Lezingen van de dag – vrijdag 16 juni 2017


Heilige (of feest) van de dag

Lutgardis van Tongeren († 1246)

Lutgardis van Tongeren o.cist., Aywières, België; mystica

Zij werd in 1182 in Tongeren geboren. Haar vader was een rijke koopman en had voor zijn dochter een gunstig huwelijk in gedachten. Haar moeder daarentegen bracht haar de liefde voor het geestelijk leven bij en wees haar erop, dat zij eventueel ook in het klooster kon gaan. Voorlopig won moeder. Zij trad in bij de benedictinessen van het St.-Catharinaklooster te Sint-Truiden, 1194. Maar er kwamen huwelijkskandidaten tot in het klooster. En Lutgart bleek er niet ongevoelig voor. Toen zij eens met een knappe jongeman in gesprek was, verscheen haar Christus naast hem, zoals Hij er aan het eind van zijn lijdensweg aan toe was: het bloed stroomde uit zijn wonden. Op dat moment van keuze werd het haar duidelijk, dat haar liefde voor haar Heer groter was dan voor welke aardse bruidegom ook. En zij koos er voor van nu af Christus te beminnen en te omhelzen als een bruid.

Zij leidde een intensief mystiek leven, waarin zij een bijzondere omgang had met Christus. Haar huisgenotes dachten aanvankelijk, dat de gestrenge levenswijze die zij zich nu oplegde, het vasten en al de onthoudingen en boetedoeningen, het vuur waren van een beginnende novice: het zou strakjes wel weer overgaan. Maar haar verlangen naar nog intiemere gebedsomgang met haar Heer werd almaar groter. Uit deze tijd stamt het verhaal, dat zij eens ondanks heftige migraineaanvallen aan het nachtelijk koorgebed deelnam. Bij terugkomst op haar kamer, toen zij nog even voor het kruisbeeld verwijlde, maakte Christus zijn arm los van het kruis en sloeg die om haar heen. Dit moment is in veel afbeeldingen van haar terug te vinden.

In 1205 werd zij priorin van het klooster. Maar zij verlangde naar een klooster met een strengere levenswijze. Zij verhuisde een jaar later, 1206, naar Aywières, dat juist de hernieuwde en verstrengde regel van Cîteaux had aangenomen.

Een recente Vlaamse levensbeschrijving vermeldt uitdrukkelijk, dat zij op voorspraak van Maria de gave(!) ontving om nooit Frans te leren, zodat zij gespaard bleef voor de zware verantwoordelijkheid van abdis.

Zij kende zelfs te weinig Frans om in de Franstalige omgeving waar het klooster stond, brood te bedelen. Toch werd ze om raad gevraagd door vele kerkelijke en maatschappelijke functionarissen en hoogwaardigheidsbekleders. Een kroniek uit de zeventiende eeuw – dus van ver vóór de taalstrijd – weet te vermelden: ‘Als sy in de duytsche tale eenighe persoonen aen-sprack/ die de duytsche tale niet en konden / wiert sy van hen mirakuleuselijck verstaen.’

Haar hele leven werd getekend door een strenge vasten en onthouding. Zij legde zichzelf boetes op vanwege eigen onvolmaaktheid, maar ook voor de bekering van zondaars van die tijd. Herhaaldelijk kwam het voor, dat de zieken die zij verpleegde, genezen werden door haar aanraking. De laatste elf jaren van haar leven was zij blind. Dat bracht haar nog meer in de gelegenheid om in de gebedsstilte te leven waarin zij haar Heer op intieme wijze ontmoette.

Zij stierf in 1246, 64 jaar oud. De oude kronieken weten nog te vertellen, dat er vele zieken waren die door aanraking met haar dode lichaam, genezen werden.

Zij is patrones van Vlaanderen en van de stad Tongeren; van de Vlaamse Beweging (op grond van haar gebed geen Frans te hoeven leren!); en van Taal en Letteren; alsmede van blinden. Haar voorspraak wordt ingeroepen om een voorspoedige geboorte.

Zij wordt afgebeeld voor het kruisbeeld, waarbij Jezus een arm naar haar uitstrekt; met doornenkroon en spijkers in haar handen (haar devotie voor Jezus’ lijden).

Bron: Heiligen.net

vrijdag in week 10 door het jaar


Uit de tweede brief van Paulus aan de Korintiërs 4, 7-15

Lijden, tegenslag en tegenwerking kunnen ons – menselijk gezien – elke uitweg ontnemen. Maar volgens Paulus is dit maar schijn. Want als wij leven met en in Christus zijn er ook in het lijden wegen die tot het volle leven leiden.

