Lezingen van de dag – vrijdag 17 juni 2016


Heilige (of feest) van de dag

Raniero Scacceri († 1160)Rainiero de Pisa

Raniero Scacceri, Pisa, Italië; pelgrim & kluizenaar

Raniero Scacceri was afkomstig uit Pisa. Hij reisde rond als troubadour en liedjeszanger waarbij hij zichzelf op de violine begeleidde. Zelf zegt hij van die periode in zijn leven dat hij elke gelegenheid tot zonde steeds met beide handen aangreep… Eens kwam hij een vrome kluizenaar tegen die zijn leven in de eenzaamheid aan God toewijdde. Onverhoeds zei hij tegen hem: “Pater, doe voor mij een gebedje, want ik ben lang zo gelukkig niet als ik er van buiten uitzie.” Dat gebed veranderde zijn leven. Want hij kwam er door tot inkeer; hing zijn instrument aan de wilgen en beweende zijn zonden zo intens dat hij er nagenoeg blind van werd.

Nu werd hij marskramer. Hij wilde iets verdienen om een pelgrimstocht naar het Heilige Land te kunnen maken. Maar toen hij op een dag in zijn beurs tastte, kwam daar een stank vandaan, zo afgrijselijk als alleen de duivel zelf kan veroorzaken. Dat was het moment waarop hij zich voornam nooit meer een vinger naar geld uit te steken. Nu leefde hij alleen nog van aalmoezen en giften. Op de boot die hem naar Jezus’ geboorteland bracht nam hij plaats tussen de roeiers. Alles deed hij met hen samen: roeien, eten, bidden en grappen maken. Hij wist de arme drommels onderweg zo te vermaken dat ze er waren voor ze er erg in hadden.

Na terugkomst trad hij als oblaat in bij de benedictijnen van het St-Andreasklooster te Pisa. Oblaat wil zeggen dat iemand binnen de kloostermuren woont en de levenswijze van de monniken deelt, echter zonder zich geheel aan het klooster te verbinden. Daartoe achtte hij zich in alle eenvoud niet waardig genoeg; hij vond van zichzelf dat hij er niet echt bij hoorde. Later verhuisde hij in dezelfde stad naar het Sint-Vitusconvent. Hij mocht van zichzelf geen hoge dunk hebben, voor de mensen van de stad was hij van onschatbare waarde. Liep hij over straat, dan wisselde hij een vriendelijk woord met ze; speelde soms even met de kinderen en maakte grapjes. Wie in nood zat wist hem te vinden: hij luisterde in alle ernst, leefde mee en stond bekend om de goede raad die hij wist te geven. Men zegt van hem dat hij in staat was bepaalde ziekten te genezen: waarschijnlijk ziekten die te maken hadden met zwaarmoedigheid. Waar hij kwam, begon de zon te schijnen en sloeg de geest van pessimisme en wanhoop op de vlucht. Hij stierf in 1160. Bij wijze van eerbetoon droegen de stadsbestuurders hem ten grave.

In 1591 werd zijn gebeente opgegraven en plechtig bijgezet in een nieuwe vleugel van de kathedraal van Pisa.

Hij is patroon van de stad Pisa; daarnaast van de kluizenaars en van reizigers.7

Bron: Heiligen.net

vrijdag in week 11 door het jaarbijbel


Uit het tweede boek Koningen 11, 1-4 + 9-18 + 20

Trouw en ontrouw aan het Verbond wisselden elkaar zich steeds af. Voor ons is het verhaal van de paleisrevolutie en de aanstelling van koning Joas wellicht wat vreemd. Toch is het zo dat ook in ons eigen leven trouw en ontrouw voorkomen en dat ook wij niet terugschrikken voor geweld om datgene door te voeren wat ons het beste past.

