Lezingen van de dag – vrijdag 15 september 2017


Heilige (of feest) van de dag

O.-L.- Vrouw van Smarten

gedachtenis

Op het moment dat Maria door de engel Gabriël werd gevraagd of zij de Moeder van Jezus wilde worden, werd zij vervuld van een grote vreugde. Zij zong een beroemde lofzang voor God, het Magnificat (‘Mijn ziel prijst hoog de Heer…’: Lukas 01,26-38.46-56). Net als haar zoon Jezus is haar het lijden niet bespaard gebleven. Maar dat had niet het laatste woord over haar. Integendeel, zij is door het lijden heen een vrouw van de liefde geworden. De Kerk noemt haar ‘de eerste van de gelovigen’, ‘beeld van de kerk zelf’. In haar smarten kunnen de gelovigen hun eigen verdriet herkennen; zij kunnen in hun gebed hun toevlucht nemen tot Maria en haar vragen voor hen bij de Heer een goed woordje te doen: zij weet wat het is verdriet te moeten doormaken. Wij zouden haar het geheim kunnen vragen om door het lijden heen te groeien in liefde en geloof.

Daarom heeft de geloofsgemeenschap vaak stilgestaan bij de momenten van verdriet in het leven van Maria. Uiteindelijk zijn ze samengevat in zeven momenten van smart:

1. Een week na Jezus’ geboorte moet Hij in de tempel aan God worden opgedragen. Op het moment dat Maria en haar man Jozef op het tempelplein arriveren, verschijnt daar de oude Simeon. Hij neemt het kind in zijn armen en dankt God met de woorden: “Laat uw dienaar nu maar, Heer, naar uw woord in vrede gaan. Want op dit moment hebben mijn ogen uw heil aanschouwd, dat U voor alle volken hebt bereid. Een licht dat voor de heidenen straalt; een glorie voor uw volk Israël.” En tot de verbaasde Maria sprak hij: “Zie, dit kind is bestemd tot val of opstanding van velen in Israël, tot een teken dat weersproken wordt, opdat de gezindheid van vele harten openbaar mag worden. En ook uw eigen ziel zal door een zwaard worden doorboord.”
[Lukas 02,22-35]

2. Enige tijd na Jezus’ geboorte verschijnen er wijzen uit het oosten. Zij dienen zich aan bij koning Herodes met de vraag, waar de pasgeboren koning van de Joden te vinden is, want – zeggen zij – “wij hebben zijn ster in het oosten gezien”. Herodes schrikt en heel Jeruzalem met hem. Hij is niet een geboren koning, hij heeft het koningschap gekocht. Hij besluit het kind te doden en stuurt de wijzen naar het nabijgelegen plaatsje Bethlehem, want daar moet het kind volgens de heilige boeken geboren zijn. En hij vraagt hen, of ze na afloop terug willen komen, “want dan kan ook ik het hulde gaan brengen”. De wijzen aanbidden het kind, maar gewaarschuwd door een engel, dat Herodes het kind wil doden, gaan zij niet meer bij hem langs: zij keren langs een andere weg naar huis terug. Herodes bemerkt dat hij bedrogen is en geeft zijn leger bevel alle kinderen onder de twee jaar in en om Bethelhem te doden. Jozef krijgt een droom waarin een engel hem aanspoort het kind en zijn moeder te nemen en te vluchten naar Egypte. Daar moeten ze blijven tot Herodes gestorven is en het gevaar geweken.
[Matteus 02,01-21]

3. Als Jezus twaalf jaar is, reist Hij bij gelegenheid van het paasfeest met zijn ouders mee naar Jeruzalem. Hij wordt zo geboeid door de gesprekken met de leraren en schriftgeleerden, dat Hij alles om zich heen vergeet. Op de terugweg bemerken zijn ouders dat hij niet ergens anders in de karavaan met familieleden meereist, en dodelijk ongerust keren ze terug naar Jeruzalem. Na drie dagen zoeken vinden ze Hem, nog altijd gezeten tussen de leraren, die verbaasd staan over zijn begrip en zijn antwoorden. Zijn ouders stonden perplex en zijn moeder zei: “Maar kind, waarom heb je ons dit aangedaan? Moet je kijken met hoeveel smart je vader en ik naar je hebben gezocht?” Maar hij antwoordde: “Wist u dan niet dat Ik in het huis van mijn vader moest zijn?”
[Lukas 02,41-52]

4. Omdat Jezus veel kritiek had op de schijnheiligheid van de religieuze leiders van zijn dagen, had Hij zich veel vijanden gemaakt. Uiteindelijk wisten ze Hem te pakken te krijgen en aan de Romeinse overheid voor te geleiden. Ze bewerkten de stadhouder Pilatus, zodat deze besloot Hem te laten kruisigen, ondanks het feit dat hij erkende geen schuld in Hem te vinden. Jezus moest zelf zijn kruis dragen naar de plaats van de terechtstelling even buiten Jeruzalem. Lukas vertelt, dat Jezus zelfs in die situatie kans zag wenende vrouwen te troosten [Lukas 23,27-31]. Hoewel geen van de evangelisten het uitdrukkelijk vertelt, heeft Hij volgens de overlevering op die kruisweg ook zijn moeder Maria ontmoet: een smartelijk gebeuren.