Broeders en zusters,
wij dragen een schat in aarden potten; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God.
We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven.
Er staat geschreven: ‘Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.’ In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven en weten dat Hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken en ons samen met u naar zich toe zal voeren. Dit alles gebeurt omwille van u, zodat Gods goedheid, die zich door steeds meer mensen verbreidt, ook tot steeds meer dankzegging leidt, tot eer van God. Daarom verzaken wij onze plicht niet. Ook al gaat ons uiterlijke bestaan verloren, ons innerlijke bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd.

 

Psalm 116, 10 + 11 + 15 + 16 + 17 + 18

Refr.: Heer, uw dienaar ben ik.

Ik bleef vertrouwen, ook al zei ik:
Ik ben diep ongelukkig.

Al te snel dacht ik:
Geen mens die zijn woord houdt.

Met pijn ziet de Heer,
de dood van zijn getrouwen.

Ach, Heer, ik ben uw dienaar,
uw dienaar ben ik.

Ik ben de zoon van uw dienares;
u hebt mijn boeien verbroken.

U wil ik een dankoffer brengen.
Ik zal de Naam aanroepen van de Heer.

Ik zal mijn geloften aan de Heer inlossen,
in het bijzijn van heel zijn volk.

 

Uit het evangelie volgens Matteüs 5, 27-32

Niet alleen onze daden maar ook onze bedoelingen bepalen de morele waarde van ons christen-zijn. Het is trouwens typisch dat mensen hun bedoelingen voor hun eigen verdediging vlijtig aanhalen, terwijl ze bij het beoordelen van anderen meer kijken naar hun daden alleen. Deze algemene houding wordt toegelicht met het voorbeeld van de huwelijkstrouw.

Jezus sprak tot zijn leerlingen:
‘Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.” En Ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd.
Als je rechteroog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt.
En als je rechterhand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af en werp hem weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam naar de Gehenna gaat.
Er werd gezegd: “Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief meegeven.” En ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw verstoot, drijft haar tot overspel – tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis; en ook wie trouwt met een verstoten vrouw, pleegt overspel.’

Van Woord naar leven

Wij zijn geschapen, zoals het boek Genesis zegt, naar Gods beeld en gelijkenis. Daar God liefde en trouw is, zijn wij dus ook geschapen naar die liefde en die trouw.
Wanneer we ons verwijderen van God kan het zijn dat we die liefde schaden, alsook die trouw. We schaden dan dàt waartoe we geschapen en geroepen zijn… en dat is jammer, dat is zonde.

Maar de zonde, of het nee-woord van de mens, heeft voor God nooit het laatste woord. Gods liefde bestaat er juist in de zondige mens op te zoeken, om hem op te nemen in zijn barmhartigheid met de bedoeling die mens tot genezing te brengen, hem weer op het pad van de liefde te krijgen.
Dat heeft Jezus gedaan op het kruis voor ieder van ons. Tot in de diepste krochten is Hij afgedaald om elke van God vervreemde mens op te tillen en te bevrijden van al zijn nee-woorden.

Als christenen zouden we ons meer bewust moeten zijn dat we verlost zijn. Anderzijds is het even waar dat er in ieder van ons plekken zijn die nood hebben aan verlossing. Maar dat komt omdat we ons losmaken van de verlossing aan ons gedaan toen op Paasochtend wanneer de Heer verrees.

De roeping van een christen is een paasmens te zijn, iemand die zich gelovig bewust is dat Jezus hem ten diepste verlost heeft, en dat hij nu, verenigd met Hem, als een vrije mens, kiest voor liefde en rechtvaardigheid, voor verzoening en vrede. En dit eenvoudig en blij, biddend en zingend, samen met zovelen die de Heer bij elkaar brengt.

Kom, laat ons gaan naar de Heer. Laten we onze woonst maken in zijn Hart, om samen zijn liefde te worden, te zijn.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer,
geef ons dat blijde bewustzijn
dat wij door U verlost zijn.
Als wij ons van deze verlossing verwijderen,
tik ons dan op ons geweten,
en leer ons ons door U te laten opnemen.
Schenk ons de gave van gebed van het hart
dat ons de genade verleent ons in U te vestigen.
Tot welzijn van allen.
Amen.