Lezingen van de dag – vrijdag 18 sept. 2015


Heilige (of feest) van de dag

Philippine Duchesne (+ 1852)C006_01_Duchesne

Saint-Charles, Missouri (Noord-Amerika); kloosterlinge & missionaris

Zij werd op 29 augustus 1769 geboren te Grenoble, een stad tegen de Alpen in het oosten van Frankrijk. Haar vader was advocaat. Hij bracht zijn dochter groot in een antikerkelijke, maar verdraagzame sfeer. Op 16-jarige leeftijd trad zij in bij de Zusters Visitandinnen. Maar deze Congregatie raakte verstrooid tijdens de Franse Revolutie, zodat zij vanaf 1791 religieus gesproken dakloos was.

In 1804 trad zij te Parijs toe tot de nieuwe stichting van Sint Madeleine-Sophie Barat († 1865; feest 25 mei). In haar geestelijk leven was zij mystiek begenadigd. Zijzelf schrijft dat zij overstelpt werd met geestelijke vreugden.
In 1818 maakte zij de oversteek naar Noord-Amerika en stichtte in Saint-Charles een vestiging van het Instituut van het Heilig-Hart. Dat eerste huis was niet meer dan een houten blokhut. Ze had er te kampen met alle moeilijkheden die bij zo’n pioniersbestaan horen: de bittere kou, geldgebrek en keihard werken. Bovendien had ze als Française buitengewoon veel moeite met de Engelse taal. Met haar vier medezusters wist ze echter stand te houden, en in 1820 opende zij het eerste schooltje dat gratis toegankelijk was voor de immigranten die zich ter plaatse hadden gevestigd.
In 1828 zijn het er al zes. Diep in haar hart echter verlangde ze ernaar om temidden van de inlandse Indianen te kunnen werken. Maar daar leek ze toch te oud voor geworden. Ze was 72, toen ze van alle verantwoordelijkheden ontslagen werd. Intussen was er een schooltje geopend temidden van de Potawatomi-indianen te Sugar-Creek in de staat Kansas. Het was de jezuïetendirecteur die uitdrukkelijk om haar komst vroeg: “Wat doet het ertoe dat ze al oud is? Ze zal ons tot grote steun zijn met haar ervaring, levenswijsheid, moed en ondernemingsgeest, en niet te vergeten door haar gebed.”
Het zou haar slechts één jaar vergund zijn temidden van de indianen door te brengen. Maar die tijd was genoeg om van hen de vererende bijnaam te ontvangen ‘de eeuwig biddende vrouw’. Om gezondheidsredenen moest ze in juli 1842 terug naar Saint-Charles. Op haar sterfbed verzuchtte ze:
“Zelfs nu nog brandt in mijn hart hetzelfde verlangen om naar de missie in de Rocky Mountains te vertrekken, als destijds in Frankrijk toen ik ernaar verlangde om hier naar Amerika te komen.”
Ze stierf er op 18 november 1852, 83 jaar oud.

In 1952, honderd jaar na haar dood, leven er meer dan duizend zusters van het Heilig-Hart in de Verenigde Staten van Amerika, die 8 colleges, 28 pensionaten en een veelvoud aan lagere scholen leiden. Daarnaast zijn er nog meer dan 6000 werkzaam in 30 andere landen.

Philippine werd heilig verklaard in 1988.

VRIJDAG IN WEEK 24 DOOR HET JAAR


Uit de eerste brief van Paulus aan Timoteüs 6, 2c-12

Voor Paulus is het onmogelijk twee meesters te dienen. Al het aardse is ons gegeven opdat wij dit zouden gebruiken voor anderen. Wie zich aan deze gaven hecht, en ze misbruikt is geen man Gods.

Dierbare,
onderwijs dit alles en spoor ertoe aan. Iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de heilzame woorden van onze Heer Jezus Christus en de leer van ons geloof, is verblind. Zo iemand begrijpt niets, maar is ziek door zijn geredetwist en geruzie; dat leidt tot afgunst, onenigheid, laster en kwaadaardige verdachtmakingen, en tot eindeloos gekrakeel tussen mensen van wie de geest verziekt is, die van de waarheid beroofd zijn en denken dat het geloof hun geldelijk gewin brengt. Maar voor wie tevreden is met wat hij heeft, is het geloof grote winst.
Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn. Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan. Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te geven, zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf veel leed berokkend.
Maar jij, een dienaar van God, moet je hier verre van houden. Streef naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid. Strijd de goede strijd van het geloof, win het eeuwige leven waartoe je geroepen bent en waarvan je in aanwezigheid van velen zo’n krachtig getuigenis hebt afgelegd.

 

Psalm 17, 1 + 6 + 7 + 8 + 15

Refr.: Heer, ik roep tot U om hulp.