5. De evangelist Johannes vermeldt uitdrukkelijk, dat Jezus’ moeder onder het kruis stond op het moment dat Hij stierf: “Toen Jezus zijn moeder zag, en naast de leerling die Hij liefhad, zei Hij tot zijn moeder: “Vrouw, ziedaar uw zoon. Vervolgens zei Hij tot de leerling: “Zie daar uw moeder.” En van dat ogenblik nam de leerling haar bij zich in huis.
[Johannes 19,26-27]

6. Toen Jezus na zijn dood van het kruis werd afgenomen, legde men Hem in de schoot van zijn moeder. Ook dit wordt niet verteld door de evangelisten. Maar het tafereel is vooral in de middeleeuwen vaak afgebeeld. Zo’n afbeelding van Maria in droefheid met de dode Jezus op haar schoot noemt men een Pietà.

7. Tenslotte werd Jezus in een nieuw graf gelegd. Als Maria onder het kruis stond, was ze daar natuurlijk ook bij aanwezig. Dat is de zevende smart.

In 1814 voerde paus Pius VII († 1823) het feest als gedachtenis in voor de hele kerk.

Maria wordt afgebeeld met één, maar ook wel met zeven zwaarden door het hart of omgeven door zeven medaillons waarop de smarten zijn uitgebeeld.

O.-L.- Vrouw van Smarten

gedachtenis   –   eigen lezingen


Moeder te zijn van de Verlosser was een voorrecht, een grote eer. Het heeft Maria ook veel pijn en verdriet gekost. Ook zij bemerkte de groeiende tegenkanting van farizeeën en schriftgeleerden tegenover haar Zoon. Het nieuws van de aanhouding, de onbegrijpelijke houding van de Joden op Goede Vrijdag, de pijnlijke en dodelijke tocht naar de Calvarieberg, de afschuwelijke doodsstrijd heeft zij van dichtbij meegeleefd. Niemand kan beschrijven wat dan in een moeder omgaat. Maar zij bleef trouw, op haar plaats, onder het kruis.


Uit de brief van Paulus aan de Hebreeën 5, 7-9

Christus, oorzaak van eeuwige redding.

Christus heeft tijdens zijn leven op aarde onder tranen en met luide stem gesmeekt en gebeden tot Hem die Hem kon redden van de dood, en werd verhoord vanwege zijn diep ontzag voor God. Hoewel Hij zijn Zoon was, heeft Hij moeten lijden, en zo heeft Hij gehoorzaamheid geleerd. En toen Hij naar de uiteindelijke volmaaktheid gevoerd was, werd Hij voor allen die Hem gehoorzamen een bron van eeuwige redding.

 

Psalm 31, 2-6

Refr.: Red mij, Heer, door uw genade.

Bij U, Heer, schuil ik,
maak mij nooit te schande.
Bevrijd mij en doe mij recht.

Hoor mij, haast U mij te helpen,
wees voor mij een rots, een toevlucht,
een vesting die mij redding biedt.

U bent mijn rots, mijn vesting,
U zult mijn gids zijn, mij leiden,
tot eer van uw Naam.

U zult mij losmaken
uit het net dat voor mij is gespannen,
U bent mijn toevlucht.

In uw hand leg ik mijn leven,
Heer, trouwe God, U verlost mij.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 19, 25-27

‘Ziedaar uw moeder’.

Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala.
Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’
Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.

Van Woord naar leven

Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala.
Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’
Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.

Johannes nam Maria bij zich in huis. Ook wij mogen Maria bij ons in huis nemen; in onze letterlijke woonst, maar ook in ons hart. En dit laatste is niet onbelangrijk.

Velen zijn Maria als Moeder een beetje kwijt. Men redeneert zo van: Waarom zou ik via Maria naar Jezus moeten toegaan, ik kan dat toch ook rechtstreeks. Ik heb daarvoor Maria niet nodig. Klinkt correct. En toch …

We hebben Maria gekregen als Moeder. En zoals een goede moeder haar kinderen brengt tot het meest belangrijke in het leven van haar kind, zo brengt Maria ons in het meest wezenlijke van ons bestaan: namelijk het leven in haar Zoon. Als Moeder wil ze ons bij de hand nemen om ons te brengen in de genade van Jezus, in de wil van de Vader. Als Moeder bidt ze voor ons opdat we de heilige Geest mogen ontvangen met die gaven die God ons schenken wil. Als Moeder omhelst ze ons met haar mantel van Vrede opdat we behoed mogen zijn voor het kwaad en behouden in Gods liefde.

We hebben Maria echt nodig, meer dan ooit. De hemel heeft haar niet voor niets aan Johannes, en met hem aan de hele mensheid, gegeven. Laten we dankbaar zijn om dit geschenk en haar van harte welkom heten in ons leven. Moge ze ieder van ons bij de hand nemen en ons brengen in God.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,
wij danken U om die grote woorden die Gij vanop het kruis tot Johannes sprak: ‘Ziedaar uw moeder’. Deze woorden spreekt Gij ook tot ieder van ons. Geef dat wij, net als Johannes, Maria welkom mogen heten in ons leven, opdat zij als Moeder kan doen wat ze zo graag wilt doen: ons brengen naar het hart van ons bestaan, naar U.
Maria, je bent welkom, alle dagen van ons leven.
Amen.