Lezingen van de dag – vrijdag 18 november 2016


Heilige (of feest) van de dag

Kerkwijding van de Romeinse basilieken van Petrus en Paulus

Wijding van de basilieken van Sint Petrus en Sint Paulus,
Rome, Italië; resp. 1626 en 1854

Op 18 november 1626 werd de geheel vernieuwde Sint-Petruskerk ( ‘Sint-Pieter’) ingewijd. Zij gaat terug op een stichting van keizer Constantijn († 337; feest 21 mei). Op de plek waar Sint Petrus was begraven, liet hij ter ere van de prins der apostelen een basilica bouwen, en voegde er voor de ingang een zuilenportiek (of atrium) aan toe.
Waar de ronding van de apsis begon, liet hij een dwarsschip bouwen, zodat de kerk het grondpatroon vertoonde van een Latijns kruis. Op de kruising (‘viering’) van schip en dwarsarm bevond zich het zogeheten ‘martyrium’, de plek waar zich de sarcofaag van de martelaar Sint Petrus bevond. Zo kon ze van alle kanten door pelgrims worden gezien en vereerd.

roma-eur_-_san_pietro_e_san_paolo_cupolaIn de afgelopen eeuwen hebben wetenschappers herhaaldelijk onderzoek gedaan naar de historische betrouwbaarheid van Petrus’ graf. Telkens kwamen ze weer tot de conclusie dat het graf met de grootste waarschijnlijkheid inderdaad de resten bevat van Sint Petrus. Of minstens het stoffelijk overschot van iemand uit de eerste eeuw, waarvan de resten met de grootste eerbied en zorgvuldigheid waren behandeld en voorzien van de aantekening dat het om de heilige apostel Petrus ging. Bovendien waren die resten zeer wel in overeenstemming te brengen met de gegevens die men van elders Petrus kende…

Toen de kerk in de 15e eeuw tot een ruïne was vervallen gaf paus Nicolaas V († 1455) de opdracht tot restauratie. Vervolgens gebeurde er niet veel. Het was paus Julius II († 1513) die de herbouw energiek ter hand nam en de grootste kunstenaars uit geheel Italië inschakelde, zoals Bramante († 1514), Rafaëllo († 1520) en Michelangelo († 1564). Het resulteerde in het imposante gebouw zoals we dat kennen tot op de dag van vandaag. De inwijding vond pas plaats op 18 november 1626 onder paus Urbanus VIII († 1644).
De inwijding van de kerk van Sint-Paulus-buiten-de-Muren (San Paolo fuori le Mura) gebeurde op 10 december 1854 door paus Pius IX († 1878; feest 7 februari). Zij was uit haar as herrezen sinds een bouwvakker in 1823 bij herstelwerkzaamheden op het dak een vuurpan had laten branden. De kerk uit de 4e eeuw was met kerkschatten en al volkomen door het vuur verwoest; er restte niet meer dan een rokende puinhoop waaruit wat verkoolde zuilstompen omhoog staken.
De oorspronkelijke basiliek was in 324 of 326 gesticht door keizer Constantijn en stond op de plek waar vrouwe Lucina († 1e eeuw; feest 30 juni) de Apostel der Heidenen had begraven. Er had al sinds paus Anacletus († 88; feest 26 april) een gebedskapelletje gestaan. De pausenkroniek (‘Liber Pontificalis’) zegt dat Constantijn ‘er een basiliek bouwde voor de apostel Paulus, wiens stoffelijke resten hij in een schrijn legde en afsloot, precies zoals hij met die van Sint Petrus had gedaan’. Nog in diezelfde eeuw moest de kerk worden uitgebreid omdat ze te klein was geworden voor de toeloop van de vele toeristen.

vrijdag in week 33 door het jaarbijbel


Uit het boek Apocalyps 10, 8-11

Profeten brengen niet hun eigen boodschap. Zij spreken in de naam van God. Daarom moeten zij zichzelf eerst dit woord van God eigen gemaakt hebben.

Ik, Johannes, hoorde opnieuw die stem uit de hemel. Hij zei tegen me: ‘Haal de geopende boekrol die de engel die op de zee en het land staat in zijn hand heeft.’
Ik ging naar de engel toe en vroeg om het boekje. Hij reikte het mij aan en zei: ‘Eet het op. Het zal branden in je maag, maar in je mond zo zoet zijn als honing.’
Ik pakte het boekje aan en at het op. Het smaakte zoet als honing, maar nadat ik het opgegeten had, brandde het in mijn maag.
Toen kreeg ik te horen: ‘Je moet opnieuw over talrijke landen en volken en koningen profeteren.’

