukkelijk voorbij haar staf te gaan om op het land van de buurman te grazen. Dat is dan ook inderdaad nooit gebeurd.

Als ze kon gaf ze heel haar hebben en houden weg aan mensen die het nog slechter hadden dan zij. Dat maakte wel dat zij ook van de dorpelingen veel pesterijen te verduren had: ze werd voor gek versleten of voor heilig boontje uitgemaakt of nonnetje. Niemand die haar in bescherming nam, en zelf zei ze nooit iets terug.

Waar haalde ze die aalmoezen vandaan? Haar stiefmoeder verdacht haar ervan dat ze stiekem voedsel wegpakte uit de keuken. Zo stevende ze een keer in alle vroegte op haar stiefdochter af die zich met de beesten op het veld bevond. Twee manen die toevallig in de buurt waren, vreesden dat ze het kind een ongeluk zou aandoen en renden er achter aan om haar tegen te houden. Zo werden zij getuigen van het wonder dat zich voltrok. Scheldend en tierend had stiefmoeder het kind bereikt. Ze rukte het schort open waar ze altijd haar hompen brood in bewaarde. Maar deze keer vielen er geen broodbrokken uit, maar verse bloemen van een soort die nergens in de omgeving te vinden waren. Trouwens het was winter: er bloeiden helemaal geen bloemen!

Dit voorval maakte dat er ook andere verhalen over haar verteld werden. Zij was een heilige. Zelfs haar vader begon spijt te krijgen van zijn onmenselijke behandeling en hij verbood zijn vrouw al te hard tegen haar op te treden. Zelfs nodigde hij haar aan tafel uit tussen de andere kinderen. Maar zij vroeg zelf om alles te laten zoals het was.

Zo kwam het dat zij in grote verlatenheid stierf, 22 jaar oud. Haar vader vond haar op een ochtend dood op haar bed onder de trap. Ze werd begraven in het kerkje van Pibrac. Meteen na haar dood kwamen er mensen bidden op haar graf. Ze werden steevast verhoord. Zodat paus Pius IX haar tenslotte eerst zalig en vervolgens heilig verklaarde, respectievelijk in 1854 en 1867.

Zij is patrones van de herderinnen.

vrijdag in week 10 door het jaar


Uit het eerste boek Koningen 19, 9a + 11-16

Ook een profeet kan vastzitten, het helemaal niet meer zien, twijfelen aan zijn God. Op zulk een ogenblik kan het zijn dat God zich opnieuw aan hem openbaart; niet in een storm, niet in vuur, maar in de stilte of het suizen van een zachte bries. Dan krijgt de profeet een nieuwe opdracht: hij ziet opnieuw de weg naar God in de mensen.

Toen Elia bij de berg Horeb kwam ging hij er een grot binnen en overnachtte daar.
Toen kwam het woord van de Heer tot hem:‘Kom naar buiten’, zei de Heer, ‘en treed hier op de berg voor mij aan.’
En daar kwam de Heer voorbij. Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de Heer uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de Heer bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de Heer bevond zich niet in die aardbeving. Na de aardbeving was er vuur, maar de Heer bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries. Toen Elia dat hoorde, sloeg hij zijn mantel voor zijn gezicht. Hij kwam naar buiten en ging in de opening van de grot staan, en daar klonk een stem die tot hem sprak: ‘Elia, wat doe je hier?’
Elia antwoordde: ‘Ik heb me met volle overgave ingezet voor de Heer, de God van de hemelse machten, maar de Israëlieten hebben uw verbond met hen naast zich neergelegd, uw altaren verwoest en uw profeten vermoord. Ik ben als enige overgebleven, en nu hebben ze het ook op mijn leven voorzien.’
De Heer zei tegen Elia: ‘Keer terug en ga naar de woestijn van Damascus. Daar aangekomen moet je Hazaël tot koning van Aram zalven. Jehu, de zoon van Nimsi, moet je zalven tot koning van Israël, en Elisa, de zoon van Safat, uit Abel–Mechola, moet je tot je eigen opvolger zalven.’

 

Psalm 27, 7 + 8 + 9 + 13 + 14

Refr.: Uw nabijheid, Heer, wil ik zoeken.

Hoor mij, Heer, als ik tot U roep,
wees genadig en antwoord mij.

Mijn hart zegt u na: ‘Zoek mijn nabijheid!’
Uw nabijheid, Heer, wil ik zoeken.

Verberg uw gelaat niet voor mij,
wijs uw dienaar niet af in uw toorn.

U bent mij altijd tot hulp geweest,
verstoot mij niet, verlaat mij niet,
God, mijn behoud.

Mag ik niet verwachten
de goedheid van de Heer te zien
in het land van de levenden ?

Wacht op de Heer,
wees dapper en vastberaden,
ja, wacht op de Heer.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 27-32

Niet alleen onze daden maar ook onze bedoelingen bepalen de morele waarde van ons christen-zijn. Het is trouwens typisch dat mensen hun bedoelingen voor hun eigen verdediging vlijtig aanhalen, terwijl ze bij het beoordelen van anderen meer kijken naar hun daden alleen. Deze algemene houding wordt toegelicht met het voorbeeld van de huwelijkstrouw.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.” En Ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd.
Als je rechteroog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt.
En als je rechterhand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af en werp hem weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam naar de Gehenna gaat.
Er werd gezegd: “Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief meegeven.” En ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw verstoot, drijft haar tot overspel – tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis; en ook wie trouwt met een verstoten vrouw, pleegt overspel.

Van Woord naar leven

Wij zijn geschapen, zoals het boek Genesis zegt, naar Gods beeld en gelijkenis. Daar God liefde en trouw is, zijn wij dus ook geschapen naar die liefde en die trouw. Het is onze oer-roeping.

Wanneer we ontrouw zijn aan elkaar schaden we de liefde, schaden we ons diepste zelf, schaden we ons geschapen zijn naar Gods beeld. En da’s zonde.

Laten we trachten trouw te zijn.

En moest het niet lukken, of niet gelukt zijn, moge dit gebeuren ons dan niet bitter maken, en zeker niet doen weglopen van God.
God kijkt ten allen tijde met een open hart naar ieder, altijd komt Hij naar ons toe met een uitgestrekte hand, bereid ons te omhelzen met zijn barmhartigheid.
Mogen we ons dan als kinderen werpen in zijn armen, om genezen door Hem, de draad van het leven weer op te nemen, werkend in zijn wijngaard.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
vergeef ons wanneer we niet leefden naar onze diepste roeping: ons geschapen zijn naar uw beeld en gelijkenis. Genees al wat liefdeloos is in ons leven, bevrijd ons van elke vorm van ontrouw aan U en aan mensen. Neem ons dan weer op in uw barmhartigheid.
Amen.