Toen Atalja, de moeder van Achazja, hoorde dat haar zoon dood was, besloot ze alle kinderen van de koninklijke familie ter dood te brengen. Maar Jehoseba, de dochter van koning Joram en de zuster van Achazja, haalde een van Achazja’s zonen, Joas, heimelijk weg uit de groep koningskinderen die gedood zouden worden en verstopte hem met zijn voedster in de linnenkamer. Ze wisten hem voor Atalja verborgen te houden, en zo ontsnapte hij aan de dood.
Zes jaar zat hij bij zijn tante in de tempel van de Heer verborgen, terwijl Atalja het land regeerde.
In het zevende regeringsjaar van Atalja riep Jojada, die toen hogepriester was, de bevelhebbers van de Kariërs en van de koninklijke garde bij zich in de tempel van de Heer. Daar sloot hij een verbond met hen en liet hij hen trouw zweren. Vervolgens stelde hij de koningszoon aan hen voor. De bevelhebbers deden precies wat de hogepriester Jojada had bevolen. Allen meldden zich met hun eenheid van honderd man bij Jojada, zowel degenen die die week dienst hadden als degenen die die week vrij waren van dienst. Jojada gaf de bevelhebbers de speren en schilden uit de tempel van de Heer, die nog van koning David waren geweest. De leden van de garde stelden zich, allen met hun wapen in de aanslag, voor de tempel op, over de volle breedte van het plein en vanaf de ingang van de tempel tot aan het altaar, om de koning te beschermen. Toen leidde de hogepriester de koningszoon naar buiten, zette hem de hoofdband op en overhandigde hem de kroningsakte. Zo werd hij tot koning uitgeroepen en gezalfd, terwijl alle aanwezigen in hun handen klapten en riepen: ‘Leve de koning!’
Toen Atalja de koninklijke garde en het volk hoorde juichen, begaf zij zich in de menigte die zich voor de tempel verzameld had. Daar zag ze de koning, die zich volgens het gebruik op het podium had opgesteld, met de bevelhebbers en de trompetblazers naast zich. De hele bevolking was in feeststemming en men blies op de trompetten, maar Atalja scheurde haar kleren en riep: ‘Verraad! Verraad!’
De hogepriester Jojada droeg de bevelhebbers, de aanvoerders van het leger, op: ‘Leid haar onder bewaking weg; wie haar volgt, moet gedood worden.’ Hij zei er uitdrukkelijk bij dat ze niet op het tempelterrein mocht worden gedood.
Atalja werd weggeleid en door de Paardenpoort naar het paleis gevoerd, waar ze ter dood werd gebracht.
Jojada bekrachtigde het verbond tussen de Heer en de koning en het volk, zodat zij de Heer weer zouden toebehoren, en ook het verbond tussen de koning en het volk.
De mensen, die uit heel Juda waren toegestroomd, haalden de tempel van Baäl omver en verbrijzelden de altaren en beelden die voor hem waren opgericht. De Baälspriester Mattan werd voor de altaren ter dood gebracht.
Heel het volk was verheugd, en hoewel Atalja in het koninklijk paleis ter dood gebracht was, bleef het rustig in de stad.


Psalm 132, 11 + 12 + 13 + 14 + 17 + 18

Refr.: De Heer heeft Sion verkozen en als woonplaats begeerd.

De Heer heeft David trouw gezworen,
en zijn belofte neemt Hij niet terug:
Een van je nazaten laat Ik je troon bestijgen. Drieeenheid_2

Houden je zonen zich aan mijn verbond,
aan de richtlijnen die Ik hun geef,
dan zullen ook hun zonen voor altijd
zetelen op je troon.

De Heer heeft Sion verkozen
en als woonplaats begeerd:
Dit is, voor altijd, mijn rustplaats,
hier verlang Ik te wonen.

Hier breng Ik Davids huis tot aanzien,
hier ontsteek Ik een lamp voor mijn gezalfde.
Zijn vijanden bekleed Ik met schande,
maar op zijn hoofd schittert een kroon.


Uit het evangelie volgens Matteüs 6, 19-23

Onze aandacht is niet zelden verdeeld omdat wij dikwijls alles willen, en daardoor vergeten we soms het voornaamste. Het is onze taak steeds onze inzichten uit te zuiveren om schatten te verzamelen voor het Rijk Gods.

Jezus zei tot zijn leerlingen:
‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.
Het oog is de lamp van het lichaam. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. Maar als je oog troebel is, zal er in heel je lichaam duisternis zijn. Als het licht in jezelf verduisterd is, hoe groot is dan die duisternis!’

Van Woord naar leven

Vandaag zegt Jezus: ‘Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.’

Op de dag van ons sterven zullen we maar één ding kunnen meenemen en aanbieden: namelijk de liefde die we betoond hebben tijdens ons leven.
Laten we leven voor deze schat.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer Jezus,index
help ons te leven in, door en vanuit uw liefde
om alzo beeld te zijn van de Vader:
een en al zelfgave voor zijn kinderen.
Kom heilige Geest.
Amen.