 

Psalm 119, 14 + 24 + 72 + 103 + 111 + 131

Refr.: Uw woorden zijn zoeter dan honing.

Leven naar uw richtlijnen geeft mij vreugde,
meer vreugde dan rijkdom en overvloed. Drieeenheid_2
Uw richtlijnen verheugen mij,
ze geven mij goede raad.

Goed voor mij is de wet uit uw mond,
beter dan een schat aan goud en zilver.
Hoe zoet zijn uw woorden voor mijn gehemelte,
zoeter dan honing voor mijn mond.

Uw richtlijnen zijn mijn eeuwig bezit,
ze zijn de vreugde van mijn hart.
Dorstig opent zich mijn mond,
zo hunker ik naar uw geboden.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 19, 45-48

Lucas verbindt Jezus’ onderricht zeer nauw met de tempel. Werd in de verbondstent het woord van de wet bewaard, dan was dit ook zo in de tempel. Later werd dit woord er ook verklaard en toegelicht. Dit gebruik zette Jezus verder. Zo woonde Hij onder de mensen. Daar konden zij God aan het woord laten in hun leven. Zo was het huis van God een huis van gods-ontmoeting en dus van gebed.

Jezus ging naar de tempel, waar Hij de handelaars begon weg te jagen, terwijl Hij hun toevoegde: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn, maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’
Dagelijks gaf Hij onderricht in de tempel. De hogepriesters, de schriftgeleerden en de leiders van het volk wilden Hem uit de weg ruimen, maar ze wisten niet hoe ze dat moesten doen, want het hele volk hing aan zijn lippen.

Van Woord naar leven

In de eerste lezing horen we hoe het Woord (wanneer we het zouden opeten) zoet kan smaken in de mond, maar eens in de buik het brandend kan zijn.

Ja, zo gaat het inderdaad dikwijls bij het beluisteren, of tot ons nemen, van het Woord uit de Schrift.
Gewoonlijk scheppen we een bepaalde sfeer wanneer we de Bijbel lezen. We maken het stil, dimmen het licht, steken een kaars aan, we nemen een bepaalde houding aan, misschien met een kruisbeeldje of een icoon erbij. En dat is goed. Ook al gaat het niet om de ‘sfeerschepping’ op zich, de ruimte zo creëren zodat we beter tot gebed kunnen komen, en het Woord kunnen ontvangen, is alleen maar goed.
Als we dan nog een grote liefde koesteren voor het Woord… ja, dan zal dat inderdaad zoet smaken. Het kan een emotie geven van vreugde, van dankbaarheid, een zeker alleluia. En dat is goed. Dat is mooi. Laat dat zo maar zijn.

Wanneer we echter dat Woord diep doorkauwen, het werkelijk tot ons nemen, en wel zo dat het handen en voeten krijgt in ons dagelijks leven, dan zullen we al snel merken dat het Woord, en haar oproep, geen romantiek is. Geen zoetigheid. Wel liefde; gegeven liefde. Een liefde met en door en in de Heer. Niet dat dit een bittere weg is. Integendeel, in wezen zal het een Paasweg zijn. Maar het zal een weg zijn getekend door de liefde van het kruis: een weg van engagement, van trouw, van volharding, van vergeving, van barmhartigheid, mogelijk ook een weg getekend door tegenwerking of zelfs vervolging. Dat zijn geen goedkope begrippen. Dat is geen romantiek. Dat is het ‘brandende’ waarover de eerste lezing spreekt.

Maar nogmaals: in wezen is het een Paasweg, een weg van diepe evangelische Vrede, én vreugde. Maar de volharding van de keuze, de zwaarte van de trouw, mogen we niet onderschatten. Dat is kruis-liefde.

Gelukkig hoeven we deze weg niet alleen te gaan. De Heer is bij ons, en zal ons de kracht verlenen deze weg te kunnen gaan.
En we hebben ook elkaar. Als één gemeenschap mogen we elkaar tot steun en voeding zijn op deze weg.

Geen Pasen zonder Goede Vrijdag. Een waarheid als een koe.

kris

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.
Laat ons bidden

Heer Jezus,11421948_715773915212030_858494750_n
moge het Woord ons in uw liefde brengen.
Moge het kruis daarbij onze genade zijn.
Groeiend in U.
Amen.