Lezingen van de dag – vrijdag 16 maart 2018


Heilige (of feest) van de dag

Robert Dalby († 1589)

Robert Dalby, York, Engeland; martelaar

Hij was afkomstig uit het Engelse plaatsje Heminghborough, Yorkshire. Halverwege zijn leven was hij overgestapt van de protestantse naar de katholieke godsdienst: een schandaal in die tijd. Immers het was radicaal verboden katholiek te zijn! In 1588 liet hij zich te Reims, Frankrijk, priester wijden. Dat was in het Engeland van die dagen onmogelijk geworden. Een jaar later werd hij aangehouden en beschuldigd van landverraad, omdat hij zich onder het gezag van de paus stelde en de Engelse koning niet wilde erkennen als het hoofd van de Kerk. Het kostte hem zijn leven; hij werd opgehangen.

vrijdag in de 4e week
van de 40-dagentijd


Uit het boek Wijsheid 2, 1a + 12-22

Door zijn manier van leven is de rechtvaardige een uitdaging voor zijn slechte omgeving. De rechtvaardige zal worden ter dood gebracht.

In valse waan zeggen de goddelozen tot elkaar:
‘Laten we de rechtvaardige in het nauw drijven, want hij is ons alleen maar tot last. Hij dwarsboomt ons in alles wat we doen, hij verwijt ons dat we de wet overtreden en houdt ons voor dat we verloochenen wat ons geleerd is.
Hij beweert over kennis van God te beschikken en noemt zich kind van de Heer.
Hij is een levende aanklacht tegen onze opvattingen geworden. Zijn verschijning alleen al is ons een doorn in het oog, omdat hij anders leeft dan anderen en zich afwijkend gedraagt.
Wij zijn in zijn ogen minderwaardig en hij mijdt onze levenswijze alsof die besmet is. Hij geeft hoog op van de bestemming van rechtvaardige mensen en beroemt zich erop dat God zijn vader is.
Laten we zien of hij gelijk heeft en afwachten wat er bij zijn dood gebeurt.
Als de rechtvaardige echt een zoon van God is, zal die hem toch te hulp komen en hem uit de greep van zijn vijanden redden?
Laten we hem aan geweld en marteling onderwerpen om zijn oprechtheid te leren kennen, laten we zijn uithoudingsvermogen op de proef stellen.
We zullen hem veroordelen tot een vernederende dood, want hij beweert toch dat hij gered zal worden?’
Aldus de gedachtegang van de goddelozen. Maar ze vergissen zich, verblind als ze zijn door hun slechtheid. Ze zijn niet bekend met Gods geheimen: ze verwachten niet dat vroomheid beloond wordt en geloven niet dat wie onberispelijk leeft, gelauwerd wordt.

 

Psalm 34, 17-23

Refr.: De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen.

Toornig ziet de Heer wie kwaad doen aan,
Hij wist hun namen op aarde uit.

De Heer hoort de kreten van de rechtvaardigen,
Hij bevrijdt hen uit de nood.

Gebroken mensen is de Heer nabij,
Hij redt wie zwaar wordt getroffen.

Al blijft de rechtvaardige niets bespaard,
de Heer zal hem steeds weer bevrijden.

Hij waakt zelfs over zijn beenderen,
niet één ervan wordt verbrijzeld.

Een slecht mens komt om door eigen kwaad,
wie een rechtvaardige haat zal boeten.

De Heer redt het leven van zijn dienaren,
nooit zal boeten wie schuilt bij Hem.

 

Uit het evangelie volgens Johannes 7, 1-2 + 10 + 25-30

Ter gelegenheid van de grote feesten bezochten vele Joden de tempel van Jeruzalem. Jezus treedt op. Sommigen stellen zich de vraag of de overheid nu werkelijk erkend zou hebben dat Hij de messias is. Anderen daarentegen willen zich van Hem meester maken omdat Hij gezegd heeft dat degene die Hem gezonden heeft waarachtig is en dat ze Hem niet kennen.

