Lezingen van de dag – vrijdag 16 februari 2018


Heilige (of feest) van de dag

Pamfilus van Cesarea ( † 308)

Pamfilus (ook Pamfilius) van Cesarea, Palestina; priester & martelaar met Valens, diaken, & Paulus

Hij werd rond 240 geboren in Berytus (= het huidige Beyrouth, Libanon). Aanvankelijk was hij staatsambtenaar. Hij bekeerde zich tot het christendom en ging naar Alexandrië, Egypte, om daar bij Sint Pierius († 310; feest 4 november) filosofie en theologie te studeren aan de theologische hogeschool die zo’n zeventig jaar eerder door Origenes († na 250) was opgezet. Na zijn priesterwijding kreeg hij op zijn beurt de zorg voor de hogeschool.

Na enige tijd verhuisde hij naar Caesarea in Palestina, en stichtte daar een soortgelijke hogeschool. Daar raakte hij bevriend met de bisschop-kerkhistoricus Eusebius († 337). Hij schreef een vijfdelige verdediging van de door hem diep bewonderde Origenes, die in sommige kringen van ketterijen werd beschuldigd. Eusebius voegde daar nog een zesde deel aan toe. Pamfilus staat te boek als een van de grootste bijbelkenners en wetenschappelijke onderzoekers van zijn tijd en wordt geroemd als beschermer van de wetenschappen.

Tijdens christenvervolgingen onder keizer Galerius (293-311) werd hij gearresteerd en langdurig gevangen gehouden. Uiteindelijk stierf hij op 16 februari van het jaar 309 de marteldood, tezamen met Valens, een diaken uit Jeruzalem en een niet nader genoemde Paulus.

Wij danken zijn verhaal aan zijn vriend Eusebius, die zich sinds Pamfilus’ dood uit vriendschap en respect voor zijn overleden vriend tooide met de naam ‘van Pamfilus’.

vrijdag na aswoensdag


Uit de profeet Jesaja 58, 1-9a

De profeet Jesaja reageert tegen elke vorm van veinzerij en boetepraktijken. Echt vasten is zichzelf bevrijden uit de boeien van zondigheid. Het is ook: bevrijding brengen aan medemensen. Dan alleen zal ons gebed verhoord worden.

Zo spreekt God de Heer:
‘Roep luidkeels, zonder je in te houden, verhef je stem als een ramshoorn. Maak aan mijn volk zijn misdaden bekend, aan het volk van Jakob zijn zonden.
Zeker, ze zoeken mij dag aan dag, vol verlangen om te ontdekken wat Ik wil, zoals een vreemd volk dat rechtvaardig leeft en het recht van zijn goden niet verzaakt. En ze vragen naar mijn rechtvaardige voorschriften en verlangen naar Gods nabijheid. “Waarom ziet U niet dat wij vasten, en merkt U niet op dat wij ons onthouden?” Omdat jullie op je vastendagen nog handeldrijven en jullie arbeiders afbeulen, omdat jullie onder het vasten strijden en ruziën en vol vuur met elkaar op de vuist gaan. Als je op die manier vast, wordt je stem niet gehoord in de hemel.
Zou dat het vasten zijn dat Ik verkies? Is dat een dag van onthouding: dat iemand het hoofd buigt als een riet en zich met een rouwkleed neerlegt in het stof? Noemen jullie dat soms vasten, is dat een dag die de Heer behaagt?
Is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?
Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult voorspoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de Heer vormt je achterhoede.
Dan geeft de Heer antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt Hij: “Hier ben Ik.”‘
Zo spreekt de almachtige Heer.

 

Psalm 51, 3 + 4 + 5+ 6a + 18 + 19

Refr.: Was mij schoon van alle schuld.

Wees mij genadig, God, in uw trouw,
U bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet.

Was mij schoon van alle schuld,
reinig mij van mijn zonden.

Ik ken mijn wandaden,
ik ben mij steeds van mijn zonden bewust.

Tegen U, tegen U alleen heb ik gezondigd,
ik heb gedaan wat slecht is in uw ogen.

U wilt van mij geen offerdieren,
in brandoffers schept U geen behagen.

Het offer voor God is een gebroken geest;
een gebroken en verbrijzeld hart zult U, God, niet verachten.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 9, 14-15

De leerlingen hadden Jezus in hun midden en waren verheugd om zijn aanwezigheid. Voor ons is boetvaardigheid ruimte scheppen voor de Heer, ingaan tegen onze zelfgenoegzaamheid.

Op zekere dag kwamen de leerlingen van Johannes bij Jezus en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de Farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’
Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten.’

Van Woord naar leven

De profeet Jesaja windt er geen doekjes om. We lezen als woorden van God de Heer: “Is dit niet het vasten dat Ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?”

Het vasten heeft de bedoeling dat we ons keren naar God, dat we afstand nemen van al wat zondig is, dat we berouw tonen en ons begeven op de weg die God met ons wilt gaan. Soberder leven, vasten op voedsel, afstand nemen van, zal ons helpen te groeien in onze diepere intimiteit met God.
Het gevaar bestaat er echter in dat we ons gaan nestelen in een hoekje, met heilige boekjes en gebeden, denkend goed bezig te zijn. Maar in dat hoekje vergeten we echter één ding, namelijk dat groei in God moet betekenen groeien in liefde, in barmhartigheid, in naastenliefde. Als dit laatste niet is, moeten we ons vragen stellen over hoe we bezig zijn.

De veertigdagentijd zou ons tot meer liefdevollere mensen moeten maken, mensen die oog hebben voor de medemens in wie de Heer zelf als bedelaar naar liefde tot ons komt.
Maar daarvoor moet gevast worden, moet de woestijn van ons hart worden ingegaan, om geheel alleen met de Heer heel duidelijk de keuze te maken enkel God te dienen. Wie dit laatste klaarspeelt zal een mens van liefde worden en de woorden uit de profeet Jesaja handen en voeten geven.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer God,
geef dat deze veertigdagentijd een tijd mag zijn waarin wij groeien in U. Dat het van ons mensen mag maken die ten diepste beseffen dat de liefde het hoogste goed in ons leven. Dat de vrucht van ons vasten daarom liefde mag zijn: uw liefde. Leer ons oog en oor te hebben voor al die gelegenheden waarin Gij doorheen Jezus tot ons komt, zeggende: ‘Ik heb dorst’.
Groeiend in Christus, amen.