Luister, Heer, ik vraag om recht,
luister naar mijn smeken, 13273961095_938a0562c4_h
hoor mijn gebed;
geen leugen komt over mijn lippen.

Ik roep tot U om hulp,
want U geeft mij antwoord.
Wil mij horen, God,
luister naar mijn spreken,
toon mij de wonderen van uw trouw.

Wie bij u schuilen
redt U van hun tegenstanders,
met uw machtige hand.

Behoed mij als de appel van uw oog,
verberg mij in de schaduw van uw vleugels.
Laat mij, recht gedaan,
uw gelaat aanschouwen,
bij het ontwaken mij verzadigen aan uw beeld.

 

Uit het evangelie volgens Lucas 8, 1-3

Vanaf het begin van het christendom hebben ook vrouwen een taak. Hun aanwezigheid wordt hier door Lucas uitdrukkelijk aangehaald. Zij maakten Christus en zijn godsdienst menselijker en warmer.

Kort daarop begon Jezus rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen.
De twaalf vergezelden Hem, en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna–en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden.

Van Woord naar leven

Het evangelie van vandaag is een echte parel. En we mogen gerust ook zeggen dat het een soort lofzang is op een al te vaak vergeten groep. Vaak hebben we de indruk dat het evangelie een zaak van mannen is. Vrouwen komen er nauwelijks of slechts terloops aan te pas. Een zieke vrouw wordt wel eens genezen. Een vrouw wast de voeten van Jezus. Vrouwen volgen Hem en zijn vrienden en zorgen voor hen uit eigen middelen. Vrouwen staan onder het kruis. Ze staan overal achter of onder, maar zelden of nooit op het voorplan.

Grote rollen worden door mannen bezet. Apostelen en schriftgeleerden, een honderdman, een barmhartige Samaritaan of een goede herder. Dat Annas en Kàjafas, Herodes, Judas of Pilatus ook mannen waren, is hier helemaal geen troost. Maar zo ziet Jezus het niet. Op geen enkel moment. Want het evangelie is geen ‘Guiness-book of records’, waarin het om de grootste, de sterkste of de beste gaat, waarbij alleen prestatie of kwantiteit telt. Het is een levensboek waar geloof en vertrouwen, waar geduld en liefde, inzet en overgave, de echte kwaliteit en de ware talenten vormen.

En daar spelen vrouwen onvervreemd en onvervangbaar een glansrol. Een rol, waarbij veel mannen tot debutanten verbleken. Lucas begint er zijn evangelie al mee. De eerste persoon die we ontmoeten is Zacharias, een man, een priester. Stomweg valt hij al meteen door zijn rol. “Ge zult zwijgen en niet in staat zijn te spreken, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt.”

Meteen daarop treden twee vrouwen op, Maria en Elisabet. In een feilloos duet, in een magnificat van puur geloof en zuivere overgave, brengen ze onze heilsgeschiedenis daadwerkelijk en definitief op gang. Ook wanneer het doek over het openbaar leven van Jezus opengaat en Hij nog even in de coulissen wilt blijven, opdat Hij zijn uur nog niet gekomen acht, is het weer een vrouw, die, onweerstaanbaar zoals alleen moeders dat kunnen, Jezus tot handelen aanzet. “Doe maar wat Hij u zeggen zal.” Zo maakte Jezus een begin met zijn tekenen.

Van het penninkje van de weduwe tot de kostelijke nadusbalsem van Maria te Betanië, van die onbevangen eerlijkheid van de vrouw aan de put van Jakob in Samaria tot het vindingrijk geloof van de Kananese met de kruimels die van tafel vallen, kunnen we, heel het leven van Jezus door, parel na parel opsteken tot een rozenkrans van vrouwelijke gebaren en gaven van geloof, liefde en toewijding.

En toen zijn uur echt gekomen was, een uur waarop ontrouw en verraad, waarop verloochening en vaandelvlucht ineens puur mannelijke begrippen werden, stond er ook weer die krans van vrouwelijke trouw, van meevoelen en meegaan ten einde toe. Een krans van vrouwen die Jezus vanaf Galilea waren gevolgd en Hem hadden gediend. Echte, levende en zuivere godsdienst van een al te vaak vergeten groep.

Reageren, je eigen woordje plaatsen, of uitwisselen over de overweging,
kan via de blog Van Woord naar leven.

Laat ons bidden

Heer,P1010968
geef ons een hart dat blij en fris,
eenvoudig en vol geloof,
ons hele zijn ertoe aanzet
U te volgen.
Dat wij op deze wijze,
in eenheid met U,
dragers en uitdragers mogen zijn
van uw Blijde Boodschap.
Amen.