Jezus trok door Galilea; in Judea wilde Hij niet komen, omdat de Joden daar Hem wilden doden. Het Joodse Loofhuttenfeest naderde.
Toen zijn broers naar het feest vertrokken waren, ging Hij zelf ook, niet openlijk, maar in het geheim.
Sommige Jeruzalemmers zeiden: ‘Is dat niet die man die ze willen doden? Moet je zien, Hij spreekt vrijuit en ze zeggen niets tegen Hem. Zouden onze leiders werkelijk tot de overtuiging zijn gekomen dat Hij de messias is? Wanneer de messias komt, zal niemand weten waar Hij vandaan komt, maar van Hem weten we wel waar hij vandaan komt.’
Bij zijn onderricht in de tempel zei Jezus luid en duidelijk: ‘U kent mij en u weet waar Ik vandaan kom. Maar Ik ben niet namens mezelf gekomen; Ik ben gezonden door iemand die betrouwbaar is, en Hem kent u niet. Ik ken Hem, omdat Ik bij Hem vandaan kom en Hij mij heeft gezonden.’
Toen wilden ze Hem grijpen, maar niemand deed Hem iets, omdat zijn tijd nog niet gekomen was.

 

Van Woord naar leven

Het boek Wijsheid doet ons vandaag de zogenaamde goddelozen zeggen: “De rechtvaardige is een levende aanklacht tegen onze opvattingen geworden.”

Ervan uitgaande dat de christenen behoren tot ‘de rechtvaardigen’ (wat natuurlijk per definitie helemaal niet zo is) doet deze uitspraak me denken aan een artikel dat ik gisteren las op Kerknet.be, en dat ik vandaag koos als ‘Leestip van de dag’.

Als christenen zouden we de dag vandaag meer moeten durven opstaan, en de moed opbrengen onze stem te verheffen. Opstaan uit de catacomben, het voortouw nemen, zeggen waar het op aan komt. Natuurlijk ook door ons voorbeeld, door onze wijze van leven, maar dus ook door te gaan staan op de barricaden van het leven en onze stem duidelijk te laten horen. Ja, soms mag er ook op tafel geklopt worden; met liefde natuurlijk zoals een goede christen het betaamt.

Vanuit een zekere nederigheid, dat dikwijls een laf trekje heeft, zwijgen we teveel. Terwijl de ‘anderen’ roepen, op tv en radio komen (en gevraagd worden), artikels schrijven, enzomeer.

Er wordt zoveel gezwegen door ons, christenen, zowel door leken alsook door bisschoppen en al wat daartussen zit. Natuurlijk wordt er ook wel eens gesproken, maar er wordt ook veel gezwegen hoor.

Ik weet ook wel dat je niet altijd hoeft te roepen. Ook Jezus kende momenten dat Hij het zwijgen belangrijker achtte dan de discussie. Soms moet men ook kunnen zwijgen. Maar eerlijk: ik denk dat we ook en meer moeten durven spreken als christenen. Niet om anderen rond hun oren te slaan, zeker ook niet veroordelend, maar eerder getuigend, wijzend op de diepere waarden van het leven; waarden die hun oorsprong vinden in God.

Zelf zit ik in de zorgsector, en mijn ervaring is dat het zo belangrijk is om energie te steken om met elkaar het ‘goede gesprek’ aan te gaan, om woorden naar mekaar toe uit te spreken die ons leiden naar de diepere zin-vragen bij ons werk. Dergelijke gesprekken maken ons als dienstverlener niet enkel rijker, maar het maakt ons werk op zich ook zoveel zinvoller en meer nobel. En ja hoor, af en toe mag God ook benoemd worden. Daar wordt echt niemand slechter van.

Dit geldt natuurlijk niet enkel voor de zorgsector, maar op alle domeinen van het leven zouden wij als christenen meer onze stem moeten laten horen, denk ik.

Ach ja …
Een mijmering van mijnentwege op een late donderdagavond naar aanleiding van de eerste lezing van vandaag. Als je vindt dat ik leuter, vergeet mijn woorden. Uiteindelijk gaat het niet om mij, maar om het Woord van de Heer.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer God,
mogen wij met z’n allen getuigen tot aan de uiteinden van de wereld dat Gij bestaat, van ons houdt, in ons woont, en het beste met de wereld voorhebt. Moge de mensheid zich openen voor U.
Amen.